Nummer 5: Mei 2015

05-2015-Panopticum

Nederlands eerste wassenbeeldenmuseum het Panopticum opende op 17 juli 1882 in de Amstelstraat. Vooral het griezelkabinet was populair. In september, als de toegangsprijzen tijdelijk gehalveerd waren, kwamen Jordanese gezinnen massaal naar ''t Pan' voor hun jaarlijkse uitstapje

Er was zelfs een bordspel van het Nederlandsch Panopticum. Het wassenbeeldenmuseum dat op 17 juli 1882 opende in een weelderig pand in de Amstelstraat trok onmiddellijk veel publiek. Liefkozend werd 't 'het Pan' genoemd door de Jordanezen, die er eens per jaar met het hele gezin in de goedkope maand september heengingen, vooral om te griezelen in het gruwelkabinet. De populariteit van de beroemde en beruchte beelden duurde tot de Eerste Wereldoorlog.


Voor Madame Tussauds op de Dam staat meestal een rij, soms tot ver om de hoek. Sinds het filiaal van het Londense wassenbeeldenmuseum in 1971 in de Kalverstraat begon, is de toeloop niet anders geweest. De wonderlijke aanlokkelijkheid van poppen met het uiterlijk van nationale en internationale vips daargelaten, mag het succes gerust vreemd worden genoemd. Een eeuw geleden zakte de belangstelling voor het Nederlandsch Panopticum in de Amstelstraat namelijk zienderogen in. Met de komst van de bioscopen veranderde het uitgaanscentrum rond het Rembrandtplein van karakter. De attractie van wassenbeeldengroepen raakte sleets nu er meer dan levensgroot en bewegend volop actie werd geboden.
In de herfst van 1919 werd het Panopticum onttakeld. Op twee drukbezochte veilingdagen ging de complete inboedel de deur uit. "De koningin lag in zwijm tegen den muur geleund" en haar gemaal prins Hendrik staarde "in doffe, machtelooze wanhoop" de zaal in, zag de verslaggever van de Nieuwe Rotterdamse Courant. "Zo vergaat aardsche grootheid!" Hij vergeleek de executie met een slavenmarkt waarop gelukkige families "wreedaardelijk uiteen gerukt" werden. Boven een al even badinerende reportage kopte De Telegraaf: "De Amsterdamsche beeldenstorm van 1919". De toon paste bij de tijdgeest. Nog geen jaar tevoren was de verwoestende Grote Oorlog beëindigd. De Duitse ex-keizer Wilhelm, inmiddels woonachtig op Nederlands grondgebied, werd op f 60,- afgehamerd. Zijn evenknieën deden nog minder, onder hen de ex-tsaar aller Russen, die in de rokerige zaal op gejoel van Poolse beursspeculanten kon rekenen. Het Volk, toch al geen vorstelijk aanhanger, noteerde uit de mond van een koopmannetje: "Koningen en keizers, prinsen en prinsies, ze zijn tegenwoordig niks niemendal meer waard."

Natuurgetrouwe kunst
Alle kranten hadden 37 jaar eerder vrijwel zonder uitzondering gejubeld over de aanwinst in de Amstelstraat. Een panopticum! Het werd beschouwd als een volgende stap op het gebied van de aanschouwelijke kunst. Met panorama's was eerder die eeuw de 'jacht op natuurgetrouwheid' begonnen, de realistische revolutie. Voor dat realisme moest een prijs worden betaald. Begin 1881 werd de stad opgeschrikt door het nieuws dat "Roetemeijer wordt verbouwd!". Het geliefde 'ververschingschlokaal' met tuin, waar menig Amsterdammer zijn eerste potje 'Beiersch' bier nuttigde, ging wijken voor alwéér een initiatief van ondernemende Amsterdammers. In die bouwlustige jaren verrezen tal van gebouwen, vaak monumentaal en opvallend van uiterlijk, geëxploiteerd door heren die het algemeen nut wilden dienen: het Aquarium, de Parkschouwburg en nu dus ook een wassenbeeldenmuseum. Lodewijk Roetemeijer verkocht zijn terrein van 1300 vierkante meter aan de NV tot Exploitatie van het Nederlandsch Panopticum, die f 1 miljoen kapitaal bijeenbracht. De brochure voor de uitgifte van aandelen beloofde aandacht voor historie, etnografie, kunst en wetenschap. Het panopticum diende "iets meer dan louter een plaats van ontspanning" te zijn.
De bekende Amsterdamse aannemers Cerlijn en De Haan wonnen de inschrijving en in minder dan een jaar werd achter de schuttingen in de smalle ongeplaveide straat tussen Amstel en Rembrandtplein een weelderig paleis opgetrokken. De bouw verliep niet zonder opstartproblemen. Bij het leggen van de fundering raakte een van de werklieden zwaargewond en de buurman van het belendende sigarendepot procedeerde over het verdwijnen van de passage waar zijn clientèle gebruik van maakte. De rechter gaf hem gelijk, waardoor de architect Theo Sanders zijn ontwerp moest aanpassen.
Op reportage langs diverse buitenlandse voorbeelden zag een verslaggever van het Algemeen Handelsblad onder meer Dresden, dat hem onaangenaam trof "als een lijkenhuis". In Berlijn bleek de enige levende ziel Adolph Wilhelm Krasnapolsky te zijn. De hotelier had gespeeld met het idee voor een panopticum "met tafereelen uit Hildebrand, Van Lennep en andere gevierde schrijvers". Nu zag hij ervan af, maar hij hoopte dat de ontwerpers van de galerij in het lokaal van Roetemeijer er hun voordeel mee konden doen.

Snakkende boezem
Bij de opening van het Panopticum in juli 1882 schreef men dat het kon wedijveren met het wereldberoemde museum van Madame Tussaud in Londen en vooral met dat van de gebroeders Louis en Gustave Castan in de Berlijnse Kaisergalerie. Dat laatste lag nogal voor de hand: de Berlijnse beeldhouwer Castan had in een atelier in het Paleis voor Volksvlijt de wassenbeelden gefabriceerd. Zijn medewerking verklaarde het zwaartepunt van de opstelling: vorsten uit het huis Hohenzollern, geen Willem van Oranje. Wel Goethe, Schiller en Lessing, maar niet de suggesties van Krasnapolsky. Behalve enkele sprookjesgroepen was de enige literaire voorstelling nummer acht in de catalogus: Marguerite Gautier. Met haar middels een ingenieuze machine naar adem snakkende boezem zou de geliefde van de Franse schrijver Alexandre Dumas fils voor een goede opbrengst zorgen op de veiling in 1919: f 220,-, inclusief vitrine.
Gekroonde hoofden, adellijke, pauselijke en militaire vips vormden de hoofdmoot van de 190 objecten en groepen. Onder de beroemdheden was slechts een kwart Nederlands, onder wie Michiel de Ruyter, Hugo de Groot en als enige vrouw de toneelspeelster Maria Kleine-Gartman. Ze moesten opboksen tegen Charles Darwin, Emil Zola, Louis Pasteur, Richard Wagner en Zoeloekoning Cetshwayo. Het viel de pers wel op.
Groot enthousiasme oogstte het rijkversierde gebouw. Het museum betrad men via voorname trappen naar de bovenetage. "Als Sire het Panopticum bezoekt, zal hij zich daar als tehuis gevoelen; want – dank zijn welwillendheid – is onder leiding van den bekwamen schilder H. ten Kate de vorstelijke huiskamer in al haar werkelijkheid nagebootst." Hoe anders was de sfeer bij de sluiting in 1919 toen sire's dochter Wilhelmina – inmiddels in gekroonde gedaante – haar troon verliet voor f 90,-. Napoleon te paard ging er voor ƒ155,- ruim overheen.

Generaal eenoog
Vanaf het balkon kon het betalende publiek van het panopticum een blik werpen in de door gebrandschilderde ramen omgeven wintertuin. Op de begane grond heerste Roetemeijer nu over een koffiepaleis met vijf zalen. Het zou tot 1912 een van de best bezochte etablissementen van de stad blijven. Het was fraai gedecoreerd met kopieën van bekende schilderijen van Hendrik Mesdag, Jacob Maris en uiteraard Herman ten Kate, die verantwoordelijk was geweest voor de artistieke aankleding. Aan alles was gedacht en zeker, merkte het Nieuws van den Dag op, "aan de traditie van den tegenwoordigen tijd, waarin niets tot stand schijnt te kunnen komen zonder eene smulpartij, de zorg voor den inwendigen mensch." Een andere schimpscheut betrof "den trek naar het afzichtelijke". Weliswaar scheidde een gordijn het museum van de gruwelkamer met booswichten en folterwerktuigen, maar waarom moest Tussaud hierin toch gevolgd worden!
Een groot pluspunt daarentegen gold de beeldengroep waarin de Atjeh-hoofden hun onderdanigheid betoonden aan generaal Karel van der Heyden. De kleine, maar roemrijke legeroverste leek sprekend met zijn ene oog – het andere was op het slagveld gebleven. Vele duizenden hadden hem na zijn terugkomst in juni 1881 juichend een glorieuze intocht bezorgd. Twaalf jaar later zou de volgende grote overwinning worden vereeuwigd: de sultan van Atjeh had zich op 20 januari 1903 amper onderworpen aan generaal Van Heutsz of de foto die de Padangse fotograaf Christiaan Nieuwenhuis hiervan maakte, ging al naar het Panopticum. Daar kon in november de hele plechtige overgave worden bewonderd, inclusief de jonge kapitein Hendrik Colijn, die een zeer groot aandeel had in de operaties. "Tegenover den generaal, in ootmoed en gelatenheid, onttroond, vernederd, de eenmaal zoo vermetele afstammeling van het vroeger machtige sultansgeslacht!"
Dat waren nog eens actuele onderwerpen! Op de veiling van 1919 ontbrak deze beeldengroep, maar de Indische kampong ging voor f 100,- weg, wat de Telegraaf ontlokte: "Als het origineel ooit aan de beurt komt, moet de minister van Koloniën zich tijdig van hun animeerende aanwezigheid verzekeren."

Beledigde katholieken
De dag vóór de officiële opening was het bouwleger uitgenodigd, met hun gezinnen. Directeur Martin Wolff (een kioskondernemer) prees de 120 mannen die "elf maanden lustig hadden gewerkt en zich nimmer waren te buiten gegaan aan sterken drank". Twee dagen later adverteerden zij hun dank aan het bestuur voor de "genotvollen Feestavond".
Niet iedereen genoot. Dagblad De Tijd maakte groot bezwaar tegen de belediging van de katholieken door de beeldengroep van "een dikke kloosterbroeder van bijna dierlijk voorkomen die zich te midden van wijnvaten en ledige flesschen ongepaste vrijheden veroorlooft tegenover een wanstaltig vrouwmensch". Betere publiciteit kon het Panopticum zich niet wensen. Met 12.000 bezoekers in de eerste paar weken zat de loop er meteen goed in. Men betaalde 50 cent entree, 25 cent voor de catalogus en een kwartje extra voor de gruwelkamer. De prijzen werden vanaf 1883 in september – van oudsher de kermistijd waarmee het theaterseizoen begint – gehalveerd en dat was het moment voor de Jordanezen om hun jaarlijkse uitstapje te maken.
'Het Pan' raakte in dat stadsdeel reuze populair, vooral om het griezelen. De boevenlijst in de catalogus gaf de usual suspects van die dagen weer: opnieuw internationale misdaad, maar nadat de Miljoenenjuffrouw, de sensationele oplichtster Jannetje Struik, was gearresteerd, kwam al snel een Nederlandse aanvulling. Zoals beloofd in de catalogus werden telkens nieuwe beelden en groepen geplaatst. Het koningshuis en andere prominenten gingen geregeld voor verversing naar het atelier op de zolders van het Panopticum. Het spookte er: "Overal kijken hoofden zonder lichaam u aan en staan hoofdelooze lichamen weg te krimpen van pijn. Een beulsoord schijnt het te weezen."
Prins Hendrik arriveerde in maart 1902, een jaar na zijn bruiloft, "vervaardigd door Professor Bart van Hove", zoals een sierlijk aanplakbiljet vermeldde. De prins-gemaal zou trouwens nog lang na de veiling van zijn wassen gestalte als een stijve hark worden gezien – "net een beeld uit het Panopticum".

Laatste adem
De directie deed haar best bezoekers te lokken met nieuwe spektakels. Eind 1911 prees men Naar het middelpunt der aarde aan, waarbij de toeschouwer onder geleide met een lift in druipsteengrotten neerdaalde en daar Mohammeds graf kon bezichtigen en de schatkamer van Aladdin. In diezelfde periode was er ook een reproductie te bewonderen van "La Giaconda, dit jaar uit het Louvre te Parijs gestolen". En de misdaad bleef nooit ver weg van het Panopticum. Ondanks vernieuwingen taande de belangstelling. Het bezoek liep terug van ruim 90.000 in de hoogtijdagen tot minder dan 20.000. Dividend werd er niet meer uitgekeerd.

De architect Willem Kromhout verbouwde de begane grond in 1912 tot een theater- en bioscoopzaal annex wandelgang. Doordat het souterrain er bijgetrokken was, had de ruimte iets weg van een overdekt zwembad. In 1915 kreeg de zaal een grotere toneelopening en meer zitplaatsen. Het heette nu Centraal Theater en was gescheiden van het museum. Op de jaarvergadering bleef men hoopvol, maar de oorlog verminderde het aantal bezoekers drastisch. Ook het wasbedrijf – waar tevens mannequinpoppen werden gemaakt – draaide met verlies. De aandeelhouders gispten in 1916 (de honorering van) de bestuurders. Het staat er nogal herkenbaar: grote verliezen waren ontstaan "doordat de maatschappij in het begin is overgekapitaliseerd, terwijl er een tiental jaren lang een onjuist beheer is gevoerd." De teloorgang was onafwendbaar. "La dame aux camélias" blies haar laatste adem uit, noteerde een van de aanwezigen op de veiling meesmuilend. Een jaar later verschenen de hoofdrolspelers uit de Grote Oorlog in een reizend panopticum. Zo eindigde "aardsche grootheid" op de kermis.
Van het mooie gebouw resten alleen afbeeldingen. De Amsterdamsche Bank, die er in 1919 een miljoen voor neertelde, liet het in 1965 slopen, waarmee ook een einde kwam aan het Centraal Theater. Of ergens nog een wassenbeeld rondwaart, is onbekend.
JESSICA VOETEN IS PUBLICISTE EN JOURNALISTE.

In november 1882 bracht de drukkerij van de Gebroeders Koster "met het oog op de lange winteravonden, St. Nicolaas- en Kerstfeesten" het Panopticum Kinderspel op de markt, een variatie op het ganzenbordspel. Op de middenplaat de vorstelijke huiskamer "in al haar werklijkheid nagebootst" met de tweejarige Wilhelmina en haar ouders. Rondom sprookjesscènes en wassenbeelden uit de actuele opstelling van het moment. Zo staat rechts (1 + 5) de zwendelaarster Jaantje Struik alias de 'Miljoenenjuffrouw', van wie in oktober een beeld was toegevoegd. Ze wordt geflankeerd door Zoeloeleider Cetshwayo en de keizer van Oostenrijk. Voorts poolreiziger Nils Nordenskiöld, generaal Karel van der Heijden, vorsten en regeringsleiders, de Duitse actrice en bedriegster Adèle Spitzeder en Charles Guiteau, moordenaar van de Amerikaanse president Garfield.