Nummer 3: Maart 2015

 03-2015 meisjes-lyceum

Voor jongens is sinds lange tijden,/ Gezorgd, gewerkt, gezwoegd, gedacht,/ Doch aan ons, arme Roomsche meisjes,/ Heeft men tot nu toe niet gedacht. De opening in 1914 van de eerste hbs voor rooms-katholieke meisjes in Amsterdam betekende het begin van het einde van de achterstelling. Het huidige Fons Vitae Lyceum is de erfgenaam van deze zusterschool.

In een grote bruine kast op de zolder van het Fons Vitae Lyceum lagen tot voor kort enkele schriften bedolven onder scheefgezakte ordners met kwitanties en stoffige mappen. De kartonnen kaften dragen opschriften als Rapportlijsten en Prijsuitreikingen. Minutieus is alles met vast handschrift genoteerd. Monnikenwerk zou je zeggen, maar het is het werk van zusters. Van de zusters Franciscanessen van Heythuysen die op verzoek van de katholieke elite van Amsterdam en de bisschop van Haarlem naar Amsterdam waren gekomen om in de Vondelstraat op nummer 35 een hbs voor meisjes op te richten, een van de eerste van Nederland.
In september 1914 begint het eerste schooljaar met 26 leerlingen onder leiding van zuster Xaveriana. De hbs is er dan nog een van drie jaar, maar de toestemming voor een vijfjarige cursus komt snel en in 1919 doen de eerste negen leerlingen eindexamen. Groot is de opluchting als alle kandidaten slagen. Aan de school is een klein internaat verbonden, dat tot in de jaren dertig zal blijven bestaan.

Carrière
Het katholieke geloof neemt op de school een centrale plaats in. Dagelijks wordt gebeden, godsdienstlessen staan op het lesrooster en aan het eind wacht een godsdienstdiploma. Maar voorop staat goed onderwijs aan katholieke meisjes. Hard werken, nauwgezetheid en discipline zijn de pijlers waarop dat onderwijs is gestoeld. En niet alleen om een goede katholieke huisvrouw te worden of een kloosterlinge: een hbs-diploma opent ook het perspectief om als vrouw een maatschappelijke positie te verwerven.
De hbs is in die tijd nog niet gesplitst in een ‘literair-economische’ en een ‘exacte’ richting. De nadruk van het curriculum ligt op de exacte vakken, waarmee je een technische of medische studie kunt volgen. Veel meisjes kiezen voor een medisch beroep. Zij worden later de eerste vrouwelijke katholieke artsen of apothekers in Amsterdam.
Het vak lichamelijke oefening heeft niet de hoogste prioriteit van de zusters. Het ministerie tikt ze in 1920 op de vingers: “Opgemerkt zij, dat de lichamelijke oefening bij ontstentenis van voldoende oefengelegenheid kan bestaan in een wandeling met vlugge pas of enige andere nuttige lichaamsbeweging in de open lucht.” De 19-jarige (niet-katholieke) Jo de Boer die in hetzelfde jaar wordt aangesteld als gymnastieklerares, zal 46 aan de school verbonden blijven. Zij introduceert het korfballen in de tuin van de Vondelstraat. Zelf neemt ze als schermster driemaal aan de Olympische Spelen deel.

Naar de kade
De school groeit uit de stadsvilla in de Vondelstraat. Op 6 februari 1924 brengt een heraut met grote kraag het nieuws dat op de Reijnier Vinkeleskade de eerste paal voor de nieuwe school is geslagen. Acht maanden later wijdt het Geïllustreerd Zondagsblad van De Tijd aandacht aan de opening van het nieuwe schoolgebouw. Foto’s van de Amsterdamse fotograaf Johan Bickhoff geven het beeld van een eigentijdse school. De glasnegatieven liggen nog in het archief van de school. We zien een modern ingericht scheikundelokaal, een natuurkundelokaal met uit Duitsland geïmporteerde apparatuur en een goed geoutilleerde gymnastiekzaal. Er is zelfs een lokaal met een projector.
Vorst en stakingen hebben het bouwproces vertraagd, maar moeder-overste zuster Clarentia heeft zich niet van de wijs laten brengen. Dagelijks heeft zij – ‘ma’ voor de Amsterdamse bouwvakkers – de bouwplaats bezocht. Woensdag 7 oktober 1925 wordt de school ingezegend, een dag later verzorgt de minister van onderwijs Victor Rutgers de officiële opening.
De school telt op dat moment 193 leerlingen. Onder hen ruim twintig interne leerlingen. Zij worden op de zolderverdieping gehuisvest. De hbs krijgt een a- en een b-richting en een jaar later geeft het ministerie toestemming voor een gymnasiumafdeling. Vanaf dat moment draagt de school een nieuwe naam: R.K. Lyceum voor Meisjes.
Al in 1921 is het schoolblad Knoppen opgericht. Dat geeft een goed beeld van de activiteiten van de meisjes. Er zijn manifestaties, zoals het jaarlijkse Heilig Hartfeest, en ook toneeluitvoeringen, bijvoorbeeld Lucifer van Vondel. Populair zijn fancy fairs voor de missie en inzamelingen voor de minder bedeelden in eigen stad. En in 1936 neemt de school deel aan het grote defilé bij de verloving van prinses Juliana en prins Bernhard.

Polizeibataillon 41
Het is een tijd van grote dynamiek, maar ook van crisis. Sommige leerlingen ondervinden aan den lijve de gevolgen van de economische malaise, wat blijkt uit de uitgebreide correspondentie over het te betalen schoolgeld. Als de school 25 jaar bestaat in september 1939, overschaduwen de internationale ontwikkelingen het feest. Op 10 september is er wel een plechtige mis in de Sint-Nicolaaskerk op de Prins Hendrikkade, maar de geplande revue gaat niet door. In het trappenhuis wordt een gebrandschilderd raam van Joep Nicolas onthuld als blijvende herinnering aan het jubileum. Het krijgt een plaats boven de glas-in-loodramen van Han Bijvoet, die bij de opening in 1925 waren aangebracht.
De bezetting in mei 1940 brengt de Duitsers in de school. Op 1 juni wordt de vleugel aan de Richard Holstraat gevorderd ter inkwartiering van het Polizeibataillon 41. Het bataljon vertrekt in november, maar op 22 augustus 1941 wordt een telegram bij de school bezorgd: “Onmiddellijke ontruiming van uw schoolgebouw ten behoeve van de Duitsche school te Amsterdam.” Gelukkig blijft een deel van het gebouw voor de school behouden. Daarnaast zijn er lessen in het klooster van de zusters en in het nabijgelegen Hervormd Lyceum. Eén van de docenten klassieke talen is pro-Duits. Hij wordt na de oorlog ontslagen.
De maatregelen van de bezetter ten aanzien van de Joodse leerlingen in Nederland gaan aan de school niet voorbij. Het katholieke lyceum telt enige half-Joodse leerlingen, die nog niet direct bedreigd zijn, maar de vol-Joodse leerlinge Sabine Fröhlich, sinds 1939 op school, is dat wel. De zusters doen hun best voor haar en raadplegen Titus Brandsma, op dat moment voorzitter van de Besturenbond van het r.-k. onderwijs. Toch moet Sabine in 1942 de school verlaten. Ze blijft in contact met haar klasgenoten en houdt zich drie maanden schuil bij geschiedenislerares Agnes Nolte. Daarna duikt ze onder in Noord-Holland. Na de oorlog keert zij terug op school.

Fons Vitae
Na de bevrijding zijn de problemen niet voorbij. Er heerst schaarste op allerlei gebied. Het tekort aan boeken is groot, schoolschriften en gymschoenen zijn op de bon. De bureaucratische overheid bemoeit zich met alles. Zo vraagt het ministerie in een schrijven van 16 januari 1947 het bestuur de materiële uitgaven over 1944 beter te verantwoorden. Het bestuur doet zijn best: “De 4 gros closetpapier zijn bij de aflevering aan den vrachtrijder betaald, zonder rekening en kwitantie van den leverancier.” Het adres van de firma is echter in 1947 niet meer te achterhalen.
Tijdens het rectoraat van zuster Rosalie krijgt de school in 1948 ook een mms-afdeling. Drie jaar later volgt zuster Christiana haar op. Zij ontplooit nieuwe initiatieven en vindt dat de school met een snel groeiende mms een nieuwe naam moet krijgen. Uiteindelijk kiezen de leerlingen met een grote meerderheid voor ‘Fons Vitae’, bron van leven. Als op 6 november 1953 zuster Christiana op 48-jarige leeftijd overlijdt, wordt Cherubine haar opvolgster, ook een oud-leerlinge van de school.
Geleidelijk groeit de spanning tussen de wereld van de zusters en die van de leerlingen. De kledingvoorschriften zijn minder streng dan vóór de oorlog, maar het dragen van een broek is nog steeds niet toegestaan. De schoolgids van 1957 formuleert het zó: “De Ouders moeten zorg dragen, dat de kleding in overeenstemming is met de Katholieke opvattingen daaromtrent.”

Kantelend tijdperk
Midden jaren zestig barst de bom. Ook de katholieke wereld zoekt naar nieuwe wegen. Op het Fons Vitae komt dat tot uiting in het optreden van godsdienstleraar Jos Vrijburg. Zijn alternatieve lessen en zijn houding tijdens een retraite van de eindexamenleerlingen leiden in 1966 tot zijn ontslag. In het ‘illegale’ schoolblad Bladluis zetten leerlingen uit de hoogste klassen de aanval in op het naar hun mening ingeslapen Knoppen.
Een 1-aprilgrap zorgt voor grote consternatie. Terwijl Amsterdam nog naschokt van het huwelijk van Beatrix en Claus begin maart en happenings deel uitmaken van wekelijks vermaak, bedenken een paar leerlingen van het Fons Vitae en het nabijgelegen Ignatius College de 1-aprilgrap dat die dag in de hogere klassen de helft van de leerlingen van het Fons (de meisjes) naar het Ignatius (de jongens) zal gaan en andersom. Aan de Reijnier Vinkeleskade breekt paniek uit. Politie en brandweer worden gewaarschuwd en de school gaat op slot. Als het geduld van docent klassieke talen Ben van Gessel opraakt, vraagt hij zuster Cherubine de deur te openen naar de cour (de binnenplaats), waar de jongens zich verzameld hebben. Met bulderende stem weet hij ze weg te krijgen. Twee jaar later is hij de eerste mannelijke rector en na nog eens twee jaar laat hij de eerste jongens door de voordeur binnen.
Het meisjestijdperk is voorbij, de school is nu (1970) gemengd. De jongens stromen toe, niet alleen in de eerste klas, maar ook in 4 havo. Vera en Tilleke uit 1-c vinden de jongens wel meevallen: “Alleen één ding: ze stellen zich veel te veel aan. Ook in de klas.” In 1975 melden zich voor het eerst meer jongens dan meisjes aan. De laatste drie zusters verlaten vijf jaar later de school. De kapel wordt bibliotheek en studiezaal.

Moderne tijd
Deze ingreep is de eerste is een lange reeks aanpassingen van het schoolgebouw, noodzakelijk door de opeenvolgende veranderingen in onderwijsland. Zo vragen Basisvorming, Tweede Fase en het vak informatica om ruimte. In 2007 krijgt de school op de cour een apart gebouw voor de bètavakken en recent zijn de oude gymzalen vervangen door een nieuw complex, met ook muziekstudio’s, een nieuwe kantine en een aula (met theatermogelijkheden).
Maar alle veranderingen ten spijt kenmerkt toch juist een grote stabiliteit de geschiedenis van de laatste decennia. De fusiegolf van de jaren tachtig gaat aan de school voorbij. Er komt geen mavo bij; de school blijft voor havo en vwo, inclusief gymnasiumafdeling. De schommelingen in de leerlingenpopulatie zijn beperkt. Wel neemt met de secularisatie het aantal katholieke leerlingen gestaag af. In 1985 blijkt uit een onderzoek naar de achtergrond van de eersteklassers dat de niet-katholieke leerlingen ver in de meerderheid zijn.
Ook jongens en meisjes met een niet-Europese achtergrond dienen zich aan. In 1998 telt het Fons Vitae Lyceum 5% ‘allochtone’ kinderen volgens de Schoolprestatieskrant van Trouw. De traditionele werkweken naar Berlijn krijgen na de val van de Berlijnse Muur een nieuwe, niet-Europese bestemming: Istanbul. Het bezoek aan een lyceum in het Aziatisch deel van de stad vormt het jaarlijkse hoogtepunt.
Vanaf 1968 bleef het roer meer dan 28 jaar in handen van Ben van Gessel. Bij de oplevering van de nieuwe gymzalen in 2014 mag hij de openingshandeling verrichten in gezelschap van zijn vier opvolgers Jan Stekelenburg, Petra Verhoeckx, Tonny Holtrust en David Asser. Van de zusters die eens op de kade werkten, is niemand meer in leven.
AAD STREEFLAND IS OUD-DOCENT GESCHIEDENIS; MET DANK AAN HENK VAN GESSEL OUD-DOCENT KLASSIEKE TALEN. IN APRIL VERSCHIJNT HET JUBILEUMBOEK BRONNEN VAN LEVEN. FONS VITAE LYCEUM 1914-2014. (UITGEVERIJ THOTH)