Nummer 11-12: November-December 2013 - De grandeur verdwijnt

11-12 2013 1963

1963: het jaar waarin veel niet meer bij het oude blijft

Slechts één plek in Amsterdam kon soms tippen aan de grandeur van de  Parijse boulevards en de New Yorkse avenues. Dat was het Damrak. In 1963 kreeg die uitstraling de eerste, gevoelige knauw. En niet alleen door de brand van C&A.

In de nacht van 15 op 16 februari 1963 ging het goed mis op het Damrak. C&A, gevestigd in een schepping van Berlage, brandde volledig af. Drie late feestgangers die over de Nieuwendijk naar huis liepen, ontdekten tegen kwart voor drie rook vuur in de zaak. De brand werd snel catastrofaal. Niet voor acht uur ’s ochtends kon de brandweer het sein brand meester gegeven en pas om half zeven ’s middags was het vuur helemaal uit. Het nablussen duurde nog eens 52 uur. Door de vrieskou bleef een bezienswaardig ijspaleis over. C&A kreeg tijdens de herbouw een noodwinkel op een ponton in het water naast de Beurs van Berlage.
Tegelijkertijd met C&A ging in de doorgang naar de Nieuwendijk de klassieke hoedenwinkel van Gieskes in rook op, maar ook zonder verzengend vuur verdween er in 1963 oude glorie van het Damrak. Oporto Bodega, vanouds een pleisterplaats voor journalisten en beursmensen, sloot zijn deuren, tot groot verdriet van Sinterklaas die hier elk jaar tijdens zijn intocht een bokaal wijn kreeg van de Spaanse viceconsul.
Juist in dit pand op nummer 92 begon de ‘verhamburgerisering’ van het Damrak. Albert Heijn haalde in 1963 samen met het Britse Lyons de Wimpy-formule naar Nederland. Wimpy, genoemd naar de smulgrage vriend van de strip- en tekenfilmfiguur Popeye the Sailor Man, moest Nederland aan de hamburger brengen. J. van Heuveln (directeur van licentiehouder Formosa) zei in Het Parool: “Toen ik voor het eerst een wimpy at, dacht ik: moeten wij dát nu gaan brengen? Op de volgende deed ik een lik tomatenketchup. Dat is heel belangrijk. Je moet het leren eten.” Dat hebben we geweten. Wimpy op het Damrak kreeg vele navolgers.

‘Flippen’ op de beurs
In 1963 zijn alle beurzen nog volop in bedrijf. Handig is dat de kranten dan nog dichtbij zijn gevestigd: op de Nieuwezijds Trouw, de Volkskrant, Algemeen Handelsblad,  De Telegraaf en De Tijd/De Maasbode, op het Hekelveld Het Vrije Volk. De beursredacteuren hoefden maar een klein stukje Damrak te lopen naar de hectiek van Beursplein 5. ‘Meneer’ Danissen, tot begin jaren zestig beursredacteur van Het Parool maakte iedere beursdag het loopje heen en weer. Hij was het tikken niet machtig en schreef zijn verslag op de krant met de hand, dat werd overgetikt door een mevrouw van de steno. Zijn bijzonder actuele informatie over beurstoppers als de degelijke Hollandse ‘Flippen’ (aandelen Philips) zwierf dus een tijdje over de redactie. Desgevraagd gaf Danissen ook wel eens langs z’n neus weg beleggingstips aan redacteuren. Dat laatste kwam hem eens duur te staan. De gevreesde kunstcriticus J.M. Prange had inzage gekregen in een rondzwervend beursbericht met slecht nieuws voor Philips. Hij ging toen met gebalde vuisten voor het raam van de economieredactie staan, wijzend op de tengere ineengedoken Danissen, die hem de Flippen juist had getipt.
Lunchende en borrelende journalisten en beurslieden konden terecht in een reeks etablissementen op het Damrak, zoals De Roode Leeuw en Brasserie De Bock (met terras). Er waren twee cafés: Andries op nummer 12 (tevens slijterij) en De Instuif (36). Volgens kroegkenner Ben ten Holter waren het echte loopzaken, maar wie ’s avonds nog wilde doorzakken ging in de Oudebrugsteeg om de hoek naar De Kuil. Bolle Jan Froger zong daar met accordeon ‘vize verze’ als Mosselen, mosselen, mosselen... Rond middernacht bereikte de gezelligheid  een benevelde climax. Zanger Jacques Brel hield wel van die sfeer. In 1963 ging hij in zijn eentje naar De Kuil om inspiratie op te doen voor zijn chanson Amsterdam. Hij zong, begeleid door Froger, zelfs een liedje. Het etablissement is nu een coffeeshop.

Legendarische slagzin
Op straat was er ook muziek. Al vanaf de jaren twintig traden straatmuzikanten op in Volendamse klederdracht. Ze hielden het vol tot in de jaren zestig. De brug voor het Victoria Hotel was hun geliefde plek, maar ook de omgeving van het Beursgebouw. ‘Buikie’ was een bekende verschijning uit hun midden. De meeste Volendammers waren overigens Amsterdammers die zich in traditionele visserskleding hadden gestoken.
Begin jaren zestig kon ook nog de laatste pindaverkopende Chinees met zijn trommeltje worden gespot. Z’n landgenoten maakten als eersten de buitenlandse pot populair in Amsterdam. Op Damrak 47-48 bevond zich het al in 1947 opgerichte Chinees-Indische restaurant Hong Kong. Eigenaar Wen Kam-chang leerde ons met stokjes eten. Trekpleister was de houten vergulde figuur van een dikbuikige Chinees achter het raam.
Hong Kong gaf ons ook een juweel van middenstandsrijm: “U strelen uw tong? U eten bij Hong Kong”. Zoon Wen Ting-tiang herinnert zich dat de slagzin is bedacht door zijn oom Th. Koenders, die er in het begin werkte als bedrijfsleider.  Eind jaren zestig is de zaak verkocht. De slagzin bleef legendarisch. Pieter Kuhn en Evert Werkman, respectievelijk tekenaar en schrijver van De Avonturen van Kapitein Rob moeten door de slagzin zijn geïnspireerd toen ze op het uithangbord van het restaurant van de bolronde, maar uiterst geslepen Chinees Wang Hang lieten zetten: “U wezen niet bang? Dan eten bij Wang Hang”.
Waar je in 1963 wel voor moest waken waren de haringen van een  morsige visventer met dito handkar die actief was op Damrak en Nieuwendijk. Op een zomerse dag kleurde de vissengraat bruin van ellende. Gek genoeg verkocht de man grif aan boeren, burgers en buitenlui. Gelukkig daalde een haringengel neer op het Damrak in de gedaante van de aandoenlijk loensende Ome Joop. Die verkocht een mals, stevig harinkje in een propere stal bij het water links van de Beurs van Berlage.

Dagjesmensen
Al zat C&A dus even in zak en as, het Damrak bleef zijn attracties behouden. Het was er in 1963 niet chic meer, maar echt ordinair was het evenmin. Er kwamen nette buitenlandse toeristen en brave gezinnetjes uit de provincie, op weg naar de Bijenkorf of de poppenkast op de Dam. Met tram 9 naar Artis was ook gewild en op de terugweg een bezoek aan Cineac Damrak voor een fraaie natuurfilm van Walt Disney. Dat publiek  mengde zich met de zakelijk bezoek aan de schippersbeurs, de goederen- en graanbeurs, de verzekeringsbeurs en valutahandel in de Koopmansbeurs en de effectenhandel op Beursplein 5.
Provinciale bezoekers logeerden goedkoop maar netjes in hotels als Van Gelder en eutraal of het in 1963 geheel vernieuwde Dam Hotel. Zakenmensen prefereerden De Roode Leeuw en rijke toeristen het Victoria Hotel, dat in 1964 werd getroffen door een grote binnenbrand. Op 42 en 43 zat Hotel Café Restaurant De Pool, dat ooit door de Bond van Nederlandse Onderwijzers werd aanbevolen als een goedkoop en degelijk adres voor schoolreizen.
Maandag was vanouds dé dag voor winkelende dagjesmensen uit de provincie, maar die dag vonden er ook enkele specifieke activiteiten plaats, zoals de beurs voor houthandelaren uit Zaandam, de filmbeurs in Krasnapolsky en de veemarkt aan de Cruquiusweg. Op maandagavond zwaaide er in de kroegen rond het Damrak nog wel eens een agrariër met z’n ‘boek’, zijn bolronde  portefeuille met contanten van de veemarkt. Dat hield een risico in. Berovingen en zakkenrollen hadden in 1963 nog niet zo’n grote vorm aangenomen als nu, maar diefstal was er natuurlijk wel. Vanaf het terras van de Roode Leeuw kon je soms drie gearmde mannen de Bijenkorf uit zien lopen: bedrijfsrechercheurs met een gearresteerde winkeldief in hun midden.

Direct-klaar-foto’s
Behalve de Bijenkorf zat er nog meer middenstand op het Damrak. Op 25 de bruin- en witgoedwinkel Duyvené & Remmers met, zoals in de jaren vijftig en zestig gebruikelijk, ook een grammofoonplatenafdeling. De winkel was in 1958 door niemand minder dan de Duitse tenor Rudolf Shock (Du bist die Welt für mich) geopend.
Een andere chique naam was Meyjes & Höweler op 19-22. Die deed in kachels, haarden en huishoudelijke artikelen. Begin jaren zestig werd de winkel gerenoveerd. Voor de heropening bedacht men een stunt. De vrouw die op die dag trouwde en de afgelopen jaren het meest door pech en tegenslag was achtervolgd, mocht gedurende vijf minuten gratis artikelen uitkiezen. Alles werd vastgelegd op ‘direct-klaar-foto’s’ – een noviteit, lezen we in De eeuw van Blokker. Het was deze winkelketen die Meyes & Höweler in 1980 opkocht. Toen was de ooit majestueuze winkel al teruggevallen op louter huishoudspullen en souvenirs.
Een trekpleister voor journalisten, beursmensen en boekenliefhebbers in het algemeen was de winkel van Allert de Lange naast bioscoop Cineac –destijds een van de weinige boekwinkels met gekwalificeerd personeel. Allert de Lange was voor de oorlog al bekend als uitgever van exil-literatuur. Els Snik beschrijft in haar boek Waar het me slecht gaat is mijn vaderland hoe auteur Joseph Roth in 1936 met een gastenbootje van het Eden Hotel in de Warmoesstraat het water achter het hotel overstak om naar zijn uitgever Allert de Lange te gaan. Hij vond de Warmoesstraat te druk met ‘pinda lekka lekka’ schreeuwende Chinezen en opdringerige dames van lichte zeden. Allert de Lange hield het nog tot 1993 uit, maar ging toen failliet vanwege teruglopende omzetten door wat de verpaupering van het Damrak werd genoemd.
Die neergang was dus al in 1963 begonnen. Parkeerproblemen en verkeersoverlast werden nijpend. Begin 1964 kwam de eerste parkeermeter op het Damrak. De Bijenkorf kreeg een gebenedijde positie met zijn parkeergarage, maar raakte in de jaren zestig toch klanten kwijt door de ontvolking van de stad.

Goedkope ‘autocarreizen’
Bedrijven die een connectie hadden met het scheepvaartwezen of de toeristenbranche konden het nog wel bolwerken op het Damrak. De eerste backpackers konden terecht bij American Express, maar het populairste reisbureau was in 1963 nog steeds het vooroorlogse Cebuto.Op 6 juli  adverteerde het dan dertig jaar oude reisbureau in Het Parool met de kopregel: “Een gezellige compleet verzorgde autocarreis nu goedkoper dan een individuele vakantiereis!”Vier dagen Rijn en Eifel kostten ƒ77,- en acht dagen Luxemburg ƒ146,-.
Dagbladredacteuren van de Nieuwezijds konden in de inloopwinkels (een nieuw woord) van Van Gelderen en Univers buitenlandse bladen kopen als The Sunday Times, The Observer, Time, Newsweek, Paris Match, Le Monde, Frankfurter Allgemeine Zeitung, het Duitse satirische blad Pardon en de Amerikaanse Mad. Ook het Polygoonnieuws van Cineac toonde nieuwigheden uit het buitenland, zoals minirokken, het fenomeen The Beatles en het toppunt van ruigheid The Rolling Stones.
We hadden natuurlijk op muziekgebied ook al het een en ander meegemaakt. In 1954 speelde Lionel Hampton met Hey! Ba-Ba-Re-Bop de Apollohal plat en in 1956 gingen de bioscoopstoelen eraan bij de vertoning van Rock Around the Clock met Bill Haley. Chubby Checker probeerde het begin jaren zestig nog eens in Twist Around the Clock, een slap aftreksel van Haley’s hit. Maar de film gaf voldoende reden om in Krasnapolsky de Nationale Twistkampioenschappen te organiseren, met als winnaars Saskia de Jong (17) en de Surinamer H. Tolloway (26) uit Amsterdam. De organisatie was in handen van de toen nog onbekende Vara-radioprogrammamaker Jan Nagel. Hij zag in de twist een sportief element. Vandaar zijn idee om de 23 meestal in vetlederen twistbroek gestoken paren “net als in de Tour de France” om een trui te laten strijden.
De Rode Loper liep in 1963 brandplekken en de eerste vetvlekken op. De bouwvakkers- en provorellen lieten echter nog jaren op zich wachten. De steentjes lagen nog stevig verankerd in het plaveisel van het Damrak, maar de tijden van verandering kondigden zich al aan.
[naschrift] Dolf Hell was van 1959 tot 1966 economieredacteur bij Het Parool.