Nummer 5: Mei 2013


05 2013 artis afficheDe kinderboerderij mag met enig recht het hart van Artis worden genoemd. Want dáár begon Artis in 1838, in de tuin van de voormalige buitenplaats Middenhof. Nu is Artis alweer 175 jaar een van de bijzonderste plekken van Amsterdam. Wij nemen u mee: van August Allebé tot Zoölogisch Museum.

A
Natura Artis Magistra is de volledige naam van de 175-jarige dierentuin Artis: de natuur is de leermeesteres van de kunst. Er zijn weinig kunstenaars die dat zo duidelijk in praktijk hebben gebracht als de schilder August Allebé (1838-1927), directeur van de Amsterdamse Rijksacademie van beeldende kunsten. Hij had de liefde voor Artis gemeen met beeldhouwer Jaap Kaas (1898-1972). Zijn tijger en leeuw in de Plantage Middenlaan zijn bekend. Maar de bekendste beelden zijn gemaakt door reptielenverzorger Boudewijn Bollee: twee dinosaurussen. 

B
In 1867 werd de Artis Bibliotheek geopend, “een bouwwerk dat een van ’s werelds belangrijkste biohistorische collecties herbergt”, aldus Boudewijn Büch in 1984. Het werd ontworpen door ‘huisarchitect’ Gerlof Salm (1831-1897), die ook tekende voor ledenlokalen, aquarium, roofdierengalerij. In de bibliotheek staat een borstbeeld van Dick Hillenius, bioloog, schrijver en tot zijn dood in 1987 conservator van het Zoölogisch Museum. Hij woonde er vlak achter, in een van de huizen in chaletstijl, ontworpen door Salm.

C
Het huidige Chimpanseeverblijf dateert uit 1954. Een jaar of twintig geleden werd het heringericht en via een brug verbonden met een buitenverblijf. Apen zijn misschien wel de meest geliefde dieren; in Artis vind je makaken, slingerapen, gibbons, gorilla’s, mandrillen. Hun populariteit heeft vast te maken met hun gelijkenis met de mens. Zo schreef Adriaan Morriën (1912-2002) over chimpansee Pino: “Het was alsof wij, in mijn fantasie, familie van elkaar waren. Want waarom zou ik niet een kleine chimpansee als kleinzoon kunnen hebben?”

D
De allereerste directeur, enigszins uit de geschiedenis weggemoffeld, was Reindert Draak. Hij was suppoost in het Burgerweeshuis en een begenadigd preparateur. Op verzoek stelde hij zijn preparaten in 1837 ten toon in de Nieuwe Stadsherberg aan de Plantage Middenlaan. Draak werd in 1838 directeur van het net opgerichte Artisgenootschap. Ontslag volgde al na een paar jaar, omdat hij, naar verluidt, de alcohol bestemd voor de conservering van dode dieren, voornamelijk aanwendde voor eigen gebruik. Mede-oprichter Gerard F. Westerman volgde hem op.

E
De entree van Artis kwam in 1850 op de huidige plek te liggen. Erachter ligt de Papegaaienlaan in het verlengde van de Henri Polaklaan en zo genoemd vanwege de – inmiddels verdwenen – papegaaien. Het stratenplan van de Plantagebuurt is in de tuin nog altijd goed te herkennen. Criticus Kees Fens bekende in 1999: “Voor mijn geluk had ik niet meer nodig dan de Papegaaienlaan, de laan van de vermoedens.” Vóór 1850 lag de ingang aan de Plantage Middenlaan; de bezoekers aan ‘de apentuin’ werden direct na binnenkomst door aapjes verwelkomd.

F
Feest is en was het regelmatig in Artis. Van oudsher is er de muziek. Tussen 1850 en 1936 werd in de muziektent (waar nu de Weidevogelvolière staat) op zondagmiddag en in de zomer ook op woensdagavond gemusiceerd. “Deze Artis-concerten hebben overigens tot heel wat verlovingen geleid”, liet Henriëtte Boas ons in 1987 weten. In het Plantagecafé Eik en Linde (later Wolvenhuis) werd net nadat het door Artis was aangekocht in 1863 het 25-jarig bestaan van de dierentuin uitbundig gevierd.

G
Groen is Artis ook, met de vele perkjes, bloemen, tuinen, plantenkassen, bomen, zoals de zogenoemde Heimans-eik, een enorme zomereik (naast het buitenverblijf van de chimpansees) en een meer dan 150 jaar oude rode beuk (bij de bibliotheek). In 1863 werd een Franse tuin aangelegd, om onduidelijke redenen Hollandse Tuin genoemd. De parkaanleg van Artis als geheel is overigens meer Engels. In 1891 werd in de Hollandse Tuin het monument voor oprichter Westerman onthuld; de vier beelden op de hoeken symboliseren de seizoenen.

H
Boven het aquarium bevindt zich het Heimans Diorama, genoemd naar schoolmeester-bioloog Eli Heimans (1861-1914): “Artis is toch maar ’t mooiste, wat er op natuur-historisch gebied in ons land bestaat.” Het diorama is in 1926 vervaardigd door preparateur Paul Steenhuizen (1870-1940) en beeldt een duinlandschap uit met tal van opgezette vogels en zoogdieren. Het inspireerde Tom van Deel tot een gedicht (1975) dat zo eindigt: “Hier is tot staan gekomen / wat zich meest verzette. / Al gaat het / leven door, het leven blijft eruit.” 

I
De Ibisvolière was ooit de woning van de familie J. Masman, een gebouwtje dat Artis in 1868 aankocht om er vogels, onder andere ibissen, in te huisvesten. De voormalige slaapkamertjes deden in de Tweede Wereldoorlog dienst als onderduikadres. Artis herbergde naar schatting enkele honderden onderduikers, oogluikend toegestaan door directeur (1927-1953) Armand Sunier. Maarten Frankenhuis, directeur van 1990 tot 2003, publiceerde in 2012 een fictief verhaal over Alfred, een Duits-Joods jongetje dat bijna drie jaar in Artis onderduikt.

J
In 1981 kwam de Japanse Stenentuin tot stand, ontworpen door Wim Tap, in 1998 herzien en uitgebreid. In een hoekje staat een monument voor een leerling van Linnaeus, de Zweed Petrus Artedi, in 1735 in Amsterdam verdronken. Het Boeddhabeeld werd in 1872 uit Japan overgebracht door kapitein M.J.B. Noordhoek Hegt. Het wordt geflankeerd door twee Japanse tuinvazen. Niet ver hiervandaan staat nog een bronzen bodhisattva, ook uit de 18de eeuw en naar hier gebracht door Noordhoek Hegt.

K
De derde directeur van Artis, van 1890 tot zijn overlijden in 1927, was Coenraad Kerbert. In 1929 werd het naar hem genoemde leeuwenterras geopend, gebouwd naar voorbeeld van de Freianlagen van Karl Hagenbeck (1844-1913): natuurlijk ogende verblijven met zo min mogelijk tralies of gaas. Bij zijn 25-jarig jubileum in 1915 kreeg Kerbert een liber amicorum waaraan 62 kunstenaars meewerkten, onder wie Allebé en Kaas. In 1990 verplaatste men zijn grafmonument van de Oosterbegraafplaats naar Artis. 




L

“Een leeuw is eigenlijk iemand / die bang is voor niemand”, dichtte De Schoolmeester anderhalve eeuw geleden. Van Jan Mens is deze observatie uit 1939: “De leeuwen op het Kerbert-terras lagen als smerige dotten poetskatoen in het woestijnzand.” De eerste leeuw kwam in 1839 uit de menagerie van Cornelis van Aken. De jongste leeuwtjes zijn Kianga (2011) en Kacela (2012). Leeuwen kunnen in gevangenschap wel twintig jaar worden. Er bestaat in Artis de mogelijkheid een dier te adopteren. De leeuw is geadopteerd door ING. 

M
De geliefde olifant Murugan was een cadeautje uit India in 1954. Hij overleed in 2003. De eerste olifant was Jack in 1839 , die aan aanvallen van razernij leed en tien jaar later moest worden neergeschoten. De schilder Conradijn Cunaeus vereeuwigde hem. Een geliefde aap was orang-oetan Sultan, geportretteerd vlak na zijn dood in 1914 door oppasser-beeldhouwer Piet Böhnecke. Ook nijlpaard Tanja was zeer geliefd, in 2009 op bijna 50-jarige leeftijd overleden. Ze bleef in Artis – in opgezette vorm. 

N
Nooit meer Artis, daar moet je niet aan denken. Toch heeft het er soms naar uitgezien dat Artis het niet zou redden. Net voor de oorlog bijvoorbeeld, toen het Artis Reddings Comité werd opgericht. Dankzij verkoop van grond, gebouwen, verzamelingen kon men het hoofd boven water houden. Begin jaren zeventig werd de situatie weer precair. Mede door de hulpactie ‘Artis moet blijven’ was het gevaar geweken toen directeur Ernst Jacobi (1908-1994) in 1973 de tuin overdroeg aan Bart Lensink (1925).

O
Sensationele ontsnappingen uit Artis zijn zeldzaam, maar waren er wel. In november 1982 belde een kroegbaas in de Plantage: er stond een pinguïn voor de tapkast. Begin jaren negentig maakte een kangaroe een nachtelijke wandeling over de Plantage Doklaan. De in oktober 2006 ontsnapte pelikaan ‘Snelle Pelle’ werd pas drie maanden later teruggevonden in Hindeloopen. Hij had meer geluk dan een in 2011 ontsnapte soortgenoot, die een klap van een Duitse windmolen kreeg. Veel vaker komt het voor dat er apen en aalscholvers binnen de tuin rondbanjeren. Tragisch was het lot van neushoorn Faroeh in 1954. Buiten zijn hok raakte hij de kluts kwijt. Schoten uit verdovingspistolen werden hem fataal. 

P
A.F.J. (Frits) Portielje was ‘inspecteur van de levende have’, maar werd in zijn tijd – hij was van 1906 tot 1952 in dienst van Artis – meer dan eens aangezien voor de directeur. Portielje was ‘de stem van Artis’, razend populair door zijn radiopraatjes, rondleidingen, boeken. Ook ontwierp hij. Bijvoorbeeld de Uilenruïne uit 1922, met delen van Slot Brederode. De autodidact Portielje ontving voor zijn studies over diergedrag een eredoctoraat. In 1965 overleed hij.

Q
Israël Querido is een van de vele auteurs die over Artis schreven. Een aantal woonde in de buurt, zoals Bertus Aafjes, Sal Santen, Adriaan Morriën en Siegfried van Praag (in 1982): “Voor mij is de kern van de Plantage Artis geweest en gebleven.” Een tweede categorie zijn schrijvers die Artis voor hun studie bezochten, onder anderen Simon Vestdijk, Midas Dekkers en Andreas Burnier (1965): “Elke Amsterdams opgeleide medicus ruikt mest en buffelbronst als hij aan zijn zorgeloze jeugd terugdenkt.” Colleges werden gegeven in gebouw De Volharding uit 1888.

R
De populariteit van Portielje werd later geëvenaard door Han Rensenbrink (1928-1989), maar toen waren we al beland in het televisietijdperk. Hij was hoofd van de educatieve dienst van Artis. Bekend werd hij door zijn televisieprogramma Wie wil er mijn marmotje zien, dat de NCRV uitzond van 1955 tot 1960, waarin de altijd aimabele Rensenbrink kinderen en hun huisdieren ontving. Hij maakte ook grammofoonplaten, zoals Een wandeling door Artis met Han Rensenbrink.


In de begintijd was Artis eigenlijk alleen toegankelijk voor de welgestelde leden, die de tuin gezamenlijk financierden. Niet-leden mochten alleen in september naar de (aanvankelijk nog zeer bescheiden) dierentuin. Vanaf 1851 werden de regels langzaam versoepeld, waardoor in elk geval in september steeds meer mensen de tuin konden bezoeken. Ruim anderhalve eeuw later telt Artis ruim 83.000 leden en jaarlijks meer dan 1,2 miljoen bezoekers. Nog steeds is september kortingsmaand.


De toekomst van Artis is er een van verdere vernieuwing. In 2005 werd het Artis Masterplan opgesteld. Twee operaties springen in het oog: de roofdierenverblijven gaan naar de noordwestkant en komen bovenop de parkeergarage, die ondergronds duikt. En in de hoek van de Plantage Middenlaan/Kerklaan komt een vrij toegankelijk Kennisplein, inclusief microZOO over de wereld van micro-organismen. Dan opent ook het Groote Museum (van de biodiversiteit) aan de rand van het plein haar deuren boven de Tijger- en Koningszaal.


Artis is een geliefd uitje. Hoevelen zijn hier niet met schoolreisje geweest? Onderwijzer Theo Thijssen schreef (De gelukkige klas, 1926): “Na ’t speelkwartier had ik het al flink te pakken van Artis: in plaats van geschiedenis – wat kon mij en de kinderen op dat moment nou geschiedenis schelen – ben ik van Artis gaan zitten vertellen.” Wekelijks zitten, liggen en staan tientallen kinderen te tekenen, begeleid door medewerkers van de in 1987 opgerichte Artis Ateliers. 


Voor miljoenen Nederlanders waren de Verkadealbums een inspiratiebron om nader kennis te maken met de natuur en met Artis. Vijf van de 35 albums gaan over Artis en werden geschreven door Frits Portielje, andere door Jac. P. Thijsse. Een van de illustratoren was Jan Voerman jr. De albums verschenen tussen 1903 en 1945 en tussen 1965 en 1995. In het Verkadehuisje werden plaatjes geruild: “Ons album moet vol, en dat kan met gemak, / Verkade zorgt daarvoor dank zij zijn gebak.” (1913)

W
Boekhandelaar/drukker/uitgever dr. Gerard F. Westerman (1807-1890) richtte op 1 mei 1838, samen met commissionair Johann Werlemann (1807-1877) en horlogemaker Jan Wijsmuller (1806-1882) het Genootschap Artis Natura Magistra op. Doel: “het bevorderen van de kennis der natuurlijke historie op eene aangename en aanschouwelijke wijze”. In 1839 werd de menagerie van Cornelis van Aken aangekocht, waardoor Artis onder andere leeuwen, tijgers, beren, lama’s en een olifant (Jack) in haar bezit kreeg en moest uitbreiden. Westerman was van 1843 tot zijn dood directeur. 

X
X (tien) dieren. Tekenaar Willem Hekking jr (1825-1904) vereeuwigde veel van de (historische) dierenverblijven. Een keuze: kookaburra (in het Vogelhuis, oorspronkelijk uit 1852 en 1910); pelikaan (vijvers, overblijfselen van de tot 1866 druk bevaren Nieuwe Prinsengracht); kuifmakaak (Minangkabause Huisje, 1916); zwartvoetpinguïn (Pinguïnverblijf, 1961); olifant (Olifantenverblijf, 1974); fennek (Kleine Zoogdierenhuis, 1977); wandelende tak (Insectarium, 2005); atlasvlinder (Vlinderpaviljoen, 2006); Chinese wolhandkrab (Amsterdamse gracht, Aquarium, 1882); zebra (Afrika Savanne, 2010). 

Y
Op de Zuid-Amerikaanse pampa in Artis loopt de grote miereneter, de yoeroemi of yurumi, dat ‘kleine mond’ betekent. Zijn voedsel – mieren en termieten – is klein genoeg om ‘op te zuigen’ en direct door te slikken. “God schiep als een voorbeeldig dier / de nijvre mier. / Zijn tweede schepping was nog beter: / de miereneter”, wist Alfred Kossmann in 1969. Vlakbij staat de lama, over wie Simon Carmiggelt in 1961 schreef: “Als u het mij vraagt, leeft hij al jaren in de veronderstelling, dat de leiding van Artis bij hém berust.” 

Z
In feite begon Artis als Zoölogisch Museum al een jaar voor de officiële oprichting met Reindert Draaks expositie van opgezette dieren en dieren op alcohol in 1837. De collectie verhuisde eerst naar het ‘Hoofdgebouw’ of ‘Groote Museum’ (in 1855 geopend, in 1947 gesloten) en vervolgens het Aquariumgebouw.Voordat we Artis verlaten, gaan we nog even langs het Planetarium, in 1988 heropend door koningin Beatrix, ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van Artis.

Ko van Geemert is journalist.