Nummer 10: Oktober 2011 - Wandeling langs het Nieuwe Meer


Wandeling Huis te Vraag en Jaagpad langs Nieuwe Meer

Stadsranden zijn altijd boeiend, maar
zelden idyllisch. Het gebied rond het102011_wandeling
Nieuwe Meer, aan de zuidwestrand van de stad, is beide. Een ontdekkingstocht onder de rook van stad en luchthaven. Wandel mee!

Tekst: Peter van den Berg

Stadsranden zijn boeiende zones. Als uitlopers van de stedelijke hectiek gaan ze een verbond aan met natuuruitingen, die veelal een anarchistisch karakter hebben. Ongepland, maar daarom des te mooier. Zo heeft begraafplaats Huis te Vraag aan de zuidwestrand van Amsterdam zich ontwikkeld tot een natuurtuin. Daarvandaan loopt het aloude Jaagpad langs de Schinkel en het Nieuwe Meer. Een wandeling vol idyllische rust onder de rook van stad en luchthaven.

Een oude vriendin, die bij de allang gesloten begraafplaats woonde en tijdelijk sleutelbewaarder was, had hem er terloops op gewezen. Hij twijfelde, maar toen hij het smeedijzeren toegangshek aanraakte, versteende hij en wist hij het. Hier zou hij de rest van zijn leven slijten. Het was voorjaar 1987, bijna 25 jaar geleden.
We staan voor dit monumentale hek van de in 1962 gesloten begraafplaats Huis te Vraag (1) aan de Rijnsburgstraat 51 in Amsterdam-Zuid. “Een kaal kerkhof, een landje van niks en een huis als een ruïne.” Zo trof Leon van der Heijden (73) de situatie in het voorjaar van 1987 aan. In zijn boek Huis te Vraag als wereld (2007) vertelt de conservator van de dodenakker hoe hij bij zijn sollicitatie werd gewaarschuwd. “Het gebouw is afgeschreven, we steken er geen cent meer in, de kans is groot dat ze het over vijf jaar platgooien en de begraafplaats opruimen.”
De aula verkeerde inderdaad in een deplorabele staat, herinnert Van der Heijden zich. “Binnen sloeg de klamme damp in mijn broekspijpen omhoog. Het was kil, donker en vochtig. De bovenste helft van de boogvensters was dichtgetimmerd met zwarte zinkplaten en er zaten tralies voor de kapotte ramen. Wat de grote zaal moest heten, had nu iets weg van een locatie van een horrorfilm van Polanski.”
Het heeft jaren geduurd voordat Huis te Vraag, een wonderlijk labyrint van paden en graven omgeven door buxusstruiken en vooral klimop, eruit zag zoals nu. Van der Heijden, die ook kunstschilder, schrijver en filosoof is, woont samen met zijn vrouw Willemijn in de voormalige aula. Hij noemt zichzelf de ‘Bewaker van de Stemming’ en heeft het mogelijk gemaakt dat het kerkhofje al die jaren heeft standgehouden tussen de oprukkende autowegen en kantoorgebouwen.

Gedenk het leven
Huis te Vraag (open ma-za 11–17 en zo 11–14 uur) ligt op de plek van het uit de 17de eeuw stammende patriciërshuis De Vraag. Hier zou keizer Maximiliaan van Oostenrijk, toen nog groothertog, in 1486 de weg gevraagd hebben naar de Heilige Stede: de Nieuwezijds Kapel die was gebouwd na het Mirakel van Amsterdam in 1345. Het buitenhuis is gesloopt in de 19de eeuw en maakte eerst plaats voor een scheepswerf. Later, in 1891, werd de huidige protestantse begraafplaats aangelegd. Om wegzakken van de zerken in de drassige veengrond te voorkomen werd de bodem drie meter opgehoogd, waarvoor 50.000 kubieke meter zand uit Muiden werd aangevoerd.
Op de begraafplaats staan tegenover de beheerderswoning twee zuilen van de in 1772 afgebrande Stadsschouwburg, die in 1665 werd gebouwd aan de Keizersgracht. De ene zuil draagt de tekst Memento Mori (Gedenk te Sterven), de andere Memento Vitae (Gedenk het Leven). Hoewel ze de toegangspoort vormen van de gedenktuin, vallen ze nauwelijks op door de begroeiing, al wordt het kapiteel tussen de zuilen zorgvuldig vrijgehouden van klimop.
Er liggen op Huis te Vraag officieel 16.000 doden, maar eigenlijk zijn het er meer: in de oorlog werden hier stiekem gestorven onderduikers achtergelaten. Toen de gemeente de dodenakker in 1962 sloot, volgde al snel verloedering. In de loop der jaren zijn er met regelmaat vernielingen aangericht en ornamenten en sculpturen ontvreemd. De vroegere tuinman, ontgoocheld vanwege de ontmanteling van zijn werkplek, ging in de aula schapen en kippen fokken. Er is jarenlang gif in de tuin gestrooid, waardoor vrijwel alle groen wegkwijnde en er niet veel meer overbleef dan een zandverstuiving. Pas vele jaren later revancheerde de natuur zich en keerde het groen aarzelend terug. “Ik begon vanuit het niets, zoals een schilder op een leeg doek”, schrijft Van der Heijden.
Hij is lang bang geweest dat de begraafplaats zou worden opgedoekt. Maar het tij is gekeerd. Ook na het aflopen van de laatste grafrechten in september 2012 blijft Huis te Vraag onaangetast. Door de status van gemeentelijk monument is het voortbestaan gegarandeerd. “We blijven,” weet zijn vrouw Willemijn, trots en vastberaden na bijna een kwart eeuw toegewijde arbeid.

Verzet tegen sloop
Na een uitgebreid bezoek verlaten we het kerkhof. Op de Rijnsburgstraat gaan we naar links en slaan direct weer linksaf het Spijtellaantje (2) in. Op de hoek, nummer 75, staat een enkele jaren geleden fraai opgeknapt pand. Het is de vroegere ‘villa’ van Spijtel, de eigenaar van de scheepswerf aan de Schinkel. Hierachter ontwaren we vier eenvoudige arbeidershuisjes die als het aan de corporatie en het stadsdeel had gelegen, allang gesloopt hadden moeten zijn. Verzet van (buurt)bewoners heeft sloop steeds kunnen voorkomen. Rechtsom komen we in de Generaal Vetterstraat, waar in 1965 al een woning werd gekraakt. Het was de eerste kraakactie in Amsterdam die internationale publiciteit kreeg.
Terug in de Rijnsburgstraat, die tot 1973 nog Sloterweg heette, gaan we rechtsaf naar het begin van het Jaagpad. Voor ons zien we kantoorkolos De Schinkel, die het water van de Schinkel aan het oog onttrekt. Ook het begin van het eens zo fameuze Jaagpad (3) is maar met moeite te ontwaren (let op, direct na de begraafplaats rechtsaf, niet doorlopen tot de Schinkel). Ooit stond op beide hoeken uitnodigend een café, maar nu is het begin van dit voetgangerspad slechts 3,5 straatsteen breed. Bij het bereiken van de Schinkel doemen links de woonboten op, die in de loop der jaren steeds luxueuzer en hoger zijn geworden, waardoor de wandelaar nauwelijks nog zicht heeft op het water.
Doorlopend krijgen we uitzicht op een blauwe ophaalbrug, de Riekerhavenbrug (4), een echt baken. Op warme zomerdagen sprongen in de jaren vijftig en zestig waaghalzen vanaf deze brug de Schinkel in. De sierlijke oeververbinding uit 1942, nu alleen voor voetgangers en fietsers, is een ontwerp van de bekende Amsterdamse bruggenbouwer Piet Kramer. Daarnaast ligt de Uiverbrug uit 2003, genoemd naar een KLM-vliegtuig dat in 1934 deelnam aan een luchtrace. Het toestel was geheel van aluminium, deze brug grotendeels ook.
Links over het water doemen de vier lichtmasten op van het Olympisch Stadion, een schepping van architect Jan Wils. Het stadion ziet er na renovatie weer net zo uit als in 1928. Het werd op 13 mei 2000 feestelijk heropend met vuurwerk, juist op het moment dat zich in Enschede de vuurwerkramp voltrok.

Vleugje Rembrandt
Rechts van het Jaagpad voor de sluis zien we karakteristieke fabrieksbebouwing. In het laatste complex aan de Pilotenstraat, grenzend aan Sportpark Jaagpad, was fietsenfabriek Simplex (5) vanaf 1953 ondergebracht. Eerder (sinds 1897) was dit bedrijf gevestigd aan de Overtoom. Na de sluiting van Simplex in 1965 heeft de zuidzijde van de fabriek een nieuwe voorgevel gekregen, maar de oude contouren van het gebouw (met name de driehoekige daken) zijn nog steeds herkenbaar.
Heel wat Amsterdamse mannen en vrouwen die pal na de oorlog zijn geboren, zullen zich herinneren dat op de plek van de huidige tennisbanen de vakantieschool van de katholieke stichting Licht en Lucht werd gehouden. Tijdens de zomervakantie stonden er grote tenten waar de kinderen zich moesten melden. Het motto was daarna onder toezicht ravotten, kuilen graven, voetballen, hoepelen en bij regen: zingen. En iedere dag een halve liter melk, want ‘Melk is goed voor elk’.
We komen uit bij de sluis van het Nieuwe Meer (6), ook wel Schinkelsluis genoemd. De sluis (volgend jaar 70 jaar oud) is in 1942 in gebruik genomen ter vervanging van de oude Overtoomse Sluis bij het Surinameplein. Tot in het najaar kan het er een drukte van belang zijn met veel plezierbootjes.
We gaan verder richting Schinkelbrug (7), een stuk van de wandeling waar de verkeersoverlast aanzienlijk is. De verbinding bestaat uit vier bruggen die naast elkaar liggen. De brug, onderdeel van de Ringweg van Amsterdam, werd geopend in 1972 en heeft tweemaal vier rijstroken. Tussen beide verkeersbruggen liggen nog twee oeververbindingen voor metro en trein.
Even later, als we de bruggen achter ons hebben gelaten, wordt het rustig, erg rustig voor Amsterdamse begrippen. De vergezichten worden ruimer. Lopend over het wandelpad van het Nieuwe Meer (8) zien we in de verte het Amsterdamse Bos, in de crisisjaren aangelegd door Amsterdamse werklozen. Een gedenkteken in de vorm van een houten kruiwagen op de Grote Speelweide is ontworpen door Leon van der Heijden. Hier aan de waterkant van het Nieuwe Meer begeeft de wandelaar zich in een andere wereld, wordt het kabbelen van de golven hoorbaar en zijn vele watervogels te zien en te horen. Op twee plekken waar bomen hun zijtakken tot in het water hebben laten neerdalen, is het zeker zomers vaak vechten voor een plaats op een van de vier zitbanken. Wie op deze plek over het Nieuwe Meer kijkt en de indrukken van stilte, water, lucht, vogels en wolkenpartijen op zich laat inwerken, waant zich in een decor van een doek van Rembrandt.

Oeverlanden gekraakt
Even verder maakt het Jaagpad een bocht naar rechts om het volkstuincomplex heen. Tot 1956 liep het pad rechtdoor, maar door zandwinning in een deel van de Riekerpolder voor de ophoging van de Westelijke Tuinsteden is het Nieuwe Meer aanzienlijk vergroot. Een deel van het Jaagpad verdween, evenzo de uitspanning Opoe. Ook de 320 jaar oude Riekermolen is bij deze ingreep ontmanteld en pas veel later verplaatst naar de huidige standplaats aan de Amstel bij café-restaurant Klein Kalfje.
Even verderop betreden we bij een afslag naar links het natuurgebied de Oeverlanden via het Anton Schleperpad (9). Schleper (1945-1993) was met Henk Gerritsen (1948-2008) de oprichter van Vereniging ‘De Oeverlanden Blijven!’ die zich inzette voor het behoud van het gebied, dat ligt ingeklemd tussen de A4 en het Nieuwe Meer.
De Oeverlanden hebben pas in de jaren vijftig en zestig hun huidige vorm gekregen. Na de zandwinning uit de Riekerpolder ontstond een geïsoleerde zone. Dat isolement werd nog versterkt door de aanleg van de A4 (Nieuwe Haagseweg) eind jaren zestig. Het terrein werd een crossstrook voor auto’s en motoren, aannemers stortten er illegaal grote hoeveelheden puin en homoseksuele mannen zagen er een ideale ontmoetingsplaats in. Amsterdam dumpte op grote schaal verontreinigde grond in het Nieuwe Meer. De aftakeling van de Oeverlanden leek een argument om de strook zo snel mogelijk te bebouwen.
Zover is het niet gekomen. Honderden vrijwilligers hebben zich vanaf begin jaren tachtig ingezet om de verloedering een halt toe te roepen. In 1983 zijn de Oeverlanden ‘gekraakt’ en op een dag werden vier vuilnisboten en vijf vrachtwagens gevuld met afval dat er in al die jaren was gedumpt. Heden ten dage zijn de Oeverlanden een belangrijk recreatiegebied voor Nieuw Sloten, Zuid en een deel van de Westelijke Tuinsteden. De bodem bestaat uit klei, zand en veen, een schatkamer voor planten en tientallen soorten vogels. Een uniek natuurgebied vlakbij de grote stad en Schiphol, maar de dreiging van aantasting blijft voortdurend bestaan, benadrukt de vereniging.
We lopen langs de oever van het Nieuwe Meer en staan dan oog in oog met vijf Schotse hooglanders die hier al jaren de weides begrazen. Verder in westelijke richting lopen we over een veerooster en komen via een kort pad rechtsaf uit nabij de kruising Anderlechtlaan-Oude Haagseweg. In de verte zien we hotel Mercure: ruim vijftig jaar geleden een van de eerste motels in Nederland.
Langs deze autoweg gaan we linksaf en lopen voorbij het kruispunt in de richting van de brug over de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Dit stuk Oude Haagseweg (10) is in een halve eeuw nauwelijks veranderd. In de zomer grazen er nog koeien in een resterend weitje. Op een mooie lentedag begin jaren zestig tuften hier honderden auto’s na een dagje ‘naar de bollen’. Bloemenslingers sierden motorkap en bumpers. Nu is hier op sommige momenten de enige snelweg in Nederland zonder rijdende auto’s te bewonderen. De aanleg van de A4 heeft deze oude uitvalsweg overbodig gemaakt.
Wie nog wil doorlopen vanaf de brug over de Ringvaart, verlaat het talud rechts van de brug en loopt via de Ringvaartdijk naar het oude dorp Sloten. Pak in Nieuw Sloten op de Antwerpenbaan tramlijn 2 richting stad. Ook aan de Oude Haagseweg zijn er diverse bussen terug te nemen.

P. van den Berg is journalist.