Nummer 7-8: Juli-Augustus 2008



Diamantairs op Achtergracht
Nieuwe Achtergracht is historisch hart diamantindustrie
Tekst: Daniël Metz

07082008_DiamantBij de meeste Amsterdammers is de Nieuwe Achtergracht alleen bekend van de GG&GD, waar je een vaccinatie gaat halen als voorbereiding op een exotische reis. Dat deze gracht ooit het centrum vormde van een voor Amsterdam zeer belangrijke bedrijfstak, namelijk de diamantindustrie, zullen weinigen zich realiseren.
De Nieuwe Achtergracht is een weinig opvallende gracht, gelegen tussen de Amstel en de Muidergracht, ter hoogte van Carré. De Roetersstraat en de Weesperstraat snijden er dwars doorheen. Deze twee straten hebben, onder het mom van stadsvernieuwing, grote veranderingen ondergaan. Afgezien daarvan is de bebouwing langs de Nieuwe Achtergracht grotendeels ongewijzigd gebleven. Hier bevond zich vanaf het midden van de 19de eeuw het centrum van de Amsterdamse diamantindustrie. De bedrijvigheid is nu helemaal verdwenen, maar de gebouwen vertellen nog altijd een boeiend verhaal van industriële ontwikkeling en maatschappelijke emancipatie.
Amsterdam gaat er prat op bijna 400 jaar dé diamantstad van de wereld te zijn geweest. Vanaf ongeveer 1600 was het de enige plek waar op grote schaal diamanten werden geslepen. Die geschiedenis loop vrijwel parallel aan de joodse aanwezigheid in de stad. Joodse immigranten die uit Spanje en Portugal waren gevlucht voor de inquisitie vonden in Amsterdam een veilig heenkomen. Zij waren bekend met de Portugese zeeroutes naar onder andere Goa in India. Diamant werd in eerste instantie alleen in India gevonden. Het duurde niet lang voordat Nederlandse koopvaarders zelf diamant gingen importeren uit Borneo en later uit Brazilië. Door de directe aanvoer kon Amsterdam uitgroeien tot de belangrijkste producent van geslepen diamant in de wereld.

Joodse negotie
De diamantnijverheid was bij uitstek een joodse negotie. Die situatie was ontstaan in de 17de en 18e eeuw. Ondanks het tolerante leefklimaat van Amsterdam konden joden geen lid worden van de gilden. Zij waren daardoor van veel beroepen uitgesloten. Een uitzondering werd gemaakt voor de diamantnijverheid, omdat, zo redeneerde het stadsbestuur in 1748, joden deze beroepstak zelf naar Nederland hadden gebracht.
Mogelijk had deze nobele beslissing ook een pragmatische kant. Veel joden leefden in die dagen in armoede. Wanneer hen het diamantvak zou worden afgenomen zouden velen terugvallen op de bedeling. Een zware last voor de stad. Om dat te voorkomen werd bij uitzondering het diamantvak geheel opengesteld voor joodse deelname. Op hun beurt zorgden joodse slijpers ervoor dat alleen geloofsgenoten tot het vak konden toetreden, waardoor de industrie grotendeels gesloten bleef voor niet-joden.
Diamantbewerking was een huisnijverheid. Een slijper had doorgaans één of hooguit twee slijptafels die met menskracht werden aangedreven. Pas in de 19de eeuw kwam daar verandering in. Vanaf 1822 werd door de introductie van paardenkracht schaalvergroting doorgevoerd. Een rad dat door paarden in beweging werd gebracht kon meerdere slijptafels aandrijven. Het gebruik van paarden bleek echter duur. In tijden van beperkte productiviteit woog de verzorging van de paarden zwaar op de balans. Het duurde dan ook niet lang voordat stoomenergie haar intreden deed. Voor de toepassing van stoommachines en grote fabrieksgebouwen was ruimte nodig. Die ruimte werd gevonden langs de Nieuwe Achtergracht.

Stadsuniversiteit
Een wandeling langs de Nieuwe Achtergracht geeft een goed beeld van de ontwikkeling van de diamantindustrie en toont tevens het belang dat deze bedrijfstak heeft gehad voor de stad. De wandeling begint aan de meest oostelijke kant van de gracht. Om daar te komen verzamelen we in de Plantage aan de Plantage Muidergracht. Tussen de panden op nummer en 20 en 24 ligt een brug over de Muidergracht. Voor de brug staat een informatiebord met daarop een plattegrond van alle universiteitsgebouwen die zich hier bevinden. Vanaf het eind van de 19de eeuw heeft de Universiteit van Amsterdam dit gebied stukje bij beetje in bezit gekregen. We gaan de brug over en blijven staan op de tweede brug die daar direct achter ligt. Hier hebben we een mooi zicht over de volle lengte van de Nieuwe Achtergracht. Alhoewel, het zicht wordt ons ontnomen door een fraai staaltje bouwkunde van de universiteit. Dwars over de gracht staat de tien verdiepingen hoge creatie van architect Norbert Gawronski. In de jaren zestig en zeventig dacht de 'stadsuniversiteit' haar plek in de binnenstad alleen te kunnen behouden door in grote volumes te bouwen. Het overbruggen van de gracht was één van de innovatieve oplossingen om veel oppervlak te creëren. Tegenwoordig heeft men meer oog voor de historische stadsstructuur. Er zijn prille geluiden om de bebouwing boven de gracht weer af te breken.
Links van de gracht ligt het Roeterseiland, vernoemd naar de zeventiende eeuwse regent en stadsbestuurder Hendrik Roeters. Dit eiland maakte deel uit van een preïndustrieel bedrijvengebied binnen de stadsmuren. De Amsterdamse grachtengordel is in de 17de eeuw aangelegd om de grote toestroom van welgestelde immigranten te accommoderen. Na enige tijd stopte de aanwas en de grachten ten oosten van de Amstel bleven onbebouwd. Langs deze grachten vestigden zich de grote ondernemingen van die dagen.
Op het Roeterseiland bevonden zich verschillende brandewijn-branderijen. Het restmateriaal van de branderijen was voor de varkens op het Varkenseiland. Verder waren er een grote glasblazerij en een ijzergieterij, op veilig afstand van de chique herenhuizen. Even verderop bevond zich bovendien de stadstimmertuin, die tegenwoordig als straatnaam nog bestaat. Het is dan ook niet verbazend dat de industrialisatie van de 19de eeuw in dit deel van de stad zijn eerste sporen heeft getrokken.

Samen één slijperij
Nadat we de brug zijn overgelopen, zien we links langs de gracht de façade van de oudste diamantslijperij van Amsterdam: de Diamantslijperij Maatschappij. Het complex bestaat uit meerdere gebouwen rond een binnenplaats. Het witgepleisterde gebouw achterop is het oudste deel van de fabriek. Het is in 1846 in gebruik genomen en is daarmee mogelijk het oudste fabrieksgebouw van de stad.
Tegen het midden van de 19de eeuw waren de mogelijkheden van stoomenergie in Nederland nog nauwelijks bekend. De eerste stoomtrein reed in 1839 tussen Amsterdam en Haarlem, maar de industriesector bleef afwachtend. Twee bedrijfstakken, de suiker- en de diamantindustrie, durfden als eersten het experiment aan te gaan. Om de risico's te dekken en om onderlinge concurrentie in deze overgangsfase te beperken besloten bijna alle toenmalige juweliers gezamenlijk tot de oprichting van de 'Diamantslijperij Maatschappij'. Alleen de juweliers Arons en Coster behielden concurrerende fabrieken.
Voor de bouw van een nieuwe fabriek werd een stuk grond gekocht op het Roeterseiland. De eerste fabriekshal telde 158 slijptafels en was dadelijk een groot succes. Een jaar later werd op het terrein een tweede hal gebouwd en later volgden er meer. Op haar hoogtepunt, in 1885, telde de slijperij 613 slijptafels, 430 zaagmachines en 10 snijderswerkplaatsen.
Wanneer we langs de façade lopen zien we de meest kenmerkende elementen van een diamantfabriek. Ten eerste het grote aantal ramen in de vijf verdiepingen tellende gevel. Bij het slijpen is optimaal gebruik van daglicht nodig. De arbeiders zaten zij aan zij aan weerszijde van een werkruimte met hun rug naar het raam (voor indirect licht). Tussen de twee rijen met werktafels liepen de aandrijfassen. Meer vloeroppervlak was niet nodig. Dat verklaart de lange en ondiepe bouwvolumes.
Een toegangspoort halverwege de gevel biedt toegang tot de beschutte binnenplaats waar de sfeer van industriële romantiek duidelijk voelbaar is. Voor we naar binnen gaan zien we boven de toegangspoort, waar op weinig subtiele manier de keilbouten van een eenvoudige luifel zijn aangebracht, nog vaag de naam 'Diamantslijperij Maatschappij'. De slijperij heeft tot begin jaren zestig dienst gedaan en is daarna in gebruik genomen door de universiteit, die er de subfaculteit Psychologie en collegezalen in heeft ondergebracht.
We lopen onder de hoogbouw van Gawronski door. In de Roetersstraat zit op nummer 170 het bekende filmhuis Kriterion. Dit was voorheen het hoofdkantoor van de Handwerkers Vriendenkring (HWV), een belangenvereniging voor handwerklieden en kleine zelfstandigen. Onder de leden waren veel diamantbewerkers. De vereniging kan worden gezien als een voorloper van de in 1894 opgerichte Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB). Terug op de gracht zien we bij de nummers 140-144 de naam Handwerkers Vriendenkring in geglazuurde tegels op de gevel. Deze zijde van hetzelfde gebouw is tegenwoordig omgebouwd tot appartementen. Op de plaats waar vroeger de ingang was naar de gehoorzaal, zit nu de nooduitgang van de bioscoop.
In het belendende pand, op nummer 134, verraden de ramen dat we hier weer te maken hebben met een voormalige diamantfabriek. Deze was van de gebroeders (Frères) Beniot en Jacques van Weerden, in samenwerking met S.E. Slijper (what's in a name!). Even verderop, op nummer 104, ligt vervolgens nog stoomdiamantslijperij De Eendracht van Coelho. Beide fabrieken zijn gebouwd in 1887. Dat had indirect te maken met de zogeheten Kaapse Tijd. In 1870 werden in Zuid-Afrika diamantmijnen gevonden, wat een hausse in de aanvoer en productie van diamant veroorzaakte. In Amsterdam werden in korte tijd duizenden nieuwe slijpers opgeleid. Tegelijk stegen, dankzij de sterke economie de lonen tot ongekende hoogte. Arbeiders en juweliers maakten zich los van de Diamantslijperij Maatschappij en begonnen eigen fabrieken; tientallen verspreid over de hele stad, met een grote concentratie rondom de Nieuwe Achtergracht.

Diamantclub Concordia
Een grote lantaarn in art-nouveaustijl siert de gevel van het vroegere hoofdkantoor van de Amsterdamse GG&GD. Tegenwoordig is de hoofdingang van deze dienst (nu GGD) één deur opgeschoven, naar het belendende pand waar eerder De Joodse Invalide haar onderkomen had. Dit grote functionalistische hoekgebouw is in 1937 door architect J.F. Staal ontworpen als ziekenhuis voor joodse patiënten met fysieke gebreken. Het was voor die tijd hypermodern. Patiënten konden met bed en al voor de grote openslaande ramen worden geplaatst om zon en frisse lucht hun genezende werk te laten doen.
Voor de komst van het ziekenhuis stond op deze plek een ander bijzonder gebouw, diamantclub Concordia. Hier kwamen de meest welgestelde diamantairs om een cognacje te drinken en sigaren te roken en natuurlijk om zaken te doen. Dat de sfeer niet altijd gemoedelijk was, valt af te leiden aan de bijnaam ‘het kinnesinnebeursje'. Zoals bekend, is ‘kinnesinne’ jiddisch voor afgunst. Het gebouw is in 1910 ontworpen door Harry Elte. De markante hoektoren met koepel is gekopieerd in de Diamantbeurs aan de overkant van het Weesperplein. Op oude foto's is te zien hoe deze twee torens een mooie toegangspoort tot de stad vormden. Concordia verloor al snel haar functie als sociëteit en is in 1934 afgebroken.
We steken de Weesperstraat schuin over naar de Nieuwe Achtergracht 17, het adres van de opvallende diamantfabriek van Benjamin Soep. De fabriek, gebouwd in 1906, was geheel op elektriciteit aangedreven en, nog een noviteit, het was één van de eerste gebouwen in Amsterdam dat met een betonskelet is vervaardigd. Om deze innovaties tot uitdrukking te brengen heeft architect Gerrit van Arkel Jugendstilelementen toegepast, waarmee het geheel een frisse en moderne uitstraling heeft gekregen.
In 1963 is het gebouw betrokken door de firma Gassan, die er opnieuw diamanten ging slijpen. Op het hekwerk voor de ramen van het souterrain zijn nog de initialen van de directeur Samuel Gassan te zien. De fabriek werd toen al opengesteld voor Japanse en Amerikaanse bustoeristen. Omdat dit op de gracht nogal wat problemen gaf is het bedrijf later verhuisd naar een grote diamantfabriek aan de Nieuwe Uilenburgerstraat.

Monumentale beurs
Aan de overkant van de gracht zien we op het Weesperplein de zijgevel van de Diamantbeurs. Vele jaren had de handel in diamanten plaatsgevonden in cafés en in gehuurde zalen. In 1910 werd uitgekeken naar een nieuw onderkomen dat de trots van de diamantstad zou uitstralen. Architect Gerrit van Arkel had zich bewezen en verwierf de opdracht. Het monumentale Jugendstilgebouw is sindsdien meerdere malen verbouwd, waarmee vele details verloren zijn gegaan. Naast de oorspronkelijke hoofdingang op het plein, direct onder het torentje, zien we nog twee tegeltableaus die ondubbelzinnig de functie van dit gebouw aanduiden. Links zien we een slijptafel waarop diamanten worden geslepen, rechts de Mercuriusstaf met dubbele slang, het symbool van de diamant-handel.
Om de hoek van het Diamantbeurs, aan de Sarphatistraat 47-55, was een speciaal filiaal voor de diamanthandel van de Amsterdamsche Bank. Geld transacties in de diamantsector waren een klasse apart. Veel gebeurde op basis van vertrouwen. Wanneer een handelaar dit vertrouwen schond, kon hij verdere participatie wel vergeten. Dit systeem heeft bestaan tot 1996, toen een grote fraude aan het licht kwam.
Een gedenkteken aan de muur herinnert aan een andere functie die dit bankgebouw heeft gehad tijdens de Duitse bezetting. Hier was het hoofdkantoor van de Liro-bank gevestigd, door de nazi's gebruikt voor 'het stelselmatig beroven van de joodse bevolking van al haar aardse bezittingen'. In de Tweede Wereldoorlog zijn vele joodse diamantbewerkers en -handelaren weggevoerd en omgebracht. Enkele diamantairs hebben na de oorlog de draad weer opgepikt. Maar de glorietijd was voorgoed voorbij.
De wandeling eindigt op het Prof. Tulpplein, één van de gouden randjes van de Jodenbuurt. Hier woonden welgestelde diamantairs en het Amstel Hotel had er een dependance voor buitenlandse diamanthandelaren. In de woonhuizen zijn kluizen aangetroffen en keukens met een dubbele gootsteen, gebruikelijk voor een kosjere huishouding. Elementen die aan de buitenzijde niet zichtbaar zijn. Toch heeft deze straat de monumentstatus gekregen. Monumentaliteit zit namelijk niet alleen aan de buitenzijde, maar ook in de geschiedenis die de gebouwen vertegenwoordigen. In dat opzicht zou de hele diamantgeschiedenis rondom de Nieuwe Achtergracht beschermd mogen worden.