Nummer 11-12: November-December 2008



De eerste coffeeshop ter wereld
Toen softdrugs nog hip waren
Tekst: Karin Lakeman

11122008_CoffeeshopBegin jaren zeventig schokte Amsterdam de rest van de wereld met een uniek verschijnsel: de coffeeshop. Het schenken van koffie, thee en andere dranken werd gecombineerd met de openlijke verkoop van hasj en marihuana. Mellow Yellow was de eerste, in een gekraakte bakkerswinkel op de Weesperzijde.

Nederwiet, Marokkaanse hasj, een voorgedraaide joint of toch maar een space muffin? Het staat allemaal op het ‘menu’ van coffeeshop Rusland, in het gelijknamige zijstraatje van de Kloveniersburgwal. Bedrijfsleider Misjel (“noteer maar geen achternaam”) heeft de lijst open en bloot op zijn toonbank liggen. Buitenlandse toeristen en vaste buurtklanten wisselen elkaar in rap tempo af, terwijl Misjel hardop klaagt over het steeds strenger wordende coffeeshopbeleid. “Allemaal dankzij het CDA en de ChristenUnie,” zegt hij. Daarnaast heeft Amsterdam nog een eigen “handhavingsbeleid” en is soms nog roomser dan de paus. Vanaf 1995 geldt er een uitsterfbeleid in Amsterdam: bestaande coffeeshops mogen wel worden overgenomen, maar er mogen geen nieuwe meer bijkomen.
Toch verkeren de Amsterdamse softdruggebruikers en -handelaren nog steeds in het Walhalla, vergeleken met een paar decennia geleden, toen hasj en marihuana voorzichtig hun intrede deden. Een politierapport uit 1955 maakt melding van een “jonge kunstschilder” die werd aangehouden wegens het in bezit hebben en roken van marihuanasigaretten. “Bij zijn verhoor bekende deze verdachte geruime tijd deze sigaretten te roken welke hij – op een enkele uitzondering – steeds kreeg van vrienden”. De schilder werd veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Cotton Club
Hasj en marihuana komen na de Tweede Wereldoorlog naar Amsterdam. In Duitsland gelegerde Amerikaanse militairen die voor verlof naar Amsterdam komen, gebruiken en verkopen cannabis. Zo stelt jurist Van Wolferen vast in het Tijdschrift voor Strafrecht in 1949. Hij noemt nóg een groep gebruikers: jazzmuzikanten, meestal ook Amerikanen. Marihuanasigaretten worden voor een gulden verkocht aan “swingmusici, negers en blanke musici, die zich in deze muziek trachten in te leven”. De handel is volgens hem “geconcentreerd in Rotterdam op Katendrecht en in Amsterdam op de Zeedijk en Nieuwendijk, de enige plaatsen n.l., waar de weinige negerorkestjes welke ons land rijk is, emplooi vinden”.
In Amsterdam gaat het ook om de Cotton Club op de Nieuwmarkt, een van de eerste uitgaansgelegenheden waar blank en zwart samenkomen. Daar lopen de Surinamers Blackie en Small Boy rond die sneefers of strootjes (marihuanasigaretten) verkopen. De laatste wordt door justitie de grootste dealer van Amsterdam genoemd. Pas na een wijziging in de Opiumwet in 1953, als bezit en productie van cannabis strafbaar worden, kan er tegen hen opgetreden worden. Vier jaar later worden beide dealers opgepakt: Small Boy krijgt anderhalf jaar cel en Blackie een halfjaar.
Intussen breidt het aantal gebruikers in Amsterdam zich gestaag uit. De jazz en de marihuana trekken ook een groep blanke, progressieve jongeren aan. Mensen als Ramses Shaffy, Aat Veldhoen, Adèle Bloemendaal en Jan Sierhuis komen regelmatig in de Cotton Club. En ook de jonge dichter Simon Vinkenoog rookt begin jaren vijftig zijn eerste pretsigaret. Maar voorlopig blijft de groep gebruikers beperkt tot een clubje ingewijden.

Provo’s en hippies
Het gebruik van softdrugs neemt echter explosief toe als vanaf 1965 provo’s en vooral hippies zich beginnen te roeren. Provo’s steken de draak met de burgerlijke maatschappij en de autoriteiten en zien in de softdrugs een provocatiemiddel bij uitstek. En de hippies, nou ja, dat weten we allemaal: love, peace, happiness en de joint als cultuurgoed. Helemaal te gek man, weet je wel.
De Amsterdamse Narcoticabrigade is in 1966 uitgebreid van twee naar zes man, maar dat is veel te weinig om daadkrachtig op te treden. Eind jaren zestig wordt er volop geblowd door Vondelpark-hippies en Dam-slapers. De Narcoticabrigade doet invallen in Paradiso en andere hippe clubs, zoals Fantasio op de Prins Hendrikkade. Mensen worden gefouilleerd en wie hasj of marihuana bij zich heeft, moet naar het politiebureau.
Uiteindelijk valt er niet meer op te rechercheren tegen de almaar groeiende groep blowers. Het is dweilen met de kraan open. Bovendien buigen politiek, pers en experts zich dan al enige tijd uitgebreid over de vraag hoe schadelijk het gebruik van cannabis nu werkelijk is en of softdrugs wel thuishoren in het strafrecht. In de jaren vijftig werd nog gedacht dat je er syfilis en krankzinnigheid aan over kon houden. Maar dat schijnt later toch wel mee te vallen.
Ondertussen zijn de gebruikers euforisch over de drug. De Amsterdamse provo Bart Huges – die een gaatje in zijn hoofd boorde om in een permanente staat van bewustzijnsverruiming te verkeren – noemt zijn in 1963 geboren dochter zelfs Marie Juana.
In 1969 geeft het Openbaar Ministerie een officiële richtlijn uit dat het gebruik van softdrugs niet langer behoort tot de prioriteiten in het opsporingsbeleid. De handel in softdrugs blijft dat nog wel, evenals gebruik en handel in harddrugs. Op dat moment zijn dat LSD en amfetaminen. De Opiumwet wordt pas echt gewijzigd in 1976 en vanaf dat moment is het bezit en de verkoop van kleine hoeveelheden cannabis nog wel strafbaar, maar geen misdrijf meer.

Net Albert Heijn
Kees Hoekert en Robert Jasper Grootveld richten in 1969 de Lowland Weed Company op en verkopen vanaf het dak van Hoekerts woonschip ‘De Witte Raaf’ hennepplantjes voor een gulden per stuk. Wernard Bruining en een groepje vrienden kraken een paar jaar later de bakkerswinkel op Weesperzijde 53. Ze krijgen veel aanloop van vrienden. De joint gaat er dagelijks rond en het idee wordt geboren om er een coffeeshop te beginnen waar ook hasj en marihuana te koop zijn.
Een coffeeshop is makkelijk te openen, want er is geen vergunning voor nodig. Dat woord betekent dan nog gewoon: hip koffiehuis. In 1973 worden er de eerste weedplantjes in de etalage gezet en de naam Mellow Yellow verschijnt op de ramen, naar de hit van de Engelse zanger Donovan. De tekst van het liedje zou slaan op het roken van gedroogde bananenschillen, waar je high van kan worden.
Bruining (dan 23 jaar en eigenaar) en zijn vrienden willen af van de schimmige wereld van huisdealers in café’s en jongerencentra. “Wij begonnen met het verkopen in plastic zakjes”, vertelt hij nu, ruim 30 jaar later. “We boden allerlei soorten hasj en weed aan, in verpakkingen van 10 en 25 gulden. Zodat je keus had en kon zien wat je kocht. Een beetje zoals bij Albert Heijn.” Ze deden het niet om het geld, maar uit idealisme. “Duidelijke en eerlijke handel, en mensen door middel van een joint met elkaar in contact brengen. Wij waren hippies. De wereld zou beter worden als mensen gingen blowen.”
Wat Mellow Yellow doet, is in 1973 nog ten strengste verboden en wordt zo veel mogelijk stil gehouden. De politie is aanvankelijk nog niet op de hoogte van het bestaan van die eerste coffeeshop en ook in de kranten verschijn er geen letter over. Mellow Yellow heeft bovendien een uitgekiend systeem om te voorkomen dat de politie bij een eventuele inval iets van de voorraad zou aantreffen: een alarmmethode plus dubbele deuren en luiken.

Nummer 001
Overigens wordt betwist of Mellow Yellow werkelijk de eerste coffeeshop was. Coffeeshop Rusland – begonnen in 1975 – meent dat zij de allereerste is. “Wij zijn in elk geval de eerste coffeeshop die nu nog steeds bestaat en in hetzelfde pand zit,” zegt bedrijfsleider Misjel, en trots wijst hij op het groen-witte “gedoogvignet” dat elke Amsterdamse coffeeshop op de gevel moet hebben. Nummer 001, staat erop. En dan is er nog The Bulldog die, enkele maanden na Rusland, ook in 1975 openging. Eigenaar Henk de Vries veranderde de seksshop van zijn vader Maurits op de Oudezijds Voorburgwal – waar al heimelijk softdrugs verkocht werden, in een coffeeshop – en roept zichzelf daarom uit als de enige echte eerste. De zaak is inmiddels uitgegroeid tot, aldus De Vries, een “multinational” in Amsterdam, met verschillende vestigingen, een hotel en een souvenirwinkel.
Mellow Yellow ging in 1978 dicht. Om te kunnen blijven concurreren, moest Bruining steeds grotere partijen inkopen en werden de zaken steeds ingewikkelder. Na een brand in het pand, hield hij het voor gezien. Wel is hij altijd actief gebleven in de wereld van de softdrugs. Hij introduceerde vanuit Amerika de Sinsemilla-teelt in Nederland, zaadloze marihuana die later bekend zou worden als Nederwiet en heel Europa zou overspoelen. In 1980 verkocht Bruining zijn eerste kilo Nederwiet aan The Bulldog. Nu is hij uitgever van plattegronden met coffeeshoproutes. Overigens bestaat er nog steeds een coffeeshop op de Vijzelgracht die Mellow Yellow heet, maar die heeft niets van doen met de Mellow Yellow van destijds.

Toeristische attractie
Vanaf halverwege de jaren zeventig breidde het aantal coffeeshops zich gestaag uit. In 1993 had Amsterdam er maar liefst 550, gedoogde welteverstaan. Sindsdien is hun aantal sterk afgenomen. In 2008 waren er nog 224 over. Maar nog altijd heeft Amsterdam veruit de meeste coffeeshops van het land maar over de grens is het fenomeen onbekend. In België of Portugal is het wel toegestaan om een paar gram op zak te hebben en in de Amerikaanse staat Californië wordt cannabis als medicijn verstrekt, maar voor je lol een horecagelegenheid binnenlopen en daar openlijk hasj of marihuana kopen: dat kan alleen in Nederland. De hasjhoreca is dan ook een grote toeristische attractie.
Uit onderzoek dit jaar van het Amsterdam Toerisme- en Congresbureau naar het bezoekersprofiel van 6000 buiten- en binnenlandse toeristen, blijkt dat 23% een coffeeshop aandoet waar softdrugs verkrijgbaar is. De Engelse Lorna Clay, manager van de non-profit-organisatie Cannabis College op de Oudezijds Achterburgwal, die voorlichting geeft over de voordelen én gevaren van cannabisgebruik, stelt dat veel Europese jongeren naar Amsterdam komen enkel en alleen omdat ze hier vrij softdrugs mogen kopen en gebruiken. Even verderop op de Oudezijds Achterburgwal zit trouwens sinds 1985 het piepkleine Hash Marihuana & Hemp Museum, goed voor bijna 10.000 (bijna uitsluitend buitenlandse) bezoekers per jaar.
Een klein veldonderzoekje op de Wallen leert dat de economische betekenis van het Amsterdamse cannabisparadijs niet onderschat mag worden. De oudste vestiging van The Bulldog zit bomvol, in coffeeshop Rusland lijken de zaken uitstekend te lopen en ook in het hasjmuseum is het druk. Dan zijn er nog de grow shops, waar hennepzaadjes en toebehoren voor de teelt van Nederwiet te koop zijn. De medewerkers in alle zaken zijn overtuigd van de heilzame werking van de cannabis. Relaxed, bij verstandig gebruik niet schadelijk, zeker niet als je er geen tabak bij gebruikt. En toch: de landelijke regels en het Amsterdamse handhavingsbeleid worden steeds strenger. Als de regels te vaak zijn overtreden, wordt een coffeeshop zonder pardon dichtgetimmerd.

Harde criminaliteit
Door de wijziging van de Opiumwet in 1976 is de verkoop van cannabis door de coffeeshops weliswaar gedoogd, maar veel zaken worden nog aan het toeval overgelaten. De coffeeshophouder bevindt zich nog steeds in een vreemde spagaat. Verkopen is toegestaan, maar je mag maar weinig voorraad hebben en inkopen mag eigenlijk ook niet. Doordat de vraag snel groeide, kwamen er vanaf de jaren zeventig in Amsterdam steeds meer zakenmensen van bedenkelijk allooi die wel brood zagen in hasj en marihuana. De handel in softdrugs raakte steeds meer verweven met de harde criminaliteit, inclusief liquidaties, witwaspraktijken en ripdeals. Overheid en politie begonnen zo’n tien jaar geleden strenger op te treden tegen de coffeeshops. Amsterdamse coffeeshophouders vinden dat de verkeerde weg en ook de hippies zullen het vast niet zo bedoeld hebben. Ze krijgen er in elk geval geen lachkick van en zien meer in het legaliseren van de handel.
Wernard Bruining is nog steeds een fervent blower. Hij is ervan overtuigd dat de wereld is veranderd door hasj en marihuana. “Anders waren er geen Beatles en geen Rolling Stones geweest, geen popart en geen Carnaby Street. Voor die tijd was de wereld grijs. Ik werd nagekeken als ik op mijn Adidas-sportschoenen over straat liep. Door de hasj en de weed is de maatschappij oneindig veel gevarieerder geworden. Blowen doet je anders naar de werkelijkheid kijken.” Hij gelooft niet zo in de theorie dat de handel in softdrugs uit zichzelf zoveel harder is geworden. “De wereld van de sofdrugs is géén harde wereld,” zegt hij. “Al die randverschijnselen worden gecreëerd door de repressieve houding van politie en justitie zelf.” Hij wil het wel uitschreeuwen: legalize it!