Nummer 7-8: Juli-Augustus 2007



Het bad van De Miranda
Van ijskoud Vechtwater naar subtropische golven
Tekst: Hannah Aukes

07082007_DeMirandaOp 6 augustus van dit jaar is het 75 jaar geleden dat het De Mirandabad, toen nog Amstelparkbad geheten, in Amsterdam-Zuid zijn deuren opende. Vanaf de heftige discussies destijds over het toestaan van gemengd zwemmen, tot de herlancering als Tropisch Zwemparadijs en de opzienbarende discofeesten: altijd heeft het bad zich nadrukkelijk op de kaart gezet.

“Wil je bajen, wil je zwemmen, moet je De Miranda stemmen.” Dat was de verkiezingsleus van de sociaal-democraat Salomon (Monne) Rodrigues de Miranda, onder wiens bestuur het Amstelparkbad werd gesticht en die in 1932 de opening verrichtte van het later naar hem vernoemde bad. Tijdens zijn wethoudersperiode, van 1919 tot 1939 (met korte onderbrekingen), ging De Miranda over zo ongeveer alles wat voor de arbeidersbevolking belangrijk was. Hij verbeterde de levensmiddelenvoorziening met de oprichting van de Centrale Markthallen, hij startte grote werkgelegenheidsprojecten zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos en het ophogen van de spoorbaan in Amsterdam-Oost (met de bouw van het Muiderpoort- en Amstelstation), hij realiseerde volksbadhuizen overal in de stad en onder zijn politieke aansturing verrezen omvangrijke nieuwe woonwijken in Zuid en West.
“Vader was een man met sterke idealen,” vertelt zoon Heine Rodrigues de Miranda (nu 78 jaar). “En hij bezat het doorzettingsvermogen om die idealen te verwezenlijken. Hij was opgegroeid in diepe armoede en moest op zijn elfde gaan werken als leerling-diamantslijper. Door zelfstudie ontwikkelde hij zich. Hij wist dus uit eigen ervaring wat verheffing van de arbeidersklasse betekende. Hij wist ook van de krappe behuizingen, van de natte was die in de huiskamer hing en van de mannen die dan maar liever naar de kroeg gingen. Er moesten dus was- en badhuizen komen en in de nieuwe woningen badkamers. Zwembaden waren een volgende stap in het verbeteren van de gezondheid en het welzijn van de arbeiders. Woningbouw, hygiëne, zwembaden: het hing in zijn ogen allemaal samen. Zelfs het Amstelparkbad was slechts een baksteen in zijn hele grote plan.”

Zwemmen in paardenwed
Gemeentelijke bemoeienis met de volkshygiëne was aanvankelijk geen vanzelfsprekendheid. Badhuizen bestonden al wel in Amsterdam vanaf 1795 (aan het eerste exemplaar dankt de Plantage Badlaan zijn naam), maar die stonden in het teken van geneeskundige baden en waren door de hoge tarieven alleen weggelegd voor de gegoede burgerij. Arbeiders die deze accommodaties niet konden bekostigen en verfrissing zochten, namen hun toevlucht tot de paardenwedden: wateren bij de stadspoorten waar koetsiers hun paarden lieten drinken. In het toenmalige christelijke denken gold zwemmen in openbare wateren als onzedelijk vanwege de ontblote lichaamsdelen. De gemeente besloot dan ook een stokje te steken voor deze ‘naaktloperij’ en liet een deel van de Singelgracht afsluiten voor het nemen van een gratis duik.
Het eerste Amsterdamse zwembad dat met recht die naam mocht voeren, de ‘Zwemschool aan het IJ’, opende in 1846 aan de Westerdoksdijk. Het was decennialang alleen voor mannen bestemd, pas veel later kwam er een apart damesbad bij. Tot aan de jaren twintig werden nog enkele zwembaden in gebruik genomen, zoals het Schinkelbad in 1917. Maar de gemeentelijke zwemgelegenheden waren allemaal openluchtbaden waarvan de waterkwaliteit te wensen overliet: men zwom gewoon in een afgeschot deel van de openbare wateren waarin ook de scheepvaart plaatsvond.
In 1926 besloot de gemeente daarom tot nieuwbouw van een modern zwembad in Zuid, maar het eerste plan voldeed niet aan de eisen van de volksgezondheid. Twee jaar later inventariseerde een zwembadcommissie onder leiding van De Miranda nog eens de behoeften aan zwembaden in de stad: men telde vier overdekte particuliere baden en vier gemeentelijke, en concludeerde dat er een nieuwe zweminrichting moest komen met een openlucht- en zonnebad. Voor de locatie viel het oog op de Zuidelijke Wandelweg, als architect werd Nico Lansdorp aangetrokken (later de ontwerper van het Vossiusgymnasium).
De realisatie van het bad had heel wat voeten in de aarde. De totale kosten, op bijna 1,27 miljoen gulden begroot, stuitten op verzet. Maar ook over het gemengd zwemmen, in Duitsland al heel gewoon maar in Amsterdam verboden, laaide de discussie op. De Miranda, die niet goed wist wat hij daarmee aanmoest, stelde uiteindelijk voor een proef met gemengd zwemmen op zondag te nemen. Vier jaar later zou dit uitgebreid worden naar meerdere dagen in de week. De mannen moesten dan wel een badpak in plaats van een zwembroek dragen! Heine de Miranda herinnert zich nog goed hoe hij als klein jongetje in het Amstelparkbad zwom: “Ik moest dan door de linkeringang naar het mannenbad, wat ik heel stoer vond.”

Eerherstel
Op 6 augustus 1932 werd het bad plechtig geopend. Het sociaal-democratische dagblad Het Volk roemde ‘de moderne inrichting’. De Miranda hield de openingsspeech en meldde vol trots binnen de begroting te zijn gebleven. Het nieuwe bad was een doorslaand succes. In de eerste maand na de opening werden maar liefst 173.500 baden genomen (op jaarbasis telt het De Mirandabad tegenwoordig zo’n 400.000 bezoekers!) en ook daarna stonden er rijen dik voor de kassa.
Tijdens de Duitse bezetting nam het zwembadgebruik af. Aanvankelijk lieten de Duitsers het Amstelparkbad met rust, voor de Wehrmacht was het Schinkelbad gereserveerd. “Met de Duitsche autoriteiten was deze regeling getroffen, nadat van die zijde begrip was getoond voor het ernstige nadeel dat de bevolking zou hebben ondervonden, indien tot inbeslagname van het Amstelparkbad ware overgegaan,” schreef de raadscommissie.
De buurt rondom het Amstelparkbad was in sterke mate joods en werd dat door het Duitse concentratiebeleid in de oorlog nog meer. Vanaf 31 mei 1941 mochten joden geen zwembaden meer bezoeken. Wel konden zij op bepaalde dagen nog in het Amstelparkbad terecht. Op 18 juli 1942 werd de joodse De Miranda in zijn woning door agenten van de Sicherheitsdienst gearresteerd. Na enkele maanden werd hij doorgestuurd naar het concentratiekamp Amersfoort. Daar bleken Nederlandse bewakers het speciaal op deze sociaal-democratische voorman te hebben voorzien. Na tien dagen, op 23 oktober 1942, bezweek Monne de Miranda onder de mishandelingen. Zijn laatste jaren waren moeizaam geweest, want in 1939 had hij zijn politieke carrière moeten beëindigen na een antisemitisch getinte lastercampagne onder aanvoering van het dagblad De Telegraaf. De Miranda stortte psychisch in door de aantijgingen en moest zich terugtrekken uit het openbare leven.
Vier jaar na zijn tragische dood kwam er eerherstel. Het Amstelparkbad zou voortaan zijn naam dragen. “Deze vernoeming is alleszins verdiend, omdat de heer De Miranda met buitengewone vasthoudendheid – tegen alle critiek en tegenwerking in – deze inrichting tot stand heeft weten te brengen,” zo sprak het raadslid Ben Sajet (PvdA). Twee jaar later, in 1948, onthulde zoon Jacobus Rodrigues de Miranda aan de gevel van het bad een plaquette ter nagedachtenis aan zijn vader, gemaakt door de oud-verzetsman Federico Carasso. Hij wordt daarop geëerd als “strijder voor het volkswelzijn”. Bij de voorbereiding overlegde Carasso herhaaldelijk met De Miranda’s tweede echtgenote, Wilhelmina Titia Timmerman, over de tekst en vormgeving van de plaquette. “Mijn moeder kon daar enthousiast over vertellen,” memoreert Heine de Miranda, zoon uit dit huwelijk.

Palmbomen uit Elche
De jaren zestig betekenden een kentering in het zwembadbeleid van Amsterdam. In de Westelijke Tuinsteden kwamen grote aantallen woningen beschikbaar mét badvoorzieningen. Het zwembadbezoek nam af, ook door een veranderde besteding van de vrije tijd: de televisie deed zijn intrede en niet veel later werd de auto gemeengoed. De eisen op het vlak van recreatie stegen. De gemeente bestreed het groeiende exploitatietekort van het De Mirandabad door verhoging van het toegangskaartje, dat nu dertig cent ging kosten. Niet lang daarna diende een uitkomst zich aan. Nederland begon over te schakelen op aardgas. Vanaf 1967 kon in het De Mirandabad in verwarmd water gezwommen worden; tot die tijd was dat nog altijd het steenkoude water van de Vecht! Het warme zwemwater gold als een groot succes en het bezoekersaantal steeg weer.
De gemeente realiseerde zich al eind jaren zestig dat de zwemaccommodaties aan hogere eisen moesten gaan voldoen, maar actie ondernam men niet. In 1977 besloot men dan toch tot een grootscheepse verbouwing van het De Mirandabad. Afgaande op buitenlandse ontwikkelingen voorspelden B&W dat “het recreatieve zwemmen in gezinsverband de toekomst had”. Plan was “de Middellandse Zee naar Amsterdam te brengen” en zo van de zwemgelegenheid een tropisch zwemparadijs te maken, het eerste van deze soort in Nederland.
Palmbomen uit het Spaanse Elche werden ingevlogen en de bouw van een geheel vernieuwd De Mirandabad kon beginnen, inclusief golfslagbad met koepeldak en talloze extra voorzieningen, zoals een glijbaan in de vorm van een 90 meter lange kronkelende tunnel. De schepping van architectenbureau Baanders, Frenken, Wilkers en Verhey werd begroot op maar liefst 12,6 miljoen gulden: het tienvoudige van het stichtingsbedrag. Ter gelegenheid van de opening kwam Sonja Barends Goednieuwsshow naar het bad toe met een optreden van niet minder dan de Jackson Five, onder aanvoering van Michael Jackson.
Niet iedereen was blij met het vernieuwde bad. In datzelfde jaar dreigde het Zuiderbad gesloten te worden. Zuiderbadzwemmers meenden dat dit te wijten viel aan de hoge kosten van het vernieuwde De Mirandabad. Toen op 2 februari 1979 de deuren van het Tropisch Zwemparadijs door burgemeester Wim Polak werden geopend, demonstreerden buiten talloze woedende fans van het Zuiderbad. De sluiting daarvan ging uiteindelijk niet door. Het nieuwbouwproject zorgde wel voor een ander betreurenswaardig feit. De herdenkingsplaquette van Carasso raakte kwijt tijdens de verbouwing. Dankzij De Miranda’s biograaf Borrie, toen burgemeester van Eindhoven, en zijn collega Ed van Thijn werd de plaquette zeven jaar later teruggevonden in de kelders van het zwembad.

Duizendpoot
Een minpuntje was bovendien dat de verbouwingskosten twee keer zo hoog waren als de raming. B&W moesten 13 miljoen gulden extra aan de gemeenteraad vragen. Qua bezoekersaantallen echter was de omvorming zeker een succes. In de jaren tachtig werd het De Mirandabad het vaakst bezocht van alle zwembaden in Nederland, met per dag zo’n tweeduizend bezoekers (op jaarbasis rond de 700.000). Wel bleef het exploitatietekort bestaan. Dat werd in de jaren tachtig deels bestreden door het bad te verhuren voor grootse discofeesten en danspartijen met bekende dj’s en artiesten als Eddy de Clerck, Anneke Grönloh en Steve Allen. Sjouke Rienstra, die al vanaf 1978 in de dienstwoning bij het bad woont: “Bij feesten van Manfred Langer kwamen er soms wel duizend homofielen. Ik noemde zo’n feest een duizendpoot.”
In 1987 toonde CenterParcs belangstelling om het in gebruik zo dure zwembad te kopen, maar de onderhandelingen ketsten af. Drie jaar later kreeg het toen ingestelde stadsdeel Rivierenbuurt de verantwoordelijkheid voor het bad en besloot tot renovatie. Aanvankelijk wilde men het 50-meterbuitenbad slopen, omdat binnen een modern 25-meterbad werd bijgebouwd met beweegbare bodem en zodanig hoog gelegen dat de baantjeszwemmers een prachtig uitzicht hebben op de omgeving. Dankzij felle protesten bleef het buitenbad gespaard.
Vandaag de dag komt men niet meer alleen naar een zwembad om te zwemmen. In het De Mirandabad zijn nu fitnessruimtes en squashbanen te vinden, stoomcabines en kruidenbaden, een whirlpool en een bubbelbad. De Miranda kan gerust zijn, voor het ‘bajen’ zijn er nu mogelijkheden te over.