Nummer 10-11: Oktober-November 2002


Atlas Amsterdam

Digitale plattegrond als stadsencyclopedie

Tekst: Peter-Paul de Baar

10112002_Atlas_AmsterdamGoed nieuws voor Amsterdam-liefhebbers met een computer: steeds meer documentatie over de stad wordt gedigitaliseerd en daardoor makkelijker bereikbaar. Een nieuwe stap in die richting is het internet-project Atlas Amsterdam, waarin oneindig veel informatie in kaartvorm kan worden gepresenteerd en met elkaar gecombineerd. Al staat dit project nu nog in de kinderschoenen.

Stel: u bent in een andere buurt gaan wonen en u zoekt een goede school voor uw kinderen, niet te ver van huis. U kijkt in het telefoonboek, waar u onder de S van scholen verwezen wordt naar de sector Onderwijs op de roze pagina’s voorin. In de ellenlange lijst voorin speurt u naar postcodes die een beetje op de uwe lijken. Daar bent u wel even mee zoet.... Of: u heeft een eetafspraak bij nieuwe kennissen op de Hoofdweg, nummer tweehonderdzoveel. Waar vindt u dat adres: ergens bij het Surinameplein, bij het Mercatorplein of het Bos en Lommerplein? Bellen lukt niet; ze zijn kennelijk nog niet thuis.

Maar dán is er de Atlas Amsterdam!

Op de internetsite www.atlas.amsterdam.nl vindt u niet alleen een plattegrond van Amsterdam, maar ook een zoekschermpje waarop u een straatnaam en huisnummer kunt intikken. Als u een school dicht bij huis zoekt, typt u hier uw eigen huisadres. Daaronder staan een paar vakjes met thema’s: zoals ‘topografie’, ‘cultuur, ‘gezondheidszorg’, ‘kinderen’, ‘sociaal’ en ook ‘onderwijs’. Dat vakje vinkt u aan, drukt op de zoekknop en, voilà, op een detailkaartje worden alle scholen rond uw woning getoond, als icoontjes in de vorm van een schoolbank. Of u vult het adres van uw tandarts in de Apollolaan in, en kiest het vakje ‘topografie’. Dan verschijnt een detailkaartje van de Apollolaan waarop alle percelen afzonderlijk worden aangegeven, mét huisnummer. En het huis van uw tandarts staat midden op uw scherm. Dat zijn maar twee toepassingsmogelijkheden van versie 1.0 van de Atlas Amsterdam, die sinds 1 oktober 2001 op internet te vinden is.

Projectleider Arris Oliemans houdt kantoor op de derde verdieping van het GG&GD-gebouw op de Nieuwe Achtergracht, waar projectbureau De Glazen Stad is gevestigd. Dat stimuleert de elektronische informatievoorziening door de gemeente op alle niveaus. De naam doet weer denken aan een gidsje dat de gemeente rond 1990 uitgaf: Het glazen huis. Dat had tot doel gemeentelijke diensten vindbaar te maken voor de burger: een soort interne telefoongids van het stadhuis voor de buitenwacht. De titel typeerde het democratische streven naar grotere openbaarheid en inzichtelijkheid van het bestuur. Maar door de permanente reorganisaties was dat gidsje al binnen een jaar zwaar verouderd. Omstreeks 1995 begon internet aan zijn razendsnelle opmars en één van de voordelen van dat communicatiesysteem is juist dat informatie voortdurend aangepast kan worden. Veel gemeentelijke informatie werd al digitaal toegankelijk omstreeks 1993, toen PIGA werd geïntroduceerd: het Publieks-Informatiesysteem van de Gemeente Amsterdam. Eerst kon je dat aanschaffen op diskette, later kwam het op internet. Het bestond nog alleen uit tekst: als je het zoekwoord ‘tandartsen’ of ‘parkeervergunning’ intikte, kreeg je een lijst te zien van aanklikbare namen of instanties die daarover gingen. In 1999 volgde een - terecht bekroonde - website van de gemeente (www.amsterdam.nl), waarin PIGA werd geïntegreerd. En deze gemeentesite biedt sinds enige tijd ook kaartjes waarop het adres van een gezochte instantie staat gemarkeerd. Eind oktober komt er een vernieuwde versie, met nog meer kaartbeelden uit de Atlas Amsterdam erin.

In de Atlas Amsterdam zijn kaarten echter niet meer alleen een handige aanvulling, maar het belangrijkste ordeningsprincipe. “De Atlas komt voort uit het besef dat heel veel informatie over Amsterdam een ruimtelijke component heeft,” zegt Oliemans. “Misschien wel tachtig procent van de gegevens heeft wel iets met een locatie te maken. Een stoeptegel die ergens losligt, een makelaar die ergens is gevestigd. Een kaart is dan ook een goede ‘onderlegger’ om dingen duidelijk te maken. Veel mensen vinden het ook préttiger om informatie visueel gepresenteerd te krijgen dan met een heleboel woorden. Neem die scholen in de buurt: je ziet ze in één oogopslag.”

Een totaalplan voor gemeentelijke diensten

De Atlas Amsterdam heeft enerzijds hetzelfde doel als dat oude gidsje en PIGA: burgers wegwijs maken in Amsterdam en de openbaarheid van het bestuur bevorderen. Maar ze heeft ook een functie binnen het gemeentelijk apparaat. Verschillende kaart-gegevens kunnen met elkaar worden gecombineerd en ook kan tekstuele informatie worden gekoppeld aan topografische informatie. De Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) deed al eind jaren negentig pionierswerk op dit terrein. Ze had natuurlijk zelf al heel veel kaartmateriaal: bijvoorbeeld gedetailleerde plattegronden waarop riolen waren ingetekend. Maar als om een of andere reden de straat moest worden opgebroken, diende natuurlijk ook rekening te worden gehouden met gasbuizen en elektrische leidingen en waterleidingbuizen. Die stonden ingetekend op identieke grootschalige plattegronden, die bewaard werden bij het Gemeentelijk Energiebedrijf (nu NUON) en de Gemeentewaterleidingen. En alléén daar kon je de rapporten vinden waaruit bleek wanneer die diensten ieder voor zich weer van plan waren dezelfde straat open te breken. De DRO begon de relevante plattegronden in de computer samen te voegen tot één grote elektronische plattegrond, zodat diverse kaartbeelden over elkaar heen konden worden geprojecteerd. Eerst de eigen kaarten met bijbehorende informatie, later ook het materiaal van andere diensten die mee wilden werken. Ook andere gemeentelijke instanties begonnen op eigen houtje met dergelijke projecten: voor intern gebruik, voor onderling contact of voor publieksvoorlichting. Ten slotte brak het besef door dat het wél zo slim was de koppen bij elkaar te steken en samen één totaalplan uit te werken. Dat werd de Atlas Amsterdam.

Dat klinkt overigens vanzelfsprekender en makkelijker dan het is. Projectleider Oliemans: “Niet alle gebruikers willen nu eenmaal hetzelfde. We zitten tóch nog een beetje in een spagaat tussen de publieke en de professionele markt. Voor ambtenaren en voor professionele beroepsgroepen (makelaars, wetenschappers) kan de informatie niet gedetailleerd genoeg zijn, natuurlijk. Maar dan dreigt weer het gevaar dat de gewone burger door de bomen het bos niet meer ziet. En het systeem wordt technisch ook zwaarder belast, waardoor het zoeken trager gaat. Al dat soort problemen moeten we nog oplossen. Dus bouwen we de Atlas heel geleidelijk uit.”

Inderdaad zijn de mogelijkheden van versie 1.0 nog vrij beperkt – in ieder geval vergeleken met wat in principe mogelijk is. Het is nu nog vooral een adressenboek in kaartvorm: waar in de straat vind je een bepaald huisnummer, waar staan kerken of moskeeën, waar moet je zijn voor een visakte? Heel geleidelijk wordt er andersoortige informatie aan toegevoegd. Dat geldt bijvoorbeeld voor enkele bestemmingsplannen. Je ziet een overzichtskaartje van het hele gebied, maar kan ook per huis de toegekende functie op de scherm zien, inclusief de betreffende besluiten.

Veel andere informatie is al wel gedigitaliseerd en aan de kaart gekoppeld, maar toch nog niet beschikbaar voor de gewone gebruiker van Atlas Amsterdam. Veel daarvan staat echter al wel op het intranet van de gemeente, het netwerk waartoe alleen gemeenteambtenaren toegang hebben. Dat intranet dient als een soort proeftuin. Dat allerlei gegevens nog niet in de openbare Atlas Amsterdam staan, kan allerlei redenen hebben. Soms vinden de beheerders de informatie te onvolledig: bivoorbeeld omdat nog niet alle stadsdelen hun gegevens hebben doorgegeven. En soms willen diensten informatie niet afstaan omdat ze vinden dat de gewone burger daar niets mee te maken heeft. Neem de exacte ligging van gasleidingen: moet je dat nou op het wereldwijde internet zetten, als gratis service aan terroristen? Geregeld spelen ook financiële overwegingen een rol. Het Kadaster vraagt nu voor ieder uittreksel een behoorlijk bedrag: daar staan ze dus niet te popelen om alles gratis te verstrekken. Er wordt daarom gestudeerd op de mogelijkheden om sommige internetinformatie alleen beschikbaar te stellen aan betalende abonnees.

Koppelingen met woningaanbod en bouwaanvragen

Een hoofdstuk apart is statistische informatie, bijvoorbeeld de spreiding van etnische groepen over de stad, of werkloosheid, of het aantal huisartsen per 1000 inwoners. Die informatie is sinds 1894 verzameld door het Bureau van Statistiek der Gemeente Amsterdam, dat nu bureau Onderzoek en Statistiek (O+S) heet. Daar toveren ze nu al met één druk op de knop alle postcodegebieden op het scherm waar meer dan zestig procent van de bevolking een universitaire opleiding heeft, dan wel op de LPF stemde. Al die gegevens zitten nu nog in een systeem dat Stadsmonitor Amsterdam heet en alleen toegankelijk is voor een elite van O+S-medewerkers, topambtenaren en betrokken wetenschappers. En O+S staat ook niet te trappelen om al dat materiaal zómaar via internet openbaar te maken, omdat er zonder nadere toelichting en bewerking maar al te snel overhaaste conclusies uit kunnen worden getrokken.

Maar binnenkort zijn toch al interessante aanvullingen op de Atlas te verwachten. Er komt een koppeling met de Woningnet-site, met het woningaanbod in de regio. De Stedelijke Woningdienst levert gegevens over bouwaanvragen en nieuwbouwlocaties. En het Gemeentearchief stelt zowaar op termijn talloze oude stadsbeeldfoto’s beschikbaar die aan de betreffende straten op de digitale kaart gekoppeld gaan worden. De eigen site van het Gemeentearchief biedt hiervan binnenkort al een voorproefje.

“Maar het gaat ons niet alleen om nog meer informatie,” zegt Arris Oliemans. “We willen ook dat alles veel makkelijker vindbaar wordt. Het zou bijvoorbeeld mogelijk moeten zijn dat je een vraag intypt als: ‘Welke huisarts in mijn omgeving heeft vandaag weekenddienst?’ en dat je dan vanzelf een plattegrondje met diens adres te zien krijgt!”

Tot troost voor de lezers die zelf geen internetaansluiting hebben: in de Openbare Bibliotheek kunt u naar hartenlust internetten en alle informatie is ook wel ergens nog op papier te raadplegen.