Nummer 1: Januari 2013 - Het succesvolle Amsterdamse feestjaar 1913

Het succesvolle Amsterdamse feestjaar 191301_2013_feestjaar

In 2013 moet het feest worden in Amsterdam. De heropening van het Rijksmuseum, de viering van 400 jaar grachtengordel en het 175-jarig jubileum van Artis zijn slechts enkele van vele evenementen die op de agenda staan. Een vergelijking met het jaar 1913 dringt zich op. Ook toen stond Amsterdam in het teken van tentoonstellingen, herdenkingen en andere vieringen. Wat was er 100 jaar geleden aan de hand?

“De opeenhoping van feestgangers was het grootst op het Leidseplein en in de Leidsestraat. Daar was geen doorkomen meer aan. Soms stonden de trams in de opeengepakte massa als vastgevroren en als ze weer aan het rijden gingen, hingen de mensen er bij trossen aan.” De verslaggever van het Algemeen Handelsblad komt op 13 september 1913 woorden tekort als hij het heeft over de Amsterdamse Feestweek. “Een geweldige drukte is het gisteravond in de stad geweest. Bij tienduizenden zijn de mensen naar het centrum getogen om deel te nemen aan de algemene feestvreugde en iets te zien van de optocht van verlichte vaartuigen en illuminatie. Die stroom feestgangers was wel enorm. De trams uit de buitenwijken vertrokken ‘vol’ van de eindpunten. Wie een plaatsje wilde veroveren, moest reeds tegen achten onderweg ergens aan een halte een uit de stad terugkerende tram pakken en meerijden tot waar de nieuwe rit naar de feeststad begon.”
De Amsterdamse Feestweek van 1913 stond in het teken van de viering van het Eeuwfeest van Nederlands Onafhankelijkheid (1813). Eigenlijk kwam het een paar weken te vroeg. Het jubileum viel strikt genomen in november, maar om de kans op slecht weer zo klein mogelijk te houden, was gekozen voor september. De feestweek was het hoogtepunt van een jaar vol tentoonstellingen, congressen en herdenkingen in de stad. Vier exposities als belangrijkste publiekstrekkers. De grootste was de Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op Scheepvaartgebied (ENTOS) in Amsterdam Noord, goede tweede was de Tentoonstelling De Vrouw 1813-1913 op landgoed Meerhuizen aan de Amstel. Het Paleis voor Volksvlijt bood een groot deel van het jaar onderdak aan de Internationale Graphische Tentoonstelling en het Willemspark stond in het teken van de Tentoonstelling Huis en Tuin.

Plan 2013 slaat aan
Al die reuring hing op een of ander manier samen de nationale campagne die in 1911 onder de codenaam ‘Plan 1913’ was opgezet door de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel, een eerbiedwaardige organisatie van ondernemende lieden die het land in de vaart der volkeren wilden opstuwen. Directe aanleiding was de opening van het Vredespaleis in Den Haag in de zomer van 1913. Voor die plechtigheid zouden veel vreemdelingen naar ons land komen en men wilde van de gelegenheid gebruik maken om te laten zien wat Nederland op het gebied van handel, nijverheid en cultuur in huis had. Dat idee raakte al snel verbonden met initiatieven voor de viering van het ‘Eeuwfeest van Nederlands Onafhankelijkheid’: de herdenking van het begin van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813.
‘Visitez la Hollande’, ‘Exhibitions in 30 towns’: zo stond het op de 15.000 aanplakbiljetten die met rijkssubsidie in het buitenland werden verspreid. Voor promotie werden verder twee miljoen kalenders, 70.000 briefkaarten en twee miljoen sluitzegels gedrukt. Een lawine aan plannen voor congressen, tentoonstellingen, voorstellingen, historische optochten, feesten en kastelenroutes kwam los. Plan 1913 sloeg overal in het land aan bij bedrijven, winkeliers, verenigingen en gemeentebesturen. Van alle kanten kwamen voorstellen en de plaatselijke Plancomités schoten als paddenstoelen uit de grond. De opening van het Haagse Vredespaleis waarmee het allemaal begonnen was, raakte daarbij steeds verder in de verdrukking. Commerciële attracties, culturele evenementen en feesten rond het Eeuwfeest: dáár draaide het op den duur allemaal om.

Amsterdam als kermisattractie
In Amsterdam kwam de Plan 1913-gekte op gang met een oproep van de plaatselijke Vereeniging tot bevordering van het Vreemdelingenverkeer. Op initiatief van dit gezelschap staken op 18 februari 1912 vertegenwoordigers van twintig plaatselijke verenigingen de koppen bij elkaar in gebouw Odeon aan het Singel. Verschillende ideeën gingen over tafel en een paar weken later sloeg men spijkers met koppen: het zou een tentoonstelling op scheepvaartgebied worden. Dat in hetzelfde jaar ook de grachtengordel jubileerde, kwam bij niemand op.
Die tentoonstelling werd de Eerste Nederlandse Tentoonstelling op Scheepvaartgebied
Muziekkorpsen marcheerden enkele keren per dag tussen de informatieve opstellingen over het scheepvaart- en visserijbedrijf door. Elke zaterdag werd een groot vuurwerk afgestoken, er waren vliegdemonstraties en bij gunstige weer stegen er luchtballonnen op. Ter verhoging van de feestvreugde legde een Duitse kermisexploitant een groot lunapark aan en de bezoeker kon zich ook nog vergapen aan nagebouwde Amsterdamse huizen uit vroeger eeuwen. Hier werd voor het eerst Amsterdam tot vermaak van het grote publiek als een kermisattractie gepresenteerd – het begin van een nieuwe traditie.

Bijzondere vrouwententoonstelling
De ENTOS was een project van zakenmensen, er kwam weinig idealisme bij kijken. Heel anders was het gesteld met de tentoonstelling De Vrouw 1813-1913. Het initiatief lag bij de dames Mia Boissevain en Rosa Manus van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht. Hun oorspronkelijke doelstellingen hadden alles te maken met de uiteindelijk in 1919 bekroonde strijd voor gelijke politieke rechten voor mannen en vrouwen. Die opzet werd later een beetje afgezwakt naar het geven van een “zo objectief mogelijk cultuurbeeld van de vrouw”, aldus het Gedenkboek van de tentoonstelling De Vrouw 1813-1913. Dat was om onderlinge onenigheid tussen vrouwenorganisaties te bezweren en zoveel mogelijk inzendingen te krijgen. De afzonderlijke vrouwenverenigingen kregen gelegenheid propaganda te maken voor hun opvattingen.
In twee aparte afdelingen werd op het tentoonstellingsterrein aan de Amstel een beeld gegeven van het leven van de Nederlandse vrouw in respectievelijk 1813 en 1913. Het gedeelte over 1913 was veruit het grootste, ook al omdat over de positie van de vrouw in 1813 weinig te tonen en te vertellen was. Er was behalve voor vrouwenarbeid aandacht voor de meest uiteenlopend aspecten van het dagelijks leven van de Nederlandse vrouw, met enige nadruk op de positie van dames uit de betere kringen. Net als bij de ENTOS wilden ook de organisatoren van deze vrouwententoonstelling zoveel mogelijk publiek trekken. Er stonden modefilms op het programma, je kon in een nagebouwd ‘Indisch Huis’ een rijsttafel eten en er werden demonstraties van damessporten gegeven: behalve gymnastiek onder andere schermen en roeien.

Amsterdamse Feestweek

De Amsterdamse vereniging Oranje-Bond van Orde was er vroeg bij. In oktober 1912 nodigde de bond geestverwante verenigingen in de stad uit om stil te staan bij het feit dat het in 1913 precies honderd jaar geleden zou zijn dat het Koninkrijk der Nederlanden onder de vleugels van het Huis van Oranje tot stand was gekomen. Blijkens een bericht in het katholieke dagblad De Tijd van 23 oktober kwam het vijf dagen later in gebouw Amstels Werkman in de Jordaan tot een gecombineerde vergadering om te bespreken hoe die “zo gedenkwaardige dag kan worden herdacht”. Het resultaat was een aantal buurtfeesten in september 1913, waarbij het vooral ook een wedstrijd was wie z’n straat het mooist wist te versieren en te verlichten met vetpotjes en lampions.

De écht grote evenementen in de Amsterdamse Feestweek werden georganiseerd door de Amsterdamse Commissie Plan 1913. De commissie bedacht onder andere een indrukwekkend klederdrachtenfeest achter het Rijksmuseum, een sportfeest op dezelfde plek, een optocht van verlichte en versierde vaartuigen in de Amstel, een indrukwekkende illuminatie van de Magere Brug en muziekuitvoeringen in de stad. Hoogtepunten waren de bezoeken van koningin Wilhelmina aan de feesten en de wandeling die het vierjarige prinsesje Juliana voor het oog van de fotograaf maakte door het Vondelpark. De tweede week van september werd het hoogtepunt van het feestjaar 1913, ook al pakten de Onafhankelijkheidsfeesten bescheidener uit dan oorspronkelijk de bedoeling was. Het was druk in Amsterdam en de buitenlandse bezoekers waren in groten getale komen opdagen.

Een nieuw inlichtingenbureau op het Spui leidde het toerisme in goede banen. Bezoekers konden daar dagelijks tot na aankomst van de laatste trein terecht met vragen over logies in hotels, pensions en bij particulieren. Ze kregen er informatie over tentoonstellingen, feestelijkheden en excursies. Het verse toeristenbureau richtte zich ook op de omgeving van Amsterdam: zo gingen er excursies naar het vanouds bekende Marken, het Gooi en de Vechtstreek. Vooral de tentoonstelling Het tijdperk Hooft in het Muiderslot was een succes. De haven van Muiden werd speciaal uitgediept om bezoek per schip vanuit Amsterdam mogelijk te maken.

Tentoonstellingen groot succes

“Het vertellen over al die tentoonstellingen zou jullie nog vermoeider maken dan mij”, zo vatte Jan Politiek van het blad Jeugd het in september 1913 samen voor zijn jonge lezers. “Schier alle getuigen van onze volkskracht en ze bewijzen dat wij kloek meedoen in het worsteltijdperk der natiën.” Nederland blies een partijtje mee. De burger was trots op wat dit klein landje bereikt had en wilde dat laten zien. In het feestgedruis van 1913 klinkt weinig door van de schrijnende armoede die het leven van veel Nederlanders beheerste en van de wanhopige strijd daartegen. Het ‘worsteltijdperk der natiën’ waarin ons land zich met exposities, kastelenroutes en Oranjelol zo geducht weerde, zou een jaar later uitlopen op de massaslachting van de Eerste Wereldoorlog.

“Bij een herinnering aan wat in het Onafhankelijkheidsjaar aan belangrijks voorviel in de hoofdstad, zou in de eerste plaats moeten kunnen genoemd worden de viering van die Onafhankelijkheid in Amsterdam. Of echter die feestelijkheden recht hebben op de eerste plaats?” Het Algemeen Handelsblad ziet in het jaaroverzicht op 31 december 1913 een lichtpuntje in het bezoek van de koningin, maar voor de rest was het tegengevallen. Al stond er volgens de krant wel iets tegenover. “Wat van de feesten niet kon worden gezegd – dat ze een groot succes waren –, kan met gerustheid van de exposities worden geconstateerd.” Bijna een miljoen bezoekers kochten een kaartje voor de ENTOS en 300.000 belangstellenden kwamen af op de vrouwententoonstelling.

Geen gedenkteken
De Amsterdamse Commissie Plan 1913 was zelf wél tevreden, lezen wij in het verslag van haar eindvergadering in het Algemeen Handelsblad van 2 januari 1914. Het speciale inlichtingenbureau voor toeristen was een succes geweest en de commissie keek met genoegen terug op de septemberfeesten. Nou ja, een minpuntje was dat plan het om in de stad een ‘Gedenkteken 1813-1913’ op te richten schipbreuk leed. Het ambitieuze voorstel om een monument in de geest van de Romeinse Trevifontein op de Dam te plaatsen, maakte geen kans. Het stadsbestuur hakte in 1913 juist de knoop door om het omstreden monument van Naatje af te breken en was niet genegen om de ontstane ruimte meteen maar weer prijs te geven aan een omvangrijk nieuw gedenkteken.

Plan 1913 was van begin af aan al enigszins omstreden geweest en dat gold zeker voor de stemming in Amsterdam. Er klonk kritiek op de winstbelustheid van organisatoren van veel evenementen, die het inderdaad vaak om geld te doen was. Ook bij de nationale gevoelens van de initiatiefnemers werden kanttekeningen geplaatst. Critici wezen erop dat de Nederlandse onafhankelijkheid van 1813 niet bepaald op heldhaftige wijze was veroverd en dat de grondslagen voor een moderne Nederlandse staat eigenlijk al eerder – in de Napoleontisch tijd – waren gelegd. “De 1913-kermis ondergaat ons volk een beetje als een malle zegening van boven”, was al op 6 april 1913 de mening van het linkse weekblad De Amsterdammer. “Dit is de waarheid. Men oordeelt dat de handel en de Nederlandse nijverheid en vooral de winkeliers en hotelhouders er een duit mee zullen verdienen.”

Drs.N.A. Wisman is historicus en redactur van Ons Amsterdam.