Nummer 4: April 2006



Dringen bij de platenbak
Vijftig jaar Concerto
Tekst: Niels Wisman

042006_PlatenzaakOp 25 november 1955 opende Gijs Molenaar op Utrechtsestraat 60 een winkel in muziekinstrumenten, onderdelen van muziekinstrumenten, grammofoonplaten, platenspelers en bladmuziek. Hij noemde zijn zaak Concerto, op zijn Amsterdams uitgesproken als Conserto: geen Italiaans klinkende aanstellerij. Noodgedwongen ging hij tweedehands grammofoonplaten verkopen – met veel succes. Later kwamen daar nieuwe platen bij en Concerto werd een begrip bij muziekliefhebbers.

“James Last verkochten we niet: dat is geluid, geen muziek. De emotie die muziek teweegbrengt interesseert me. Dat is voor mij altijd het uitgangspunt geweest.” Voor Wouter Molenaar is dit “de kern van het verhaal”. Hij is de zoon van de oprichter en raakte al in de tweede helft van de jaren zestig actief bij de zaak betrokken. Hij ontwikkelde met zijn vader de formule, die bij Concerto in grote lijnen nog steeds gevolgd wordt. Wouter komt nog bijna iedere week bij Concerto en we spreken hem in Café Krom, even verderop in de Utrechtsestraat. Op tafel ligt een dikke map: het eerste kasboek, nota’s, brieven, foto’s en héél veel knipsels.
Het oudste stuk in de map is het kasboek van zijn vader. Daaruit blijkt dat die op de eerste dag na de opening van zijn nieuwe zaak twee mondorgels van ieder vijftig cent, een metronoomgewichtje van zestig cent, een mondharmonica van ƒ 3 en wat snaren verkocht. De belangrijkste bijdrage aan de omzet was de verkoop van een blokfluit van ƒ 15.
Zo ging Concerto met een bescheiden omzet van start en een stevige tegenvaller stond de kersverse winkelier nog te wachten. Wouter: “Mijn vader was redelijk ervaren in allerlei soorten handel en hij was vooral heel erg geïnteresseerd in muziek. Hij had al voor de oorlog samen met zijn broers in een big band gespeeld. Hij wilde in de Utrechtsestraat grammofoonplaten gaan verkopen, maar de platenmaatschappijen weigerden aanvankelijk te leveren.” Omdat er in de buurt al een platenzaak zat, kreeg Concerto geen vergunning van de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren (NVGD). Daarom wierp hij zich op tweedehandsplaten. Hij kocht bij cafés afgeschreven juke-boxplaten op en via een contact bij het advertentieblad De Echo wist hij de hand te leggen op zo’n 1000 gebruikte 78-toeren-platen. Dat was het begin van een goed lopende handel. Daarnaast verhuurde Concerto pick-upjes voor feesten en partijen. Molenaar leverde ze persoonlijk bij de klant thuis af, inclusief een pakketje populaire platen om de stemming erin te brengen.

Baardjes en paardenstaartmeisjes
“Bij de bakken staan altijd mensen: baardjes en ruige haren bij de serieuze jazz, paardenstaartmeisjes en spijkerbroeken bij de rock-’n-roll, keurige meneren en mevrouwen bij de bakken met klassiek,” lezen we in De Rotterdammer van 21 februari 1959. Het was niet de enige krant die een paar jaar na de oprichting een verslaggever naar Concerto stuurde. Het Dagblad voor West-Friesland van 18 februari 1961: “In welke grammofoonplatenwinkel zal het geregeld gebeuren, dat de kleine luistercabines –die één krukje hebben - bevolkt worden door drie of vier jongelieden, lui liggend op de grond met hun benen hoog tegen de muur?”
Toen Concerto eind 1955 zijn deuren opende, beleefde de platenhandel een periode waarin de oude en breekbare 78-toeren-schijf langzaam plaatsmaakte voor de minder kwetsbare langspeelplaat en single. Vooral de single zorgde in de jaren zestig samen met de jukebox en de rock-’n-roll voor een doorbraak. Molenaar wist het op den duur toch zo te plooien dat hij naast zijn tweedehandsassortiment nieuwe platen kon gaan verkopen en speelde in op de nieuwe ontwikkelingen. Achterin de zaak – het trapje op - werd halverwege de jaren zestig een aparte afdeling ingericht onder de naam ‘Disk-Box’. Zoon Wouter ging zich ermee bemoeien: “De dames die daar werkten kwamen uit de soul-hoek: Motown en dat genre, daar waren ze dol op. Ze stonden ook de hele dag te dansen daarboven. Ik was zelf meer in beat, blues en folk geïnteresseerd en probeerde dat te verkopen. Daar hadden die dames niet zo’n trek in. Ze zagen me echt als het zoontje van de baas, ik was ook hartstikke jong natuurlijk.”
Wouters muzikale voorkeur trok opvallende klanten: “Op den duur kreeg ik ook jongens van bandjes, hier uit Amsterdam. Zoals van The Outsiders en Short 66. Dan zat je te praten. Die meisjes van ons zagen er ook leuk uit… Later, toen ik boven de zaak woonde, sloten we de winkel gewoon om zes uur, maar bleven we net als een café na sluitingstijd vaak nog een half uurtje open voor vaste gasten.”

Gratis koffiebon
Op 2 april 1970 opende Wouter een aparte zaak voor nieuwe platen op Utrechtsestraat 58. In een krantenknipsel uit die dagen wordt de loftrompet gestoken over de nieuwe winkel, die van start ging onder de later geheel vergeten naam “Original Record Operator” (ORO): “In deze ‘Original Record Operator’, die gespecialiseerd is in popmuziek, kan het kopen van platen worden veraangenaamd met het lezen van krantjes en het consumeren van drankjes uit automaten. Daartoe is in de kelder een ‘saloon’ ingericht, waar ook mensen zonder dringende koopbehoefte vrijelijk kunnen neerstrijken. Bij de aankoop van een plaat krijgt men een gratis koffiebon, die kan worden besteed in de koffiebar op de platenafdeling.”
Met de twee naast elkaar gelegen zaken werd de reputatie van Concerto gevestigd. De winkels waren officieel gescheiden, maar in de praktijk werkten vader en zoon Molenaar eensgezind samen. De concurrentie moest het hoofd geboden worden. Wouter: “Voor de categorie waar wij in zaten waren dat in de beginjaren onder andere Stom-Wagenman in de Van Woustraat en De Vreng op de Nieuwendijk. Die verkochten ook veel singles aan ‘het volk’ en die hadden een grote naam. En dan had je Van Praag bij het Spui en Glorie op de Ceintuurbaan. Dat waren winkels die het al gemaakt hadden.” Concerto was een volkszaak: “Vooral door die tweedehandsplaten, dat liep geweldig. Op zaterdag moest je echt om half vier binnen zijn, anders kwam je niet meer bij de bakken. De mensen hadden in die tijd gewoon geen geld. Ze kwamen om een paar gulden uit te geven en wij waren er blij mee. Dat veranderde pas in de loop van de jaren zeventig, toen kregen ze meer te besteden.”
Na 1971 werd de concurrentie op de platenmarkt alleen maar feller. In dat jaar werd het kartel in de platenhandel opgeheven: overal werden nieuwe zaakjes opgericht, de ‘witte elpee’ verscheen ten tonele. Intussen werden er ook steeds meer platen verkocht en de faam van Concerto verspreidde zich tot ver buiten de stad. Wouter: “Zaterdag kwam ongeveer de helft van onze klanten van buiten Amsterdam. Die maakten dan een rondje: Boudisque, RAF en Concerto. Vervelend was dat wij vaak de laatste in het rijtje waren. Dan zat er niet zoveel meer in de portemonnee.”
Concerto werd in de jaren zestig en zeventig een ontmoetingsplek voor jongeren en vooral: een plaats waar je tussen de steeds voller wordende asbakken ongestoord muziek kon luisteren. Wouter: “Luisteren, luisteren… en niet kopen. De klanten hadden vaak gewoon geen geld. We hadden op een gegeven moment 23 draaitafels staan. Maar ja, je maakte gewoon een kosten-batenanalyse en het was goed voor de verkoop. Er zaten bij die plakkers trouwens heel wat mensen die later nog wat geworden zijn: Arend Jan Heerma van Voss, Jan Donkers, Bert Vuijsje… Wat bij ons kon, kon bij anderen meestal niet.” Het kwam maar zelden voor dat Molenaar iemand die te lang zat te luisteren op de schouders tikte. Een serieuzer probleem was diefstal: “Toen ik op school zat werd er al verteld dat je bij Concerto makkelijk kon stelen. Mijn vader zat precies midden in de winkel met de platen die het meest gejat werden vlak onder zijn ogen.” Dat waren vaak de East- en Westcoast-jazzplaten: zeer in trek bij scholieren met een krappe beurs en toevallig ook een favoriet genre van vader Molenaar.
In de jaren zestig en zeventig gebeurde wat Wouter betreft toch het meest bij Concerto: “In iets van vijftien jaar ontwikkelde de muziek zich zo gigantisch… De creativiteit kende geen grenzen, dat duurde tot begin jaren tachtig. De zaak bleef ook daarna draaien als een tierelier, maar we hebben elkaar wel aan staan kijken: wat moeten we met Duran Duran. Wat staan we hier eigenlijk te verkopen? Het was eigenlijk een verademing dat die cd’s er kwamen. Iedereen moest toen zijn collectie gaan vernieuwen.”

Niet meer zelfstandig
Tegenwoordig heeft Concerto vijf panden in de Utrechtsestraat en je vindt er nog steeds overal koptelefoons om muziek te luisteren. Op nummer 60 staan als vanouds een heleboel platen in de bakken, maar voor de rest domineert de cd. Als je met Wouter Molenaar door de zaak loopt, blijkt hij nog iedereen die er werkt te kennen, sommigen heeft hij zelf nog aangenomen. Nadat zijn vader begin jaren tachtig was gaan afbouwen, droeg Wouter Concerto in 1990 over aan twee personeelsleden: Gert Mazurel en Erwin Kroon. De nieuwe eigenaren zetten de traditie voort en pasten de zaak tegelijk aan bij de nieuwe tijd. Uit hun koker kwamen de ‘in store’ live-optredens bij Concerto in de jaren negentig: vanwege het volume niet altijd tot genoegen van iedere buurtbewoner. Een paar jaar geleden stopten Kroon en Mazurel ermee en tegenwoordig maakt Concerto onderdeel uit van de landelijke platenketen Plato.
Het eigen karakter van Concerto is ondanks het opgeven van de onafhankelijkheid gebleven. En hoe zit het met James Last? Als je de huidige bedrijfsleider Anton Speijers daar naar vraagt, verwijst hij naar de onderste bakken met oude elpees. Wie bereid is diep door de knieën te gaan heeft een – hele kleine - kans: vijftig eurocent.