Nummer 6: Juni 2007 - De oudste geschiedenis van Amstelland



Het IJ ouder, de Linnaeusstraat jonger?
Onzekerheid over oudste geschiedenis Amstelland
Tekst: Peter-Paul de Baar

062007_OntstaansgsStroomde de Amstel oorspronkelijk echt naar het zuiden? Is de Linnaeusstraat wel de oudste straat van Amsterdam? En wanneer ontstond het IJ? Een aantal deskundigen op uiteenlopende vakgebieden boog zich over de theorieën van taalhistoricus en amateur-archeoloog Piet van Reenen, geventileerd in ons februarinummer.

Hoe zat het ook alweer? Piet van Reenen en zijn mede-onderzoeker Bart Ibelings, bezig aan een bijdrage voor het boek Diemen in het land van Amstel, vonden een kaart uit 1555, getekend door de koster van de Oude Kerk. Daarop was in het water van het Watergraafsmeer (later ingepolderd) een kerktorentje ingetekend. Dat wees erop dat hier ooit een kerkje stond, dus een dorp lag. Een andere kaart suggereerde bovendien dat er ooit een weg van zuid naar noord dwars door het meer liep. Conclusie: oorspronkelijk waren het twee meren, met daartussen een dorpje, het later zuidwaarts verplaatste Duivendrecht. Dit gehucht lag aan een lange doorgaande weg, waarvan de Ouderkerkerlaan, de Burgemeester Stramanweg, het Zwarte Laantje, de Rijksstraatweg in Duivendrecht en de Amsterdamse Linnaeusstraat nog restanten zijn.
De Linnaeusstraat (vroeger Oetewalerweg), merkte Van Reenen vervolgens op, lag precies evenwijdig aan het merkwaardig rechte stuk van de Amstel tussen Berlagebrug en Blauwbrug. Dat kon geen toeval zijn. Waarschijnlijk was dit deel van de Amstel gegraven, voor de afwatering van een ontginning, en was de Oetewalerweg een ‘achterdijk’ voor de lange sloten die de kavels scheidden.
Dat kanaal alias ‘watergraft’ (gracht) sloot in de Amstelbocht aan op het Watergraafsmeer: daarmee was volgens Van Reenen meteen de naam van dat meer verklaard. Het kanaal verbond bovendien twee delen van de huidige Amstel aan elkaar: de kronkelende hoofdstroom ten zuiden van de Omval en het stukje in de oude binnenstad dat we nu kennen als Rokin en Damrak. Dat waren twee afzonderlijke veenrivieren. De eerstgenoemde, door Van Reenen aangeduid als de Oude Amstel, mondde toen dus volgens hem niet uit in het IJ, maar – indirect – in de Vecht en de stroomrichting moet dus precies andersom zijn geweest dan nu. Het noordelijke riviertje liep volgens Van Reenen door tot in Waterland (het IJ was er tot 1170 nog niet, naar zijn idee). Die stroom, benoorden Amstelland bekend als de Waterlandse Die, mondde uit in het ‘Almere’, dat later Zuiderzee en uiteindelijk IJsselmeer zou gaan heten.
Ten slotte had Van Reenen ook zijn ideeën over de oorsprong van Diemen. De alleroudste bewoningssporen, van kort na 1030, zijn gevonden op de oostoever van de Diem (Overdiemen). Maar het huidige dorp ontstond uit een tweede nederzetting (Oud-Diemen) op de plek van het huidige Diemen-Noord, gesticht kort na 1070. Diemen-kenners hebben lang aangenomen dat de eerste Diemenaren hun gehucht van de oostoever van de Diem westwaarts hebben verplaatst, maar uit het wegenpatroon leidt Van Reenen af dat Oud-Diemen vanuit Ouderkerk, dus vanuit het zuiden is gekoloniseerd en Overdiemen een halve eeuw eerder uit de richting van Muiden, dus vanuit het oosten.

Verdronken Duivendrecht
We legden Van Reenens stellingen voor aan een handvol deskundigen. Allereerst drie universitaire kenners van de middeleeuwse geschiedenis, vooral van de geschreven bronnen: prof. dr. Peter Henderikx en dr. Kees Verkerk (beiden inmiddels gepensioneerd aan de Universiteit van Amsterdam) alsmede dr. Petra van Dam, werkzaam aan de Vrije Universiteit. Daarnaast drie historisch-geografen: prof. dr. Guus Borger (Universiteit van Amsterdam), prof. dr. Jelle Vervloet (Landbouwuniversiteit Wageningen) en drs. Chris de Bont die onder de hoede van Vervloet zowaar een heel proefschrift voorbereidt over de bodemgeschiedenis van Amstelland. Voorts natuurlijk onze stadsarcheoloog dr. Jerzy Gawronski en ten slotte historicus en Diemen-kenner drs. Jaap Haag.
Prof. Peter Henderikx, emeritus hoogleraar archivistiek en goed thuis in de middeleeuwse waterhuishouding, noemt de vondst van die kaart van de koster van de Oude Kerk met het verdronken kerkje van het oudste Duivendrecht “werkelijk schitterend”. Van Reenens daarop gebaseerde stelling dat het oudste Duivendrecht door het uitdijende Watergraafsmeer is verzwolgen en dat toen ook de verbinding tussen de huidige Linnaeusstraat (vroeger Oetewalerweg) en de Rijksstraatweg werd verbroken, wordt eigenlijk door iedereen overtuigend gevonden. Met de kanttekening dat de gedachte niet nieuw is: wijlen Jaap Kruizinga, Ons Amsterdam-medewerker van het eerste uur, beweerde dat al rond 1975, al had hij toen weinig argumenten.

Stichting van Diemen
Over de ouderdom van de twee opeenvolgende Diemense nederzettingen is evenmin veel discussie – al moet je met archeologische dateringen altijd uitkijken, knort Kees Verkerk. Dat geldt wél voor Van Reenens stelling dat Oud-Diemen vanuit Ouderkerk is gesticht en dus niet vanuit het nabije Overdiemen. Historicus Jaap Haag, oud-voorzitter van de Historische Vereniging Diemen, betwijfelt dit. Uit schriftelijk bronnen blijkt namelijk dat niet veel later het kerkje van Oud-Diemen werd beschouwd als dependance van de kerk van Muiden. Is het dan niet aannemelijk dat dit dorp, net als de oudere nederzetting in Overdiemen, door kolonisten uit Muiden is gesticht? Van Reenen raakt er niet door van zijn stuk: wie bewijst dat Oud-Diemen kerkrechtelijk niet eerst bij Ouderkerk heeft gehoord?
Historisch-geograaf Guus Borger trekt intussen de veronderstelde ouderdom van de Linnaeusstraat in twijfel. Want is die straat van oorsprong wel de achterdijk van de ontginningssloten die haaks op dat kanaal uit omstreeks 1070 werden gegraven, en is de straat dus even oud als het gegraven Amsteldeel? Borger valt het allereerst op dat het verkavelingspatroon tussen dat stuk Amstel en de straat/dijk veel regelmatiger is dan ten zuiden van de Omval. Hij vermoedt dat de verkaveling tussen Ouderkerk en de Omval nog zonder strakke leiding tot stand kwam, en dat de perceelsgrenzen (sloten) haaks op de latere straat ‘moderner’ en dus jonger zijn. Een extra aanwijzing daarvoor is dat de sloten ten oosten van de toenmalige Oetewalerweg op de oudste bewaard gebleven kadasterkaart recht in het verlengde liggen van de sloten aan de westkant. Volgens Borger waren ze oorspronkelijk één geheel en is de weg van Oud-Duivendrecht naar Oetewaal dwars door dit slotenpatroon heen aangelegd: niet in het kader van de ontginning, maar pas later.

Gegraven Amstel?
Maar het meest geanimeerd is het debat over het oudste rivierenpatroon in deze regio. “Dat er iets met de Amstel aan de hand is, lijkt mij duidelijk,” stelt historisch-geograaf prof. Jelle Vervloet. “Alleen over hoe de ontwikkeling precies is verlopen, lopen de meningen uiteen.” Allereerst: is het kaarsrechte stuk Amstel tussen de Omval (Berlagebrug) en het Waterlooplein (Blauwbrug) inderdaad een gegraven verbinding tussen twee natuurlijke wateren? Vervloet heeft daar zelf met John Mulder in 1983 al een onderzoeksrapport over geschreven; hij verbaast zich erover dat Van Reenen daar niet op ingaat. Jazeker, dat stuk Amstel is nu kaarsrecht, erkenden toen Vervloet en Mulder, als reactie op bodemkundige prof. Leen Pons die in 1974 als eerste met de kanaaltheorie aankwam. Maar uit oude kaarten en archiefstukken blijkt dat pas rond 1660, bij de aanleg van de grachtengordel, de oeverlijn zo recht geworden is… Dus misschien was het toch een natuurlijke stroom, al is ook dát niet te bewijzen. Verkerk gelooft in ieder geval niet in de kanaaltheorie: “Een dergelijk werk kan ik me in de 11de eeuw niet voorstellen.”
Chris de Bont echter lijkt wel te willen aannemen dat het om een gegraven water gaat, maar hij verbaast zich er dan weer over dat Van Reenen en eerder Pons zich nauwelijks afvroegen waaróm dat kanaal dan gegraven werd. Iets met afwatering, ja, maar hoezo? Hijzelf denkt door bestudering van de landschapsgeschiedenis van de 8ste tot 13de eeuw het antwoord wel te weten, maar verklapt het nog niet voordat zijn proefschrift begin volgend jaar verschijnt.
Ook stadsarcheoloog Jerzy Gawronski houdt ons in spanning. “Misschien vinden we aanwijzingen voor het al dan niet natuurlijke karakter van dit deel van de Amstel, als we volgend jaar kunnen gaan graven onder het dan te bouwen metrostation Rokin. Tot die tijd is er eigenlijk, althans vanuit archeologisch gezichtspunt, geen zinnig woord over te zeggen. Alleen de ouderdom van Diemen staat voor mij wel vast. Voor de rest berust dat hele verhaal van Van Reenen puur op speculatie. Er kan best iets van waar zijn, maar enig bewijs is er niet.”

Ouderdom van het IJ
Bewijsbaar of niet, de andere experts laten zich er niet van weerhouden hun eigen vermoedens te uiten. Bijvoorbeeld over het vraagstuk van de stroomrichting van de Amstel en, daarmee verbonden, de ouderdom van het IJ. Volgens Van Reenen ging de zuidelijke Amstel (via het vermeende ‘kanaal’ en het daarop aansluitende Rokin/Damrak) pas noordwaarts naar het IJ stromen ná 1170, omdat die brede zijarm van het Almere pas in dat jaar door grote stormvloeden ontstond. Kees Verkerk gelooft er niks van: “Bij die stormen in 1170 is het IJ ongetwijfeld sterk verbreed, maar dat het er eerder niet was, kan ik me niet voorstellen.” Peter Henderikx: “Het Spaarne en de Zaan worden al genoemd in de 11de eeuw. Waarom zou dan ook het IJ er niet geweest kunnen zijn?” Petra van Dam van de VU, gepromoveerd op het ontstaan van het Haarlemmermeer, valt hen bij. “Ik denk niet dat het IJ ontstaan is door één stormvloed, net zomin als het Haarlemmermeer en de Zuiderzee door stormvloeden zijn ontstaan. Oeverafbraak is een geleidelijk proces geweest in dit kwetsbare veengebied. Vooral door bodemdaling als gevolg van drainage verzwakten de oevers. Bij iedere stormvloed zal het wateroppervlak groter geworden zijn.”
Jelle Vervloet en Guus Borger komen weer met heel andere ideeën over ligging en stroomrichting van de veenriviertjes die later samen de Amstel gingen vormen. Volgens Vervloet boog de ‘Oude’ Amstel, stromend vanuit het zuiden, oorspronkelijk bij de Omval noordoostwaarts af, via het latere Watergraafsmeer dat toen nog veel smaller was. Via een voorloper van het Nieuwe Diep mondde deze oer-Amstel dan uit in het Almere.
En dan die andere oer-Amstel, het noordelijke stuk oftewel de monding van de huidige rivier. Dat Rokin en Damrak (toen nog niet verbonden met het zuidelijke stuk Amstel) overgingen in de Waterlandse Die, wil er bij Guus Borger niet in. Van Reenen stelt dat die hele stroom opwelde in een veenkussen in de buurt van het huidige Waterlooplein en dan noordwaarts de nog droge latere bedding van het IJ kruiste, om vervolgens dwars door Waterland stromend ergens bij het huidige Ransdorp in het Almere uit te monden. Maar als het verbinden van de twee veenriviertjes tot één Amstel tot doel had Amstelland beter af te wateren, waarom bedacht de toenmalige landheer, de bisschop van Utrecht, dan een kanaal vanaf de Oude Amstel naar zo’n ellenlange veenrivier? Borger: “Het is twijfelachtig of een afwatering via Waterland de venen rond de Omval veel voordeel opgeleverd zal hebben.” Hij denkt daarom eerder dat Rokin en Damrak geen eenheid vormden met dat Waterlandse riviertje, maar meer noordwestwaarts liepen en daar direct uitmondden in het rond 1100 al vrij grote IJ, dat mogelijk toen al in verbinding stond met de Noordzee. Dat was een veel kortere afwateringsroute!
En tja, ook dat is best mogelijk, geeft Van Reenen desgevraagd ruiterlijk toe. Hopelijk bieden het proefschrift van De Bont en de opgravingen onder de Noord-Zuidlijn volgend jaar al wat meer houvast.