De vaste route van Nouchka van Brakel Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Mei 20, 2011    
3979   0   0   0   0   0

Dolle Mina en ‘geestverhelderende’ filmpjes

Dat je zelf een échte film zou kunnen maken kwam aanvankelijk niet in haar hoofd op. Toch zou film- en documentairemaakster Nouchka van Brakel (1940) de eerste vrouw in Nederland worden die een speelfilm regisseerde. Ze leerde het vak vooral in de praktijk, maar maakte er kennis mee op de Filmacademie. De nog piepjonge opleiding zetelde rond 1962 in de Oude Hoogstraat 24, op een steenworp afstand van haar huis, Recht Boomssloot 50.

“Is het een lieverdje of is het een lieverdje?” wil Van Brakel weten. We staan voor een elegant, wit woonhuis aan de Recht Boomssloot, waar ze op eenhoog haar “allereerste eigen woning” had, samen met man, dochter en “heel veel poezen”. Het huis werd bevolkt door een zeer gemêleerd gezelschap. “Op zolder woonden bijvoorbeeld twee illegale Spanjaarden. Het was heel gehorig; wij hoorden alles van de buren: ruzies, huilbuien… Maar wat hébben we gelachen met elkaar. Het was van zo’n gemak, dat zie je zelden meer.” In het belendende schoolgebouw – nu buurthuis De Boomsspijker – repeteert Van Brakel tegenwoordig met het Zeedijkkoor. (“Geen smartlappen, hoor. Van een beetje meer standing.”)

Op de Filmacademie was Van Brakel de enige student met een eigen huis, dus werd er bij haar vergaderd. Met een grote pan goulashsoep op tafel. En ook Dolle Mina belegde bijeenkomsten op de Recht Boomssloot – Van Brakel had zich al vroeg aangesloten bij de feministische actiegroep. Met enige gêne denkt ze terug aan een actie op het Centraal Station, waarbij Dolle Mina’s dienstplichtige soldaten ervan probeerden te overtuigen de dienstplicht te weigeren. “Ach, die jongens… Maar het was een hele sprankelende tijd, er was veel aan de hand. En ik sleepte mijn dochtertje overal mee naar toe. Ook naar een televisieprogramma, waarvoor ik was uitgenodigd. Zei die regisseur: ‘Maar mevrouw, iemand neemt toch ook zijn paard niet mee.’ Nou ja! Er zaten meer feministes in de zaal, dus dat werd nog een hele toestand.” De opnamen moesten uren worden uitgesteld.

Dat vrouwen een centrale rol spelen in haar films is voortgekomen uit haar Dolle Mina-tijd. Toen dacht Van Brakel overigens nog niet aan speelfilms, maar aan “geestverhelderende” 16 millimeter filmpjes. “Die moesten gedraaid worden in buurthuizen en dan zou alles goed komen.” Inmiddels noemt ze zichzelf echter een “verwend” filmmaker – haar eerste flop, De vriendschap, is pas van recente datum (2001). “En die klap kwam hard aan.”

“Vuile hoerenloper!”

We lopen richting Nieuwmarkt. In het hoekhuis, Recht Boomssloot 36, woonde destijds een bejaard echtpaar van dik in de tachtig. Toch dansten ze nog met elkaar in café De Zon; hij met een rood dasje om, zij altijd in afgezakte kousen. “Ze waren al een beetje heen, maar hadden het nog goed samen,” herinnert Van Brakel zich. “Op een keer had hij wat te vaak met een ander gedanst en toen kwam hij het huis niet meer in. Zat hij daar, drie dagen en nachten op het stoepje voor hun deur. En zij schreeuwend uit het raam: ‘Vuile hoerenloper!’”

Het stel werd uiteindelijk uit huis gezet, omdat ze de woning hadden volgepropt met verzameld huisvuil. “Wel vijf vuilnisboten vol! Ik vergeet nooit dat er nog een panty in de bomen hing, als stille getuige. Ze werden in aparte tehuizen geplaatst, onvergeeflijk. Zij was toen snel dood.” Van Brakel trekt ironisch een wenkbrauw op: “Hij niet, hij had het daar wel gezellig… Ach ja, die mannen zijn niet zo trouw hé?!”

Van Brakel en haar man kwamen graag in café De Zon op de Nieuwmarkt. De avond voor haar eindexamen geluidstechniek – toch al niet haar sterkste punt – werd ze er “ernstig” dronken. Het leidde tot een weinig indrukwekkend cijfer. De familie die het café bestierde, nodigde het echtpaar zelfs eens uit voor een besloten feest. “En dat vonden we een hele eer, want we waren toch een beetje vreemde eend in de bijt. De Belastingdienst was toen net begonnen met het aanslaan van prostituees en die avond was er ook een hoer op leeftijd aanwezig. ‘Dat ben ik nog waard!’ verkondigde ze, wapperend met dat aanslagbiljet.” De vrouw was aangeslagen voor een enorm bedrag.

Toen ze pas op de Recht Boomssloot woonde, werd haar vaak gevraagd of het niet vervelend wonen was, zo bij de Zeedijk en de Nieuwmarkt. Van Brakel had geen last van ‘de zelfkant’ van het leven. Totdat de buurt begon te verloederen, zo vlak voor alle heisa om de metro. “Op de Geldersekade werd ik opeens lastig gevallen door een volkomen stonede Antilliaan. Het liep goed af, omdat een zwarte prostituee hem toeschreeuwde dat ’ie moest oprotten. Maar je bent toch geschrokken.” Toen er niet veel later om de hoek van haar huis bij een schietpartij twee doden vielen, hield Van Brakel het voor gezien

“Speelfilms, dat was zó ver van mijn bed”

Via de Bethaniënstraat en de Bethaniëndwarsstraat naderen we de binnenplaats van het Oost-Indisch Huis, waaromheen destijds de “rommelige, kale lokalen” van de Filmacademie waren gehuisvest. In Utrecht was Van Brakel van de Academie voor Woord en Gebaar afgestuurd en haar vader wilde daarna nog maar twee jaar voor haar betalen. “De Filmacademie duurde twee jaar, zo prozaïsch was het. Niks geen grote speelfilms, dat was zó ver van mijn bed.” Bovendien ontbrak het de filmopleiding aan voldoende middelen. “Daarom mocht ik ook helemaal geen eindexamenfilm maken. Wij kregen vooral theorie.”

Inmiddels doceert Van Brakel zelf al weer zo’n tien jaar aan de Nederlandse Film en Televisie Academie. Het nieuwe gebouw op het Markenplein herbergt twee grote, goed geoutilleerde studio’s. Minder gelukkig is de filmmaakster met het nog steeds geringe aantal meisjes bij de afdeling fictieregie. Ze vindt het maar niks. “Slecht voor de interactie. Meiden zijn socialer, staan dichter bij het gewone leven. Mannelijke filmmakers zijn veel streberiger. Die willen eigenlijk allemaal naar Hollywood.”

Tekst: Marcella van der Weg

Juli-Augustus 2003

Nouchka van Brakel debuteerde in 1977 met de speelfilm Het debuut. Vervolgens regisseerde ze onder meer Van de koele meren des doods (1982), Een maand later (1987), Aletta Jacobs, het hoogste streven (1995) en de televisieserie Iris. Momenteel werkt ze aan een script voor een documentaire over Maria-devotie

Powered by JReviews