Sint Maarten terug in Amsterdam Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     November 16, 2010    
6251   0   0   0   0   0

In Limburg en Groningen, maar ook rond Purmerend en in de Zaanstreek is voor kinderen al sinds eeuwen het Sint Maartenfeest een van de hoogtepunten van het jaar. In Amsterdam bezuiden het IJ werd echter vroeger op 11 november vrijwel geen lampionnetje gezien. Men keek er zelfs beetje neer op die schooierige plattelandstraditie. Maar de laatste 20 jaar is dat snel veranderd. Vanuit Zuid verovert Sint Maarten heel Amsterdam.

Sint Maartensdag is de kerkelijke feestdag van de ene Martinus (316-397), geboren in Pannonië, het huidige Hongarije, en gestorven (op 11 november) als bisschop van de Franse stad Tours. Dat hij bestáán heeft, wordt niet of nauwelijks betwijfeld, wat niet wil zeggen dat alle verhalen over hem letterlijk genomen moeten worden. Hij diende volgens de overlevering als jongeman in het Romeinse leger in Gallië, het huidige Frankrijk. Op een winteravond, aldus de legende, ontmoette hij net buiten de stadspoorten van Amiens een schaars geklede bedelaar. Uit medelijden trok Martinus resoluut zijn mantel uit en hakte die met zijn zwaard in twee stukken: de bedelaar kreeg de ene helft. Martinus werd zich daarop bewust van zijn sympathie voor het opkomende Christendom, waarin naastenliefde centraal stond. Hij liet zich dopen en werd monnik. In 371 verkozen zijn geloofsgenoten hem tot bisschop van Tours.

Al in de vijfde eeuw werd Martinus heilig verklaard. In de Middeleeuwen werden duizenden Franse kerken naar hem vernoemd, en dat gebeurde ook elders in Europa: in onze streken werden de hoofdkerken van Utrecht en Groningen aan hem gewijd. Het lopen met lichtjes en het ontsteken van vreugdevuren waren al in de Middeleeuwen informeel onderdeel van de jaarlijkse viering van zijn kerkelijke feestdag. Waar die traditie vandaan komt, weet niemand. Volkskundigen (een vak dat in de jaren twintig opkwam) hebben tientallen jaren beweerd dat het een oude Germaans herfstfeest was, dat met een christelijk sausje was overgoten. En ach, het zou best kunnen dat het zo is gegaan, maar ieder historisch bewijs daarvoor ontbreekt. De hypothese zegt vooral iets over het ideologische element in de oudere volkskunde: zoals J.J. Voskuil hilarisch beschrijft in zijn romancyclus Het Bureau, wilden zijn vakgenoten graag aantonen dat bepaalde volksgebruiken duizenden jaren oud waren, om ze zo het aura van eerbiedwaardigheid en geworteldheid in de natuur te geven. In werkelijkheid zijn veel gebruiken helemaal niet oud, of in ieder geval lang weggeweest en weer tot leven gewekt toen het goed uitkwam in een nieuwe maatschappelijke context. 'Reinvented tradition' noemen moderne volkskundigen en antropologen dat. Zoiets lijkt ook op te gaan voor de Sint Maarten-viering in Amsterdam.
Hoe dan ook: als we kijken naar Nederland als geheel, is de viering van Sint Maarten (anders dan bij voorbeeld Carnaval) wel een behoorlijk oude traditie met grote continuïteit. Bijzonder is ook dat de viering van deze katholieke heilige in de Noordelijke Nederlanden de Reformatie ruimschoots overleefde. Net als Sinterklaas. En zowaar: in de eerste helft van de 19de eeuw blijkt het Sint Maarten-vieren ook in Amsterdam springlevend geweest te zijn. Al was niet iedereen er blij mee. In het Gemeentearchief ligt een plakkaat dat op 16 november 1830 op last van burgemeester F. van de Poll in de stad werd opgehangen: "WAARSCHUWING. Burgemeester en Wethouderen der Stad Amsterdam, ontwarende hoe sints eenigen tijd des avonds troepjes Kinderen met zoo gezegde Sint-Maartens-Liedjes en ongepaste uitbreidingen daarvan de Ingezetenen overlast doen, aan de Huizen aanschellen en giften afvragen, (...) waarschuwen mits dezen vaderlijk tegen bovengemelde ongregeldheden alles en een igelijk, die daartoe medewerken of die begunstigen, en verzoeken H.E.A. (= hunne edelachtbaren - red.) de Ouders, Opzienders en Schoolhouders de jeugd daartegen mede te waarschuwen en daarvan terug te houden." Met die 'ongepaste uitbreidingen' van de liedjes doelden B&W ongetwijfeld op toen nieuwe dichtregels als "Hier woont juffrouw Kikkerbil, die niks geven wil!"

Jongens uit achterbuurten
Maar kennelijk was het gebruik toen al op zijn retour. In 1851 noteert tenminste een anonieme Amsterdammer in het blad De Navorscher: "Ruim dertig jaren geleden kregen wij op onze gracht, in de laatste dagen der maand October, zeker met begin November, alle avonden, omstreeks 6 à 7 ure, een bezoek van de jongens uit de nabijgelegene achterbuurten, die aan alle huizen kwamen zingen, de giften van turf of hout of duiten opzamelden en dan op St. Maartensdag, 11 November, of wel den avond van 10 November, op de straat een vuurtje brandden, waarbij gezongen en gedanst werd." Dat 'vuurtje branden' stond bekend als het Sint Maartensvuur. In Limburg en Friesland gebeurt het hier en daar nog steeds.
Wat in beide teksten opvalt, is dat het langs de huizen schooien niet beperkt bleef tot die ene avond van 11 november, maar dagenlang of zelfs wekenlang duurde. En bovendien ging het kennelijk alleen om arme jongens. Het werd ervaren als vaak irritante bedelarij, zoals we nu kennen van muzikanten in de metro, maar dan meer seizoensgebonden.

Vandaar dat 'nette kinderen' daar niet aan mee mochten doen en de gulheid van de nette burgers niet overhield. Kennelijk werd de traditie in Amsterdam beneden het IJ trefzeker uitgebannen. Dagblad Het Volk beschrijft het in 1913 als traditie van Brabanders, Limburgers en Zaankanters. (In de Zaanstreek was het in 1909 volgens het Algemeen Handelsblad tussen vijf en zeven nog heel gemoedelijk, met kleine kinderen die, vaak samen met hun ouders met lampions langs de huizen gingen, "op hoop van een versnapering of geldelijke beloning". Maar later op de avond ging het toxch vaak mis.)

n de jaren twintig en dertig van de afgelopen eeuw werd buiten Amsterdam het gebruik weer populairder. De groeiende belangstelling voor folklore droeg daar aan bij. Nederland moderniseerde en internationaliseerde snel, en daarbij hoorde ook een toenemende nostalgie naar al het oude en 'volkseigene' dat verloren dreigde te gaan.
Behalve min of meer serieuze wetenschappers, stortten ook vele onderwijzers en stukjesschrijvers zich op de volkscultuur. In de jaren dertig zaten daar nogal wat sympathisanten bij van het nationaal-socialisme. Hoe germaanser, hoe beter! Dus waren die moderne papieren lampionnetjes in hun ogen eigenlijk wat minderwaardig, Dat moesten uitgeholde koolrapen of bieten zijn! Aan Amsterdam gingen die debatten echter grotendeels voorbij. Ja, in Nieuwendam werd wel met lichtjes gelopen en gezongen over koeien met staarten, maar de echte stedelingen haalden daar hun neus voor op.
Maar kort na de oorlog werd ijverig geprobeerd Amsterdam voor Sint Maarten te herwinnen. Allereerst vanuit het Katholiek Jongensgilde, dat hoopte via dit feest de jeugd voor het geloof te interesseren. Op de avond van 11 november 1949 trok na een misviering een heuse Sint Maarten te paard door de Watergraafsmeer, begeleid door een muziekkorps en veel fakkels en vaandels. En natuurlijk een bedelaar, met wie Sint Maarten in het Galileïplantsoen met groots gebaar zijn mantel deelde. Een hele horde jonge bedelaartjes kon zich daarna te goed doen aan enige manden met fruit die werden leeggeschut op een terrein aan de Kruislaan. Niet vanuit het geloof maar vanuit het buurtgevoel voortkomend, waren de Sint Maartenoptochten die vanaf 1952 een paar jaar lang werden georganiseerd in het Hoofdorppleinkwartier. Hier lag de regie bij de speeltuinvereniging in de Théophile de Bockstraat. Volgens het Maandblad Amstelodamum liepen in 1954 al 400 kinderen mee. In 1959 was Ons Amsterdam-medewerker Jaap Groen nog steeds optimistisch over de toekomst van de traditie. "Ook in Amsterdam, want werd voorheen het lopen met lichtjes slechts bedreven benoorden het IJ, thans zijn ook in andere stadsdelen ondernemende kleuteronderwijzeressen en bestuurders van speeltuinverenigingen op het idee gekomen om dit gebruik ook in hun buurt in zwang te brengen."
Maar die opleving was kennelijk niet al te langdurig. Van de door ons ondervraagde (oud-)Amsterdammers kon niemand zich herinneren zelf in de jaren vijftig, zestig of zeventig in Amsterdam beneden het IJ Sint Maarten te hebben gevierd. Toch blijkt dat vanaf half jaren zeventig weer mondjesmaat gebeurd te zijn. In Zuid begon de victorie. Charlotte Philippona werd in 1977 medewerkster van Wijkcentrum Vondelpark- en Concertgebouwbuurt. "Toen ik aankwam, was er al één of twee keer een lampionnenoptocht door het Vondelpark gehouden," weet zij. En daarna heb ik daar zelf veel energie in gestoken. Zo werd het ieder jaar grootser. Nu doen er jaarlijks wel zo'n 500 kinderen mee. Ik loop altijd voorop achter de brassband en als ik bij de grote vijver dan omkijk naar die eindeloze slinger van lichtjes in dat donkere park, ben ik steeds weer ontroerd."
Philippona weet nog dat ze één van de eerste keren in het donkere Vondelpark ineens een concurrerende stoet tegenkwam. Die bleek te bestaan uit leerlingen en leerkrachten van de antroposofische Geert Grooteschool ('Vrije School') op het Hygiëaplein. Vanuit hun levensbeschouwing zoeken zij eenheid met de kosmos, en daarom zijn de 'jaarfeesten' heel belangrijk in hun onderwijs. In het Gemeentearchief ligt nog een ongedateerd stencil van de Geert Grooteschool, in maart 1981 verworven door het Archief. Het is ondertekend door "Mej. Tellegen, mevr. V.d. Veen, mevr. Wijnbergh, de heer Sweers" en gericht aan de ouders van leerlingen van de eerste tot en met vierde klas. "De kinderen worden om kwart voor 6 verwacht bij de ingang van het Vondelpark in de Roemer Visscherstraat met een uitgeholde koolraap of wortel, waarin en waxinelichtje (in en glaasje!). De koolraap wordt het gemakkelijkst gedragen aan een touw, dus zonder stok eraan." Kort na de confrontatie met de wijkcentrumoptocht in het Vondelpark, week de school (die haar viering, met toneelstukjes en zo, liever intiem hield) uit naar het Beatrixpark, waar ze ook nu nog ieder jaar dit 'herfstfeest' viert. Andere scholen in de omgeving van het Vondelpark, zoals de Nicolaas Maesschool en de Cornelis Vrijschool zagen ook al snel de didactische kansen die het feest bood, maar dan wat minder ideologisch gekleurd. Eigen lampionnen maken paste perfect in de creatieve vorming, in de zangles werden Sint Maartensliedjes ingestudeerd (plus wat varianten, bedacht door begeesterde juffen) en in het groepsgesprek kon aan de hand van de legende over Maarten en de bedelaar het belang van naastenliefde worden onderstreept.

Sint Maarten-meldpunten
Het was onvermijdelijk: na de georganiseerde optocht in het park gingen de kindertjes van Zuid tóch nog even de deuren in de omgeving langs om extra snoep te veroveren. Dat was pas echt leuk! Vanuit Zuid verspreidde het feest zich naar andere delen van de stad.
Hoe ver is het inmiddels gevorderd? Vorig jaar hield Ons Amsterdam een impressionistisch onderzoek. Op 10 november benoemden wij per e-mail een stuk of 60 Amsterdamse vrienden en bekenden tot 'Sint Maarten-meldpunt', met het verzoek de volgende dag goed op te letten. Zij kweten zich ijverig van hun ongevraagde taak. Het drukst was het zoals verwacht in de Vondelparkbuurt. Correspondente Marcella van der Weg zag om 18.15 uur "een enorme massa kinderen met hun ouders" bij de ingang Koninginneweg het park instromen voor de indrukwekkende georganiseerde optocht. "Veel vaders en moeders – die elkaar allemaal via de kinderen kennen – zijn geanimeerd in gesprek. Slechts vier allochtone kindertjes waargenomen. De meeste lampions zijn van eigen makelij, in de vorm van bijvoorbeeld een oranje Halloween-pompoen of een wit spook. Veel kinderen laten hun ouders met de lampion lopen (luie donders)!"
Na de indrukwekkende optocht door het park bestormt een horde kinderen als een sprinkhanenplaag de huizen van de Van Eeghenstraat en Koninginneweg. Daar zijn ze er intussen wel op voorbereid. Sommige bewoners zitten al op hun stoep te wachten, met een mand vol versnaperingen (spekjes, kleine marsrepen, winegums, dropveters) naast zich. Een enkeling verstrekt verantwoorde mandarijnjes; die zijn niet populair. Volgens een bewoonster is deze stormloop een tamelijk recent verschijnsel: zeven jaar geleden merkte ze nog niks.
Ook in de achterliggende straten is het druk. "In mijn straat leeft het enorm," meldt oud-burgemeester Ed van Thijn vanuit de Van Breestraat. "Maar zelf heb ik het vroeger nooit gedaan." Vanuit diezelfde straat rapporteert alweer Van der Weg: "De jongens en de meisjes bellen alleen aan bij benedenhuizen waar het licht brandt. En mensen als mijn benedenburen hebben uitnodigend een wit houten spook aan de voordeur gehangen. De kleintjes zingen niet echt uit zichzelf; snoep krijgen ze toch wel. Een jongetje verlaat het feest voortijdig; na ruzie met wat vriendjes voert zijn moeder hem huilend en met gedoofde lampion weg."
Op de Overtoom en in de aangrenzende Kinkerbuurt staat het feest op een laag pitje. Hier en daar loopt een klein groepje jongens van al een jaar of negen wat te klieren. Maar in de veryuppende Jordaan en de aangrenzende grachtengordel is het Sint Maartenlopen de laatste vijf, zes jaar volgens diverse rapporteurs hevig opgebloeid. Op de Theo Thijssenschool in de Anjeliersstraat wordt er de laatste jaren in de week voor het feest ijverig aan lampionnen geknutseld en hetzelfde gebeurt op de naburige Burghtschool op de Herengracht. Eén van de juffen daar kwam op het idee, omdat ze in de klas voorleesboekjes gebruikte over de seizoenen, waarin het Sint Maartenfeest geregeld voorkwam. Ook in de welvarende Watergraafsmeer zijn sinds een jaar of zeven heel wat lampionnen te zien, meldt Liesbeth van der Horst, op 11 november 2003 op bezoek bij haar moeder in het Archimedesplantsoen. "Drommen kinderen" belegeren zelfs de huizen op Sporenburg in het kinderrijke Oostelijk Havengebied, aldus Wieneke 't Hoen. "De ongeschreven regel is dat als je je licht aan hebt bij de deur, ze mogen aanbellen. Op de eerste Sint Maartendag die we hier meemaakten, was al na een half uur onze snoeptrommel leeg; toen hebben we maar snel het licht in het hele huis uitgedaan." Vanuit de Scheepstimmermanstraat in hetzelfde gebied meldt Bas van Lier dat hij de tekst van een aantal liedjes zelf heeft gekopieerd en in de buurt verspreid, om niet de hele avond dezelfde riedels te hoeven horen. "Vooral in nieuwe buurten heeft het gebruik een integrerende functie", schrijft volkskundige John Helsloot op de website van het Meertens Instituut, en dat wordt bevestigd door de stormachtige opkomst van het feest in het Oostelijk Havengebied, maar ook in de 'Waterwijk' bij de Van Hallstraat. Daar wonen redelijk goed verdienende mensen, maar toch is het moderne Sint Maartenfeest niet (meer) alleen een yuppen-fenomeen. Ook in de Bijlmer bloeit de traditie op, aldus een juf van basisschool De Bijlmerhorst; ook op die school worden lampionnen gemaakt. En buurtcentrum Ganzenhoef organiseerde vorig jaar een optocht achter een brassband aan. En in de onlangs als probleembuurt in het nieuws gekomen Diamantbuurt (Pijp) was het vorig jaar al veel levendiger dan het jaar tevoren, aldus Koen Kleijn, die zelf als kind in Schagen zingend langs de huizen trok. "Het viel wel op dat er ook Turkse en Marokkaanse kinderen onder waren, die de liedjes niet zo goed beheersten en vooral door hebzucht gedreven leken – maar hey, daar ging het mij vroeger ook om!"

Met veel dank aan John Helsloot van het Meertens Instituut in Amsterdam.

---

Ter aanvulling een treurig bericht uit de Staatskrant, buurtblad voor de Staatsliedenbuurt, van december 2004, over de Ecowijk alias het Waterleidingterrein, bij de kop van de Van Hallstraat:


" Op 11 november (Sint Maarten) overvielen tieners snoepophalende kinderen. Een elfjarig meisje dat weigerde haar Sint-Maarten-oogst af te geven, werd daarbij bewusteloos geslagen en geschopt. Een van de overvallers dreigde een mes te gebruiken tegen een toegesnelde buurtbewoners, maar die liet zich hierdoor niet van de wijs brengen. Hij slaagde erin het meisje in veiligheid te brengen. De politie arresteerde zes jongeren tussen de dertien en de zestien jaar. Twee van hen waren in juni ook al gearresteerd. De bewoners maken zich zorgen over de veiligheid en leefbaarheid van de Ecowijk."


Powered by JReviews