De vaste route van Kitty Courbois Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Januari 25, 2011    
5393   0   0   0   0   0

‘Ik had dat elegante, lichtvoetige niet’

In de oksel van de Magere Brug dobbert – mét veelbesproken opbouw – het schip De Koophandel. Tussen 1973 en 1980 woonde actrice Kitty Courbois op de vrachttjalk uit 1897, met dochter en hondje en op een steenworp afstand van collega en vriend Joop Admiraal die op de Nieuwe Prinsengracht resideert. Daar eet ze nu elke zondag, na hun gezamenlijke bezoek aan Ramses Shaffy in het Sarphatihuis in de Roetersstraat. “Toen wij elkaar leerden kennen, was heel Nederland verliefd op Ramses. Ik ook. Maar Joop wás met Ramses.”

De gewraakte opbouw zit strak in de verf. Crème. Courbois kocht de boot destijds voor een prikkie, en ja, toen zaten die paar extra vierkante meters er al op. De vroegere - prinselijke - eigenaar, Bernhard junior, kreeg er later nog een hoop gedonder mee. “De nieuwe bewoner van Binnen-Amstel 256 wilde de opbouw eraf hebben, voor het uitzicht. Die dacht dat even voor elkaar te krijgen. Maar de waterpolitie belde mij met de vraag of ik wist hoe het precies zat.” Courbois kon bewijzen dat de opbouw geen recente toevoeging was, onder meer met foto’s waarop ze de houten constructie op de werf aan het teren is. “Dus Bernhard heeft die er niet opgezet.”
Courbois is altijd gek op boten geweest. “Dat water hè, en je leeft meer met de straat. Destijds werd de Magere Brug nog met de hand opengedraaid en als je in bed lag was dat geluid van die kettingen zó geruststellend. Bovendien is het heel romantisch; ik ben ook nog altijd dol op olielampen.” Op De Koophandel moest ze het zonder gas en elektra stellen en met water was Courbois heel zuinig. “De waterboot kwam wel langs, maar die watertanks waren niet zo groot.” ‘Meneer Hans’ van het verdwenen hotelletje op nummer 252 had wel begrip voor de situatie. “Ik belde er gewoon aan en dan mocht de kleine daar in bad.”
In Courbois’ tijd lag de tjalk andersom, met het terras aan de Magere Brug. Ideaal voor collega’s die bij mooi weer vanuit Carré een glas wijn kwamen drinken. En Joop Admiraal liep er altijd langs, met z’n hondje. Via Carré gaan we op zijn huis aan, op de Nieuwe Prinsengracht.

Tragische rollen
De stevige vriendschap tussen Courbois, Admiraal en Shaffy dateert al vanaf begin jaren zestig, toen ze elkaar door een uitwisselingsprogramma tussen toneelscholen leerden kennen. Courbois kwam van Arnhem naar Amsterdam en vond Admiraal en Shaffy meteen ‘hartstikke leuke’ jongens. “Dáár wilde ik bij horen! En zij blijkbaar ook bij mij. Ik was wel vreemd – maar ook intrigerend. Ik liep in mantelpakjes, met een vosje. Kun je je voorstellen, in die tijd?!”
Het drietal had succes; Courbois vooral in tragische rollen. Met lichte stukken had ze moeite. “Ik had dat elegante, lichtvoetige niet. Trouwens, aanvankelijk wist ik niet eens dat ik naar de toneelschool wilde. Het enige toneelstuk dat ik ooit had gezien was de Gijsbrecht en dat viel niet echt mee.” Wel zong ze liedjes met gitaar en trok ze met een clubje de polder in om daar arbeiders te amuseren. “En toen bracht iemand de toneelschool ter sprake. Mijn moeder zei: ‘Hier heb je een tientje, probeer het maar.”
De blauwe druif tegen het pakhuis waar Admiraal woont is indrukwekkend. “Een gezellig huis,” verklaart Courbois. “Sinds Ramses in het Sarphatihuis zit, vieren we hier ook altijd groots oud en nieuw, en kerst en petit comité. Afgelopen kerst was de eerste keer zonder Mary [Dresselhuys], de beste vriendin van Ramses. Zij zaten ook altijd naast elkaar.”
We wandelen richting Weesperstraat - en dus in omgekeerde richting, want beide acteurs lopen vanaf Shaffy altijd samen naar de Nieuwe Prinsengracht. “De vriend van Joop heeft dan voor ons gekookt.”
We steken de Nieuwe Kerkstraat in. Courbois en Admiraal behandelen op de terugweg zo’n beetje de hele wereld. En ze oefenen ook.
“Dan zegt Joop opeens:
‘Eindelijk.’
En dan reageer ik: ‘Na al die jaren…’”
Toen de pensioengerechtigde leeftijd naderde werden Courbois en Admiraal op een ochtend bij Ivo van Hove geroepen, de leider van Toneelgroep Amsterdam. “Wij dachten: hij gaat ons gedag zeggen. Maar hij vroeg of we wilden blijven. Nou, daar hebben we een lekker glas wijn op gedronken, ondanks het vroege tijdstip. En we mogen ook allemaal van die leuke dingen doen, zo zijn we onlangs met de voorstelling Sonic Boom naar Parijs geweest. Joop en ik hebben niets te klagen.”

Ik heb echt tranen gelaten
Courbois wijst naar de overkant van de Roetersstraat, naar de voet van de Lau Mazirelbrug. “Iedere zondag sta ik daar op Joop te wachten en dan zie ik hem al in de verte aankomen. Met een bos bloemen en sigaretten, want we nemen altijd wat mee. Ik de zoete dingen. Klokslag half drie gaan we naar binnen, al vier jaar lang. En Ramses is altijd blij, hij zit ons ook altijd op te wachten.”
Het voormalige oudemannenhuis op Roetersstraat 2 staat er mooi bij en op het overdekte binnenplein van het verzorgingshuis is het plezierig toeven, weet Courbois uit ervaring. “We zitten hier altijd gezellig aan de witte wijn. Mary dacht aanvankelijk dat ze geen alcohol mocht meenemen, dus die kwam met jus d’orange aanzetten. Nou, die fles heeft maanden op Ramses’ kamer gestaan.”
Het Sarphatihuis telt een groepje Korsakovpatiënten – door Shaffy steevast ‘clubje Gorbatsjov’ genoemd – van wie er inmiddels één naar huis is. Dat stemt optimistisch. Shaffy’s vrienden houden zijn huis dan ook aan. “Toen Ramses hier pas was, deed hij vreselijk bits. Maar hij lacht weer en zijn geheugen is veel beter geworden. Hij kent inmiddels al zijn teksten weer. Voor dat optreden met Liesbeth List, een paar maanden geleden, zaten we zó in spanning. Hij kwam heel voorzichtig op, hand in hand met Liesbeth, en toen hij begon te zingen… Ik heb echt tranen gelaten. Wat goed dat Liesbeth dát heeft doorgezet.”

Tekst: Marcella van der Weg
Januari 2005

Powered by JReviews