Hier drink met een fijn glas bier Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 04, 2014    
1562   0   0   0   0   0

Ons beeld van Amsterdam rond 1900, met gevels voor reclames, ontlenen wij in niet geringe mate aan het werk van Jacob Olie. Afgaande op zijn foto’s waren de cacaofabrikanten destijds de grootste adverteerders, concludeerde dit blad in het januarinummer van dit jaar (pagina 8). Wie ook maar één overgebleven reclame kent van Blooker of Bensdorp, mag ons die aanwijzen . Talrijk  daarentegen zijn restanten van verwijzingen naar bier. Ook bij Olie zien wij al bierreclames, onder andere van de nu  vergeten Amsterdamse brouwerij Van Vollenhoven (“Extra Stout, Beiersch en Lager”). Tot voor enige jaren viel deze naam nog te lezen op Weteringschans 275. De bierdrinker heeft tegenwoordig een beperkte keus uit de traditionele Amsterdamse merken, maar ook in de oude muurreclames vinden wij alleen nog Amstel en Heineken.. Of nee: in een overgeschilderde caféreclame in de Jordaan gaat onder de nog zichtbare woorden ‘Amstel Bier’ de naam Van Vollenhoven schuil.
Wij hebben het over Madelievenstraat 8, hoek Slootstraat: een pand uit 1911 met zo’n typisch, speciaal voor reclamedoeleinden aangebrachte muurvlakte. Wie de tekst nog wil lezen, kan het best gaan kijken aan het eind van een zonnige middag, als het licht strijkt langs het reliëf van de, tussen 1954 en 1958 weggeverfde, letters. Dat er eerst V.VOLLENHOVEN’S stond, weten wij door de hier afgedrukte oude foto. Wanneer het merk moest wijken is onduidelijk; de brouwerij zelf ging in de jaren veertig over in handen van Heineken en Amstel.

De foto van het voormalige café toont ook de namen van enkel uitbaters. De naam Böhne is nog steeds zichtbaar. De tapvergunning op deze hoek stond van 1890 tot haar overlijden op naam van Geertrui Böhne (1868-1932)), pas daarna op die van haar man Anthony Brinkhuijsen (1862-1935), van huis uit diamantslijper maar in feite allang de ‘tapper’ of ‘koffiehuishouder’. Na zijn dood werd zoon Karel Hendrik vergunninghouder. Maar vergunninghouder en caféhouder was niet hetzelfde.
Vanaf 1919 woonde, na het vertrek van Anthony en Geertrui, haar jongere broer Cornelis in het café.  Rond 1930 woonde en tapte er ene D.M. Olffen. Maar wie J. Kling was? Hoe dan ook, met Karels dood begin 1948 eindigde een lange familiegeschiedenis, verbonden aan dit café.

Meer vervaagde bierreclames, al of niet op bestaande cafes, vindt u op Amstel 143, Keizersgracht 710, de Nes bij de Grimnessesluis, Albert Cuypstraat 13, Gerard Doustraat 164, Jacob van Lennepkade 213 en Jacob Catskade 2. Ook de gevel van het karakteristieke hoekpand G. Doustraat/Quellijnstraat verraadt een caféverleden. Maar het mooiste is die op Prinsengracht 110.

Martin Harlaar, Richard Hengeveld, Jan Pieter Koster en Anne Roos

Ons Amsterdam: mei 2000

Powered by JReviews