Emmy Huf Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     November 03, 2014    
2048   0   0   0   0   0

Cabaretière en journaliste Emmy Huf (1922-1922) en haar broertje Paul (1924-2002) groeiden op als kinderen van topacteur Paul Huf senior (1891-1961) en Emmy de Beneditty op in de Nicolaas Maesstraat (nummer 22). Vader Huf was dag en nacht acteur, volgens Emmy: “Elke hoestbui werd bij hem een sterfscène.” Om zijn grootse levensstijl te kunnen financieren, gaf Paul senior vaak acteerles aan huis. Zo kwam in 1934 de latere acteur, danser, cabaretier, schrijver en tv-persoonlijkheid Albert Mol (1917-2004) in het leven van de kinderen. Hij was gezakt voor het toelatingsexamen van de Toneelschool, naar eigen zeggen “in hoofdzaak het gevolg van het feilloos uitspreken der Amsterdamse taal in plaats van het Nederlands.”


“Eén van de leerlingen die zich voor privéles meldden, was Albert Mol, die in ons leven kwam als heel magere 17-jarige met de kuif en de neus en het spraakje die hem later beroemd zouden maken. Maar vader zag dat toen nog niet zo en raadde hem na een paar lessen dan ook aan er maar mee te stoppen, het was zonde van zijn geld. Wat een enorme huilbui van Albert ten gevolge had. Hij wist ook wel dat hij geen talent had, maar hij wou zo graag met artiesten verkeren en dit had hem een mooie kans geleken. Waarop vader zei dat hij toch wel met ons mocht verkeren en dat hij daar dan niet voor hoefde te betalen. Nou, dat was aan geen dovemansoren gezegd, Albert ging nooit meer weg, hij werd meteen onze oudste broer en er zijn nog altijd lieden die nooit helemaal hebben willen geloven dat hij niet echt een ondergeschoven kindje van de familie was.
Nou was ons huis een gastvrij huis, maar niemand ging ongebruikt de deur uit en Albert vormde meteen een ideale oplossing voor het probleem ‘wie past op de kinderen’.
Ik denk niet dat veel kinderen zich een verrukkelijker oppas kunnen herinneren dan wij. Als de ouwelui de deur uit waren, was het bal. Op die avonden zette Albert zijn eerste schreden op het pad van choreografie en regie. Koffers vol toneelkostuums werden leeggehaald, we dansten pas de deux in avondjurken uit 1900 en speelden draken tot diep in de nacht. En als hij ‘weekenddienst’ had, was het zo mogelijk nog opwindender. Dan gingen we op zondagmiddag naar het Rijksmuseum, waar we gierend krijgertje speelden door alle zalen, achter Albert met opgestroopte broekspijpen aan, die ‘Oehoe, juf, pak me dan’ riep tegen verbijsterde suppoosten, tot we er uitgegooid werden.
Als het slecht weer was, amuseerden we ons thuis met de telefoon. In vieze dingen zeggen tegen vreemde mensen was Albert toen al heel goed. Taarten bestellen en aan de overkant laten bezorgen en dan voor het raam alles volgen, werd afgewisseld met taxi’s bij de buren laten komen, de mopperende chauffeur te zien aftuffen was zwaar genieten, tot iemand er Albert eens op attent maakte dat dat eigenlijk reuze sneu was, want dat die chauffeur dan weer achter in de rij moest. Toen heeft hij een grote taart laten bezorgen bij de standplaats op de hoek en de rekening uiteraard bij de buren.
Stiekem met z’n drieën naar de schouwburg gaan was ook een geliefkoosd tijdverdrijf, maar dan wel gewapend met kersenbonbons van Jamin. We gingen via de artiesteningang naar het schellinkje en spogen de bonbons dan naar beneden, bij voorkeur mikkend op blote ruggen. Die waren toen namelijk in de mode, jurken die van voren hoog gesloten waren en lange mouwen hadden, maar wel een heel blote rug. Vader noemde dat ‘brieven en boodschappen achterom’.”

Powered by JReviews