De Amsterdamse familie Dreesmann Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Mei 09, 2014    
11141   0   0   0   0   0

Van manufacturenwinkel tot Vendex International

Elke Nederlander gaat gemiddeld één keer per maand naar een warenhuis van Vroom & Dreesmann; een namencombinatie die bijzonder hecht verankerd is in ons taalbewustzijn. Vanuit een klein manufacturenwinkeltje in de Jordaan is V&D ontstaan en de Amsterdamse Dreesmann-tak heeft veel bijgedragen aan het feit dat het lang het succesvolste grootwinkelbedrijf in Nederland was.

Anton Casper Rudolph Dreesmann (1854-1934) was de oudste zoon van een koopman met een eigen manufacturenzaak in het Duitse Haselünne. De streng katholieke familie Dreesmann behoorde tot de gegoede middenstand. Na de handelsschool en een leertijd in de zaak van zijn vader, vertrok de 16-jarige Anton in januari 1871 naar Amsterdam. De keuze voor Amsterdam lag in zijn geval voor de hand. Allereerst was de afstand vanuit Duitsland relatief klein. Bovendien kon zijn eerder naar Amsterdam geëmigreerde neef Rudolph, kantoorbediende, hem helpen aan een baantje als winkelbediende bij manufacturenhandel Bührs, op Nieuwendijk 164.
Anton Dreesmann werkte eerst zeven jaar bij Bührs op de Nieuwendijk. Na drie jaar werd hij bevorderd tot zelfstandig winkelchef van de nieuwe zaak van Bührs in de Jordaan, aanvankelijk in Tuinstraat 68, later op nummer 15 van de Eerste Tuindwarsstraat. Na zeven jaar had Anton het wel gezien bij Bührs. Van een oom leende hij ƒ2000 om een eigen manufacturenzaak te beginnen, in de hem inmiddels bekende Jordaan. Deze winkel op nummer 24 van de Tweede Rozendwarsstraat, de hoek van de Rozenstraat, ging open op 28 september 1878.

Een verstandig manufacturiershuwelijk
Dreesmann had vanaf het begin een – zeker voor die tijd – ongebruikelijke handelsvisie, die was gericht op lage prijzen, een kleine marge en een hoge omzet. Hoewel hij met één zaak nog niet in het groot kon inkopen, dacht Dreesmann de prijzen van de goederen laag te houden door restanten en faillissementspartijen op te kopen en deze in de volksbuurt rondom zijn winkel af te zetten. De zaak liep goed en al na vijf maanden werd een eerste bediende aangenomen en kon Anton het zich financieel veroorloven om naar een echtgenote om te zien. Op 6 augustus 1879 trouwde Anton met Helena Tombrock, de oudste dochter van een welgestelde katholieke manufacturier uit Franeker. Daags na het huwelijk nam het echtpaar zijn intrek in de tweede zaak, die Dreesmann kort daarvoor had geopend in Rozenstraat 145, op de hoek van de Tweede Laurierdwarsstraat, schuin tegenover zijn eerste winkel. Het nieuwe pand was gekocht met financiële steun van zijn schoonvader en wederom van zijn oom.
Anton Dreesmann onderhield goede contacten met andere ondernemers, onder wie zijn latere zwager en compagnon Willem Vroom (1850-1925). De katholieke Vroom kwam uit Veendam en was in 1881 een eigen manufacturenzaak begonnen op de Leliegracht, hoek Keizersgracht. In zijn memoires heeft Dreesmann zijn succesvolle koppelaarspoging tussen Vroom en de zussen van zijn vrouw beschreven: op 10 januari 1883 trouwde Willem Vroom, toen 32 jaar, met de 20-jarige Francisca Tombrock. Verder wist Dreesmann zijn zwager er van te overtuigen dat het beter was de slecht renderende zaak op de Leliegracht te sluiten en opnieuw te beginnen op de Wittenburgergracht 9.
Beide ondernemers bezaten toen ieder hun goedlopende manufacturenzaken en waren daardoor op hun beurt in staat om andere familieleden te helpen bij hun migratie naar Amsterdam. Toen ze voor één van die nieuwkomers op zoek waren naar een geschikte locatie, werd hun het pand Weesperstraat 70 aangeboden, hoewel dit pas een jaar later beschikbaar zou komen. Dat was te laat, maar enige tijd later, toen inmiddels een ander pand was gevonden, werd hetzelfde pand opnieuw – en nu leeg – aan beide zwagers aangeboden. Dreesmann zag wel mogelijkheden en in zijn memoires beschrijft hij het begin van de samenwerking tussen hem en Willem als volgt: “Toen zeide ik (A.C.R. Dreesmann) hem spontaan: ‘Het is zoo bijzonder mooi gelegen, willen wij het samen nemen?’ Mijn zwager antwoordde na even nadenken: ‘Ja dat is goed,’ en zoo werd in Mei 1887 de eerste zaak van Vroom & Dreesmann geopend.”
Omdat Willem ouder was dan Anton, ging de zaak Vroom & Dreesmann heten. Tot bedrijfsleider werd aangesteld Nicolaas Dreesmann (1867-1939), een jongere broer van Anton en de latere directeur-oprichter van V&D-Nijmegen. Vervolgens openden de zwagers in 1889 nog een nieuw filiaal op Vijzelgracht 21 en in 1891 volgde de Utrechtsestraat 138. Een jaar eerder waren ook de aparte Vroom en Dreesmann-zaken in de combinatie opgegaan. Met zes eigen zaken begon de Amsterdamse markt rond 1892 verzadigd te raken en werd het tijd om buiten de hoofdstad nieuwe vestigingen te openen. Na Rotterdam (1892) en Den Haag (1893) volgden successievelijk Nijmegen (1895), Arnhem (1896), Haarlem (1896) en Utrecht (1898).

Willem moest muziekcarrière opgeven
Tot ongeveer 1920 nam het aantal zaken van de firma flink toe en kreeg bijna elke stad in Nederland een V&D-filiaal. Ook de omzetten en de winsten vertoonden een stijgende lijn en deze goede resultaten stelden beide ondernemers in staat om in Amsterdam op stand te gaan wonen. De familie Dreesmann verhuisde in 1894 naar het adres Prinsengracht 379 en de familie Vroom kort daarna naar het huis Prinsengracht 1013.
In 1901 verhuisde Dreesmann, hij was toen 47 jaar, met zijn gezin naar Bussum, waar hij aan de Brinklaan een nieuwe villa had laten bouwen. Naast zijn werk voor de firma was Dreesmann in zijn Bussumse jaren onder meer lid van de gemeenteraad (van 1912 tot 1919), hield hij zich bezig met het verzamelen van kunst en was hij actief voor tal van charitatieve doelen en instellingen. Zo heeft hij zich volop ingezet voor het, op zijn initiatief opgerichte, Majella-ziekenhuis in Bussum en ook was hij actief lid van de charitatieve Sint Vincentiusvereniging. Dreesmann werd hiertoe in staat gesteld door zijn jaarlijkse privé-inkomen, dat bijvoorbeeld in 1912 al ƒ 125.300 bedroeg. Daarmee had Anton dat jaar het hoogste zuivere inkomen van Bussum. Verder heeft Dreesmann zich ingezet voor de rooms-katholieke kerk en zijn verdiensten zijn door de paus erkend door hem te verheffen tot ridder in de orde van de Heilige Gregorius en tot ere-kamerheer met Cappa en Spada.
Oprichter Anton Dreesmann kreeg in totaal acht kinderen, maar drie dochters zijn jong overleden en één zoon, ongehuwd, overleed op 26-jarige leeftijd. Onder de vier kinderen die overbleven was één zoon: Willem Joseph Rudolph Dreesmann (1885-1954). Het verhaal gaat dat Dreesmann zijn zoon Willem met de nodige moeite in de zaak heeft gekregen. Willem Dreesmann wilde namelijk het liefst dirigent worden en hij heeft jarenlang les gehad van Hubert Cuypers. Uiteindelijk zou Anton er een muziekpedagoog hebben bijgehaald die Willem ervan moest overtuigen dat hij geen topdirigent of –pianist zou worden. Na dat oordeel schikte Willem zich in zijn lot en trad toe tot de firma.
Willem Dreesmann begon zijn loopbaan in de Nijmeegse vestiging van V&D en vanaf 1905 werkte hij in het filiaal in de Rozenstraat. In 1908 trouwde hij met Anna Peek (1885-1956). Het paar ging wonen op Herengracht 180. Nadat Willem helemaal in het bedrijf was ingewijd, volgde zijn benoeming tot directeur van de Amsterdamse naamloze vennootschap, welke functie hij tot zijn dood zou blijven vervullen. In 1919 volgde Willem zijn vader op als commissaris van alle Vroom & Dreesmann-NV’s en na de reorganisatie van 1948 zou hij worden benoemd tot voorzitter van Vroom & Dreesmann Nederland Coöperatieve Handelsonderneming GA (wat staat voor gewijzigde aansprakelijkheid).

Cécile als vrouw niet welkom in bedrijf
In 1919 verhuisde Willem met zijn gezin naar Johannes Vermeerstraat 2, waar hij vele jaren wijdde aan het bijeenbrengen van een grote kunstverzameling over Amsterdam. Ook nadat het gezin Dreesmann in 1939 naar de Diepenbrockstraat in Zuid was verhuisd, bleef de collectie vrijwel in zijn geheel in de Johannes Vermeerstraat, totdat het pand in 1940 door de bezetters werd gevorderd. De hele inventaris is gedurende de oorlog vijf keer verhuisd en, op de Vondelboekerij met 2500 werken na, ongeschonden de oorlog doorgekomen. Op 25 november 1950 opende Willems vriend burgemeester Arnold J. d’Ailly in de Johannes Vermeerstraat het Dreesmann-museum, voor en over Amsterdam. Na de dood van Willem Dreesmann (25 mei 1954) werd de unieke verzameling uiteindelijk in maart 1960 geveild, in opdracht van de familie. De totale opbrengst bedroeg vier miljoen gulden.
Willem en Anna Dreesmann kregen drie dochters en vier zoons. Cécile (1920-1994), de jongste en bekendste dochter, werd min of meer gezien als het ‘zwarte schaap’ van de familie. Haar hele leven heeft het haar dwars gezeten dat er voor haar als vrouw ‘als vanzelfsprekend’ geen plaats was binnen het warenhuisconcern. Terwijl haar broers de warenhuizen erfden, heeft zij zich daarna jarenlang beziggehouden met allerlei vormen van borduurkunst, waarin ze onder andere edelstenen, goud en andere waardevolle materialen verwerkte. Cécile Dreesmann schreef verder een aantal boeken over borduurkunst en merklappen. In 1979 verscheen haar bekendste boek, getiteld De Mandersens, roman rond een warenhuisdynastie. (Mandersens is een anagram van Dreesmann.) Het boek zou na publicatie binnen de familie enige beroering hebben veroorzaakt en was bovendien lange tijd niet te koop in de V&D-warenhuizen.
De oudste en de jongste zoon van Willem Dreesmann, respectievelijk Theo (1911-1975) en Bernhard (1925), zijn niet actief geweest in het V&D-bedrijf. De andere twee zonen, Willem junior (1913-1971) en Anton Caspar Rudolph (1923), daarentegen wel. Willem junior, in zijn jeugd tenniskampioen van Nederland, was de onbetwiste opvolger van zijn vader en werd na diens overlijden in 1954 samen met drs. Rudi Vroom, de kleinzoon van oprichter Willem Vroom, de hoogste baas in het concern. Daarnaast was Willem junior directeur van het V&D-warenhuis in Den Haag. Hij kreeg op 28 maart 1971 in de auto een hersenbloeding die hij niet overleefde. Daarna was de weg vrij voor zijn jongere kleine broer Anton.

Wereldwijd met prof.dr.drs. Anton
Anton Dreesmann, kleinzoon en naamgenoot van de oprichter van het concern, trad na zijn studies rechten en economie (beide in twee jaar) in 1950 toe tot het partijbestuur van de Katholieke Nationale Partij, die later opging in de Katholieke Volkspartij. In 1955, het jaar waarin hij met Marianne van der Spek trouwde, kreeg Dreesmann een Kamerzetel aangeboden, maar boven een politieke of wetenschappelijke carrière verkoos hij uiteindelijk Vroom & Dreesmann. Na een interne opleiding werd Anton adjunct-directeur van V&D-Den Haag. Toch liet de wetenschap hem niet los: in 1963 promoveerde hij cum laude op een imposant proefschrift tot doctor in de economie. Onder leiding van Anton Dreesmann ontwikkelde V&D zich via diversificatie en expansie van een eenvoudige nationale warenhuisketen tot een groot multinational concern op het gebied van detailhandel en dienstverlening.
Als kind kreeg Anton de liefde voor de kunsten met de paplepel ingegoten. Net als zijn grootvader en vader is Anton een verwoed verzamelaar met een zeer brede belangstelling: beeldende kunst, munten, zilveren voorwerpen, boeken, en nog veel meer. Het verhaal gaat dat Dreesmann, nadat hij ooit van een tante deelsgewijs de Katholieke encyclopaedie cadeau kreeg, niet mee ris opgehouden met het vergaren van kennis. Op zijn achttiende had hij al 6000 boeken (gelezen) en inmiddels heeft hij een grote bibliotheek met meer dan 50.000 titels. Naast zijn werkzaamheden voor V&D bezat Dreesmann jarenlang een aantal commissariaten. Verder had hij diverse bestuursfuncties, waaronder het voorzitterschap van de Detam en de Jaarbeurs, en tegelijkertijd was hij ook nog kroonlid van de Socaal Economische Raad en hoogleraar Commerciële Economie aan de Universiteit van Amsterdam.
In 1982 werd het geheel van ondernemingen die samen het V&D-concern vormden, omgedoopt in Vendex International NV, waarvan de warenhuizen nog stelchts een onderdeel vormden. Het concern bleef groeien totdat het economische tij in 1987 begon te keren. Dat was uitgerekend het jaar waarin het 100-jarig bestaan van de warenhuizen op grootse wijze werd gevierd. Kon het boekjaar 1986 nog worden afgesloten met een recordwinst van ƒ 302.000.0000, het jaar daarop daalde de winst met 25% tot ƒ 226.000.000 en in 1988 tot ƒ 172.000.000.
In 1988 ontstond binnen de top van de onderneming een conflict dat uiteindelijk er toe leidde dat Dreesmann, inmiddels geveld door een beroerte, om gezondheidsredenen terugtrad als voorzitter van de hoofddirectie, enige maanden later gevolgd door zijn beoogde opvolger Arie van der Zwan. Dreesmanns naaste medewerker A.J. Verhoeff nam ten slotte het roer over, waarmee het Dreesmann-tijdperk binnen de onderneming eindigde. Naar alle waarschijnlijkheid maken geen van Antons vier zonen, Anton junior (1956), Pieter (1958), Quinten (1960) en Marc (1963), carriere binnen Vendex. Overigens wil dat niet zeggen dat de rol van de Dreesmannen is uitgespeeld. Integendeel, als groot-aandeelhouders hebben zij – plus ongeveerd 650 andere familieleden-aandeelhouders – nog steeds een groot belang in het grootste familiebedrijf van Nederland, dat later dit jaar naar de beurs gaat.

Philippe Hondelink
April 1995

Powered by JReviews