De code van de Wallen Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Oktober 11, 2013    
4717   0   0   0   0   0

Dossiers

Thema

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig kon je maandenlang ‘smullen’ van de berichten over moorden op hoeren. Niet dat de kranten meteen meldden dat het om prostituees gingen, maar de goede verstaander heeft slechts een half woord nodig.

Oudejaarsdag 1956. De eerste krantenberichten die dag over de moord in de afgelopen nacht deden niet bepaald vermoeden dat het hier om een prostituee ging. De vrouw bewoonde een kamer op nummer 60 van de Oudezijds Achterburgwal, maar daar woonden ook ‘heel nette’ mensen. Het slachtoffer was gewurgd gevonden op een divan, door de kamerverhuurster. Maar je moest toch ergens slapen en niet elke kamerverhuurster is een hoerenmadam. De vrouw had een bijnaam, Chinese Annie, die op haar uiterlijk sloeg, maar dat doen bijnamen wel vaker. Maandenlang schreven de kranten over haar, zonder ook maar één keer haar beroep te noemen. Maar Amsterdammers wisten donders goed waar de Achterburgwallen lagen, welk deel daarvan doorgaans met “donker Amsterdam” werd aangeduid en waarom de 31-jarige vrouw daar een kamertje huurde, terwijl ze elders in de stad een woning had.
Ruim een half jaar later werd in het huis Oudezijds Voorburgwal 83, tegenover het Oudekerksplein, het ontzielde lichaam van Johanna Machelina O. (Magere Josje) aangetroffen. Háár volledige naam werd in de krant afgedrukt en zelfs haar foto. Bovendien bleek ze een collega van Chinese Annie te zijn geweest. En als sappig detail meldde de krant dat de moordenaar, behalve drie pakjes sigaretten en sieraden, een “elektrisch massageapparaat” had meegenomen. Het Algemeen Handelsblad durfde het zelfs aan O. een beroep te geven: “publieke vrouw”. Ook de pers moet kennelijk aan noviteiten wennen.

Zaak gevolgd door ruim 40 journalisten
Onlangs werd in de Oude Nieuwstraat een prostituee vermoord. De vrouw werd vijf regels waardig geacht, en dat is weinig als je bedenkt dat de aanduiding “26-jarige Duitse prostituee” al een hele regel in beslag neemt. De moorden eind jaren vijftig hielden de gemoederen veel langer bezig. Niet alleen omdat er in die jaren beduidend minder gemoord werd, maar vooral omdat de deksel van de beerput (die de Wallen voor de goegemeente toch waren) werd opgelicht. En: hoe meer het stinkt, hoe interessanter het is.
De losse verkoop van kranten steeg in ieder geval met sprongen. Ruim 40 journalisten volgden de rechtszaak tegen Joop S., de wettige echtgenoot van Magere Josje. Joop werd veroordeeld tot tien jaar, maar in hoger beroep vrijgesproken. Na de moord op Magere Josje waren de collega’s, hoerenmadammen en de souteneurs geschokt, nu waren ze dat opnieuw – al verschilde de reden. De prostituees waren bang voor hun omzet. Want vrijspraak betekende dat het gewroet van de politie zou voortduren.
De recherche had het moeilijk met de ondoorzichtige verhoudingen in deze duistere wereld. Chinese Annie (een Nederlandse met een oosters uiterlijk) had een relatie met Wimpie W. (de latere lijfwacht van Jan Cremer). Althans, zo fluisterde de buurt. Maar zij woonde samen met Toon K., een goede bekende op de Zeedijk. Het was bekend – dat beweerde men tenminste – dat Annies relatie met W. Toon niet beviel en dat hij haar daarover had onderhouden. Had ze daarop de relatie met W. verbroken en was W. daarover ontstemd? Maar W. had een alibi.
Het feit dat de moordenaar een uur en tien minuten in het kamertje van Chinese Annie was geweest, deed vermoeden dat de dader een bekende was. Vanaf half één waren de gordijnen dicht, maar niemand had gezien wie er op dat tijdstip naar binnen ging. Om twintig voor twee voelde een Amerikaan aan de deur. Eerder op de avond had die gemerkt dat je hoeren niet met reischeques kunt betalen. De deur van het kamertje was op slot. Vijf minuten later stond de deur op een kier, maar geen mens had iemand weg zien gaan. Zelfs de Amerikaan niet, die toch ongeduldig op z’n beurt stond te wachten. Onderzoek leerde dat Chinese Annie toen al enige tijd dood was.
Was het W. die ongezien wist te ontkomen? Mogelijk. Was het wel een man? Misschien niet. Merkwaardig is dat de prostituee die naast het kamertje van Chinese Annie werkzaam was na de komst van de politie de gordijnen sloot en ging slapen.
Bij Chinese Annie werd niets ontvreemd, ook haar tas niet, die op een stoel stond. Ook waren er geen sporen van een worsteling. Kende ze de dader en was het hem/haar om iets anders dan geld te doen? Het kamertje van Magere Josje daarentegen was doorzocht en diverse spullen waren verdwenen. Verder zat haar lichaam onder de blauwe plekken. Maar wat zei dat?

Getuige meldt zich na ruim een jaar
Magere Josje huurde van Manke Miep, ook wel de Kromme genoemd, die op de beletage woonde. Op 11 augustus 1957, even voor acht uur ’s ochtends, werd ze wakker gebeld door Dikke Nel, die op twee hoog woonde, maar kennelijk geen sleutel had. Op één hoog gluurde de man van Magere Josje, Joop S. – ook wakker geworden – door de ramen, maar hij deed niet open. Wel noteerde hij het nummer van de taxi die Dikke Nel had afgezet. Waarom deed hij niet open, waarom noteerde hij het taxinummer? Getuigen verklaarden later dat Joop nooit sliep zolang Magere Josje werkte. Bovendien had men hem die ochtend gezien, leunend uit het raam. Joop ontkende halsstarrig. Hij beweerde dat hij om acht uur was opgestaan om de hond uit te laten. Beneden gekomen had hij de deur van het kamertje van zijn vrouw geopend en haar zien liggen. Howel het binnen een ravage was, dacht S. dat ze een flauwte had. “Dat had ze wel vaker,” zou hij tegenover de politie verklaren. Manke Miep en Haarlemse Henny, een andere bewoonster, zagen onmiddellijk dat ze dood was. S., die volhield dat ze alleen maar flauwgevallen was, liet zich pas na lang aandringen naar de politie sturen. Daar meldde hij het voorval aldus: “Er is een vrouw bewusteloos gevonden. Ze heeft blauwe plekken in haar hals.” ‘Een’ vrouw, niet ‘mijn’ vrouw. ‘Bewusteloos’, niet ‘dood’.
Joop S. werd pas ruim een jaar later gearresteerd, nadat een man in november 1958 de politie had verteld dat hij had gezien hoe S. zijn vrouw had vermoord. De man kwam zo laat met zijn verhaal, omdat hij had gedacht dat de politie het wel alleen af kon. Maar die kon juist wel wat hulp gebruiken, zeker als die kwam van de broer van de man die op de derde etage van het pand van Manke Miep samenwoonde met Grote Jossie. (Zonder deze Grote Jossie had Magere Josje overigens ook wel zo gehete, want mager was ze.) Deze getuige, een kelner uit Hilversum, vertelde de politie dat hij op de bewuste ochtend, na een nachtje doorzakken in de stad, even langs zijn broer wilde. Omdat het nog zo vroeg was had hij een tijdje op het Oudekerksplein staan wachten. Hij had gezien hoe een woeste Joop op straat Magere Josje sloeg en schopte. De vrouw zou haar keldertje zijn in gevlucht, achternagezeten door Joop. Enige tijd gingen de gordijnen dicht. Joop werd in april 1959 gearresteerd, toen hij de gevangenis – hij had een straf voor diefstal uitgezeten – wilde verlaten. Soms zit het niet mee. Ondanks deze zeer belastende getuigenis werd Joop S. vrijgesproken. “Heren, U wordt vriendelijk bedankt,” zei hij tegen de rechters. Soms zit het mee.

De code breken wordt bestraft
Zowel Chinese Annie als Magere Josje hadden zich niet aan de code van de buurt gehouden. Chinese Annie ontving Wimpie W. in haar kamertje aan de Oudezijds Achterburgwal, Magere Josje ontving in het hare aan de Oudezijds Voorburgwal (de panden staan overigens met de ruggen tegen elkaar) zogeheten voosbinkies: mannen die niet hoefden te betalen. Diezelfde code bepaalde dat het breken van de code bestraft moest worden. Zwarte Jeanne, die eigenlijk Ineke heette, ondervond dat enkele jaren later.
Zwarte Jeanne was al drie maanden zoek, toen haar lijk op 26 februari 1963 tussen de ijsschotsen in de Schinkel kwam bovendrijven. Patholoog-anatom dr. J. Zeldenrust kon alleen constateren dat ze door verdrinking om het leven was gekomen. Maar je kunt ook verdrinken na in het water te zijn geduwd. Voor die gedachte was alle reden. Bijna tien jaar lang, tot 1959, werkte en leefde Zwarte Jeanne voor en met verschillende souteneurs. In 1959 kocht haar vader – in een poging haar uit de prostitutie te halen – een flat aan de Burgemeester Cramergracht en een levensverzekering. Vergeefs, zo bleek al snel, want in die tijd ontmoette Zwarte Jeanne Karel V., haar nieuwe echtgenoot/souteneur. Ze werkte voortaan niet meer op de Wallen, maar in de berm.
Het huwelijk met V. was niet best; hij mishandelde haar vaak. Om herhaling te voorkomen, klaagde Zwarte Jeanne hem aan en Karel V. werd veroordeeld. Souteneur zijn was (en is) nog altijd verboden. De familie van V. was boos over het gedrag van schoonzus en na een tweede aanklacht tegen V. – kennelijk was hij weer in genade aangenomen – werd ze hard aangepakt…als waarschuwing. Desondanks klaagde ze hem in november 1962 voor de derde keer aan. Zwarte Jeanne werd door de schoonfamilie ontvoerd, maar wist zich vrij te praten door te suggereren dat een vriendin van haar naar de politie zou gaan als ze niet binnen een bepaalde tijd terug zou zijn. V. vluchtte naar Parijs, vanwaar hij haar briefkaarten stuurde…met dreigementen. Bij zijn terugkeer in Amsterdam op 2 december, werd hij gearresteerd. Zijn vrouw had de aanklacht namelijk niet ingetrokken. Op 3 december werd Zwarte Jeanne voor het laatst levend gezien. In 1963 taande de belangstelling voor hoerenmoorden. De moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy nam eind dat jaar alle voorpagina’s in beslag.

Eric Slot
September 1992


Powered by JReviews