De vaste route van Jan Boomgaard Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 14, 2010    
3603   0   0   0   0   0

In een tijdmachine 07082008_RouteVan huis naar werk is voor de stadsarchivaris een steenworpafstand geworden. Een jaar na de verhuizing van het Stadsarchief van de Amsteldijk naar de Vijzelstraat merkt Jan Boomgaard hoe snel een vertrouwde ambiance slijt.

“Voor de buurtbewoners was het een gesloten gebouw. Op een dag besloot ik gewoon naar binnen te stappen. Ik wilde wel eens zien hoe het eruit zag. Een norse portier hield me tegen en ik kon alleen een indruk krijgen van de hal, die me nogal donker leek. Verder kwam ik niet. Het was een gebouw waar je omheen kon, niet erin.”
Op weg naar zijn werk ging stadsarchivaris Jan Boomgaard jarenlang voorbij de Nederlandsche Handel-Maatschappij in het gebouw van architect K.P.C. de Bazel. Maar sinds een jaar zetelt de historicus er op de tweede etage, aan de achterkant; vanuit zijn huis naast de Dolerende Kerk op de Keizersgracht kan hij zijn directiekamer zien. Door de komst van het Stadsarchief veranderde gebouw De Bazel aan de Vijzelstraat van karakter. De binnenvetter is openhartig geworden. “Het is nu het middelpunt van de stad. Vanaf het dak zie je de halve cirkel liggen met naar de windstreken, als de stadsmuren van de middeleeuwse stad, de havengebieden, de Rembrandttoren, de Zuidas.”
We steken over, fietsen de Keizersgracht af en slaan rechtsaf de Utrechtsestraat in. “Zo moet de Vijzelstraat er ook uitgezien hebben, voordat in de jaren twintig de westzijde neerging. Hetzelfde geldt voor de gehele Weesperstraat in de jaren zestig. Rampzalig.”
Op de brug over de Prinsengracht nemen we het standpunt in van Boomgaards favoriete foto van Jacob Olie uit de zomer van 1898: “Vanuit de 17de-eeuwse grachtengordel doemt in de verte een deel van het Paleis voor Volksvlijt op, dat spectaculaire gebouw van de vooruitgang.” Nu zien we de latere vooruitgang: De Nederlandsche Bank van architect Marius Duintjer. De vorige bevalt Boomgaard beter.

Stenen in de laadbak
We doorsnijden het Frederiksplein, dat geen moeite doet zich als plein te gedragen en zich daar niet voor lijkt te schamen, en stoppen bij het Oosteinde opnieuw voor een verdwenen uitzicht. Het betreft de gesloopte Galerij van het voormalige Paleis voor Volksvlijt. Zijn vader had een transportbedrijf in Bussum. Hij was 7, 8 en ging op woensdagmiddag mee naar Amsterdam, voorin de cabine van een van de vrachtwagens, met een vriendje. Ze hielpen, zoals jongens dat doen, met stenen in de laadbak gooien. “Maar het deed me wel iets, ik vond de Galerij die werd afgebroken erg mooi.”
Als het Paleis in 1929 niet was afgebrand, was het waarschijnlijk in de jaren zestig vervangen door grootschalige nieuwe architectuur: “Bij Carré scheelde het in 1968 ook maar een haartje. Het keerpunt kwam in de jaren zeventig: gebouwen kregen een nieuwe bestemming. Je ziet aan De Bazel wat een verrijking dat betekent. Het Paleis en de Galerij zijn weg, maar om je gedachten te blijven scherpen, moet je de ideeën bewaren, de verhalen van de plekken onthouden.”
Boomgaard wijst naar Sarphatistraat 13, een huis uit de jaren vijftig. Op een vrijdag in 2000 kreeg hij bezoek van een man die een bruine envelop bij zich had. Daarin zat een foto van een heel groot pand met tierlantijnen. Het was van zijn grootouders geweest, Hartog en Leentje Italiaander. “De Duitsers confisqueerden het in 1941 en gebruikten het als doorgangshuis voor welgestelde joden die ze bestalen van al hun bezittingen voor ze hen deporteerden. Het echtpaar kon beneden blijven wonen. Tot de oproep kwam. Mijn bezoeker herinnerde zich de discussie. Hoe zijn vader zijn ouders niet alleen wilde laten gaan. Ze zijn alledrie in Sobibor vergast. Zijn moeder en hij doken onder. Ook zijn moeder werd later door verraad opgepakt en gedeporteerd. Hij overleefde op een onderduikadres op de Nieuwe Achtergracht. Het huis werd tijdens de hongerwinter van binnen gesloopt. Na de bevrijding werd de erfgenaam aangeslagen voor achterstallige belastingen en kosten. Ik heb die middag het sloopdossier erbij gehaald. Het hele verhaal werd erdoor gestaafd. Er zaten ook brieven in van zijn grootvader. Hij was in tranen. Maar hij gaf de foto af in de zekerheid dat de geschiedenis bewaard zou blijven. Dit verhaal laat me niet los.”
Als stadsarchivaris is Boomgaard altijd bezig met reflectie, ook op een fietstochtje. “Het gaat onwillekeurig. Ik heb het idee of ik in een tijdmachine zit.” Het gebeurt letterlijk als we even later stilstaan voor Hemonystraat 58, waar hij in 1978 kwam wonen toen hij geschiedenis ging studeren. Terwijl hij de winkels en zijn medebewoners oproept, komt zijn vroegere benedenbuurvrouw aanlopen. Ze woont er nog steeds. Hun boze buurman op de begane grond die altijd zanikte over geluidsoverlast, is overleden, vertelt ze. Hij bleek een verdrietig verleden te hebben, had in een Jappenkamp gezeten.

Baden-Baden aan de Amstel
We fietsen een stukje terug en rijden de Tweede Jan van der Heijdenstraat uit tot de fraaie hoekvilla aan de Amsteldijk met de kasteeltoren en smeedijzeren balustrades. De restauranthouder heeft de ondergevel, ooit verpest door de garage die er zat, gerestaureerd. De villa werd in 1882 door architect A.A.M. Beretta gebouwd als ‘Amstel-Badhuis’. Boomgaard deed er tijdens zijn studie onderzoek naar: “Er verrezen eind negentiende eeuw enkele kuuroorden aan de Amstel, voor een chique clientèle. Baden-Baden aan de Amstel. Hier zat een arts die warme en koude baden voor reuma voorschreef en behandelingen met elektriciteit. Heel nieuwerwets toen. Of het hielp...?”
Over de Amsteldijk, “jammer dat je door de woonboten de rivier nauwelijks kunt zien,” komen we bij de oude vestiging van het archief. De schutting voor de aanbouw uit de jaren zestig waarschuwt voor asbest. De deuren van het voormalige raadhuis van Nieuwer-Amstel, waar het gemeentearchief begon, zijn gesloten. Via een zijdeur in de Tolstraat gaan we naar binnen. Niemand houdt ons tegen. “Hoe is het mogelijk dat we hier al die tijd hebben gezeten,” mompelt Boomgaard bij het beklimmen van het haveloze trappenhuis. De doorgangen tussen voorkant en archiefdepot zijn dichtgemaakt. In de voormalige bedrijfskantine wordt net de lunch bereid van een filmbedrijf dat er zolang huist. Verwonderd stelt Boomgaard vast dat de vertrouwde ambiance niet meer bestaat. “Het lijkt zelfs of de herinneringen verdwenen zijn. Wat gaat dat snel!” Er is niets meer terug te vinden. Behalve het uitzicht over de rivier.

Tekst: Jessica Voeten
Juli-Augustus 2008

Powered by JReviews