Wonen bij arme weduwen Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Maart 22, 2011    
5272   0   0   0   0   0

Wonen bij arme weduwen

Iedere keer laat ik mij weer verrassen door binnen- en achtertuinen of hofjes die zich aan de achterkant van een gesloten voorgevel bevinden. Zoals een paar jaar geleden toen ik voor het eerst op de zesde en bovenste etage van het kantoor van de gemeentelijke Dienst Maatschappelijke Ondersteuning (DMO) stond. Een tamelijk kleurloos kantoorgebouw in de Weesperstraat, met de ingang aan de linkerzijde van de Nieuwe Kerkstraat.
Soms kom ik als het even kan bewust te vroeg. Om een gebouw te verkennen en vooral de geheime plekken te ontdekken waar je goed naar buiten kan kijken en overzicht hebt over de stad. Mij fascineert dat van boven naar beneden kijken altijd. Maar op deze plek is het voor mij heel bijzonder, want 70 meter verderop ben ik in 1957 op de Nieuwe Keizersgracht geboren in een voormalig joods ziekenhuisje tegenover de Hortus. Alle oudbouw is verdwenen en in de jaren tachtig vervangen door bakstenen woningbouw, maar op de Nieuwe Keizersgracht 94 staat de voorgevel van het prachtige Occohofje. Vanaf het kantoor van de DMO kan ik naar de binnentuin van het hofje kijken, als een beschaafde voyeur.
Ik wil meer weten: hoe is het Occohofje ontstaan, hoe zag de tuin eruit? Ik herinner mij dat thuis in mijn boekenkast ergens een boek moet staan over de hofjes van Amsterdam. Daarin zijn alle nog bestaande hofjes beschreven op volgorde van stichtingsjaar. Verteld wordt hoe in de 17de eeuw een bijzondere vorm van zorg voor behoeftige ouderen ontstond. Het woord ‘hofje’ duidde de organisatievorm aan: een door particulieren gestichte woongemeenschap waar men vaak gratis huisvesting kreeg. Meestal is ook de architectuur die van een hofje: woningen gegroepeerd om een binnenplaats of grasveld. Het eerste hofje in Amsterdam werd gesticht in 1615, het Sint-Andrieshofje aan de Egelantiersgracht, het laatste in 1923, de Molenpage Stichting in de Vossiusstraat.
Het Occohofje heeft mij gegrepen. De geschiedenis is uniek, blijkt uit het hofjesboek. Stichteres Cornelia Elisabeth Occo was een uitzonderlijke zakenvrouw, die groot werd in de handel in obligaties en diamanten en aandeelhouder was van de Franse Compagnie des Indes. Toen zij in 1752 stierf, bleek uit haar testament dat zij het grootste deel van haar kapitaal had bestemd voor de bouw en inrichting van een voorziening voor “arme weduwen sonder kinderen en arme vrijsters boven de vijftig jaar oud.”
Ik hoop vurig dat het reglement voor toetreding inmiddels is aangepast. Als ik dan over 25 jaar kreupel en hulpbehoevend terugverlang naar mijn geboorteplek, hoop ik dat de regenten van het Occohofje bereid zijn mij als kind van de Nieuwe Keizersgracht een kamertje aan de binnentuin toe te wijzen.

Tekst: Felix Rottenberg

Maart 2011

Powered by JReviews