Hier gebeurde het… Weesperzijde 17, 4 december 1915 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 28, 2010    
3948   0   0   0   0   0

De arrestatie van Barbarossa

Vier politiemannen stonden op zaterdagmiddag 4 december 1915 te posten voor Weesperzijde 17. Daar woonde in het bovenhuis Johan Christiaan Schröder, hoofdredacteur van De Telegraaf en vooral bekend onder zijn pseudoniem Barbarossa (dat verwees naar zijn rode baard). Toen Schröder tegen vijven met zijn vrouw kwam aanlopen, werd hij gearresteerd en een paar uur later zat hij in cel B2/7 van het Huis van Bewaring op de Weteringschans. Aanleiding tot deze aanhouding: de anti-Duitse berichtgeving in De Telegraaf zou een bedreiging zijn voor de neutraliteit van Nederland in het bloedige internationale conflict dat we later de Eerste Wereldoorlog zouden noemen.

“En daar zat een Barbarossa onder een naargeestig gasgloeilichtje en begon een monoloog tegen een faecaliën-emmer, die antwoordde met een eenigszins zoetelijken geur, die, zooals ik later merkte, door het geheele gebouw hangt en dien ik nu nog opsnuif, telkens als ik het woord ‘Journalisten-Kring’ of ‘Dr. Kuyper’ hoor,” schreef Schröder later in zijn rubriek ‘Dagboek van een Amsterdammer’. De Journalisten-Kring was een beroepsorganisatie van vakgenoten waarop de auteur het niet zo begrepen had, maar die het overigens na zijn arrestatie wél voor hem opnam. ‘Dr. Kuyper’ was Abraham Kuyper, hoofdredacteur en commentator van het antirevolutionaire dagblad De Standaard, sterk pro-Duits en een gezworen tegenstander van Barbarossa.
De hoofdredacteur van De Telegraaf droeg het hart op de tong en niet in de laatste plaats daardoor zat hij die avond in zijn cel, met een houten plank als opklapbed, een wastafeltje, een tafel, een stoel aan een ketting en de al genoemde emmer. En het was nog wel de avond vóór Sinterklaas! Hij had die middag met zijn vrouw Sinterklaasinkopen gedaan in de stad, toen hij twee inspecteurs en twee rechercheurs bij zijn voordeur aantrof. Hij had de cadeautjes nog naar boven mogen brengen, maar daarna had hij afscheid moeten nemen van zijn vrouw en zijn twee zoons. Ook had hij nog toestemming gekregen om de redactie van De Telegraaf telefonisch op de hoogte te brengen van zijn arrestatie. De inspecteurs (A. van IJsendijk en de latere omstreden recherchechef en hoofdcommissaris K.H. Broekhoff) hadden hem met lijn 10 naar het Leidseplein gebracht, want een taxi was niet te krijgen geweest. Vanaf de tramhalte was hij eerst te voet naar het Paleis van Justitie op de Prinsengracht geleid en vervolgens naar zijn cel op de Weteringschans.

‘Een troep gewetenlooze schurken’
De arrestatie was onverwacht geweest, maar er was wel het een en ander aan voorafgegaan. De Telegraaf had al sinds het uitbreken van de oorlog in de zomer van 1914 een pro-geallieerde koers gevaren. Dat was de nadrukkelijke wens van de in Parijs woonachtige hoofdaandeelhouder van het blad, H.M.C. Holdert, die daarbij onder meer beïnvloed werd door de Koninklijke Petroleum Maatschappij, een andere belangrijke aandeelhouder. De Telegraaf ging tekeer tegen de bloeiende illegale handel van Nederlandse bedrijven met Duitsland. Andere dagbladen als het Algemeen Handelsblad kregen ervan langs omdat ze te veel op de hand van Duitsland zouden zijn. En de krant richtte zijn pijlen op de Nederlandse regering, die de oren te veel zou laten hangen naar de oosterburen.
“In het centrum van Europa bevindt zich een troep gewetenlooze schurken, die dezen oorlog veroorzaakt hebben. In het belang van de menschheid, waartoe ons land, als we ons niet te zeer vergissen, behoort, is het zaak, dat deze misdadigers onschadelijk worden gemaakt.” Met deze zinnen van Schröder in de krant van 16 juni 1915 was het allemaal begonnen. Naar aanleiding van dit stuk had minister B. Ort van Justitie het openbaar ministerie (OM) gevraagd om te kijken of de hoofdredacteur van De Telegraaf vervolgd zou kunnen worden. Het OM zag een mogelijkheid en op 30 november eiste de officier van justitie bij de Amsterdamse rechtbank zes maanden gevangenisstraf tegen hem. Schröder werd ervan beschuldigd handelingen te hebben verricht waarmee de neutraliteit van Nederland in gevaar werd gebracht en dat was krachtens artikel 100 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar.
De verdachte was in afwachting van de uitspraak nog gewoon vrij man, maar op 4 december beschikte de rechtbank dat hij vastgezet moest worden. Het arrestatiebevel dat de politiemannen hem bij zijn voordeur op de Weesperzijde toonden, sprak van “gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid, te weten vrees voor vlucht van den verdachte en herhaling van het misdrijf”. Dat laatste hing ongetwijfeld samen met het feit dat De Telegraaf sinds de instelling van de vervolging de toon van de berichtgeving over Duitsland bepaald niet had veranderd. Verder was de rechtbank mogelijk achterdochtig geworden doordat de naam van hoofdredacteur Schröder sinds 2 december niet meer op de voorpagina stond. Onder de titel van de krant werd nu ineens vermeld dat H.M.C. Holdert verantwoordelijk was voor de inhoud. Overigens was het een publiek geheim dat grootaandeelhouder Holdert sowieso bepaalde wat er in zijn krant kwam en dat zijn oude jeugdvriend Schröder daar als hoofdredacteur weinig moeite mee had.

Een storm van protest
Zo was Barbarossa in zijn benauwde cel op de Weteringschans terecht gekomen, maar anderen kwamen hiermee ook in een lastig parket. Een storm van protest stak tegen de aanhouding op, ook buiten de landsgrenzen. In Nederland zelf werd de vrijheid van meningsuiting natuurlijk in het geding gebracht, maar het detail dat de arrestatie verricht was aan de vooravond van het Sinterklaasfeest droeg onmiskenbaar sterk bij tot de verontwaardiging. In het buitenland vielen met name de Franse en Engelse bladen uit tegen de Nederlandse regering, die ervan beschuldigd werd in de oorlog aan de Duitse kant te staan. Zo kwam de neutraliteit die men zo schroomvallig wilde bewaren juist door deze ongelukkige gang van zaken in het geding. Het was vrij duidelijk dat de regering had aangedrongen op vervolging van Schröder en minister Ort van Justitie maakte daar ook geen geheim van.
De verdachte moest ook na Sinterklaasavond nog heel wat nachtjes in de cel doorbrengen, maar de zaak stond er voor hem verder niet slecht voor. Al op dinsdag 14 december werd hij door de Amsterdamse rechtbank vrijgesproken van de aanklacht die tegen hem was ingediend. Het publiek dat bij de rechtszitting aanwezig was, ging volgens de berichtgeving in De Telegraaf van die avond uit pure vreugde over tot inzameling van geld om een bloemenhulde te brengen aan mevrouw Schröder. “Al zingende ‘Lang zal hij leven’ en ‘Schröder die is vrijgesproken’ trok de meenigte naar de woning van mevr. Schröder aan de Weesperzijde, waar eenige afgevaardigden het woord voerden. Zeer ontroerd door deze spontane hulde heeft mevr. Schröder bedankt.” Meneer Schröder zat intussen nog steeds in zijn cel. Hij zou pas een week later, op 21 december, in vrijheid worden gesteld. Zo was Barbarossa met de Kerst toch nog thuis.

Tekst: Marius van Melle en Niels Wisman
September 2006

Powered by JReviews