De vaste route van Ada Kok Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 21, 2010    
4233   0   0   0   0   0

Elk weekeind in een zwembad 092007_RouteHet was “één groot feest”, dat zwemmen. Maar er moest wel hard voor worden getraind, dus spoedde Ada Kok zich tweemaal daags per fiets van het ouderlijk huis op Amsteldijk 41 naar het Heiligewegzwembad, waar de Hollandse Dames Zwemclub trainde. “Spielerei” noemt ze dat regime – de nationale ploeg, dát was andere koek. Dertien was ze toen ze daar bij kwam, ze duimde nog. “Die meiden (onder wie Erica Terpstra) dachten: Wat moeten we met dat kind? Maar ja, als die duim eruit ging, werd dat Amsterdamse laatje opengetrokken.” Uit dat ‘laatje’ klinkt een vette lach.


Kok tuurt door de ruit van de voormalige melkwinkel met achtergelegen woning. Haar ouders bestierden het winkeltje en haar vader had bovendien een melkwijk. De Melkcentrale Noord leverde ’s ochtends tegen vijven de kratten af. Dan had Ada in de woonkeuken al havermoutpap voor zichzelf en haar vader gemaakt, zij moest vanwege het zwemmen tenslotte ook vroeg op. Het was keihard werken, herinnert ze zich. “Mijn ouders waren alleen op zondag vrij. Zaterdagavond maakten ze het vaak gezellig, met spelletjes en zo. Dan hielpen we eerst allemaal mee: mijn moeder dweilde, mijn vader deed de kas en mijn zus en ik vulden vakken. Des te eerder begon het feest.”
Kok beleefde vrijwel al haar successen toen ze hier woonde. “Mijn ouders zaten elk weekeinde in een zwembad. We hadden wedstrijden in Groningen, Leeuwarden, noem maar op. Mijn vader reed ons in zijn Volkswagenbusje en mijn moeder zorgde voor de snoepjes onderweg. Je kende iedereen, dus het was heel gezellig. Die wedstrijden deed je er zo’n beetje tussendoor.”
Kok raakte aan het zwemmen door haar zusje Gretta. Toen die in 1960 werd uitgezonden naar de Olympische Spelen in Rome en Kok haar koffer met paradekleren zag, was ze verkocht. En niet te vergeten: dat reizen. “Ik was een jaar of dertien. Wie kwam er toentertijd op die leeftijd in Amerika, Zuid-Afrika?” Maar het vereiste wel ijzeren discipline; elke ochtend tegen zevenen sprong Ada hier op haar fiets richting zwembad. En weer terug – en altijd in haast en met natte (en bij vorst zelfs bevroren) haren. Als ze één minuut te laat op school kwam, de mulo om de hoek op de Jozef Israëlskade, had ze een reprimande van de conciërge op zak.
Aan het einde van de middag was het weer zwemmen, dan had ze tussen de middag nog getraind bij de boksschool van Ome Nelis Bisschop in de Korte Leidsedwarsstraat. Als enige meisje. Ome Nelis had eerst weinig trek in zo’n ‘meissie’. “Maar op het laatst was ik zijn moppie. Als ik met de jongens ging hardlopen in het Vondelpark, riep hij altijd: Jongens, eentje moet wel op Ada passen! Jullie laten dat kind NIET alleen in het Vondelpark.”
Om acht uur lag de zwemkampioene in bed.

‘Juffrouw Kok’ op de bon
We passeren Amsteldijk 37, voorheen domicilie van de Nederlandse Bond van Handelaren in Brandstoffen, waar Kok een paar uurtjes per dag als receptioniste werkte. Want voor dat zwemmen moest ze vooral geld meebrengen. Overigens had ze toen al met goed gevolg haar eindexamen afgelegd - ondanks school. Maar dankzij de meiden van de nationale ploeg, die haar tijdens de (zwem)reis door Zuid-Afrika klaarstoomden voor het staatsexamen. “Die meiden hebben me door een hoop heen geloodst.”
Met het zicht op de Amstelbrug schiet Kok weer het avondlijk rondje hollen (ook nog!) langs de Amstel te binnen. Met hond, want dan was die ook weer uitgelaten. We volgen haar vaste route via de Stadhouderskade, Oosteinde, Frederiksplein, Utrechtsestraat en Rembrandtplein. Soms week ze wel eens van dit traject af. Bijvoorbeeld toen ze hooglopende ruzie had met haar zus en de clubkampioenschappen gezwommen moesten worden. Woedend waren ze van huis vertrokken, Ada via de Weteringschans. Maar - hoe gaan die dingen - de zusjes moesten het tegen elkaar opnemen op de 400 meter wisselslag. Niet Ada’s nummer, want de schoolslag was haar zwakke plek. Zus Gretta was daar juist een kei in. Maar uit boosheid zwom Ada de vlinder-, rug-, en vrije slag “als een idioot” zo snel, zodat ze toch Europees clubkampioene werd op dit onderdeel. “Thuis haalde ik die beker uit mijn tas en mijn ouders vielen van hun stoel. Dus mijn zuster weer helemaal pissig.”

Zak friet als beloning
We naderen de Kalverstraat, waar ze heel wat bekeuringen heeft gekregen. De agenten kenden haar allemaal, maar dat weerhield ze er niet van ‘juffrouw Kok’ te bekeuren als ze op haar fiets door de straat racete. Ze ziet ook nog de politie te paard voor zich, zoals die tijdens de Provorellen over de Heiligeweg galoppeerde. “We stonden echt tegen de gevels gedrukt. Ik was nog jong en leefde in een heel andere wereld. Alles was afgezet, de winkels waren dicht, maar het zwembad niet. Ons leven ging gewoon door.”
Dan staan we voor het poortje, het restant van het “befaamde” bad, waar Kok ’s ochtends altijd over de leerlingen van badmeester Appel heen zwom. “Ik moest natuurlijk op tijd zwemmen, en ja, dan ramde ik door zijn lesgroep heen. Daarna viste ik al die kleintjes op en riep: ‘Sorry, meneer Appel.’
Al dat zwemmen stond haar ook wel eens tegen, en dat merkte haar trainer meteen wanneer ze de draaideur doorkwam. “Dan zei hij: Aad, jouw gezicht bevalt me niet. Ga jij maar even de stad in, tot je een beetje bijgekomen bent.’”
’s Middags wachtte er overigens wel altijd een beloning: het friethuis van Ome Frans in de Voetboogstraat 33, de zakken friet deden 25 cent, evenals de kroketten. Uren stonden de zwemmers en zwemsters hier met hun fietsen. “En dan was het: Jongens, wat zullen we gaan doen vanavond, naar de film, of even naar het Leidseplein, een slok drinken? Ik was een jaar of zestien. Mijn moeder zei altijd: morgen betaal je het. Maar je was jong, dus je bezweek voor de verleiding.”

Tekst: Marcella van der Weg
September 2007

Powered by JReviews