Ondernemer Nicolaas Kroese Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 09, 2010    
7685   0   0   0   0   0

Mister Five Flies lokte Amerikanen

022008_KroeseVoor Amerikaanse toeristen was Amsterdam, d’Vijff Vlieghen en Nicolaas Kroese één begrip. De excentrieke restauranthouder wist tientallen beroemdheden naar zijn restaurant in de Spuistraat te trekken. Hij was onbetwist een gangmaker van het prille naoorlogse toerisme. Maar gaandeweg raakte Kroese verslingerd aan kabbalistiek, wereldvredewiskunde en een wirwar van heilsverwachtingen.
Bij de begrafenis van Kroese in 1971 was de familie bezorgd dat ook lui uit de Provotijd zouden verschijnen en amok zouden veroorzaken. Dat liep wel los. Wel meldden zich onverwacht andere Amsterdamse vrienden, van voor de oorlog. Het waren de (oud)clubleden van de KonAZ1870, de Koninklijke Amsterdamsche Zwemclub, opgericht in 1870, waar Kroese als fervent zwemmer lid van was geweest. Hij had er diverse bestuursfuncties vervuld en was niet onopgemerkt gebleven. “Bij een gekostumeerd ijsfeest op het Amsterdamsche IJsclub terrein verscheen Nico Kroese in badkostuum, met een groot biljet op den rug, waarin veel reclame werd gemaakt voor het zwemmen en de AZ.” Het clubblad merkte dan ook op: “Als iemand propaganda wist te maken, dan was Kroese het wel!” Het gevoel voor public relations zat er bij Kroese al vroeg in.
Geboren in 1905, uit Amsterdamse ouders, groeide Kroese op in de Helmersbuurt. Zijn vader was beheerder van de Amsterdamsche IJsclub op het Museumplein, maar overleed vroeg, waarna zijn moeder zich tien slagen in de rondte werkte in een boekwinkel/uitleenbibliotheek. Zijn opleiding kreeg Kroese op de Eerste Openbare Handelsschool aan het Raamplein. Als boekhouder kwam hij in de horeca terecht, in de cafetaria van de familie de Bock, op het Spui. Eigenaar Louis de Bock was voor de oorlog een grote horecaondernemer met meerdere vestigingen, waarvoor Kroese ook pandjes als belegging moest opkopen. Na een affaire met de dochter van zijn baas begon hij voor zichzelf. In de Spuistraat kocht hij een vervallen hoekpandje. Het was een onbewoonbaar verklaarde woning die hij voor de oorlog liet opknappen. Hij begon er een kunst- en antiekhandel, genaamd De Trapgevel, waar ook wijn werd geschonken. Van kunsthandel tot restaurant ging het vervolgens vanzelf.
d’Vijff Vlieghen
Met verloop van tijd werden in de Spuistraat vijf pandjes op een rij aangekocht en opgeknapt. De metalen borden met de tekst ‘Onbewoonbaar verklaarde woning’ liet Kroese vergulden en op de deuren zitten. De interieurs werden met authentieke bouwmaterialen aangekleed. Kroese bezat in de stad enkele pakhuizen vol antieke bouwfragmenten als Delfts blauwe tegeltjes, gebinten uit gesloopte boerderijen, glas in lood en afgebikte stenen. De schilder en tekenaar Arnold (Nol) Bokhorst maakte het tot een oer-Hollands geheel en smukte het interieur op met kruithorens en degens aan de muren, vitrinekasten vol roemers en kaarsensnuiters en tot meubilair verzaagde wijnvaten. Het restaurant kreeg d’Vijff Vlieghen als naam en het ietwat oubollige geheel is tot op heden een groot labyrint van aaneengeschakelde, knusse ruimten, met namen als de Ridderzaal en de Rembrandtkamer.
Op een verhoging, de bok genaamd, met zijn gezicht naar de ingang, troonde de omvangrijke Kroese zelf. Als gastheer schudde hij kwistig handjes, groette, grapte, vertelde met verve verhalen over de vroegere eerste bewoner Jan Jansz. Vijfvliegen en presenteerde zich in een adem door als allerlaatste nazaat. Geheel uit de lucht gegrepen was dit ook weer niet. Na archiefonderzoek was Kroese gebleken dat de aangrenzende steeg inderdaad naar een bewoner uit de 16de eeuw was vernoemd, die aan een uithangbord waarop vijf vliegen afgebeeld stonden, zijn bijnaam Vijfvliegen te danken had. Ondanks jarenlange briefwisselingen met de gemeente en historici wist Kroese de Gemeenteraad toch niet te bewegen de verbasterde naam Vliegendesteeg weer te veranderen in d’Vijff Vliegensteeg.
Lijndienst op Amerika
Kort na de oorlog had Kroese snel ingezien dat met het wegvallen van de lijndiensten op Indië de toekomst in de luchtvaart op Amerika lag. KLM opende als eerste een directe Europese lijndienst op Amerika. Amsterdam trok hiervan profijt. Het was destijds verlofcentrum voor in Duitsland gelegerde militairen die later dikwijls met familie terugkeerden. Van Schiphol ging het per bus direct door naar de Spuistraat. De dollar stond sterk, de zaak draaide als een tierelier.
In Amerika wist Kroese furore te maken. Overbekend is het verhaal hoe Kroese met een vogelkooi waarin vijf enorme koperen vliegen het verkeer op Broadway lam legde terwijl hij riep: “Five flies must pass”. Hij was er in 1953 ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de stad New York en maakte een tournee door Amerika. Dagboekenier Henri Knap sprak in Het Parool van “een dot van een kans om Amsterdam naar voren te schuiven”. Kroese schitterde herhaaldelijk op de Amerikaanse networks: “I’m Nicolas the Fifth, the Emperor of the Five Flies Empire, of Amsterdam, Holland. I’m born in 1627, in Amsterdam and I forgot to die . . .”
Zo verwierf ‘Mister Five Flies’ naam en faam en stroomden de gasten naar de Spuistraat. Beroemdheden werden uiteraard opgehaald. Met een antieke Rolls Royce liet Kroese zich, gehuld in rokkostuum met glimmend rood gevoerde cape, naar Schiphol rijden, waar hij onderaan de vliegtuigtrap sterren als Danny Kay, Orson Wells, Jayne Mansfield en Walt Disney verwelkomde. De toelen waar deze beroemdheden hadden gezeten werden van koperen plaatjes met hun naam voorzien. Een rij in leer gebonden gastenboeken vol krantenknipsels en handtekeningen prijkt tot op heden in het onveranderd gebleven interieur.
Oud-directeur J. Strijkers van de Amsterdamse VVV bij Kroeses overlijden: ‘Ik kan me moeilijk een man voorstellen, die méér voor het toerisme in Amsterdam heeft gedaan dan Kroese’.
Villa in Warmond
Maar succes van Kroese als ondernemer had zeker ook een zwakke kant. Administratie bij houden, geregelde belasting afdracht, het had zacht gezegd niet zijn grootste belangstelling. Met de dagelijkse gang van zaken bemoeide hij zich weinig maar een zaakwaarnemer duldde hij niet naast zich. In de jaren vijftig en zestig rommelde het personeel met kassabonnen, werd er gegraaid in de kas, volgden er rechtszaken en werd Kroese soms tijdelijk onder curatele gesteld. “Alles wordt kosmisch geregeld” was zijn leus.
Niet zozeer zijn restaurant, als wel een potpourri van zijn doorgeschoten passies ging meer en meer zijn aandacht opeisen: wiskunde, priemgetallen, kabbalistische cijferreeksen, piramides, biogeometrie en wat dies meer zij. Het moest het wereldvoedselprobleem oplossen, kanker weg nemen uit de wereld, de wereldvrede stichten. Ondertussen kon Kroese zijn al omspannende theorieën uitproberen in Warmond, waar zijn eerste ex-vrouw een villa met grote tuin aan het water de Leede. Het geheel heette Museum en Lusthof ‘Wondertuyn Warmond’ en er was een restaurant genaamd d’Vijff Kreeften.
Culinair journalist Johannes van Dam herinnerde zich Kroese te Warmond. Het was midden jaren vijftig. De vader van de kleine Johannes wees hem besmuikt de befaamde restauranthouder uit Amsterdam aan, die op het gras zat en de eendjes voerde.
Doorgaans was Kroese er in de weekeindes tussen de vruchtenboompjes te vinden en wijdde hij er zich aan botanische experimenten.
In de winter van 1956 was de villa door brand getroffen. De verwoeste dakpartij werd provisorisch gerepareerd met doorzichtig landbouwplastic. Het plastic was Kroese gaan gebruiken om gewassen onder te kweken, destijds beslist een vindingrijk idee. Pompoenen, aardbeien, lindebomen, mimosa, ze bleken groter of langer of eerder of vaker te groeien en te bloeien. “Ik kan de seizoenen nu verschuiven”, verkondigde Kroese in de pers. Geen onverdienstelijk resultaat voor een Amsterdammer die “geen roos van een geranium kon onderscheiden”, aldus zijn dochter Ans Steketee-Kroese.
De oplossing van het wereldvoedselprobleem? Woestijnen overdekken met plastic! Waarop zijn oudere broer jende: “De pietjes eronder of erboven, Nico?”.
De extraverte Kroese stak zijn geestdrift niet onder stoelen of banken. Niet alleen werd Koningin Juliana met een mandje appels bedacht, mateloos als hij was verzond hij ook geregeld ellenlange, geldverslindende telegrammen waarin hij zijn hersenspinsels uiteenzette. Hij zette hoog in. Kennedy, Mao, de paus of Oe Thant van de V.N., en dichterbij huis Joseph Luns, majoor Bosshardt, rectores magnifici en krantenredacties: de namen vormen een inflatoire waslijst die onbegrip en eenzaamheid doet vermoeden.
Hij woonde aan het Singel, tegenover de bloemenmarkt, boven een van zijn andere restaurants, ’t Olde Binnenhofje genaamd. Temidden van een enorme puinzooi van stapels en stapels papier, krantenknipsels en boeken sliep hij in een hemelbed, volgens de een, in een hondenmand, volgens de ander. In ’t Olde Binnenhofje werd ook opgetreden door zangeres Conny Renoir (de moeder van Jenny Arean), die het door Wim Ibo gecomponeerde Vijf Vliegenlied vertolkte.
Een halfje voor provo
In de lijvige studie ‘Imaazje’ van Niek Pas over de provobeweging, typeert de auteur Kroese terecht als een pseudoloog, iemand die verhalen fantaseert en een imago bouwt om de aandacht op zichzelf te vestigen, hierin zelf gaat geloven en uiteindelijk in verstrikt raakt. In Amsterdam was de latere provo Robert Jasper Grootveld evenmin geen onverdienstelijke aandachtstrekker. Kroese herkende de fantast in hem en ondersteunde hem met geld en maaltijden en gaf hem een ‘halfje’, het onderstuk van het gedeeltelijk afgebroken pand Korte Leidsedwarsstraat 29 in gebruik. Deze timmermanswerkplaats van Kroese werd in het voorjaar van 1962 de behuizing van Grootvelds zogenaamde K-tempel, waar hij als antirookmagiër zijn seances tegen kanker, nicotineverslaving, consumentisme en wat niet al voltrok. Na een maand ging het geheel in een pandemonische apotheose in vlammen op.
Een andere provo, de jonge Roel van Duyn, raakte rond 1965 gefascineerd door Kroese met zijn raadselachtige theorieën en nam hem een interview af: “We zitten tegenover Kroese. Hij praat op serieuze toon en zonder ophouden. De sfeer van de dikke man, het kaarslicht, het spelonkachtige vertrek, is zeer indrukwekkend, mystiek”. Van Duijn meende “dat Kroese een aardige kerel is, boordevol met theorietjes en gedachten. Hij spuit deze op een chaotische manier, zonder enige zelfkritiek. Niemand, tenzij die Nicolaas Kroese heet, kan hij daarmee overtuigen”. Nu terugblikkend meent van Duijn dat Kroese zichzelf destijds “bloedserieus” nam. Tijdens de zaterdagavondlijke happenings rondom het Lieverdje mochten publiek en provo bij d’Vijff Vlieghen schuilen voor in de Spuistraat chargerende agenten.
Een appelflauwte
Kroese had met een gewiekst gevoel voor publiciteit en een tomeloos enthousiasme zijn unieke decor, het spektakelrestaurant d’Vijff Vlieghen geschapen dat wonderwel, als een éénmaal in gang gezet vliegwiel ook zonder zijn directe leiding, maar zeer zeker niet zonder perikels, doordraaide; ook als de baas rond darde met aardstralenkastjes of lezingen gaf aan studentendisputen over het nieuwe maatgetal 127 als 33ste priemgetal der oerharmoniewetten der oerenergieën.
Het einde kwam niet zonder vernedering. Op een avond kreeg Kroese een beroerte (“een appelflauwte”) in d’Vijff Vlieghen. Kelners stapten letterlijk over hem heen, de bediening van de gasten moest uiteraard doorgaan en Kroese eindigde hij in het Wilhelmina Gasthuis. Zijn zaak had hij kort voordien van de hand gedaan. Na schuld- en belastingsaneringen was het uiteindelijk hotel-restaurant Krasnapolsky die zich toen het geheel, voor een appel en een ei wist toe te eigenen. Kroese overleed in het W.G., op Zorgvlied is zijn graf onopvallend.
Oud-provo vrienden richtten nog Stichting Geestelijk Erfgoed Nicolaas Kroese op en kwamen nog met plannen voor een standbeeld op de proppen. Het had in de hal van het postkantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal moeten komen, waar Kroese als recordhouder telegrammen-zenden immers jarenlang de beste klant was geweest. Uiteindelijk is er wel, in 1989 bij gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van het restaurant, een bronzen plaquette aan de gevel in de Spuistraat onthuld. Het eerbetoon is vervaardigd door de Amsterdamse beeldhouwer Aart Lamberts en toont het karakteristieke kale hoofd van een van Amsterdams ronduit eigenaardigste entrepreneurs.

Tekst: Carolus van Doornen
Februari 2008

Powered by JReviews