Architect Guillaume la Croix, 1887-1923 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 07, 2010    
5133   0   0   0   0   0

Een bescheiden bouwer

042009_ArchitectEen groot architect was Guillaume la Croix niet. Amsterdam telt slechts enkele gebouwen van zijn hand. Maar opvallend zijn ze wel. Twee ervan zijn rijksmonument: het bekende Naco-huisje achter het CS en het huidige Christie’s in de Cornelis Schuytstraat.

Op een fotootje uit 1903 zijn vier jonge medewerkers van het architectenbureau Ed. Cuypers een beetje met elkaar aan het dollen, zoals jonge medewerkers van allerlei bureaus dat altijd en overal hebben gedaan. Ze trekken rare gezichten en doen alsof ze een van hen eens flink te grazen zullen nemen. Het gaat om de kleinste – zo’n jongen die ze nu eenmaal altijd moeten hebben omdat hij zwakker is dan de rest, maar die tegelijkertijd best tegen een geintje kan: de dan 26-jarige Guillaume la Croix.
La Croix zou er zijn hele, korte, leven - van 1887 tot 1923 - maar zo’n beetje bij hangen en wellicht geheel vergeten zijn als onder het handjevol gebouwen van hem in Amsterdam niet twee rijksmonumenten zaten. Eén ervan kan beslist markant genoemd worden: het scheepskantoor van rederij Koppe op steiger 7 aan de De Ruijterkade achter het Centraal Station. La Croix bouwde dat in 1919 in opdracht van J.E. Koppe’s Scheepsagentuur.
Wie een blik zou willen werpen op dit leuke gebouwtje moet even geduld oefenen. In verband met het omvangrijke werk rond het station is Scheepskantoor Koppe sinds halverwege 2004 tijdelijk veilig gesteld. Het werd in zijn geheel in een stalen frame gegord en op een ponton gezet. Sinds die tijd ligt het in de Isaac Baarthaven in Zaandam, bij een houtbedrijf. De bedoeling is dat het bouwsel ongeveer op de oude plaats terugkeert.
Bij het verwijderen bleek de bouwkundige staat niet geweldig. Architectenbureau Zwarts & Jansma heeft daarom bij wijze van bescherming een soort glazen stolp over het gebouwtje bedacht, die tevens moet dienen als wachtruimte voor de draagvleugelboot naar IJmuiden en als grand café. De welstandscommissie ging slechts met lange tanden akkoord. Nu is het wachten op de uitvoering; het gebouwtje zou aanvankelijk in 2008 terugkomen, maar intussen is de belangrijkste financier van het plan (Frits Fentener van Vlissingen) overleden. De hoop is nu dat het in 2011 wordt teruggezet op wat dan Waterplein Oost zal heten.
Scheepskantoor Koppe, dat sinds 2001 op de lijst van 200 ‘nieuwe rijksmonumenten’ staat, is een houten gebouwtje op betonnen palen, licht uitgevoerd omdat het op een – eveneens door La Croix ontworpen – steiger staat. Tegenwoordig wordt het meestal Naco-gebouwtje genoemd, naar de laatste gebruiker, de Noordhollandse AutoCar Onderneming, die er tussen 1960 en 2004 zat. Ook staat het bekend als Minangkabause Huis, omdat La Croix zou hebben willen verwijzen naar het voormalige Nederlands-Indië. De Minangkabauers zijn een etnische groep op Sumatra die een enigszins vergelijkbare bouwstijl heeft. Anderen houden het erop dat La Croix zich liet inspireren door Finse blokhutbouw. Radboud van Beekum, die onlangs een boek over leven en werk van La Croix schreef, vindt het overigens veel waarschijnlijker dat de inspiratie voor het Scheepvaartkantoor Koppe stamt van de vissershuisjes op Marken. La Croix werkte daar veel en bovendien onderhield rederij Koppe een stoombootdienst naar dat eiland.

Laat op eigen benen
Ondanks zijn Franse naam werd Guillaume Frédéric la Croix geboren in een door en door Amsterdams gezin in de Nieuwmarktbuurt, op 9 april 1877. Zijn vader was timmerman en later opzichter van de gemeente. Architecten in die dagen waren vaker timmermanszoon – de beroepen lagen nog rechtstreeks in elkaars verlengde. Behalve Guillaume werd ook zijn twee jaar jongere broer Henri bouwkundige. Behalve van hun vader, leerden zij het vak waarschijnlijk als leerjongen elders.
Vast staat dat hij in juni 1900 als assistent-tekenaar in dienst kwam bij Eduard Cuypers (1859-1927), neefje van Pierre Cuypers en een van de invloedrijkste architecten in de periode vlak voor de Amsterdamse School. Tot Guillaumes collega’s hoorde Jan van der Mey (1878-1949), de latere ontwerper van het Scheepvaarthuis op de Prins Hendrikkade. Ze zouden hun hele leven met elkaar bevriend blijven en er zijn aanwijzingen dat ze overwogen samen een architectenbureau op te richten. Ook de latere grootheden van de Amsterdamse School, Michel de Klerk (1884-1923) en Piet Kramer (1881-1961), begonnen hun loopbaan bij Cuypers. La Croix moet hen goed gekend hebben.
Eduard Cuypers richtte zich vooral op stadsvilla’s voor welgestelden in Den Haag, Haarlem en Amsterdam; hij leverde zowel de panden zelf als de inrichting. Cuypers vond de samenhang tussen exterieur en interieur belangrijk en bestierde ook een groot meubelmakersatelier. Bij Cuypers heeft La Croix waarschijnlijk voornamelijk meubelontwerpen gemaakt. Hij was ook actief als graficus en ontwierp glas-in-loodramen (zoals die in de Vredeskerk in Bergen aan Zee, uit 1918). Ook werkte hij veel voor de tentoonstellingen en jaarbeurzen, die begin 20ste eeuw razend populair waren.
In 1908 stapte La Croix over naar het architectenbureau van A.J. Jacot (1864-1927), beroemd én omstreden vanwege zijn pompeuze winkelpanden, zoals modepaleis Hirsch op het Leidseplein (1911). La Croix bleef er werken tot 1914 toen hij zich – als 37-jarige relatief laat – vestigde als zelfstandig architect.
Hij had geen ongunstiger moment kunnen uitkiezen: de Eerste Wereldoorlog was zojuist uitgebroken. Ook al bleef Nederland neutraal, de sfeer was er niet naar om bouwprojecten op stapel te zetten. De weinige opdrachten die La Croix in die tijd kreeg waren vooral winkelpuien en -interieurs. Daaronder was de eerste winkel van Dikker & Thijs aan de Kalverstraat.
Op Heiligeweg nummer 37 is zelfs nog een vrijwel ongeschonden winkelpui van La Croix te bewonderen. Dat herenmodezaak Nero Fashion, hier sinds 1996, kennelijk nooit de aanvechting heeft gevoeld de winkelpui uit 1915 aan moderne winkelconcepten aan te passen, verdient wel een applausje. Er is trouwens nog een winkelfaçade van La Croix bewaard gebleven, al heeft die een andere, lichtere kleurstelling heeft gekregen: die van Reflex Modern Art Gallery op de hoek van de Weteringschans en de Spiegelstraat. La Croix ontwierp deze in 1919 voor kunsthandel J.S. Fetter & Co.
Verder moest de aan huis in de Johannes Verhulststraat werkende architect veel teleurstellingen slikken. Een op papier zeer fraai pand met winkels en woningen in de Vijzelstraat uit 1916 werd niet uitgevoerd, aangezien de straat bij nader inzien werd verbreed in verband met de bouw van het door Karel P.C. de Bazel ontworpen kantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Een grappig ontwerp uit datzelfde jaar voor een woning aan de Kromboomsloot (net als het Naco-gebouwtje met een houten gevel) werd evenmin uitgevoerd.

Zijn draai gevonden
La Croix’ eerste omvangrijke klus betrof de wederopbouw van het eiland Marken, dat in januari 1916 zwaar getroffen was door een overstroming. Veertien van de typische Markense huizen op palen komen uit de tekenpen van La Croix. Ook in andere Noord-Hollandse gemeenten die getroffen waren door de watersnood van 1916 staan ontwerpen van hem, meestal ‘eenvoudige werkmanswoningen’.
Met de wederopbouw van Marken leek La Croix zijn draai te hebben gevonden. In 1917 kreeg hij in Amsterdam een mooie opdracht van iemand die je nu projectontwikkelaar zou noemen: twee blokken herenhuizen tegenover elkaar in de Cornelis Schuytstraat, hoek De Lairessestraat. Gaande de bouw werd de bestemming gewijzigd: drie grote geschakelde herenhuizen in het ene blok werden bestemd tot Scheepvaartmuseum. Het blok staat er nog: sinds 1973, nadat het Scheepvaartmuseum naar zijn huidige onderkomen bij Kattenburg verhuisde, zit veilinghuis Christie’s erin, en is het een rijksmonument. Het golfmotief in de daklijst herinnert aan de oorspronkelijke bestemming. Het ertegenover liggende blok van acht woningen werd na een brand in de jaren zeventig gedeeltelijk gesloopt.
La Croix, die inmiddels een typische Amsterdamse School-architect was geworden, ontwierp voor Amsterdam ook een aantal complexen met arbeiderswoningen. Slechts één ontwerp werd uitgevoerd: 23 woningen en een winkel op de hoek van de Bellamystraat en de Van Effenstraat voor de socialistische woningcorporatie Rochdale. Overigens is het uiteindelijke resultaat uit 1918 aanzienlijk soberder dan La Croix’ eerste ontwerp uit 1916. Eveneens voor Rochdale tekende La Croix in 1919 twee blokken van 162 woningen in de Stadionbuurt. Voornamelijk om financiële redenen kwam het niet tot bouw. Een ontwerp van 310 woningen in Sloten onderging hetzelfde lot.
Voor een gezelschap particuliere beleggers ontwierp La Croix in 1922 een complex van huurwoningen aan de Vechtstraat, als onderdeel van Berlages Plan Zuid. Van de belendende panden uit dezelfde periode onderscheidt het zich vooral door de vaalrode kleur (in plaats van gele) kleur van de baksteen.
Guillaume – Wim voor intimi – la Croix moet een heerschap met een gebruiksaanwijzing zijn geweest. Hij had over het geheel genomen een zachtaardig karakter, maar ook zijn luimen en nukken. Waarschijnlijk zo ongeveer vanaf zijn twintigste had hij tuberculose onder de leden, toen nog een ongeneeslijke aandoening waardoor je vaak langdurig met koorts en hoofdpijnen thuis moest blijven. Mede vanwege zijn kwaal woonde hij tot 1911 buiten de stad, waar de lucht frisser was, in het fraaie dorp Vreeland tussen Amsterdam en Utrecht. Daar ontmoette hij ook de onderwijzersdochter Christina de Hond, met wie hij in 1904 trouwde. In 1906 werd hun zoon Willy geboren. Hij zou ook architect worden, zonder overigens zelfs maar één ontwerp gerealiseerd te krijgen.
Na een lang ziekbed overleed La Croix in een Utrechts ziekenhuis op 21 juli 1923, een half jaar na zijn vrouw. Ze werden begraven in Vreeland.

Tekst: Sjaak Priester

April 2009

Powered by JReviews