Fluisterende muren: Stadhouderskade 85 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 07, 2010    
5036   0   0   0   0   0

Dossiers

Waar nu alle Amsterdammers worden geregistreerd en de gemeentelijke kaartenmakers werken, was tientallen jaren het bolwerk van De Geïllustreerde Pers: uitgever van onder meer Margriet en Donald Duck. Wanneer mag je jezelf Amsterdammer noemen? Ikzelf woon vanaf mijn 21ste in Amsterdam, iets meer dan de helft van mijn leven. Maar eigenlijk voelde ik me al snel na aankomst herboren als Amsterdammer – nog vóórdat ik mij inschreef aan de balie van het Gemeentelijk Bevolkingsregister. De dienst die van mij ook formeel een Amsterdammer maakte was toen nog gevestigd in een wat morsig aandoend, voormalig bankgebouw op de Herengracht. Maar na vele gemeentelijke reorganisaties zetelt het voormalige Bevolkingsregister, inmiddels opgegaan in de Dienst Persoons- en Geo-informatie, achter de glazen façade aan de Stadhouderskade 85. Hier worden de gegevens van ruim 752.000 Amsterdammers digitaal geregistreerd en beheerd.

Oppervlakkig beschouwd lijkt het modern ogende gebouw aan deze drukke verkeersroute bijna geen geschiedenis te hebben, zo eigentijds ziet het er uit. Maar tot 1995 was dit het kloppende hart van De Geïllustreerde Pers. Er zullen maar weinig Nederlanders zijn die niet met De Geïllustreerde Pers zijn opgegroeid, en honderden Nederlandse journalisten, illustratoren en fotografen hebben hier voetsporen liggen. Toen oprichter Leo Teulings, telg van een zeer katholieke uitgevers- en drukkersfamilie uit Den Bosch, eind 1936 zijn bescheiden uitgeverijtje in Amsterdam begon met geïllustreerde weekbladen, wist hij nog niet dat hij de huishoudens van honderdduizenden Nederlanders blijvend zou beïnvloeden. Hij stond aan de wieg van Margriet (1938) en Revue, en wist in 1952 de Nederlandse uitgifte van het toen nog nauwelijks bekende Amerikaanse jeugdtijdschrift Donald Duck binnen te halen, dat hij introduceerde in de Nederlandse huishoudens via de Margriet-lezende moeders. De geïllustreerde weekbladen werden in de jaren vijftig zo populair, dat de uitgeverij aan een nieuw onderkomen kon denken. Via welke omwegen kunstminnaar Teulings terecht bij architect en interieurontwerper Mart Stam, idealist en modernist, die in de vooroorlogse jaren op het toppunt van zijn roem was, maar later wegens communistische sympathieën niet meer echt aan de bak kwam in Nederland. Stam was onder meer (in 1926) de geestelijke vader van de nog steeds immens populaire achterpootloze stalen buisframe kantoorstoel.. Ook in zijn architectonische visie was hij op zoek naar licht, lucht en ruimte: een gebouw moest een organisme zijn dat bijdroeg aan het welbevinden van de gebruiker.

Doorzichtig pand
Het nieuwe kantoor van De Geïllustreerde Pers verrees eind jaren vijftig op de plek waar tot voor kort het Henriëttehofje had gestaan, bewoond door bejaarde alleenstaande vrouwen. Dat bevallige, vrij lage pand van donkere baksteen, ontworpen door M.G. Tétar van Elven, was wegens bouwvalligheid gesloopt. Wat hoogte betreft paste Stams nieuwbouw, anders dan het hofje, geheel tussen de nogal pompeuze buurpanden. Maar tussen hun donkere façades viel het bijna doorzichtige nieuwe pand, met een voorgevel die geheel bestond uit glas en staal, toch bijzonder op.
In 1959 werd het gebouw ingezegend en kon De Geïllustreerde Pers haar triomftocht voortzetten – vanaf 1964 (na fusie met concurrent De Spaarnestad) onder de hoede van het nieuwe concern VNU. Van hieruit veroverden Donald Duck en zijn neefjes, maar later ook Asterix, Lucky Luke, Agent 327 en andere figuren uit het stripblad Pep de Nederlandse jeugd, en stroomden dagelijks honderden wanhopige brieven van vrouwen binnen voor de rubriek ‘Margriet weet raad’. Hoe vaak zal Endre Lukács, een van de eerste tekenaars van de Nederlandse Donald Duck, het loopje gemaakt hebben van zijn woning in de Gerard Doustraat naar de Stadhouderskade? En had hij specifieke Amsterdamse trapgeveltjes in gedachten, wanneer hij deze via zijn tekeningen Duckstad binnensmokkelde?
In dit luchtige gebouw werd weekbladgeschiedenis geschreven. In de vergaderzaal decreteerde hier Hier werd in 1965 op last van VNU-topman Jan de Quay (de oud-premier, ja) besloten dat de gehele oplage van een Panorama-editie in de papiermolen moest worden versnipperd, omdat daarin de linkse journalist Wim Klinkenberg de familie van Prins Claus beschuldigde van nazi-sympathieën. Hier onderging in 1976 een editie van de Nieuwe Revu hetzelfde lot, omdat de koningin Juliana’s kerstboodschap was geïllustreerd met naakte dames en heren in engelendracht. Maar in dat laatste jaar lieten de journalisten dat niet meer zomaar over hun kant gaan. Vanaf de Stadhouderskade trokken de redacteuren in optocht de stad in om te demonstreren tegen deze schending van de persvrijheid. Andersom werden de oren van de redacties soms gewassen door nieuwlichters. Zo bezetten in 1970 twintig Dolle Mina’s, gewapend met mattenkloppers en schoonmaakartikelen, de burelen van Margriet om een frisse wind door de redactie te laten waaien. De feministes waren niet meer gediend van de belegen opvattingen van het damesblad, dat vrouwen eenzijdig als echtgenotes en moeders bleef benaderen.
Ondanks het bouwjaar 1959 doet de pui van glas en staal anno 2009 nog steeds modern aan. Voor de medewerkers van De Geïllustreerde Pers vertegenwoordigde dit zakelijke onderkomen niettemin het ‘tijdperk van de Oude Gezelligheid’, sinds hun werkgever in 1995 onder invloed van fusies de burelen verplaatste naar de Margriet-toren in de Bullewijk.

Vervlogen tijden
Sinds 1997 zetelen op de Stadhouderskade de medewerkers van de Dienst Persoonsgegevens, waar ze onlangs gezelschap kregen van de kaarttekenaars van Geo-informatie, via een bouwkeet bij de Spaklerweg afkomstig uit het Wibauthuis. De meeste loketfuncties zijn al lang voor de verhuizing overgeheveld naar de stadsdeelkantoren en de Stopera. Nu heerst in het gebouw en serene rust. Het is jammer dat glas en staal de tijdgeest minder vasthouden dan steen en hout. De zindering van het weekbladenbedrijf, het opgewonden gekrakeel, hollen en stilstaan, de opstootjes, meningsverschillen, jacht op scoops en shockerende inhoud zijn via de glazen pui vervlogen. Hoe zullen de medewerkers van de Dienst Persoons- en Geo-informatie, zodra hun dienst weer een nieuwe naam en een nieuw onderkomen krijgt, ‘hun’ gebouw beoordelen? Wederom als het ‘tijdperk van de Oude Gezelligheid’?

Tekst: Annegriet Wietsma
Januari 2009

Powered by JReviews