Fluisterende muren: Oudezijds Voorburgwal 197 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 02, 2010    
4655   0   0   0   0   0

Dossiers

Een variant op de titel van deze rubriek stond afgelopen zomer te lezen op een bouwschutting voor hotel The Grand: “Als muren konden praten...” Erboven een grote kleurenfoto van een rij stoelen met het Amsterdamse stadswapen op de rugleuning: de vroegere zetels van B&W, nog altijd in rechte rij aanwezig. Gevoel voor historie kan de huidige gebruiker van het voormalige stadhuis niet worden ontzegd. Het complex is klooster (tot 1578), Prinsenhof (logement voor prinsen en hoge heren) en huisvesting van zowel de Admiraliteit (tot 1795) als stadhuis geweest (sinds 1808). In 1988 verhuisden de ambtenaren van de burgwal naar de Stopera. Na een respectvolle verbouwing opende hotel The Grand in 1992 haar deuren.

Aan de tijden van de Franciscaanse kloosterzusters herinnert het grondplan rondom de open binnenplaats. Daar is de opvallendste herinnering aan de Admiraliteit de classicistische gevel uit 1662 met timpaan. De hierin zichtbare gekroonde Hollandse leeuw met gekruiste ankers binnen een rondgebogen vlechtwerk (de ‘Hollandsche Tuin’) heeft het hotel als ingeweven versiering teruglaten keren op de rugleuningen van de stoelen. De naam van het klooster leeft voort op een glazen bordje met de tekst: St. Cecilia Chamber.

Veel meer echter herinnert aan het vroegere gebruik als stadhuis. De belangrijkste vertrekken werden zorgvuldig gerestaureerd. Het stadhuis heeft op de kop af 180 jaar tussen de beide burgwallen gezeteld, maar de compleet bewaarde interieurensembles dateren hoofdzakelijk uit de jaren twintig van de vorige eeuw. De raadszaal en de burgemeesterskamer bewaarden hun originele houten betimmeringen en beeldhouwwerk, tafels, stoelen, lampen en deuren met gebeeldhouwde reliëfs en klinken met keizerskroontjes. Alles uitgevoerd in de onmiskenbare Amsterdamse Schoolstijl waarin speelsheid en statigheid fantasievol samenkomen. De hoger gelegen ambtenarenvertrekken zijn verbouwd tot luxe slaapkamers. De grootste suites werden geëerd met de namen van de laatste drie burgemeesters: Samkalden, Polak en Van Thijn.

Werkkamer werd spoelkeuken

Tussen 1982 en 1988 was Philip van Tijn directeur van het Kabinet van de Burgemeester. Vol bewondering ziet Van Tijn nu hoe het gebouw in oude glorie is hersteld. Zijn eigen vertrek (dat uitkeek op de Lommertbrug, waar altijd wel een bekende passant te groeten viel) was uitzonderlijk, want fraai gemeubileerd met antiek uit de collecties van het Amsterdams Historisch Museum. Het 18de-eeuwse bureau, de 17de-eeuwse kussenkast, de stadsgezichten aan de muur: ook jaren later nog goed voor collegiale kinnesinne. Van Tijn verhaalt het met smaak. Het hotel had juist haar intrek genomen in het verbouwde complex toen een vroegere collega er een afscheidsreceptie gaf. Amper was Van Tijn binnen of hij werd door handenwrijvende oud-collega’s verlekkerd aangesproken. Of hij al gezien had dat zijn vroegere werkkamer weggebroken was en de prozaïsche bestemming van spoelkeuken gekregen had?

Eén van de intact gelaten kunsthistorische hoogtepunten is de trouwkamer eerste klasse. Er kan nog altijd getrouwd worden. Het is een kleine, schemerige ruimte met allegorische voorstellingen van Chris Lebeau op wanden, plafonds en glas-in-lood ramen. Bij zijn Kabinet, door Van Tijn gekenschetst als knooppunt van stadhuisactiviteiten, stond de deur als het ware altijd open. Wilde hij voor even onzichtbaar zijn dan nam hij zijn toevlucht tot deze zelden gebruikte trouwkamer. Met pen en papier zat hij stukken te schrijven aan de trouwtafel, omringd door de hiëratische figuren in lichtgroene, aquariumachtige kleuren binnen hun zwierige omtreklijnen.

Terug in de gangen van zijn vroegere werkomgeving strijkt hij herhaaldelijk in een van de zitjes neer. Herinneringen komen boven. Beeldend beschrijft hij hoe er destijds een wonderlijke ‘dichotomie’ bestond tussen de kleding van de diverse ambtenaren. Hoofd portiers- en chauffeursdiensten Joop van Waveren liet zijn personeel tip-top verzorgd met witte handschoenen rondlopen, terwijl de ruig bebaarde wethouder Michael van der Vlis met blote voeten in sandalen op een brommertje verscheen. Herinneringen. Niet enkel nostalgisch, overigens.

Met afgrijzen herinnert Van Tijn zich hoe in november 1985 de brandweer binnenstormde. Verwikkeld in een arbeidsconflict meende ze als pressiemiddel de begane grond van het stadhuis onder een kniehoge laag blusschuim te moeten spuiten. De vermaarde wandschildering van Karel Appel in het personeelsrestaurant dreigde zo beschadigd te raken.

De verkiezing van ene Ema Bouman van de rabiaat rechtse Centrumpartij in de gemeenteraad, in april 1986, zorgde niet minder voor stampij. Radicaal-linkse demonstranten probeerden haar installatie te verhinderen door massaal het stadhuis te blokkeren, het omstreden raadslid werd via een achteringang het pand binnengesmokkeld. Burgemeester Van Thijn en Kabinetshoofd Van Tijn brachten – uit angst het Stadhuis niet tijdig te kunnen bereiken – de nacht voorafgaand aan de ceremonie in de eersteklas-trouwzaal door, schakend en weinig slapend.

Na zeventien jaar spreken inmiddels ook de hotelmuren een woordje mee. Aanzienlijke of legendarische gasten als de Franse president Chirac (Eurotop 1997) en The King of Pop (HIStory World Tour 1996) waren op hun eigen wijze goed voor dranghekken en gerucht.

Tekst: Carolus van Doornen

September 2009

Powered by JReviews