Markante Amsterdammers: Marleen Stikker Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 02, 2010    
6830   0   0   0   0   0

De 'moeder van de creatieve industrie' 092009_Digitale_stadAmsterdam had in 1994 drie burgemeesters. Het was het jaar waarin Schelto Patijn de opvolger werd van Ed van Thijn. En de derde burgemeester? Dat was Marleen Stikker: de burgemeester van De Digitale Stad.

De Digitale Stad zette Amsterdam op de digitale wereldkaart. Het was immers een van de eerste mogelijkheden voor gewone burgers om kennis te maken met de zegeningen van internet. Dat bestond in 1994 weliswaar al anderhalf decennium, maar was buiten het domein van wetenschap nog nauwelijks bekend. En vrijwel niemand had zelfs maar bij benadering een vermoeden hoe ingrijpend internet het dagelijks leven zou veranderen. Niemand, behalve dan misschien Marleen Stikker en haar bentgenoten. Zij waren immers een clubje vreemde eenden in de prille internetbijt: voor hen was het wereldwijde web niet in de eerste plaats een technisch mirakel, maar bovenal het stramien waarop nieuwe sociale netwerken konden worden geweven.

Sociale netwerken, het buzzword van 2009, waren voor Amsterdam in 1994 al de crux van het internet. Dat komt doordat de Amsterdamse internetpioniers geen nerds waren, althans niet uitsluitend. Veeleer was het een groepje van hele of halve kunstenaars, krakers en andere activistische types. Een typisch zootje Amsterdams ongeregeld kortom, waarvoor je tegenwoordig niet gemakkelijk meer de handen op elkaar zou krijgen. Velen zijn overigens uiteindelijk heel behoorlijk terechtgekomen – dank u.

Non-conformistisch

In dat wereldje kende iedereen Marleen Stikker. Hoewel officieel filosofiestudente, werd ze vaker aangeduid met typeringen als ‘internet-diva’. Stikker kwam uit een milieu dat je gerust non-conformistisch zou kunnen noemen. Ze werd in 1962 geboren in Groningen. Haar vader was Uipco Stikker. “Hij noemde zichzelf kunstenaar-wetenschapper. Hij heeft geëxposeerd met visuele poëzie. Hij was echt een erudiet, een bekende figuur ook in Groningen.” Allerd Stikker, de topman van de RSV-werf die zich in 1984 voor een parlementaire enquêtecommissie moest verantwoorden, is verre familie, en Dirk Stikker, minister van Buitenlandse Zaken in het eerste kabinet-Drees en mede-oprichter van de VVD, nog verder. "Ik ben van de zwarte-schapenkant."

Haar moeder is Gerda Meijerink, vertaalster Duits en publiciste. Dat zij docente germanistiek was aan de Utrechtse universiteit, en tegelijkertijd onderwijskunde doceerde aan de Universiteit van Amsterdam, brachten moeder en dochter naar Amsterdam. Haar vader niet, want haar ouders leefden gescheiden. Wel had Marleen van haar negende tot haar zestiende jaar een ‘tweede moeder’: schrijfster Doeschka Meijssing. Geen wonder dus dat schrijven lange tijd een perspectief vormde. “Op verjaardagen zaten Jeroen Brouwers en Gerrit Komrij bij ons op te scheppen over hoeveel gedichten van Piet Paaltjens ze uit hun hoofd kenden.” Maar het werd een studie filosofie.“Iedereen probeert zijn milieu te ontvluchten,” zegt ze, “al zou het ook kunnen zijn dat ik het talent voor schrijverschap niet had. Ik denk dat ik erg door mijn vader beïnvloed was, in de zin dat ik naar echte kennis op zoek was en niet alleen maar naar meningen of emoties.”

Helemaal aan de verwachtingen voldeed de filosofiestudie niet. In de eerste plaats was er aan de UvA vooral “veel gedoe dat nergens over ging”. Met een groep studenten vormde Stikker een club (Amfibi) die zelf het onderwijs vormgaf. “Dat is een rode draad in mijn leven: als iets me niet bevalt ga ik het zelf doen, altijd in coalities met anderen.” Maar filosofie bleek bovendien onvermoede gevaren in zich te dragen. “Ik zat helemaal in Hegel, in Kant, in de pre-apperceptie en het godsbegrip. Dat ging allemaal goed totdat ik last kreeg van uittredingen.” Ze moet er nu om lachen. “Je kunt totaal in dat denken verstrikt raken, en ik merkte dat dat niet goed voor me was. Ik wil midden in het leven staan, en niet alleen in de reflectie zitten.” De filosofiestudie werd dan ook niet voltooid.

Wreed totaaltheater

In plaats daarvan raakte Marleen Stikker verzeild in de wereld van het tegendraadse theater. Ze bestudeerde Antonin Artaud en diens ‘wrede’ totaaltheater. "Ik heb nooit echt in toneelstukken gespeeld, maar vooral de mix tussen theater en beeldende kunst opgezocht." In 1983 of ’84 raakte ze betrokken bij het theatertijdschrift Alligator, en toen liet de kennismaking met de computer niet lang meer op zich wachten. De tijdschriftenwereld was in heftige beroering door de opkomst van desktoppublishing. Het waren vooral de kleinere onafhankelijke tijdschriften die daarmee aan de slag gingen. Misschien wel het allereerste dtp-programma in Amsterdam was in gebruik bij het Shaffy Theater.

Achter de knoppen: Marleen Stikker. “De computer heeft enorm geholpen bij de ontwikkeling van een autonome, onafhankelijke cultuur in de stad. Het was de periode van Staats-TV, Rabotnik, Radio 100. Een mooie tijd, met die prille mediacultuur in de stad. In dat wereldje heb ik een tijd rondgewandeld. Drukkerijen zoals de Raddraaier, Primavera; autonome theaters zoals het Ostadetheater, het Veemtheater, The Bank op de Haarlemmerstraat, het Amfitheater in Paviljoen 1 – kortom wat indertijd het derde circuit werd genoemd.”

Ze leefde in die tijd, vertelt ze zonder blikken of blozen, van een uitkering. “Dat was heel gewoon. Eigenlijk waren het innovatiegelden; het hele circuit draaide erop. Ik heb wel eens gezocht naar banen, maar die waren er gewoon niet. Ik hoor bij de generatie waar niemand op zat te wachten. Er was in die tijd helemaal geen perspectief op werk. Iedereen was zijn eigen economische activiteit aan het zoeken. Je kunt wel zeggen dat in dat circuit de creatieve industrie in de stad geboren is.”

En ze woonde zeker in een kraakpand? “Nee! Gek hè? Ik heb wel her en der geholpen, maar bij grote kraakacties was ik niet betrokken. Ik had alleen kantoor in een gekraakt woon-werkpand op het WG-terrein.” Haar huidige levensgezel Pepi, vertelt ze, komt wel uit de krakersscene: hij woonde in het legendarische Wyers-pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal, dat in februari 1984 met het nodige misbaar werd ontruimd. Inmiddels hebben ze samen twee dochters: Zwaantje van 7 en Rokko van 5. Ze wonen in de Jordaan.

Creatieve hackers

Bij het fraais dat Amsterdam in de late jaren tachtig te bieden had hoorde ook de hackerscultuur. Jongens, voornamelijk, die de gevestigde orde regelmatig aan het schrikken maakten door apparaten creatief en grondig aan te passen. Hack-Tic (‘tijdschrift voor techno-anarchisten – hoofdverdachte: Rop Gonggrijp’) publiceerde alles van trucs om gratis te telefoneren (‘phreaken’) tot aan grondige analyses van het elektronisch betalingsverkeer. Hoogtijdag van de hackerscultuur was de manifestatie Hacking at the End of the Universe in Lelystad, 1993.

De autoriteiten keken bezorgd toe naar wat dat zootje ongeregeld in de polder uitspookte. Marleen Stikker was erbij, en haar ogen beginnen te glimmen als ze eraan terugdenkt: “Het was de eerste keer dat een meute nerds aan de ene kant en mediamakers aan de andere kant elkaar ontmoetten. Prachtig, die honderden kampeertentjes die aan TCP-IP hingen.” Daar in Flevoland is het idee voor De Digitale Stad tot volle wasdom gekomen. Er waren wel wat voorbeelden in de Verenigde Staten (Freenets, sinds 1986 al) maar het idee om op internet een virtuele stad te presenteren was nieuw. "Freenets waren hele stijve informatiesystemen. Wij wilden geen informatiesysteem maken, maar een ervaring. Wat valt er te ontdekken?"

De gemeenteraadsverkiezingen van 1994 vormden een mooie kapstok voor een experiment. Stikker stuurde een nota naar ambtenaren die hem soms maar half begrepen. Desondanks kwam er financiering los van de gemeente en van twee ministeries. Marleen Stikker en de 24-jarige hacker Felipe Rodriquez haalden nachten door om De Digitale Stad te bouwen – op een verdieping boven het Spaanse restaurant Centra aan de Lange Niezel, waarvan Rodriquez eigenaar was. En op 15 januari 1994 was het zover: met een mailtje naar de Amerikaanse vicepresident Al Gore stelde Frank de Grave, vermoedelijk de enige wethouder die snapte waarom het allemaal draaide, ‘groot digitaal Mokum’ officieel open voor het publiek.

Virtuele woningnood

Dat De Digitale Stad een succes was, is zwak uitgedrukt. Hoewel bij de aanvang nog maar een paar honderd particulieren in Nederland toegang hadden tot internet, ontstond er bijna virtuele woningnood, zo snel stroomden de bewoners toe, met duizenden tegelijk. Niet in de laatste plaats waren ze geïnteresseerd in het virtuele Centraal Station, dat toegang bood tot het wereldwijde web. De naar huidige maatstaven primitieve en dure apparatuur, noch de niet altijd even gebruiksvriendelijke menu’s waren een belemmering. Ook organisaties en bedrijven vestigden zich aan de virtuele straten en pleinen van de stad van burgemeester Stikker: musea, bibliotheken, kranten, het Uitburo en natuurlijk de gemeente Amsterdam.

Aan het einde van de subsidieperiode was de conclusie onontkoombaar dat het niet bij een paar weken experimenteren kon blijven: De Digitale Stad bleef bestaan. Door het leveren van diensten en adviezen op de prille internetmarkt kon de stad – een stichting inmiddels – zichzelf bedruipen. Er werden nieuwe, telkens weer wat betere wijken en voorzieningen toegevoegd. In andere steden – Rotterdam, Leiden, Eindhoven – werd het voorbeeld gevolgd.

Maar er kwam een einde aan de pret. Niet in de laatste plaats door de opkomst van XS4ALL, de mede door Felipe Rodriquez in het leven geroepen provider voor iedereen, werd rondstruinen op internet veel toegankelijker en bleek er buiten De Digitale Stad nog heel wat te beleven op het wereldwijde web. Marleen Stikker legde in 1996 haar ‘burgemeesterschap’ neer – er waren trouwens heel wat inwoners aan haar stoelpoten aan het zagen. De Digitale Stad bestaat nog steeds, maar als doodgewone, commerciële internetprovider.

"Het heeft zijn functie gehad," zegt Stikker. "De Digitale Stad heeft honderdduizenden de eerste schreden op internet laten zetten, een ook veel organisaties. Nu is het all over the place. Wij hebben het altijd gezien als een sociaal medium."

Waag Society

Inmiddels troont de moeder van de creatieve industrie (een typering van burgemeester Job Cohen) bovenin het Waaggebouw op de Nieuwmarkt. Ze is oprichtster (samen met Caroline Nevejan) en directeur van wat aanvankelijk de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media heette, en tegenwoordig de Waag Society. Marleen Stikker is een spin in het web van de Amsterdamse multimediawereld en opgenomen in het establishment. "Wat mij nu veel meer interesseert is de echte stad. Mijn aandacht is verplaatst van het creëren van een stadscultuur op internet naar hoe de echte stad beleefd wordt en de rol van de media daarin." Amsterdam Realtime, kortom, om de naam te noemen van een van de vele projecten die ze onder haar hoede heeft.

Dat leidde bijvoorbeeld tot de Verhalentafel, een multimedia-meubel waarmee ouderen herinneringen kunnen ophalen en bewaren. "We zijn allemaal consument van media," zegt Stikker, "maar waar ik me sterk voor maak is dat iedereen ook producent wordt, niet alleen van media maar ook van data". In 2003 konden bewoners van het Twiskehuis in Amsterdam-Noord er kennis mee maken en inmiddels staan er ruim 75 exemplaren van het prijswinnende object overal in Nederland.

Zo heeft de Waag Society, meestal samenwerkend met andere organisaties, tal van projecten voor gezondheidszorg, cultuur, samenleving, onderwijs en duurzaamheid. Ruim 50 mensen werken er. Sinds een jaar of drie is er een filiaal in Pakhuis de Zwijger aan de Oostelijke Handelskade. Daar zit het Mediagilde, een broedplaats voor veelbelovende starters op multimediaal gebied. En een tweede filiaal, het futuristische gebouw Dutchdock, in de vorm van een schip op de helling op het NDSM-terrein, staat op de tekentafel. "Dat moet een soort WTC voor de creatieve industrie worden en tegelijk een stadslaboratorium." De drie elementen die nodig zijn voor succes in de multimediale toekomst moeten er samenkomen: creativiteit, technologische kennis en ondernemerschap. "En in al die dingen," zegt Marleen Stikker, "is Amsterdam verschrikkelijk sterk."

Tekst: Sjaak Priester

September 2009

Powered by JReviews