Hier gebeurde het... Weteringschans, 2 december 1980 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     November 23, 2010    
5220   0   0   0   0   0

ME-Sinterklaas voorkomt veldslag niet

Ineens verscheen hij daar met mijter en staf op het dak van de Grote Wetering. Sinterklaas. Een grap van de politie om de spanning te breken rond de aanstaande ontruiming van het krakersbolwerk. De actie bleek een fraai staaltje galgenhumor: vlak daarna werd het pand ontruimd. Op straat ging ’t er hard aan toe.

De krakers die het logboek bijhielden tijdens de ontruiming van de Grote Wetering, een pand tegenover het Rijksmuseum op de hoek van de Spiegelgracht, noteerden op dinsdag 2 december 1980 om half twee ’s middags in telegramstijl: “Hoogwerkers met veel ME. Heel geks: Sinterklaas en Zwarte Piet lopen pand binnen. Vermomming? Op dak.” Een container volgestouwd met dertig gezagdragers was bovenop het kraakpand gehesen. “Tot grote hilariteit van de politiemensen en honderden nieuwsgierigen in de wijde omgeving”, berichtte De Telegraaf, “stapten echter ook de goedheiligman met zijn knecht uit de container het dak op. De spanning op de Weteringschans, die er op dat moment had geheerst, was even gebroken. De krakers reageerden woedend op deze ludieke zet van de politie, die door een hoofdinspecteur was uitgedacht. ‘Eerst staan ze klaar met kogels’, aldus een woordvoerder, ‘en dan proberen ze met zo’n grap de stoom van de ketel te halen.’” De Sint, onder wiens mijter zich politiecommandant Gert van Beek verschool, probeerde waardig over te komen. “Een ME-Sinterklaas, smaalde De Groene, ‘want de echte krijg je zo gek niet!”
Het kraakpand, Weteringschans 81-89, was op 25 februari 1978 gekraakt in het kader van een actie van het Landelijk Overleg Kraakgroepen om druk uit te oefenen op de Eerste Kamer om een antikraakwet niet te aanvaarden. De senaat had die wet inderdaad verworpen. Niet zozeer omdat men onder de indruk was van de landelijke kraakactie, maar meer vanwege de onduidelijkheid van die wet. Bovendien hadden de argumenten die door de Raad van Kerken waren aangedragen indruk gemaakt. Deze had betoogd dat het maatschappelijk onaanvaardbaar was dat er een schrijnend tekort was aan jongerenhuisvesting, terwijl tal van panden om speculatieve redenen jarenlang leegstonden.
De Grote Wetering, zoals de krakers het pand hadden gedoopt, was zo’n speculatieobject. Het was in 1892 gebouwd in opdracht van de Onderlinge Vereeniging van Veehouders tot verkoop van zuivere koemelk (O.V.V.), een melkinrichting die gesticht was door veehouders uit Badhoevedorp. Architect Joseph Cuypers - zijn vader had een paar jaar eerder aan de overzijde van de Singelgracht het Rijksmuseum doen verrijzen - had boven de ruimtes voor de melkvoorziening woningen ontworpen. Die moesten het pand voor de melkboeren rendabel maken. Voor dat doel werd in 1894 naast het complex nog een pand geplaatst (Weteringschans 89), dat architectonisch naadloos aansloot bij Cuypers’ eerdere schepping. Dit laatste pand was nog verhuurd toen in februari 1978 de krakers in het complex ernaast trokken.

Sloopwoede van vastgoedhandelaar
Vijf maanden eerder was het huizenblok - van waaruit al sinds 1923 geen melk meer werd gedistribueerd - gekocht door vastgoedhandelaar Gerard W. Bakker, die er een kantoorgebouw met parkeergarage wilde neerzetten. Bakker had zich in 1973 op 30-jarige leeftijd in Amsterdam gevestigd omdat hij brood zag in de sanering van volksbuurten. Aanvankelijk met veel succes. Hij had een kerstboom met bv’tjes opgetuigd om zijn plannen te verwezenlijken en om niet teveel aan de fiscus te betalen. Maar er was in Amsterdam op volkshuishoudinggebied een andere wind gaan waaien en wethouder Jan Schaefer had renovatie in de plaats gesteld van nieuwbouw, waardoor het met Bakkers imperium nu minder ging. Het verklaart waarom hij zoveel belang stelde in de realisering van het Weteringproject.
Kort na de kraak verloor hij een kort geding, aangespannen door een van zijn bv’s (Handels-en Beleggingsmaatschappij Bakkerswaal) tegen een kraker die drie dagen na de kraak betrapt was terwijl hij met een koevoet een dichtgemetselde deur bezig was open te breken. De gedaagde bleek echter deel uit te maken van kraakploeg De Pijp en had niet de intentie gehad zich in het pand te vestigen. Een paar maanden later probeerde Bakker een doorbraak te forceren toen de huurders van nummer 89 (het rechterpand) eruit trokken. Tegelijk met de verhuiswagen arriveerde een sloopploeg, die dit pand begon te slopen en tevens een aanvang maakte om het dak van het complex ernaast, waar zo’n 35 mensen woonruimte hadden gevonden, met kettingzagen te lijf te gaan. De politie maakte hier een eind aan, omdat er geen sloopvergunning was aangevraagd. Op last van de gemeente moest het dak weer worden gerepareerd en van het rechterpand - dat al half afgebroken was - moest de parterre bewoonbaar blijven.
De sloopwoede van de vastgoedhandelaar schoot bij velen in het verkeerde keelgat. Tal van adhesiebetuigingen kregen de krakers voor hun standpunt dat dit pand behouden moest blijven voor volkshuisvesting. Een rol speelde daarbij ook nog dat aan de overzijde van de straat twee 19de eeuwse villa’s - gebouwd in dezelfde eclectische stijl als de Grote Wetering - net plaats hadden moeten maken voor kantoortorentjes, die door architect Frans van Gool identiek waren vormgegeven en daarom de bijnaam Peper en Zout hadden gekregen. De velen die deze bouwsels een aantasting van het stadsbeeld vonden, konden niet warm lopen voor een nieuw kantoorpand.

Nederlaag is geen schande
Eind juni 1980 leek het even dat de plannen van Bakker niet door zouden kunnen gaan. Tien van zijn twaalf bedrijven werden failliet verklaard en bovendien liet het architectenbureau dat de nieuwbouw had ontworpen - Bureau Verkerk, Dijkstra en Loerakker - beslag leggen op de Grote Wetering omdat het meer dan een ton (in guldens) tegoed had. Maar met een miljoenenkrediet van de Friesch-Groningsche Hypotheekbank lukte het Bakker om zich zakelijk stand te houden.
Met de gewelddadig verlopen Koninginnedag - de kroningsdag van Beatrix - en ontruiming van de Vondelstraat eerder dat jaar nog vers in het geheugen, wilde het gemeentebestuur een confrontatie vermijden. Het vroeg advies aan twee hoogleraren, die tevergeefs naar wegen zochten om ontruiming en sloop te voorkomen. Toen plaatsing van het pand op de monumentenlijst was afgewezen, werd ontruiming onvermijdelijk.
Op 1 december deed burgemeester Wim Polak nog een laatste poging om de zaak vredig te laten verlopen. “Een nederlaag lijden is geen schande, een bij voorbaat verloren veldslag is dat wel. Het is geweld zonder zin. Er is geen mogelijkheid meer om met juridische of politieke middelen de ontruiming (...) tegen te houden. (...) Ik blijf echter geloven dat de krakers en de beweging, die met hen sympathiseert, de aanhef van deze brief begrijpen. Zelfs het meest gemotiveerde protest gaat onder in zinloos geweld.” De brief werd niet eens beantwoord, want binnen de kraakbeweging hadden de hardliners het nu voor het zeggen en die weigerden contact met het gemeentebestuur te onderhouden. Door ‘autonome’ wraakacties als het vernielen van Bakkers auto werd ook de sympathie verspeeld die juist de kraak van dit pand had gewekt. En zo kwam het dus tot een veldslag op de Weteringschans en omgeving, waarbij de getergde politie bijzonder hard optrad. Deëscalerend had het optreden van de ME-Sint niet gewerkt. De krakers in de (gebarricadeerde) Grote Wetering boden overigens geen verzet.

Tekst: Marius van Melle & Niels Wisman
November-December 2009

Powered by JReviews