Nummer 9: September 2001


Koopt roomsch!

Coöperatie Assumptio viert eeuwfeest

Tekst: Guus Blessing

Katholieken die hun inkopen zouden gaan doen bij de socialistische coöperatie De Dageraad, dat was in 1901 een waar schrikbeeld voor de leiders van de roomse Sint Josephs Gezellen-Vereniging. Dus richtten zij hun eigen Coöperatieve Productie- en Consumptie-Vereeniging Assumptio op. Zo konden de katholieken ten minste roomse broodjes kopen.

“Godsdienstzin, arbeidzaamheid, eensgezindheid en vrolijkheid,” luidde het devies van de vereniging Sint Josephs Gezellen, een organisatie van katholieke handwerkslieden. De leden (patroons en leerlingen) konden bij de vereniging terecht voor advies, steun en onderwijs. Er werden onder meer lessen gegeven in tekenen, schrijven, rekenen, meetkunde en natuurkunde. ”Vrijwillig, na zware, langdurige dagtaak, zitten zij hier bijeen in den pooveren lichtschijn, aan de eenvoudige tafels, waarop teekenborden, passer en lineaal worden gehanteerd. Zij, die het onderwijs geven, zijn daartoe niet gevormd, zij deelen slechts mee van hun rijken kennis en ervaring; patroons, die hun vak verstaan, de theorie zoowel als de practijk. Belangeloos offeren zij hun avonden, om de jonge menschen, wier geestelijk en stoffelijk heil hun aan het hart ligt, te helpen aan de zoo noodige ontwikkeling,” staat te lezen in een boek van Fred Thomas over de rooms-katholieke priester Jhr. H.C.J.M. van Nispen tot Sevenaer, de eerste president van de vereniging. De Gezellen waren natuurlijk ook beschikbaar als een handwerksman met vragen zat aangaande zijn godsdienstig leven.

Socialistische verleiding

Binnen de Sint Josephs Gezellen was het een aantal leidende figuren opgevallen, dat de in februari 1901 opgerichte socialistische coöperatie De Dageraad een enorme aanwas van leden en verbruikers kende. “Dien uitgroei had zij mede te danken aan vele katholieke huismoeders die, om financieele voordeelen, tot haar afneemsters behoorden,” aldus een Assumptio-gedenkboek uit 1926. Men vreesde dat De Dageraad bovendien katholieke mannen zou weten te verleiden “een socialisten-vergadering te gaan bijwonen, waar ze, door valsche redeneering en misleidende voorspiegeling, gevaar liepen om voor de Roomsche gemeenschap verloren te gaan.” Dus moest er eigenlijk ook een roomse coöperatie komen.

Nu hadden in die tijd vooral de kleinere bakkerspatroons het moeilijk. Het werk was fysiek zwaar en de bakkers maakten lange dagen. Bovendien verleenden grondstoffenleveranciers zelden krediet, terwijl de bakkers aan hun afnemers wel vaak krediet moesten geven. Veel kleinere bakkers voelden daarom wel voor een coöperatie - ook omdat ze dan financieel meer zekerheid zouden hebben - en boden hun zaken aan de op te richten coöperatie ter overname aan. Zodoende begon de Coöperatieve Productie- en Consumptie-Vereeniging Assumptio met een bakkerij.

In de Sint Jozefskapel en -pastorie op de Rozengracht (tot 1899 overigens het socialistische vergadergebouw Constantia)1 werd het allemaal bekokstoofd. Het voorlopig bestuur - bestaande uit de heren Th. Gabriel, H.A. Janssen en B. Blessing (allen actief in de Sint Josephs Gezellen –Vereeniging) – had in overleg met een Commissie van Bijstand de statuten opgesteld en als directeur werd de heer N. Koemans benoemd. De naam Assumptio (Latijn voor “opneming”) werd gekozen, omdat op de feestdag van Maria ten Hemelopneming, 15 augustus, feitelijk tot de oprichting van de coöperatie was besloten. Op 20 oktober 1901 was de vereniging officieel een feit.

Een bescheiden begin

De eerste bakker die zijn zaak overdeed aan Assumptio (voor ƒ 160) was de heer Roelofs, eigenaar van een bakkerijtje in Nieuwe Leliestraat 116. Hier ging de coöperatie in november 1901 van start: in een winkel van 12 m2 (de oven stond op het erf achter het huis onder een afdakje). De bakkerij verkocht overigens ook melk. In een koelkast onder de toonbank werden iedere dag twee vaten melk geplaatst. De directeur pleegde er zijn vinger in te dopen en als die er dan dik beroomd uitkwam, stelde hij vast dat het vetgehalte van de melk 3% bedroeg.

Er was met een zeer bescheiden kapitaal een begin gemaakt en het bestuur van de prille vereniging hoopte uiteraard op Gods zegen. Op 10 november werd daarom in de Sint Jozefskapel een heilige mis opgedragen voor het welslagen van de coöperatie, waarna de leden tijdens een gemeenschappelijk ontbijt het allereerste Assumptio-brood nuttigden.

In totaal telde de coöperatie toen 30 leden, maar aan het eind van dat jaar was dit aantal al toegenomen tot 50, die samen voor ƒ 1.641,50 aan aandelen hadden gestort. Gemiddeld werden in die periode per week 2190 witte broden, 166 bruine broden en 20 krentenbroden gebakken, alsmede 295 stuks klein brood (vermoedelijk kadetjes).

Aanvankelijk leed de coöperatie iedere week een verlies van zo’n ƒ 35, waardoor (tijdelijk) bezuinigd moest worden op de salarissen van het personeel. Om bovendien niet langer de huur te hoeven betalen voor een kelder waar goederen werden opgeslagen, stelde de secretaris gratis de zolder van zijn huis ter beschikking als opslagruimte voor meel, krenten en rozijnen. Geen geringe opoffering, aangezien de secretaris zeven kinderen had in de leeftijd van 6 tot 18 jaar. Mede door zijn bereidwilligheid, kon na enkele maanden een bescheiden winst worden genoteerd.

Nog geen vijf maanden na de overname van het bakkerijtje in de Jordaan, werd de nering verhuisd naar Sint Willibrordusstraat 101, een verlaten broodfabriekje met een dubbele heteluchtoven en een groot magazijn, even voorbij het Sarphatipark. Het oventje in de Nieuwe Leliestraat kon de vraag naar brood namelijk al snel niet meer aan. Alleen de bezorgers waren minder blij met de verhuizing, want de nieuwe bakkerij lag wel erg ver verwijderd van hun wijk. De productie en verkoop nam op deze lokatie in de Pijp fors toe. Eind 1902, een jaar na de start, werden wekelijks 8000 broden en 900 stuks krentenbrood en klein brood gebakken. Het ledental van de coöperatie was inmiddels gestegen tot 77 – zij ontvingen dat jaar ieder een dividend van iets meer dan ƒ 50.

Een eigen broodfabriek

Het Assumptio-brood voorzag zo duidelijk in een behoefte dat de coöperatie het medio 1903 aandurfde een eigen bakkerij (met daarboven woningen) te laten bouwen – uiteraard na overleg met de leden. Als lokatie had men de percelen Bilderdijkkade 41–45 op het oog: een stuk grond van 378 m2. De coöperatie wist deze in erfpacht te verkrijgen. Omdat de panden op in erfpacht uitgegeven grond gebouwd zouden worden, was het uitermate moeilijk voor de financiering een hypotheek te verkrijgen. Uiteindelijk werd deze verstrekt door de bevriende notaris H. Wiegman. Het overige kapitaal (ƒ 8.785) kwam beschikbaar door stortingen (en een enkele ruimhartige lening) van de leden.

Het werk werd voor ƒ 33.000 gegund aan het rooms-katholieke aannemersbedrijf Hillen & Roosen. In februari 1904 werden de gebouwen opgeleverd en had Assumptio haar eigen broodfabriek.

In de nieuwe fabriek werd in 1905 ook begonnen met het bakken van beschuit, dat snel een populair artikel was. In datzelfde jaar verklaarde de medische politie (tegenwoordig de Keuringsdienst van Waren) dat het brood van Assumptio, wat voedende bestanddelen betreft, “het beste was van alle der hier bestaande volksbroodbakkerijen”.

Assumptio was natuurlijk niet alleen maar opgericht om met het leveren van brood goede zaken te doen. Katholieken hoefden nu weliswaar geen ‘rood brood’ te kopen, en konden een collectieve katholieke nering steunen, maar de coöperatie wilde meer doen voor haar leden. In 1904 werd bijvoorbeeld een eigen ziekenfonds opgericht, in de daaropvolgende jaren gevolgd door een fonds tot verzekering bij invaliditeit en ouderdom en een fonds dat bij overlijden een uitkering zou verstrekken aan nabestaanden. Dit fonds bestaat nog steeds, maar is als jaren gesloten en bevat nu nog slechts ƒ 716.

Goede, zuivere melk

Het bereiden en verkopen van brood volgens het coöperatieve beginsel was Assumptio in de eerste zes jaar tamelijk goed afgegaan. Het bestuur had de smaak inmiddels goed te pakken en besloot – na een wijziging van de statuten – de activiteiten uit te breiden met een andere belangrijke levensbehoefte: melk.

In 1907 werd melkinrichting Wildenhorst, Lauriergracht 83, voor ƒ 4.500 overgenomen en omgedoopt tot Melkinrichting Assumptio. Het aantal liters - volle, zuivere, ziektekiemvrije! - melk dat er per week werd verkocht steeg dat jaar van 3300 liter tot 5400 liter. Een vlotte start.

De coöperatie had met deze uitbreiding inmiddels ook een flink aantal mensen aan zich gebonden. Aan het eind van dat jaar werkten in de broodfabriek 52 mensen en in de melkinrichting 19; er werd 482.000 liter volle-, onder- en karnemelk omgezet en er werden 1.675.000 stuks wit-, bruin-, krenten- en paasbrood gebakken.

Opnieuw werd de vestiging op de Bilderdijkkade uitgebreid, zodat ook de melkinrichting hier een plek kon krijgen. Omdat de melkinrichting veel water nodig had voor het schoonmaken van bussen en flessen werd ook een zogeheten (90 meter diepe) nortonput gegraven, waaruit 20.000 liter water per uur kon worden opgepompt. Het aanbod werd in 1913 nog verder uitgebreid, dit keer met een winkel in kruidenierswaren, gevestigd op Looiersgracht 14.

Oorlogsbrood

Uitgerekend de kruidenierswinkel wachtte een toestroom van klanten die niemand had kunnen voorzien. In augustus 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en huismoeders en dienstboden repten zich naar de winkel om levensmiddelen als rijst, bonen en gort in te slaan, uit vrees voor een naderend gebrek aan voedsel. Om aan de vraag te kunnen voldoen werd zelfs extra winkelruimte geopend in de Berenstraat en de Gillis van Ledenberchstraat, op de Egelantiersgracht, in de Nachtegaalstraat en op het Dapperplein. In financiële zin leverde het Assumptio echter niet veel op, want hoe langer de oorlog aanhield, des te meer artikelen op de distributielijst werden geplaatst. De prijzen ervan werden bovendien van overheidswege vastgesteld. In 1918 leed de kruidenierswarenafdeling een verlies van ƒ 2000 en in 1920 moest zij worden geliquideerd.

Ook de bakkerij maakte een moeilijke tijd door, want om te beginnen werden in 1914 niet minder dan vijftien personeelsleden gemobiliseerd. Het meel ging op de bon en het brood moest voor een kwart uit rijstmeel worden gebakken (de voorbode van het oorlogsbrood), en het mocht alleen worden afgegeven tegen een vaste prijs en tegen inlevering van een bon – dat garandeerde het op den duur ingestelde rantsoen van vier ons per dag, per hoofd.

De bakkerij wist – ondanks de stijgende lonen, de invoering van de 48-urige werkweek en de afschaffing van de nachtarbeid – na 1920 weer op te krabbelen. Dat gold niet voor de melkinrichting, die ook nog eens te maken kreeg met opstandige boeren die een hogere prijs voor hun melk wilden en uit verzet hun melk zelf uitventten tegen lagere prijzen. Uiteindelijk moest Assumptio in augustus 1924 voor dit onderdeel faillissement aanvragen.

De commerciële broodfabrieken winnen de slag

De bakkerij had – weliswaar gehavend – de Eerste Wereldoorlog doorstaan en vormde, naast de woningen die de coöperatie verhuurde, de belangrijkste activiteit.

Maar de Duitse inval in mei 1940 bracht voor de bakkerij op voedselgebied dezelfde problemen met zich mee als tijdens de Eerste Wereldoorlog. Reeds op 17 mei 1940 werd de samenstelling van het brood gewijzigd; het zogeheten uitmalingspercentage werd vastgesteld op 85% in plaats van 70%, waardoor de witte kleur van het brood verdween. Op 17 juni 1940 volgde de brooddistributie.

Het schrijnende tekort aan voedsel tijdens de hongerwinter van 1944-1945 maakte bakkerij Assumptio tot een zeer aantrekkelijke plek om in te breken. Er werden zeven broodwagens gestolen, die weliswaar later werden teruggevonden, maar de inhoud was vanzelfsprekend verdwenen. Ook werd er een grote inbraak gepleegd in de bakkerij, waarbij veertien balen meel en een hoeveelheid spijsolie werden gestolen. In maart 1945 werden nog een driewieler en vier balen meel gestolen.

In juli 1945 hervatte de bakkerij z’n werkzaamheden. En hoewel in de eerste naoorlogse jaren de bakkerij redelijk draaide, kon men de concurrentie met de grote commerciële broodfabrieken toch niet lang meer volhouden. De telkens groeiende verliezen konden op den duur niet meer door de coöperatie gedragen worden, en in augustus 1957 werd de bakkerij verkocht.

Aandelen in onroerend goed

Nu de bakkerij was afgestoten, had de vereniging uitsluitend nog inkomsten uit de verhuur van onroerend goed (sinds 1962: Bilderdijkkade 37-61). Over de 48 modelwoningen in de negen huizen die Assumptio hier al voor de Eerste Wereldoorlog in bezit had, verklaarde J.W.C. Tellegen, directeur van Bouw- en Woningtoezicht en later burgemeester, op een vergadering van huiseigenaren dat “de door Assumptio gebouwde woningen de beste typen zijn van werkmanswoningen”.

De huurders van deze huizen waren door het na de oorlog ingevoerde gemeentelijk toewijzingsbeleid niet meer uitsluitend leden van Assumptio. De coöperatieve rechtsvorm was daardoor, sinds een wetswijziging in 1979, niet langer mogelijk. Daarom werd in 1982 een Beleggingsmaatschappij Assumptio b.v. opgericht, waaraan de panden werden overgedragen, in ruil waarvoor de coöperatieve vereniging Assumptio alle aandelen in de b.v. verkreeg.

In de onderstukken van de panden op de Bilderdijkkade waren na de sluiting van de bakkerij verschillende bedrijven gevestigd. Momenteel zijn dat een supermarkt van Dirk van de Broek en een sportschool.

De coöperatieve vereniging telde eind 2000 47 leden. Dit aantal blijft min of meer stabiel en mag niet onder de 25 dalen, omdat dan de vereniging volgens de statuten moet worden ontbonden. Gelukkig is er onder de kinderen van de leden voldoende belangstelling voor een lidmaatschap na het overlijden van hun vader of moeder.

Het voortbestaan van Assumptio lijkt dan ook, mede door het feit dat de vereniging sind 1988 ononderbroken winst heeft gemaakt, gewaarborgd en zo kan de vereniging nog steeds de 48 modelwoningen voor een bescheiden huurprijs aan woningzoekende Amsterdammers aanbieden.

Mr. A.B.L. Blessing was van december 1978 tot april 2000 voorzitter van Assumptio. Hij is de kleinzoon van medeoprichter B. Blessing en de derde generatie die leiding gaf aan de coöperatie.

Noot

1 Dennis Bos, ‘Een rode burcht op de Rozengracht’, in Ons Amsterdam, maart 1999.

Literatuur

Fred Thomas, Praeses Van Nispen en zijn werk, Amsterdam 1936.

Gedenkboek van de Coöperatieve- en Consumptie-vereniging Assumptio 1901-1926.