In memoriam Gerda Kooger – langjarig steunpilaar van Ons Amsterdam

Gerda bij GAE 2Gerda Kooger (64), die afgelopen donderdag 22 februari 2018 aan kanker overleed, was zeker een van de belangrijkste figuren uit de geschiedenis van Ons Amsterdam.  Van 1989 tot 2001 was zij eindredacteur. 

 

[Op de foto van Hans van den Bogaard midden op de voorgrond Gerda Kooger tussen v.l.n.r.  o.a. Wim Polak, Geert Mak, Johannes van Dam, Pauline Kruseman,  Jeroen Krabbé,  Hedy d'Ancona, Aat Veldhoen en OA-uitgever Lize Alink, tijdens het Groot Amsterdam Examen t.g.v. 50 jaar Ons Amsterdam,  9 januari 1999.]

 

In 1989 maakte Ons Amsterdam een ingrijpende metamorfose mee. Het werd iets dikker, verscheen voor het eerst deels in kleur, in een geheel nieuwe opmaak. En het belangrijkst: voor het eerst kreeg Ons Amsterdam een journalistiek-professionele redactie. Tot die tijd was de redactie een collectiefje van zes, zeven vertegenwoordigers van instanties als het Amsterdams Historisch Museum, het Gemeentearchief, Stadsherstel BV en de UvA, die het redactiewerk hoogstens enkele weken per week in ‘de baas zijn tijd’ deden. Alleen eindredacteur Jan Wagener, als corrector bij de Stadsdrukkerij bevorderd tot eindredacteur/redactiesecretaris, besteedde een groot deel van zijn werkweek aan het blad. Journalistieke ervaring hadden ze geen van allen. Per 1 januari 1989 werd historicus en journalist Peter-Paul de Baar hoofdredacteur – nog zonder collega. Pas op 1 september kreeg hij Gerda Kooger, als eindredacteur/redactiesecretaris, naast zich. 

Tijdens haar sollicitatiegesprek imponeerde zij hoofdredacteur en uitgever (Hein Heuff van de Stadsdrukkerij) door allesbehalve te slijmen, maar onbekommerd een reeks van slordigheden in de eerder dat jaar verschenen nummers aan te wijzen. Gerda had gestudeerd aan de Frederik Muller Academie voor Boekhandel en Uitgeverij en was daarna enige jaren eindredacteur geweest van Boekblad, uitgave van de Vereniging tot Behartiging van de Belangen des Boekhandels – alias de Vereniging-met-de-lange-naam. Ze was een zeer energieke en praktisch ingestelde Pietje Precies, en zo iemand kon Ons Amsterdam goed gebruiken.

 

Een vrouw van stavast
Daarnaast bleek ze iemand met ferme en onschokbare principes. Zij stelde meteen een document op met huisregels ten aanzien van spelling en alfabetisering (dat laatste van belang voor ons jaarregister, foto- en knipselarchief). Straatnamen diende te worden geordend op de eerste letter van de officiële straatnaam: dus de Eerste Leliedwarsstraat niet op de L maar op de E en de H.J.E. Wenckebachweg op de H in plaats van de W. “Maar zou iemand ze zo terug kunnen vinden?’, sputterde ik weleens. Tevergeefs: een eerste letter was een eerste letter. 

Ook op andere terreinen zette zij haar standaarden. Ze had een grote belangstelling voor fotografie en vormgeving. Samen met de hoofdredacteur dramde zij net zo lang door bij de uitgever tot het fotobudget in ieder geval iets meer dan vrijwel niks was en samen zocht en vond zij enkele professionele fotografen die bereid waren voor een zeer schappelijk tarief voor ons te werken. Pieter Boersma en Han Singels deden het jarenlang, Hans van den Bogaard, Wim Ruigrok en Henk Thomas doen het nog steeds.
Niet alleen over technisch-redactionele zaken had Gerda ferme opvattingen. Zij had een uitzonderlijk verantwoordelijkheidsgevoel (deadlines waren heilig, onder iedere omstandigheid) en een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Een strijdbare natuur: zo verzette zij zich steeds tegen falend personeelsbeleid, ook als het niet ging om haar eigen belang.
Haar sociaal elan had zich al eerder geuit in haar deelname aan de acties tegen het platgooien van de Nieuwmarktbuurt ten behoeve van de metro-aanleg. Sindsdien (1975) woonde zij met haar vriend Hans van Os in een gelegaliseerd kraakpand in de Verversstraat, met uitzicht op de Zwanenburgwal. Dat rond 1998 die relatie stukliep (al bleef ze tot haar dood met deze Hans bevriend), was voor haar des te droeviger omdat ze ‘haar’ Nieuwmarktbuurt moest verruilen voor de Bijlmer. In de tijd van de Nieuwmarkt-acties had zich ook haar liefde voor historisch Amsterdam gevormd. Een geboren Amsterdamse was zij niet. Ze was geboren als dochter van een zeer gereformeerde schapenboer op Texel. (Dat calvinisme verklaarde wellicht ook haar ernstige wereldbeeld: de relativerende versjes van Annie M.G. Schmidt waren taboe in haar ouderlijk huis…)

Een veelzijdige baan
Ons Amsterdam was nog veel dunner dan nu, maar toch betekende het maandelijks maken ervan keihard werken. Allereerst natuurlijk het redigeren van de artikelen. Niet iedere auteur was (en is) een geweldige stilist en kopij was bijna steeds te lang. Daar zette Gerda resoluut het mes in. Ze zette stilzwijgend ook vele feitjes recht. Ze begeleidde de vormgeving van het blad (een stevige klus) en corrigeerde de proeven.
Heel af en toe schreef ze zelf een stukje, zoals in 1991 over het zojuist geopende Kattenkabinet aan de Herengracht. Want op katten was zij dol. En in 1991 nam ze van de hoofdredacteur de populaire rubriek ’25 & 50 jaar geleden’ over en maakte daar een levendig geheel van. Ook maakte zij jaar na jaar het register over de verschenen nummers en voegde die in 1999 (samen met stagiaire Cornélise Pastor) samen tot een register over de eerste 50 jaargangen, dat in boekvorm werd uitgegeven: een mega-klus!
Maar het bleef niet bij het eigenlijke (eind-)redactiewerk.
Er was nog geen redactiesecretariaat, dus deed Gerda ook de honorariumadministratie. Veel tijd ging ook zitten in correspondentie met lezers en het maandelijks terugsturen van geleende foto’s. (Van e-mail had nog niemand gehoord.)
Een aparte beeldredacteur was er nog niet; beide redacteuren zochten zelf alle illustraties. Daarvoor moest worden afgereisd naar het Gemeentearchief op de Amsteldijk, en nu en dan Spaarnestad Fotoarchief in Haarlem of het gloednieuwe fotobemiddelingsbureau Hollandse Hoogte op de Lindengracht. Want digitale beeldbanken bestonden nog lang niet.
Intussen moest er ook veel vergaderd worden. Wekelijks als tweekoppige redactie, maar ook ieder kwartaal met de Redactiecommissie en veelvuldig met de uitgever. Onze eerste uitgever/chef, bij de Stadsdrukkerij Amsterdam (een zeer ambtelijke gemeentedienst) was een wat verkrampte man, die Gerda aanvankelijk niet als gesprekspartner wilde accepteren, maar haar wel regelmatig ‘claimde’ voor het redigeren van de boeken die hij ook uitgaf. Dat ging ten koste van het blad. Ook bemoeide hij zich in detail (vaak op neerbuigende toon) met het redactiebeleid. Van tijdschriftmarketing had hij intussen geen kaas gegeten. Dat hij in maart 1992 ineens met stille trom bij de Stadsdrukkerij vertrok, betreurde de redactie dan ook niet. Al bleek daarna dat OA van de regen in de drup beland was. Als hoofd Uitgeverij kwam er bij de Stadsdrukkerij geen opvolger. Aan werving van abonnees werd geen enkele aandacht meer gegeven.

Weekbladpers
‘We moeten hier weg!’, zeiden Gerda en ik (PPdB) tegen elkaar, op een zomerse middag een glas drinkend op het terras van café Het Hooischip aan de Amstel, niet ver van de Stadsdrukkerij in de Voormalige Stadstimmertuin. Dus belde ik brutaal met Theo Bouwman, directeur van uitgeverij Weekbladpers, uitgever van ons sympathieke bladen als Vrij Nederland en Opzij. “Kom morgenochtend maar langs!”, zei die. En zo geschiedde. Bouwman zag wel wat in het blad. Natuurlijk: het was klein, maar wel fijn; een mooi pareltje aan de kroon, goed voor de culturele uitstraling. En een buil kon hij zich er niet aan vallen. De begroting zou één procent bedragen van de totale Weekbladpersbegroting. Dus winst op OA zou fijn meegenomen doch marginaal zijn, en verlies anderzijds al even marginaal.
De Stadsdrukkerij sputterde even tegen de ‘overval’ en gaf de hoofdredacteur een ambtelijke berisping. Maar ze ging snel overstag toe de Weekbladpers geruststellend mededeelde dat de drukorder voorlopig bij de Stadsdrukkerij kon blijven. Begin september 1992 werd het blad overgedragen; dat betekende tegelijk de privatisering van het tijdschrift, dat sinds 1949 een gemeentelijke uitgave was geweest.
Negen jaar zou Ons Amsterdam bij de Weekbladpers blijven, eerst kantoorhoudend op Kloveniersburgwal 23-25, daarna Raamgracht 4-8. De eerste helft van die tijd was een feest, de twee helft steeds zwaarder. De ontvangst was allerhartelijkst. Directe chef Hans Vervoort, auteur van charmante romans en een aimabel man met fijnzinnig gevoel voor humor, bleek al jaren trouw abonnee op Ons Amsterdam. Onze bladpromotor Henne Proper bleek een schat van en vrouw, die voor OA door het vuur ging. Er mocht zowaar een aparte beeldredacteur worden aangesteld: Nienke Huizinga. De nieuwe uitgeverij was in alle opzichten toegesneden op het maken van tijdschriften. De oplage steeg tot boven de 20.000. De redactie kon haar geluk niet op.

Gerda knoopte al gauw warme vriendschappen aan met heel wat Weekbladperscollega’s van andere bladen, zowel in de redactie als de ondersteunende afdelingen (bladpromotoren, advertentieafdeling, zetterij, vormgevers, postkamer). Favoriet trefpunt was destijds café De Engelbewaarder op de Kloveniersburgwal. Extra gelukkig werd zij toen ze verliefd raakte op Hans Labordus (‘Hans II’), een stoere en altijd behulpzame, ruimbesnorde vormgever van Vrij Nederland.

Zwaar weer
Maar na verloop van jaren kwamen er een nieuwe topdirecteur en een nieuwe uitgever Cultuurbladen, die streng vaststelden dat het blad weliswaar winst maakte, maar mínder dan de gestelde arbitraire norm van 12 procent. Dus werd de werving stilgelegd, met voorspelbaar averechts gevolgd. De kille bureaucratische houding van de uitgever (alleen nog bereikbaar via een secretaresse) bedierf de werksfeer. De redactie voelde de bui hangen: de Weekbladpers wilde het blad kwijt. Intussen tobde Gerda met voetproblemen en een hernia, waardoor ze maanden uit de running was.

Tijdens het Groot Amsterdam Examen ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van Ons Amsterdam speelde de uitgever nog mooi weer, maar de redactie wist beter. Niettemin werd het een prachtige dag, met Gerda in de rol van stralende gastvrouw te midden van een keur van Bekende Amsterdammers en honderden gewone abonnees in de UvA-aula alias de Oude Lutherse Kerk aan het Spui.
Daarna begon de neerwaartse spiraal. In april 1999 kreeg Gerda’s geliefde Hans Labordus een beroerte, waardoor hij halfzijdig verlamd raakte. Ineens kreeg zij naast haar drukke baan een extreem zware mantelzorg-taak op haar schouders. Beide taken wilde zij perfect vervullen; zij deed het nooit voor minder. Geleidelijk toonde zij steeds meer tekenen van overspannenheid. Maar pas begin 2000 meldde zij zich ziek.   (Monique den Ouden, correctrice bij Vrij Nederland nam haar taken over.) Intussen gooide de Weekbladpers, ondanks gesputter van de ondernemingsraad, Ons Amsterdam in de verkoop. Een poging tot herintegratie verliep intussen niet goed, en overnamekandidaat Uitgeverij Boom wilde geen overspannen eindredacteur in dienst nemen. Uiteindelijk ondertekende Gerda voorjaar 2001 een financieel vrij ruimhartige uittredingsregeling. Met veel pijn in het hart. Want Ons Amsterdam was haar leven.

Nieuw leven in de Beemster
Een vaste baan kreeg Gerda daarna niet meer, helaas. Niet dat ze niets omhanden had. Zij had nog steeds de blijvende zorg voor Hans Labordus, die inmiddels meer haar ‘kind’ dan haar minnaar was geworden. Van hem had ze bovendien het financieel beheer van Hans’ oude moeder en zijn geestelijk beperkte broer overgenomen. 

Maar toch braken er nieuwe tijden aan. Zomer 2002 ontmoette zij in café op het Spui arbeidskundig adviseur Jos Dings en raakt prompt verliefd. Niet veel later verhuist zij naar Middenbeemster, waar ook Jos woont. Hans Labordus verhuist mee maar de Beemster; tot zijn dood in oktober 2012.
In Middenbeemster bouwde zij een nieuw leven op, als assistente in het arbeidsrechtelijk adviesbureau van haar Jos, allerlei sociaal-culturele dorpsactiviteiten en zelfs een beetje de gemeentepolitiek: ze werd assistente van de fractie van PvdA/GroenLinks, waarvan Jos Dings fractievoorzitter was en is. In september 2017, toen duidelijk was dat ze ongeneeslijk ziek was, trad zij met haar Jos in het huwelijk en (haar conditie zat mee, die dag) het werd zowaar werkelijk nog een echt feest, op het zonnige terras van cafe De Oude Munt.
En met dank aan de morfine was ze, in rolstoel, gelukkig ook nog aanwezig bij het feestelijk afscheid in de Amstelkerk als hoofdredacteur van Ons Amsterdam. Die zei in zijn dankwoord: “In zo’n kleine redactie is het contact tussen hoofdredacteur en eindredacteur heel intensief. ‘Het lijkt wel een huwelijk’, zeiden Gerda en ik weleens tegen elkaar.”
En Gerda, op de eerste rij, knikte lachend.

Haar naam blijft eeuwig aan Ons Amsterdam verbonden.

Peter-Paul de Baar

 

Gerda wordt herdacht op dinsdag 27 februari in Het Heerenhuis, Rijperweg 83 in Middenbeemster, waarna zij daar wordt begraven op de Algemene Begraafplaats in de Nicolaas Cromhoutlaan. Na afloop wordt, opnieuw in Het Heerenhuis, het glas op haar geheven.