Hedda van Gennep: eigenzinnig tot het eind

Hedda van Gennep

Vrijdag 17 november overleed documentaire-maakster Hedda van Gennep. Haar goede vriend Ko van Geeemert haalt herinneringen op.

Vorig jaar verscheen de biografie Rob van Gennep, Uitgever van links Nederland, geschreven door Geke van der Wal.

 

Ik was nieuwsgierig naar Hedda’s reactie hierop, zijn weduwe. Het werden twee gedenkwaardige ontmoetingen.

De op 21 januari 1929 geboren Hedda Postma ken ik al heel lang. Ze is direct enthousiast als ik voorstel iets te schrijven over haar reactie op een aantal passages uit de biografie van haar man.

 

Het duurt echter een tijdje voordat we af kunnen spreken – er is iets tussengekomen.

Hedda heeft namelijk de mededeling gekregen dat ze (alvlees)kanker heeft en volgens de artsen niet erg lang meer te leven heeft: ‘eerder weken dan maanden’.

Ze schrikt zich rot, net als haar omgeving. Hedda is spontaan, scherp, eigenwijs, geestig, maar toch vooral: forever young. Ik ken niemand op wie het cliché ‘de eeuwige jeugd’ zo van toepassing is als zij.Maar na deze noodlotstijding vermant ze zich snel – ‘een mens moet ergens aan dood gaan, en dan: ik ben wel 88 hoor!’ – en besluit direct dat ze in ieder geval geen chemokuur of bestralingen wil ondergaan. Ze heeft in haar omgeving voldoende voorbeelden gehad (Ageeth Scherphuis, Marjolijn de Vries) om haar tot deze overtuiging te brengen.
Half juni bel ik bedremmeld bij haar aan in de Van Eeghenstraat.

Actrice

Hedda valt meteen met de deur in huis: ‘Sorry, ik ben een beetje lichtgeraakt vandaag, ik heb met iedereen ruzie gemaakt, met m’n kinderen, de buurvrouw. Ik ben ook al weer reuze druk geweest met mijn excuses aan te bieden.’
We gaan aan de keukentafel zitten en besluiten toch maar aan een interview te beginnen.

‘Na het Barlaeus gymnasium deed ik toelatingsexamen voor de toneelschool, mijn moeder was actrice, ik ben ook Hedda genoemd naar Hedda Gabler, het toneelstuk van Henrik Ibsen. Ik zakte, niet verrassend. Toch kwam ik bij het toneel terecht, bij START, de Stichting Amsterdams-Rotterdams Toneelgezelschap, onder meer met Tabe Bas. Ik herinner me nog het stuk, wie kent het niet, De geborduurde bal. In de jaren vijftig stopte ik met theater.’

Wellicht kennen de stokoude lezers Hedda nog van de tv-jeugdserie Pipo de Clown en het Zingende Zwaard, waarin ze de rol van de boosaardige madame Fifi speelde, eigenares van Hotel Botel.
‘Vervolgens ging ik bij Starfilms werken, van Joop Geesink, waar ik het filmvak leerde. Eind jaren zestig kwam ik bij de VARA-televisie terecht.’
Ze werkt onder anderen samen met Herman Wigbold en Koos Postema, en staat aan de wieg van de openhartige voorlichtingsserie over seksualiteit Open en bloot uit 1974. Legendarisch is de uitspraak van het woord neuken door presentator Joop van Tijn. Ze maakt programma’s over controversiële onderwerpen als abortus, kruisraketten, lesbisch moederschap, pornografie. Soms gaat ze volgens de VARA-leiding te ver, bijvoorbeeld wanneer zij in 1987 in de serie Op zoek twee zoenende homo’s in beeld brengt. Men vraagt haar of ze homoseksualiteit normaal vindt. ‘Natuurlijk!’ antwoordt ze. ‘Dan ben je zelf ook niet normaal!’
In datzelfde jaar 1987 wordt wegens bezuinigingen haar vaste dienstverband stopgezet, zeer tot haar ongenoegen.

Rob van Gennep

Hedda besluit als onafhankelijk documentairemaakster verder te gaan. Ze maakt diverse programma’s voor de IKON. In 1993 ontstaat er weer commotie als ze voor NCRV’s Dokument een aflevering maakt waarin een joodse vrouw op zoek gaat naar de SS’er die haar het leven redde.
Ze maakt tientallen documentaires, vorig jaar nog Kriterion – sinds ’45, ter gelegenheid van het 70-jarig bestaan van deze bioscoop. Haar werk wordt gekenmerkt door (een linkse) politieke overtuiging, feministisch denken, maatschappelijk engagement. Veelal met de Tweede Wereldoorlog als onderwerp.
In 1960 leert ze Rob van Gennep kennen; ze heeft dan al twee kinderen van twee verschillende mannen en is acht jaar ouder dan Rob. In Rob van Gennep Uitgever van links Nederland lezen we hoe dat in z’n werk ging:
‘[Hedda] woonde samen met een vriendin in een huis aan het Sarphatipark in Amsterdam. Op een dag belde Rob op om die vriendin bestraffend toe te spreken. Ze had een geheime verhouding met zijn vriend […] Martin Veltman. Rob, die het goed kon vinden met de vrouw van Martin, wierp zich op als beschermer van hun huwelijk. Rob raakte met Hedda aan de praat en ze kregen een beetje een lacherig gesprek. Hedda maakte hem uit voor een moralistische Leger des Heilssoldaat. “Waar bemoei je je in godsnaam mee!” had ze geroepen.’
’s Avonds komen ze elkaar bij toeval tegen in Americain. Later op de avond brengt hij haar achter op de fiets naar huis.
Ze trouwen, krijgen zoon Job. Het wordt een huwelijk ‘met veel affaires’, zoals ze in 2000 aan de Volkskrant vertelt:
‘Je kent toch De schaamte voorbij? Daarin staat het allemaal beschreven. Hoe de uitgever zich gedroeg, met wie hij sliep, hoe hij bij de schrijfster op bezoek kwam, dan neukten ze wat, waarna de hij ’s nachts om half een weer naar huis ging. Ik weet nog dat Rob het manuscript zat te lezen. Hij kwam naar beneden, en zei: ik moet je wat voorlezen, want ja, het was beter dat ik dat alvast wist. Was ze geschokt? Weet ze niet meer. Zakelijk: “Wij hadden een jarenzeventighuwelijk. We hadden vaak clashes. Ik was jaloers, natuurlijk, en kwaad. Maar ik had mijn eigen methodes. Ik had ook verhoudingen, met mannen, vrouwen, want ik ben biseksueel. Wat hij kan, kan ik ook. Dat is niet romantisch, het is een modus vivendi.’
Rob krijgt een ellendige spierziekte en sterft in 1994. Hedda:
‘Op de begrafenis ging iemand [vriendin van Rob] die nooit langs was gekomen toen Rob ziek was, nooit zelfs maar gebeld had, ineens mooie praatjes houden. […] Ik schreeuwde: “Godverdomme, zit je hier een beetje schijnheilige praatjes te houden, terwijl je te besodemieterd was om een keer te komen. Rot toch op”.’

Herman Gordijn

Op 24 juni gaan we samen naar de opening van een tentoonstelling van de net ervoor overleden schilder Herman Gordijn in museum MORE, in het Noord-Brabantse Gorssel. Hedda heeft geen auto en we halen haar thuis op.
In 1997 had Hedda de documentaire Het Amsterdam van Herman Gordijn gemaakt.
Op de heenweg praten we honderduit, over haar kinderen Jaap, Celine, Job, die in Thailand woont, maar vanwege Hedda’s ziekte naar Amsterdam is gekomen. We hebben het ook nog even over de crematie van Herman. Hedda: ‘Zo wil ik het niet hoor, je hoeft niet te zien hoe ik in m’n kist de oven in schuif!’

Tijdens de opening van de tentoonstelling bekritiseren we enkele onderdelen. Hedda wellicht iets te hard… Ze is nooit te beroerd geweest haar kritiek kenbaar te maken, en daarin is de laatste tijd gelukkig geen verandering gekomen.
Op de terugweg is het stiller dan op de heenreis. Hedda vraagt: ‘Ken jij iemand bij Desmet? Daar wil ik namelijk iets doen als ik dood ben. Met een gedicht van Ingrid Jonker, een Frans chanson, natuurlijk iets te drinken en te eten. Japie moet dat regelen, maar misschien is het wel goed als het vast bij Desmet aangekondigd wordt. Mijn kist is dan al naar Zorgvlied. De mensen in Desmet kunnen dan kijken naar m’n documentaire over de stippenkaart. Toch wel een goeie keuze, vind je niet?’
Die ‘stippenkaart’ werd in 1941 in opdracht van de Duitse bezetter gemaakt door Amsterdamse ambtenaren. Iedere stip staat voor tien joodse inwoners. Met blauw staat aangegeven hoeveel joden in totaal in de buurt woonden en in het rood hoeveel niet-joden. Omstreeks 1941 leefden 140.000 joden in Nederland, waarvan 80.000 in Amsterdam. Door deze nauwkeurige registratie die de Amsterdamse ambtenaren bijhielden, werd het voor de Duitse bezetter gemakkelijker om de desastreuze maatregelen tegen de joodse bevolking uit te voeren. Hedda was elf toen de oorlog uitbrak. Ze wist niet dat ze joods was. 'Dat had mijn moeder me nooit verteld. Waarom zou ze ook, het was geen onderwerp. We waren niet religieus.’

We arriveren in de Van Eeghenstraat. Hedda stapt wat moeizaam de auto uit en loopt voorzichtig, met stok, naar haar voordeur. Voor het eerst zie ik dat ze moe is.
Het was een mooie middag.

Ik ging op reis. Mijn pogingen om daarna, via telefoon en e-mail, nog met haar contact te hebben, mislukten.
Op vrijdag 17 november overlijdt ze, de eeuwig jonge en strijdbare Hedda. Op vrijdag 24 wordt ze gecremeerd, in besloten kring. In Desmet wordt ze herdacht. In de woorden van haar vriendin Hanneke Groenteman: ‘Ze heeft, heel erg Hedda-like, met een boze ijzeren vuist haar eigen uitvaart geregisseerd.’