50 jaar geleden begon de bouw van de Bijlmer

Bijlmer eerste paal 1966Op 13 december 1966 werd de eerste paal geheid voor de nieuwe woonwijken in de Bijlmermeer. Dat gebeurde door burgemeester Gijs van Hall, die er - in felle strijd met de regering - voor had gezorgd dat de Bijlmer (eerder deel van de gemeente Weesperkarspel) onder Amsterdams bestuur kwam, om de hoofdstedelijke woningnood te lenigen.

Zie hier de eerste-paalceremonie.

 

Bijna twee jaar later was de eerste flat (Hoogoord) klaar. In december 1993 blikte Ons Amsterdam terug op de feestelijke ingebruikneming van de eerste Bijlmerwoning, Hoogoord 57. Dat artikel begon zo: 

“Maandag 25 november 1968. Achter de microfoon staat wethouder Th.C.M.A. Elsenburg van Volkshuisvesting. ‘Kritiek is geond,” zegt hij, “maar minder gezond is kritiek waarom men soms onwelwillendheid bespeurt, waarin redelijke afweging van factoren niet of nauweliijsk een rol speelt en vergelijkingen slaan als een tang op een varken.”  De vele journalisten noteren het grijnzend. De binnenstraat van Hoogoord, de eerste (34 meter hoge) Bijlmerflat, is bomvol. Beduusd middelpunt is de achtkoppige familie Copray. Van de wethouder krijgen zij – na een ellenlange toespraak – als eerste Bijlmerbewoners hun huissleutel en het fotoboek Amsterdam van Cas Oorthuys. Woningbouwvereniging Het Oosten verblijdt de Coprays met een wasmachine.

Daarna gaat het gezelschap naar de voordeur van 57, op de eerste galerij.

Daar verdringen zich hotemetoten die voor het oog van de tv-camera’s de familie cadeaus aanbieden: gratis voorstellingen bij De Nederlandse Comedie, een kwartaalabonnement op Het Parool, gratis lidmaatschap van de VARA (maar de Coprays zijn al KRO-lid…);  en Het Nationale Ballet nodigt het echbtpaar “en diegenen Uwer kinderen, die daarvoor naar uw mening de geschikte leeftijd hebben” uit voor Het Zwanenmeer in de Stadsschouwburg. Pas na uren stapt mevrouw Cppray een grote bos anjers in de hand, als eerste de zeskamerflat binnen.
‘Al die pers!”  zegt G. Copray-Gingnagel (67) 25 jaar later. ‘We wisten niet wat ons overkwam.’  Na een kwart eeuw woont ze nog altijd in Hoogoord, maar nu in een vierkamerflat op de hoek, Ze heeft de ruimte, want alle zes kinderen zijn het huis uit. Haar man overleed drie jaar geleden. Toen ze hier in 1984 kwamen wonen, konden ze de Westertoren nog zien, maar sinds 1986 wordt het zicht naar het noorden belemmerd door het overigens sprookjesachtig mooie hoofdkantiir van de ING-Namk (voorheen NMB).
De verhuizing van 1968 staat haar nog scherp voor ogen. “ Ja, er moesten natuurlijk Eerste Bewoners zijn. En omdat Het Oosten een katholiejke woningbouwvereniging was, wilden ze daarvoor graag een gezin met veel kinderen. En wij hadden er zes en mijn man was bovendien al sinds 1951 lid.’ “