Maandhuurders op Tweede Kostverlorenkade
Inzender Piet van Sloten is nu 96 jaar oud. Zijn kinderjaren bracht hij rond 1920 door op de Tweede Kostverlorenkade, de noordpunt van de Kinkerbuurt. Die heette een ‘volksbuurt’ te zijn, maar die term maskeert de subtiele standsverschillen.Wij woonden in het noordelijkste puntje van de Kinkerbuurt, net ten noorden van de Wiegbrug. De woningen op ons stukje Tweede Kostverlorenkade en een aansluitend deel van de Bilderdijkkade waren in 1910 gebouwd en eigendom van Bouwmaatschappij Ten Kate. Onze ouders trouwden op 29 december 1910, waren de eerste bewoners en zouden er tot december 1962 blijven. Het huis was dus particuliere bouw. De tweede en derde etage hadden een gemeenschappelijke toegangsdeur, waarop mijn vader een groot emaillen plaatwerk had geschroefd: L. H. VAN SLOTEN, LERAAR M.O. BOEKHOUDEN, HANDELSREKENEN EN ARBITRAGE.
De eigenares (of vertegenwoordiger) van de bouwmaatschappij, mevrouw Van Opzeeland, woonde in de De Clercqstraat. Moeder had wel contact met haar en wist dat ze nogal eens op reis ging naar Italië, naar Venetië. Onze huisbazin stond bekend om haar geringe geletterdheid en Amsterdamse spraak. Wij kregen wel eens briefjes in de stijl van “In verbant met het infullen van uw Personeel Belasting….” Haar schoonzoon Götz was in dienst als bouwtechnicus en opzichter.
Een kleurrijke figuur was de oude schilder Jaap – oer-Amsterdams. Ik zie hem nog zittend in het openstaande raam van de grote zolder zijn boterhammen opeten, de benen bungelend in de brede dakgoot. Eindeloos was zijn uitzicht over het nog landelijke gebied, richting Haarlemmerweg, Hembrug en verder. Dichtbij stond langs de Kostverlorenvaart de mooie steenwerf van Publieke Werken. Zo was het vergezicht nog tot 1930, toen de grote opspuitingen voor Landlust en Bos en Lommer begonnen.
Wij woonden in woningen voor de nieuwe kleine middenstand: onderwijzers, lagere ambtenaren, witteboordenfuncties uit de lagere echelons van handel en nijverheid, kleine renteniers. Er werden maandhuren betaald; arbeiders betaalden weekhuren. Men ging als heer en dame gekleed. Schrijver Jan Mens, oud-Kinkerbuurter, heeft de kleine standsverschillen per straat knap beschreven.
Ook wij wisten best dat er aan het eind van de Bilderdijkkade in ons blok een paar duurdere woningen stonden van een andere woningbouwvereniging. Wij zagen heel nauwkeurig dat de Elisabeth Wolffstraat zuidwaarts snel ‘minder’ werd, vooral voorbij de De Clercqstraat, waar twee openbare volksscholen naast elkaar stonden. Die subtiele verschillen werden ook zichtbaar bij het ophalen van het wekelijkse schoolgeld in de klas door de onderwijzer. Het hoogste bedrag was destijds 48 cent. Maar het kon dalen tot 12 cent en zelfs tot niets, zoals in mijn geval.
Wat betekende dat? Was mijn vader minvermogend? Nee, hij betaalde per Gemeentegiro: alle ambtenaren en onderwijzers van de gemeente kregen (verplicht) zo hun maandsalaris. Dat leidde aan het begin van elke maand tot een run op de kas van het Girokantoor, toen gevestigd in de Koopmansbeurs. Vaak ging ik met vader op zo’n woensdagmiddag mee om geld te halen, te voet naar het Damrak. Op de terugweg kochten wij in een steegje bij de Nieuwe Kerk altijd een partijtje kantkoek van Verkade, heerlijk was die. Maar ik kreeg er natuurlijk pas thuis van.
Piet van Sloten









