Nummer 6: Juni 2007 - De eeuw van de puzzelrages



De eeuw van de puzzelrages
Van brave Oranje-puzzels tot Pleasure puzzles for men
Tekst: Geert Bekkering

062007_PuzzelsLegpuzzels waren als hobby eerst voorbehouden aan de elite, want de handgezaagde houten legkaarten waren duur. Pas in de 20ste eeuw, met de triplex en kartonnen puzzels, kwam de democratisering van dit tijdverdrijf. Puzzelen werd een ware rage. Welke rol speelden Amsterdamse firma’s toen bij het zagen en stansen van puzzels?

In de eerste fase van het maken van legpuzzels, vanaf 1760, hadden Amsterdamse kaartenmakers een groot aandeel, zoals we in het oktobernummer van 2006 beschreven in een artikel over de ontstaansgeschiedenis van de legpuzzel. Het waren hun landkaarten die werden verzaagd, als hulpmiddel voor kinderen bij het leren van aardrijkskunde. Later kwamen daar prenten met allerlei afbeeldingen bij. In de 19de eeuw kende Amsterdam veel verkoopplaatsen van puzzels en veel lokale producenten. Maar de tijd van de grote oplages moest toen nog komen.
In het najaar van 1908 brandde in Amerika een puzzelrage los. In de salons en bij teaparty’s van de hogere kringen stortte het hele gezelschap zich op kleine legpuzzeltjes. Iedereen maakte dezelfde puzzel en wie het eerste klaar was, had gewonnen. Algauw verbreedde de bevlieging zich naar meer soorten puzzels. Triplex kwam in de handel, zodat het mogelijk werd ingewikkelder puzzels te zagen; dun massief hout was daar te breekbaar voor. In deze tijd werd bij puzzels meestal geen afbeelding meegeleverd en soms droegen ze zelfs een misleidende naam. Ingeblikt bleek dan een ridder in harnas te zijn.
De rage kwam rond 1910 naar Europa. Parijse salons adverteerden met “wekelijks nieuwe legpuzzels”. De Eerste Wereldoorlog maakte een abrupt einde aan deze puzzelgolf in Duitsland en Frankrijk, maar in het neutrale Nederland puzzelde men rustig door, vooral in de grote steden. Alle puzzels uit deze periode waren handgezaagd en dus duur. Liefhebbers met een smallere beurs konden terecht bij de diverse uitleencentrales die ontstonden. Zo gaf de Amsterdamsche Legkaarten Centrale abonnementen uit voor ƒ 3 per halfjaar: iedere maand een nieuwe puzzel in bruikleen, die binnen Amsterdam gratis werd bezorgd en omgeruild. De laatste puzzelcentrale heeft het overigens nog tot 2000 uitgehouden.

Reclamepuzzels
Toen de puzzelrage goed op gang gekomen was, ontdekten ondernemers de mogelijkheden voor reclamedoeleinden. In 1913 gaf Heineken’s Glazenwasscherij, gevestigd in de Van der Helststraat, een geestig reclamepuzzeltje uit waarop het toen net geopende Haagse Vredespaleis stond afgebeeld met een wel erg hoge ladder ertegenaan. Tussen 1908 en 1916 zijn door Koekfabriek De Nederlander van B.J. Lindeboom & Zoon in Amsterdam een drietal dozen uitgegeven met ieder zes puzzels. Iedere puzzel bestond uit 24 koekplaatjes. Het was de tijd dat de Verkade-albums erg populair waren en meerdere firma’s probeerden daarop in te haken. Tot die tijd werden de meeste kruidenierswaren merkloos verkocht en pas in de winkel afgemeten en verpakt. Door het laten verzamelen van plaatjes voor puzzels en verzamelalbums bouwden de fabrikanten merkentrouw op.
Uitgeverij Gebr. Koster in de Korte Korsjespoortsteeg (later verhuisd naar Naarden) werkte samen met de illustrator Daan Hoeksema. Zijn grappige tekeningen vielen goed bij de jeugd. Koster heeft ze tot prentenboeken, kleurboeken, bouwplaten en legpuzzels verwerkt. Vaak moest de jeugd eerst zelfwerkzaam worden en zelf de stukjes uit een vel dun karton snijden, voor het puzzelspel kon beginnen. Door die knutselkwaliteit zijn maar weinig producten bewaard gebleven.
Van 1910 tot 1940 waren er bij Perry in Amsterdam puzzels te koop onder de naam Perry’s pastime picture puzzles. Het waren triplex puzzels, gezaagd volgens een heel herkenbaar systeem. Perry was voor de oorlog een warenhuis en ontwikkelde zich pas na 1945 tot winkel in sportartikelen. Perry bracht ook de Chante clair puzzles uit, waarin een dier in silhouet gezaagd was uit blank triplex. Bij dit soort puzzels geeft alleen de houtnerf een aanwijzing en ontbreken vaak stukjes met rechte kanten. Omdat er geen opgeplakte afbeelding is, kan men niet meteen zien wat de voor- en achterzijde van stukjes is. Zo doet een goede puzzelaar over een puzzel van 100 stukjes algauw een uur.

Kaartende hondjes
In 1931 en 1932 kende Amerika – alweer gidsland in dit opzicht – een rage in kartonnen puzzels. De bevlieging stopte vrij plotseling, waarna de soms grote voorraden hun weg vonden naar Europa. Daardoor kwamen er Jig of the week puzzels in de handel, series waar iedere week een nieuwe puzzel van 400 kartonnen stukjes van uitkwam. Ze sloegen algauw aan, misschien ook doordat er een tijd op vermeld stond waarbinnen je de puzzel moest kunnen maken.
De periode vlak voor en in de oorlog was – vreemd of niet – een goede tijd voor puzzelproducenten. Onder de naam Ons land in mobilisatietijd gaf het Amsterdamse reclamebureau Philips Reclamehandel een serie van minstens 24 puzzels uit, door Marten Toonder ontworpen. De geestige puzzels met afbeeldingen van militairen werden in een envelop geleverd en konden de opdruk van winkeliers of winkelketens hebben. De winkeliers kochten de puzzels in grote hoeveelheden in met een eigen opdruk. Ze gaven ze meestal met een spaarsysteem aan de klanten. Van de opbrengst van de puzzels ging 2% naar de ontspanning van ‘onze jongens’.
Rond de oorlog produceerde de Nederlandsche Legpuzzle Industrie in de Bilderdijkstraat de Nationaal puzzle of Kampioen puzzle. Zelfs in de oorlog gaf deze uitgever een Juliana puzzel uit met een afbeelding van het huwelijk in 1936. Het oranje doosje was voorzien van de opdruk ‘Optimist’.
Drukkerij Presisto in de Laurierstraat drukte al heel lang een plaat met zeven kaartende hondjes. Hij hing in veel bruine kroegen aan de muur. De prent was rond 1900 getekend door de Amerikaan A. Coolidge, maar hij kreeg in de oorlog een bijzondere betekenis. Men verzon er van alles bij. De buldog met sigaar in de mond deed natuurlijk aan Churchill denken, dan moest die hond met de drie azen in zijn poot wel Roosevelt zijn en de hond die de zware pijp rookte en geen fiches meer had, was Hitler. Een Oranje-zonnetje scheen boven de winnaars. Er kwamen gedichten op rijm en de plaat werd zeer populair. Presisto verkocht er heel wat puzzels van. Een deel van de opbrengst ging naar onderduikers. Lang is gedacht dat de productie van deze puzzels illegaal was, maar Presisto drukte er gewoon haar kenmerk (K-nummer) op. Er verscheen zelfs in het blad van de NSB een artikeltje over Nederlanders die door het dragen van een lucifer in hun knoopsgat of het maken van een puzzel de oorlog dachten te winnen, terwijl zij hun leven gaven aan het Oostfront.

Diabolo en Jumbo
Vlak na de oorlog was er een explosie van nieuwe puzzelseries. Zo gaf Variété rond 1945 de Pictura legpuzzle uit, waarop volgens het doosje de “meesterwerken der Hollandse schilderkunst, in de prachtige originele kleuren” waren afgedrukt. Vergeleken met het drukwerk van nu waren het echter bedroevend grauwe en vage afbeeldingen. Men werd zo kort na de oorlog bepaald niet verwend met goed kleurendrukwerk. Geen wonder dat de uit Engeland geïmporteerde kleurige puzzels van Tower Press zo goed verkochten.
Het radioprogramma Het klokje van zeven uur was rond 1950 een groot succes. Kinderen mochten naar Henk de Wolf luisteren en dan… naar bed! Daarvan is door Variété een prachtige puzzel uitgebracht, De reuzen Belfloor en Bonnevu in het land van koning Kaskoeskilewan. Op de doos stond een kleuterverhaaltje, geschreven in 1941 door A.D. Hildebrand, maar de 225 kleine puzzelstukjes waren voor kleuters beslist te veel. De plaat voor deze puzzel komt uit de studio’s van Joop Geesink.
Hausemann & Hötte, tot 1940 een Amsterdams warenhuis waar veel speelgoed werd verkocht, ging na de Duitse inval noodgedwongen meer producten uit eigen land betrekken. Zo was er een particulier die in een schuurtje in zijn achtertuin puzzels zaagde uit dik strokarton. Die werden door H&H verkocht onder het merk Jumbo. Ook kartonnen gestanste puzzels werden onder dat merk in de handel gebracht. Direct na de oorlog kwam het bedrijf met een serie Oranje puzzles met foto’s van de koninklijke familie die uit Canada terugkwam. In 1949 nam men de kartonnagefabriek Best Ever NV uit de Zwanenburgstraat over. Daar werden puzzels onder het merk NSF gemaakt (Nederlandse Spellen Fabriek). H&H produceerde daar eerst onder het merk Diabolo puzzels en spellen. Toen men de kwaliteit goed had, werd het merk Jumbo langzamerhand uitgebouwd. Daarmee werd de goedkope Engelse import die snel na de oorlog onder de merken Tower Press en Philmar te koop was, uit de markt gedrukt.

Naakte Phil Bloom
In 1954 gaf de Volkskrant samen met het Katholiek Vizier een Pastei puzzle uit. Een pastei is gevallen zetsel, wat weer doet denken aan puzzelstukjes. Wie een abonnement nam, kreeg de puzzel gratis. Op de dubbelzijdige puzzel staat een krantenpagina waarop auto’s, een televisie, het Deltaplan en de economie een duidelijk tijdsbeeld geven. De puzzel is gemaakt door het Amsterdamse bedrijf Mopawa. Tien jaar later gaf de Volkskrant een puzzel uit in een koker, waarop in een tekening van Eugène Winter een man zijn toast bij het ontbijt laat verbranden omdat de Volkskrant zo boeiend is.
Deze laatste puzzel geeft duidelijk aan dat vanaf de jaren zestig Nederlandse volwassenen weer massaal gingen puzzelen. Ook Amerika kende die trend. De Duitse firma Ravensburger speelde daar rond 1965 op in en liet zijn eerste puzzels bij Jumbo maken. Daarna ging het hard. Er brak een ware rage uit met puzzels voor volwassenen, waarbij de firma’s streden om het record van de grootste puzzels en de meeste stukjes. Jumbo en Ravensburger boden op tegen MB en vele andere firma’s die op de hype inhaakten. In deze sfeer konden er ook veel bijzondere puzzels geproduceerd worden waarmee de bedrijven zich onderscheidden, want de landschapjes en de ‘oude meesters’ vonden toch wel massaal aftrek waarmee ieder bedrijf een kurk had waarop het dreef. Geometrische puzzels werden nu uitgeprobeerd, cartoons, soft-porno, fantasy en driedimensionale exemplaren. De puzzels die Jumbo uitgeeft met cartoons van Jan van Haasteren zijn nog steeds een groot succes.
In 1967 verscheen Phil Bloom als eerste vrouw naakt op de vaderlandse tv in het VPRO-programma Hoepla. Ze werd daarmee een levend icoon van progressief Nederland. Geen wonder dat Fun Publications in Beverwijk haar bij het Lieverdje fotografeerde en als Pleasure puzzle for men uitgaf. In dezelfde tijd werden in Amsterdam door Cleo-puzzles op de Lijnbaansgracht Porno puzzels uitgegeven, die we anno 2007 beslist ‘soft’ zouden noemen. Voor de kopers van dit soort puzzels in de jaren zeventig was het echter duidelijk dat Amsterdam wel heel erg vrijgevochten was.
In 1969 maakte Paul Huf bij het 25-jarig bestaan van De Bezige Bij een foto van 162 schrijvers en dichters van wie werk gepubliceerd was door deze uitgever. Hiervan werd een grote Super lees-legpuzzel gemaakt. Achterop de puzzel van 999 stukjes stond een keuze uit het werk van de auteurs. Hoewel hun namen op de rand zijn gedrukt, is een doorzichtig vel met genummerde hoofden meegeleverd.
Ook in de 21ste eeuw worden geweldig fraaie en uitdagende puzzels gemaakt in Amsterdam. Hans van Marle houdt in zijn legpuzzelkabinet De Zaag op Tweede van der Helststraat 75 de traditie levend. U kunt daar een groot aantal zeer creatief gezaagde puzzels vinden of er een puzzel van eigen foto of ontwerp laten zagen.