INSCHRIJVEN
NIEUWSBRIEF


Nummer 4: April 2002 - Unieke stadsplattegronden ontdekt

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mailadres

Inhoudsopgave
Nummer 4: April 2002
Tulpen uit Amsterdam
De bravoure van Klaas Ris
Parel aan de Singelgracht
Unieke stadsplattegronden ontdekt
Bedelmonniken bij de Nieuwmarkt
Alle pagina's


Unieke stadsplattegronden ontdekt

Wie actualiseerde deze Atlas Loman?

Tekst: Peter-Paul de Baar

042002_PlattegrondenIn 1876 publiceerde uitgever Jan Christiaan Loman jr de eerste verzameling van tientallen Amsterdamse buurtplattegronden, waarop ieder afzondelijk huis was terug te vinden, afgebeeld, mét de nieuwste huisnummering. Pas vanaf 1908 kwam een nieuwe serie grootschalige kaarten uit. Van de snel veranderende situatie tussen die jaren in was eigenlijk geen goed kaartbeeld voorhanden – tot het Gemeentearchief op een veiling een uniek, aangevuld exemplaar van de Atlas Loman ontdekte.

Wie zich wat serieuzer gaat verdiepen in de Amsterdamse geschiedenis omstreeks 1900, maakt op den duur vanzelf kennis met de Atlas Loman. Op het Gemeentearchief waren er daarvan tot nu toe vijf exemplaren. De Atlas Loman is een verzameling van 101 gedetailleerde plattegronden van Amsterdamse buurten, in een kartonnen omslag. Ze zijn getekend op een schaal die varieert van 1:1250. Basismateriaal voor deze gedrukte atlas vormden handgetekende kaarten, gemaakt door de gemeentelijke dienst der Publieke Werken. In een advertentie meldde Loman trots: “In het geheele gebied der Hoofdstad staat geen woning, die men te vergeefs in de Atlas zoeken zal.”

Veelvuldige gebruikers van de Atlas Loman zijn onder meer genealogen (stamboomonderzoekers), die men bij bosjes aantreft in voor de microfiche-leesapparaten in het souterrain van het Gemeentearchief op de Amsteldijk, turend naar geboorte-, huwelijks en overlijdensaktes. Sommigen willen alleen weten wie de zoon of dochter was van wie, maar anderen zijn ook nieuwgierig wat hun voorouders nog méér deden dan geboren worden, huwen en sterven: wat hun beroep was, naar welke kerk ze gingen en waar ze woonden. Daarover vindt men informatie in de bevolkingsregisters, die sinds 1850 worden bijgehouden: indrukwekkende grote, dikke boeken, in leer ingebonden, met per huis en zelfs per verdieping een overzicht wie daar woonden, waar ze vandaan kwamen en heen gingen, wat hun onderlinge relatie was, hyun broepen enzovoorts. Als het adres Prinsengracht 747 is, dan is dat makkelijk terug te vinden, zowel op de kaart als in het huidige stadsbeeld. Maar als blijkt dat iemands overgrootvader in de Drie-Aschtonnengang woonde, wordt het moeilijker. In schriftelijke bronnen is wel te lezen dat dit een slop was achter de Sint Pieterssteeg, en dat die steeg lag achter het huidige internetcafé (de oude HEMA) in de Reguliersbreestraat. Maar waar nu precies? Hoe liep die gang, recht of bijvoorbeeld met een bochtje? Lagen de huisjes aan weerzijden van die gang of aan het eind ervan? Voor de beantwoording van dat soort vragen zijn grootschalige plattegronden als die in de Atlas Loman van het grootste belang. Daarop is dan te zien dat de Drie-Aschtonnengang ooit lag waar nu de nieuwe Pathé-bioscoop in de Vijzelstraat staat. Maar wat gebeurde er na 1876? Op de eerstvolgende soortgelijke plattegrond, van 30 jaar, later, zou zo’n gang wel eens verdwenen kunnen zijn. Dan vraagt men zich af: wanneer is dat nou gebeurd en waarom?

Helemáál onmogelijk om daarachter te komen was het ook vóór de nieuwste vondst van het Gemeentearchief niet. Vanaf 1902 maakte de dienst Bouw- en Woningtoezicht al handgetekende kaarten met afzondelijke percelen en huisnummers. Maar die waren bedoeld om aan te geven wat er volgens de laatste B&W-besluiten gebouwd mócht gaan worden, dus niet per se wat er werkelijk stond. Ten tweede zijn er (in het Provinciaal Rijksarchief te Haarlem) kadastrale kaarten, als bijlagen bij de Kadaster-registers waarin staat welk perceel van wie is. Maar de indeling van die kaarten is weer een heel andere dan die van Loman en er staan alleen kadastrale nummers op en geen huisnummers. Dus dat maakt van het zoeken een heel gedoe. Het nieuw aangekochte exemplaar van de Atlas Loman maakt het zoeken een stuk eenvoudiger.

Wijzigingen op overtrekpapier

“Hoe deze speciale atlas precies ontstaan is, weten we eerlijk gezegd nog steeds niet,” bekent Marc Hameleers, conservator cartografie van het Gemeentearchief. “Maar in ieder geval zijn we er erg blij mee.” Hameleers kwam de bijzondere atlas op het spoor toen hij bladerde in de periodiek verschijnende catalogus van een Haarlems veilinghuis. Daarin stond dat binnenkort een geannoteerde Atlas Loman geveild ging worden. Dat leek op zich niet zo heel bijzonder. Maar toen Hameleers weat beter keek, viel hem op daty het ging om een atlas met 159 kaartbladen. En dat was raar, want de Atlas Loman telde standaard 101 bladen. Nieuwsgierig geworden toog Hameleers met een collega naar de kijkdag van de veiling. En daar zagen ze dat wat eens een gewoon exemplaar van de Loman-atlas was geweest, met veel extra’s was opgetuigd. Op diverse manieren bleek de atlas van 1876 door nijvere handen te zijn geactualiseerd.

Over sommige kaarten was een bruin doorschijnend vel papier gelegd en met simpele pennen vastgezet; op dat transparant waren latere wijzigingen in de bebouwing aangegeven. Zo is te zien dat op de Nieuwendijk een paar smalle woonhuizen zijn samengevoegd tot een nieuw pand: waarschijnlijk een winkel. En op een ander blad is op het transparant de in 1895 geopende Raadhuisstraat te zien, waarvoor behoorlijk wat grachtenhuizen die nog op de onderliggende kaart uit 1876 stonden, blijken te zijn gesloopt.

Soms zijn bestaande kaarten aangevuld. Dat geldt bijvoorbeeld voor een kaart van de Noord-Jordaan: daarop is links van de Lijnbaansgracht het nieuwe Marnixplein ingetekend met de op 24 augustus 1881 geopende Openbare Speeltuin No. 2. (No. 1, uit 1880, was te vinden in het Tweede Weteringplantsoen: zie elders in dit nummer.) In andere gevallen (zoals in de Pijp, die in 1876 nog maar nét bestond) vonden zó veel uitbreidingen en veranderingen plaats dat bestaande kaarten geheel werden vervangen door nieuwe kaarten, soms op een iets andere schaal.

En ten slotte bevat deze speciale Loman-atlas een aantal gloednieuwe kaarten, van gebieden die in 1876 nog niet bestonden of nog niet bij de stad hoorden. Dat geldt bijvoorbeeld voor het westelijkste deel van de Kinkerbuurt, dat nog tot 1896 bij de gemeente Sloten hoorde, en de Pijp bezuiden de Ceintuurbaan, die tot datzelfde jaar deel uitmaakte van Nieuwer-Amstel (nu de gemeente Amstelveen). Maar ook voor het Stationseiland, waarvan het aanplempen in 1876 net was begonnen. Toen was er daar nog niks in kaart te brengen, maar intussen was het Centraal Station (1889) gebouwd, met daarachter aan de De Ruijterkade een paar schitterende herenhuizen, die inmiddels al weer verdwenen zijn ten behoeve van spooruitbreidingen.

Door allerlei kleine gegevens te combineren, zijn Hameleers en collega’s tot de conclusie gekomen, dat de bewerking en aanvullingen van de atlas tot stand kwamen tussen 1892 en 1903.

Tegen de regels

Wie deze ene Atlas Loman zo grondig hebben bijgewerkt, blijft vooralsnog raadselachtig. Hameleers: “Het is opvallend dat op de bestaande kaartbladen overal met de hand naast het huisnumer het kadastrale nummer van het perceel is geschreven, en bovendien dat op de nieuwe kaartbladen alleen de kadastrale nummers staan en niet de huisnummers. Die huisnummers interesseerden de bijwerkers van de Atlas Loman kennelijk geen zier. Dat suggereert dat de anonieme kaarttekenaars ambtenaren van het kadaster waren. Maar toch is dat niet zo waarschijnlijk. Want dan zouden de kaarten niet zo slordig zijn en zouden ze bovendien zijn voorzien van een datering en een handtekening door een geregistreerde landmeter, want zo hoorde dat bij het Kadaster.”

De kaarten zouden ook getekend kunnen zijn door Bouw- en Woningtoezicht; juist omstreeks 1903 verschenen de eerste officiële detail-kaarten van die dienst; de bijwerkte Loman-kaarten zouden vinger-oefeningen voor die reeks kunnen zijn. “Hoe dan ook,”zegt Hameleers, “ik heb het bruine vermoeden dat deze atlas geheel tegen de regels door een ambtenaar bij diens pensioen mee naar huis is genomen en daarna een eeuw in familiebezit is gebleven. Totdat een van de erven bij het opruimen van de zolder besloot hem maar eens naar de veiling te brengen. We proberen er via het veilinghuis achter te komen van wie dit exemplaar oorspronkelijk afkomstig is.”

Hoe dan ook: met deze ‘Loman-plus’ er is nu een fantastische nieuwe bron beschikbaar het onderzoek van de topografie van Amsterdam rond 1900. Binnenkort wordt de nieuwe aanwinst op microfiche gezet en is daarna voor iedereen raadpleegbaar.

Literatuur:

Marc Hameleers, ‘Buurtatalssen tonen oude huisnumeringen. Detailkaarten van 1850 tot 1876’, in: Ons Amsterdam, februari 1993.

Marc Hameleers, ‘De Atlas van Amsterdam, uitgegeven door J.C. Loman jr. in 1876’, in: Jaarboek Amstelodamum 1992.






 
 
Banner
Banner
Banner
© FIZZ reclame + communicatie