Nummer 3: Maart 2011 - Gay Capital in verval?

02_2011_gaycapitalGay Capital in verval?

De balans na tien jaar homohuwelijk

TEKST: Hansje Galesloot

Beelden van de eerste homohuwelijken in Amsterdam gingen via CNN de hele wereld over. In tien jaar tijd trouwden alleen al in de hoofdstad ruim 2000 mannen- en vrouwenparen. Maar sinds dat fameuze jaar 2001 klinken ook steeds meer geluiden dat de tolerantie tegenover homoseksuelen afneemt. Amsterdam zou zijn positie als Gay Capital kwijt zijn. Hoe zorgelijk is het klimaat?

Als ze hadden geweten dat er zóveel publiciteit zou losbarsten, hadden ze een andere dag uitgekozen. In de nacht van 31 maart op 1 april 2001, direct na de inwerkingtreding van de wetswijziging om middernacht, verbond de Amsterdamse burgemeester Job Cohen vier paren in de echt. Een enorm hart van rozenblaadjes, een grote roze bruidstaart en familieleden en vrienden in soms zwart leer, een matrozenpak of een roze rokje maakten de plechtigheid tot een kleurrijk en weelderig festijn. Het groepje betogers met het spandoek 'Komt laat ons wederkeren tot de Heere' stond verloren te roepen voor het stadhuis
Ooit had de homo- en lesbische emancipatiebeweging een forse afkeer van het huwelijk als burgerlijke instelling. Toen de Homofielenpartij onder leiding van de schlagerzanger Harry Thomas in 1969 als eerste pleitte voor het homohuwelijk, konden maar weinigen daarvoor warmlopen. Maar de tegengeluiden zijn allang verstomd. Vandaag de dag betreft ruim 2% van alle Nederlandse huwelijken een verbintenis tussen twee mannen of twee vrouwen. Een relatief groot deel (14%) van die homohuwelijken wordt gesloten in Amsterdam. Hier zijn inmiddels ruim 2100 homohuwelijken door een ambtenaar van de burgerlijke stand voltrokken, voor driekwart tussen mannen.
Het homohuwelijk is nu een van de bekendste Nederlandse exportproducten. De term is overigens foutief, want het gaat hier niet om een apart soort verbintenis, maar om de openstelling van het gewone burgerlijke huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Inmiddels is dat in een reeks van landen mogelijk: België, Spanje, Canada, Zuid-Afrika, Noorwegen, Zweden, Portugal, IJsland en Argentinië, plus enkele staten in Mexico en de Verenigde Staten.
Die score moet de Nederlandse homogemeenschap voldoening geven. Maar sinds de opkomst van het populisme en het aanscherpen van de integratieproblemen, heeft ons land zelf niet meer de faam een vrijplaats van tolerantie te zijn. Is Amsterdam nog wel the place to be voor homo's en lesbo's?

Rue de Vaseline
Als buitenlandse bezoekers klakkeloos hun reisgids volgen, komen ze in elk geval bedrogen uit. De Reguliersdwarsstraat, ook wel bekend als Rue de Vaseline toen hier nog het bruisende hart van de Gay Capital was, telt nog nauwelijks homohoreca. Veel gaykroegen zijn het afgelopen jaar dichtgegaan en staan nog altijd leeg. Het homodeel van de straat (tussen Koningsplein en Vijzelstraat) maakt 's avonds een doodse indruk. De oorzaken zijn velerlei. Er is het ingestorte imperium van de overleden horecamagnaat Sjoerd Kooistra. Maar er is ook de opkomst van internet als ontmoetingsplek voor homomannen die seks zoeken.
En dan lijkt er een verschuiving gaande naar minder seksgerichte horecagelegenheden. Zo werd onlangs het homocafé Prik in de Spuistraat gekozen tot beste gaycafé van Nederland. De formule? Behalve de regenboogvlag buiten wijst zo ongeveer niets erop dat hier een gaycafé zit. Extravagantie en nichterigheid zijn zorgvuldig vermeden; de kroeg moet vooral een huiselijke en veilige sfeer uitstralen. "Niet iedereen vindt het Songfestival leuk. Voor veel gasten is Prik een verademing in vergelijking met andere homocafés", verklaarde een van de eigenaren in Het Parool. "Er is nauwelijks een normaal gaycafé in de stad te vinden." In april willen de eigenaren een tweede kroeg volgens dit concept openen in het centrum, maar dan drie- of viermaal zo groot.
De roep om vernieuwing van het aanbod is vaker te horen. In het souterrain van het Eden Hotel aan de Amstelstraat waren op 20 december 2010 enkele tientallen homomannen en een enkele vrouw verzameld om te brainstormen over Amsterdam als Gay Capital. Aan wilde plannen geen gebrek. Zo overweegt een groep ondernemers de tweede verdieping van het kwakkelende Magna Plaza aan de Dam tegen een zacht prijsje te huren om hier "lifestylewinkels vanuit roze dna" te vestigen. Al jaren werkt men ook aan een Homomuseum, maar als dat niet méér wordt dan "penissen op sterk water" hoeft het van sommigen niet. Een van de weinige lesbo's merkte op dat de zaal weer eens volzat met blanke homomannen van boven de 30, terwijl de jongere generatie hun invulling van homoseksualiteit te veel doortrokken vindt van hokjesgeest. Jongeren willen liever een gemengd uitgaansleven.

Dameswandelpaden
De Amsterdamse wethouder diversiteit Andrée van Es was er ook bij in het hotelzaaltje. De gemeente werkt al enige tijd aan de uitvoering van een Actieprogramma Gay Capital 2009-2011 met een budget van € 1,2 miljoen (overeind gehouden in de jongste bezuinigingsronde). Doel is niet in de eerste plaats meer homotoerisme, zoals vaak de associatie is met Gay Capital, maar het steviger verankeren van de tolerantie voor homoseksualiteit in de Amsterdamse samenleving. Want dat mag dan wel alom met de mond worden beleden, als het dichterbij komt zijn velen er ineens niet van gediend. Op scholen is de situatie sterk verslechterd door de dominantie van de straatcultuur. De voorlichters van het COC hebben er een harde dobber aan, zoals onlangs bleek in een onthutsende documentaire op televisie.
Al met al overheerste in het Eden Hotel toch het besef dat er ontzettend veel gebeurt in Amsterdam op homogebied, zoals de Gay Pride in augustus met een half miljoen bezoekers en in december het vergelijkbare, maar kleinschaliger Pink Christmas. Er zijn allerlei feesten en salons voor homo's, lesbo's of transgenders, activiteiten voor homo-ouderen en diverse gemengde cafés met ook homoclientèle (voor wie geen zin heeft in 'dat nichtengedoe'), Dameswandelpaden voor lesbische ontmoetingen, homosportclubs, de Roze Filmdagen en ga zo maar door. En wie zou bezwaar kunnen hebben tegen de opkomst van buitenlandse homohoofdsteden? Amsterdam moet alleen een tandje bij zetten.
Irene Hemelaar van ProGay, organisator van veel gay-evenementen, zei na afloop dat zichtbaarheid heel belangrijk blijft. Daarmee dwing je ook tolerantie af, alleen al door de macht van het getal. Vrouwelijke ondernemers zijn schaars in het traditionele gaycircuit, waardoor altijd homománnen dit soort discussies domineren. "Lesbiënnes leven minder buiten de deur. Homomannen dragen hun seksuele voorkeur ook met meer trots uit. Maar uiteindelijk profiteren ook lesbische en biseksuele vrouwen daarvan. Om juist hún zichtbaarheid te vergroten organiseerden we al tweemaal LesBian Pride als onderdeel van Amsterdam Gay Pride."

Terugkeer van religie
Gert Hekma, docent homostudies aan de Universiteit van Amsterdam, is minder positief gestemd over de stand van gay-Amsterdam. Volgens hem is er meer aan de hand dan alleen verschuivende voorkeuren van het uitgaanspubliek of een onontkoombare golfbeweging in de populariteit van homohoofdsteden.
De faam van Amsterdam als homostad begon volgens Hekma al in de jaren vijftig. Met De Odeon Kelder of DOK aan het Singel (1952) en De Schakel bij het Leidseplein (1955) kreeg Amsterdam de grootste homodancings ter wereld – waar overigens ook veel hetero's kwamen. Het aantal homokroegen groeide explosief in de jaren vijftig en zestig. Vanuit heel West- en Noord-Europa spoedden de homotoeristen zich naar Amsterdam, dat nu de naam had behalve de stad van seks en drugs ook een Gay Capital te zijn. Homobars vervingen vanaf 1970 hun gesloten deuren met belletje door een open entree.
In de jaren tachtig kwam de domper van aids, maar in de jaren negentig beleefde Amsterdam hoogtijdagen als homohoofdstad. Het in 1987 gerealiseerde homomonument op de Westermarkt ontpopte zich tot een geliefde pleisterplaats voor homotoeristen. Populaire disco's als RoXY, iT en Mazzo trokken een gemengd gay- en heteropubliek. Het extravagante homo-uitgaansleven was ineens trendsettend geworden. De botenparade op de grachten ging van start in 1996 en twee jaar later kleurde Amsterdam met de Gay Games zelfs helemaal roze.
Maar het jaar 2001 bracht de ommekeer, stelt Hekma. "Een maand na de voltrekking van de eerste homohuwelijken verklaarde imam El Moumni op televisie dat homoseksualiteit volgens de Koran een zonde is en schadelijk voor de samenleving. Religie als behoudende kracht bleek weer helemaal terug te zijn." Opvallend aan de ontwikkeling sindsdien vindt Hekma dat Nederland min of meer pro-gay is gebleven, maar steeds meer anti-seks wordt. Het veelgehoorde standpunt dat de seksuele vrijheid zou zijn doorgeslagen, noemt hij absurd. "Onder CDA-minister Hirsch Ballin zijn wel 30 zedenwetten heringevoerd. Het komt erop aan een veel gezondere basis te creëren voor seksualiteit, juist door openheid en vrijheid. Verbieden is niet de goede weg. Er zit veel mis in het seksuele systeem, nog los van de acceptatie van homoseksualiteit. Dat nichterige homomannen als bedreigend worden ervaren door traditionele mannen en jongens, heeft vooral met de verhouding tussen de seksen te maken. Als je zo negatief bent over vrouwelijke kanten van mannen, ben je dus ook heel negatief over de vrouwelijkheid van vrouwen."

Antihomogeweld
Samen met Laurens Buijs en Jan Willem Duyvendak deed Hekma in opdracht van de gemeente onderzoek naar de daders van antihomoseksueel geweld. Ze blijken jong (beneden de 25), van een leeftijd dus waarop de seksuele identiteit tot stand komt. Het aandeel van Marokkaanse jongens (36%) is opvallend genoeg identiek aan dat van autochtoon-Nederlandse jongens. Wel zijn Marokkanen oververtegenwoordigd in verhouding tot hun aandeel in de bevolking.
De islam verklaart niet het antihomogedrag van de Marokkanen, stellen de onderzoekers. Voor álle daders geldt dat de invulling van mannelijkheid en vrouwelijkheid de angel vormt. In de meeste allochtone culturen, maar ook in de autochtoon-Nederlandse cultuur liggen de sekserrollen heel vast. 'Verwijfde' mannen zijn dan een steen des aanstoots, omdat zij als een ondermijning worden gezien van mannelijkheid. Het machokarakter van de straatcultuur verklaart dus dit soort incidenten. Zodra deze jongeren ouder worden en minder de invloed van de straatnormen ondergaan, worden ze toleranter.
Overigens lijkt de toename van het geweld mee te vallen. Panelonderzoek voor de Burgermonitor van de gemeentelijke Dienst Onderzoek en Statistiek laat juist een afname zien van discriminatie vanwege seksuele geaardheid. De politie krijgt wel meer aangiftes van homogerelateerde incidenten (371 meldingen in 2009, een kwart meer dan in 2008), maar dat heeft veel te maken met de actieve rol van het homopolitienetwerk Roze in Blauw. De politie reageert beter op aangiftes en daarmee is ook de neiging aangifte te doen toegenomen.
Amsterdam moet niet alleen een Gay Capital zijn, maar ook een Centre of Tolerance, stelde wethouder Van Es tijdens de beraadslaging in het Eden Hotel. Homotoeristen zijn economisch aantrekkelijk voor de stad omdat ze veel geld uitgeven, maar komen niet alleen vanwege horeca en gay-evenementen. Belangrijker nog, ook voor de eigen stadsbevolking, is dat je in Amsterdam op straat jezelf kunt zijn. En dat vergt onderhoud.

Pinkcodes
Om de tolerantie ook op buurtniveau te verankeren, wordt sinds twee jaar door verschillende initiatiefgroepen gewerkt aan Pinkcodes: regelmatige ontmoetingen via borrels en picknicks van de roze bewoners in een bepaald postcodegebied. Josee Rothuizen stond aan de wieg van Pink1019 in het Oostelijk Havengebied. "Op onze eerste bijeenkomst in oktober 2008 kwamen meteen 150 mensen af. Wij willen bereiken dat homo's en lesbo's zich veiliger voelen in hun buurt, omdat ze zien dat ze niet alleen zijn. Je leert meer roze buurtgenoten van gezicht kennen. De kracht van Pinkcode is dat het per buurt op een eigen manier wordt georganiseerd, dat het iets van mensen zelf is." Inmiddels heeft het idee navolging gekregen in vijf buurten: Noord, West (Bos en Lommer), Indische Buurt, IJburg en Nieuw-West.
Er is meer diversiteit in het homoleven gekomen, er zijn meer activiteiten voor specifieke subgroepen, constateert zowel Rothuizen als Hemelaar van ProGay. Het is niet minder geworden, maar veelzijdiger – eetclubs, leesclubs, muziekavonden, seksfeesten in de privésfeer. Je zou ook kunnen zeggen: meer in het geborgene, wat niet hetzelfde is als verborgene. In haar Mosse Lezing van 2009 waarschuwde hoogleraar Gloria Wekker ervoor om het 'uit de kast'-gedrag van oudere witte homomannen van een zekere leeftijd niet als onbewuste norm te nemen. Vrouwen en allochtonen hebben altijd al andere keuzes gemaakt omtrent zichtbaarheid van hun seksuele voorkeur. En tegenwoordig zijn er zelfs protestgroepen op Hyves en Facebook van homojongeren die de jaarlijkse grachtenparade een onverdraaglijk 'übernichterig' spektakel vinden. Maar het is ingewikkeld gesteld met die zichtbaarheid, want de grachtenparade is nu precies wel het internationale visitekaartje van Amsterdam als Gay Capital.
"Zelf denken we graag dat het voorbij is, maar de internationale homoscene ziet Amsterdam nog altijd als lichtend voorbeeld", schreef dagblad De Pers vorig jaar na een rondgang langs een aantal buitenlandse woordvoerders van Gay Prides. En als dat in Amsterdam zelf niet meer wordt gewaardeerd, aldus een van hen, is dat vooral een kwestie van gewenning of verwendheid.
Neem het homohuwelijk na tien jaar: al bijna iets vanzelfsprekends. Zelfs een meerderheid van de niet-westerse allochtonen in Amsterdam blijkt er geen bezwaar (meer) tegen te hebben. En de acceptatie in de totale Amsterdamse bevolking ligt (al) boven de 80%. Nu de rest nog.

H. Galesloot is historicus en journalist.