Nummer 9: September 2016

Dandy tussen proletariërs: Frank van der Goes (1859-1939)38-Goes

De chic ogende Frank van der Goes was een wonderlijke verschijning in de opkomende arbeidersbeweging. Als jonge assuradeur raakte hij verzeild in de vernieuwende culturele stroming van de Tachtigers en de kring van hervormingsgezinde, linkse liberalen in Amsterdam. Niet veel later was hij in 1894 medeoprichter van de SDAP, voorloper van de PvdA. Tot ook die hem in de jaren dertig te 'burgerlijk' werd. Want hoe aimabel ook, hij was beginselvast.


De socialistische 'meneer' met 'voorname manieren' Frank van der Goes was veel, maar allesbehalve 'doorsnee'. Allereerst al niet met zijn afkomst. Hij stamt uit een oud regentengeslacht, zijn grootvader van moederskant pleitte al in 1848 voor algemeen kiesrecht en zijn vader was assuradeur. Op de Eerste HBS op de Keizersgracht was Frank klasgenoot en vriend van aankomend dichter Jacques Perk. In het voetspoor van zijn vader werd hij weliswaar verzekeraar, maar zijn belangstelling lag vooral bij de letteren en de politiek.
Hoewel geen universitair student, was hij in 1881 medeoprichter van het academische letterkundig genootschap Flanor, dat zich afzette tegen de ouderwetse rijmelarij van gevierde heren als Hendrik Tollens en Jan ten Kate. Leden waren later beroemde jongeren als Willem Kloos, Arnold Aletrino, Frederik van Eeden en Karel Alberdingk Thijm alias Lodewijk van Deyssel. Tijdens de voorleesavonden in een schemerige en doorrookte zaal van gebouw Eensgezindheid op het Spui (nu American Bookstore) heerste een wat baldadige, studentikoze sfeer. Sommigen leunden uit het raam en rookten dikke sigaren en zelfgedraaide sigaretten. Anderen discussieerden over alles wat zich aandiende en maakten zich daarbij soms zo nijdig dat de gordijnen aan flarden werden gescheurd. Veel gelachen werd er ook.
De grote Amsterdamse dichter van de Gouden Eeuw Gerbrand Adriaensz Bredero was een van hun helden. Zijn 300ste geboortedag werd in maart 1885 uitvoerig gevierd. Van der Goes was secretaris van de feestcommissie, net als Frederik van Eeden en Frans Erens, de gemeentearchivaris Nicolaas de Roever (getrouwd met Franks zus) en de links-liberale journalist Pieter Lodewijk Tak van het dagblad De Amsterdammer. Zo groeide Van der Goes' netwerk. Na de feesten gingen de twaalf commissieleden verder als de 'Breero-Club', om vanaf september 1885 iedere zaterdagavond bij elkaar te komen in een van de vele bierlokalen in de Warmoesstraat.

Madeliefje
De jurist en latere wethouder Wim Treub was er ook bij. Hij noemde deze tijd in zijn memoires de mooiste van zijn leven: "Wij waren allen jong, vol idealen, vol energie en scheppingsdrang; bijna geen onderwerp was er, dat niet nu en dan werd besproken en dat met de zekerheid van overtuiging, die aan de jeugd eigen is. In dit was wel de groote beteekenis van de Breêrooclub, dat zij haar getrouwen onwillekeurig aanzette om, ieder op het gebied dat het zijne was, en elk naar de mate zijner krachten en gaven, niet slechts te theoretiseeren en te philosofeeren, maar ook te doen."
Door zijn afkomst, beroep en plaats in de nieuwe culturele voorhoede was Van der Goes (lang en mager, met brede, gesoigneerde snor) als 26-jarige al een hele meneer, en dat droeg hij graag uit. Medeliterator Frans Erens roemde zijn 'voorname manieren'. Hij sprak behoorlijk bekakt en was steeds piekfijn gekleed – opstaande witte boord, hoge hoed, lange zwarte jas met een madeliefje in het knoopsgat, lorgnet en elegante rotan wandelstok. Die dandystijl gold als verzet tegen de middelmatigheid en werd door tijdgenoten zowel bewonderd als bespot.
Over zijn zorg voor kleding én medemens vertelde de jonge dichter Albert Verweij een anekdote. Op een avond in 1888 verliet Van der Goes met zijn vrienden Willem Witsen, Willem Kloos, Hein Boeken en George Breitner een bar op het Rokin, toen ze vanuit het water een man hoorden schreeuwen om hulp. Van der Goes sprak een heer aan: "'Och meneer, wilt U zoo goed zijn een beetje voor die kleeren te zorgen', en meteen kleedde hij zich uit en de meneer zei: 'Zeker Meneer'. Maar juist stond Goes op zijn kousen en in zijn hemd, toen in-éenen Hein, die tusschen twee haakjes vrij wat gedronken had, tusschen de menschen door kwam springen, hé! zei en zich hals over kop in 't Rokin liet vallen. Pakte den man bij zijn kraag, zwom met hem naar de wal, waar Goes in zijn hemd op 't kantje zat en de twee op 't droge haalde."

Bombarie
De jonge hemelbestormende schrijvers, dichters, kunstenaars en journalisten bespraken behalve culturele ook maatschappelijke vraagstukken. Het idee ontstond voor een eigen tijdschrift. Dat werd (oktober 1885) De Nieuwe Gids en de groep eromheen is als 'de Tachtigers' de geschiedenis ingegaan.
In deze jaren van de 'Tweede Gouden Eeuw' breidde Amsterdam zich explosief uit en bloeide economisch op, maar de nieuwe welvaart was dramatisch slecht verdeeld. Tegen die achtergrond was er onrust op straat (het Palingoproer van 1886!) en reuring in de gemeentepolitiek. Het rommelde in de ouderwets-liberale kiesvereniging Burgerpligt. Gezien de sociale ellende kon de overheid niet meer alles overlaten aan het 'vrije spel der maatschappelijke krachten', vonden Wim Treub en zijn medestanders. In 1888 richtten zij de kiesvereniging Amsterdam op. Ook Van der Goes werd lid.
Twee jaar eerder had hij al de aandacht getrokken met een felle protestbrochure tegen de celstraf voor socialistenvoorman Ferdinand Domela Nieuwenhuis wegens majesteitsschennis. Op 7 juli 1886 werd hij daarom door medezakenmensen met veel bombarie de Beurs van Zocher op de Dam uitgeduwd. Hij raakte daarna bekend als ijveraar voor algemeen kiesrecht. Domela's in 1882 opgerichte Sociaal-Democratische Bond trok hem weinig: het domme geschreeuw en regelmatige straatgeweld stuitte hem tegen de borst en hij miste een doordachte strategie. Maar in 1891 bekende hij toch kleur en werd lid van de SDB.
Niet voor lang. Anders dan Domela zag hij het parlement als een onmisbaar strijdtoneel. En al heel snel kreeg hij ruzie met de charismatische partijleider, toen hij protesteerde tegen de brallerige en antisemitische bijdragen van de gedroste Duitse militair Hans von Barnekow, de rancuneuze zwager van bierbrouwer Gerard Heineken.* Domela waardeerde diens populistische tirades tegen de elite juist zeer. Van der Goes werd geroyeerd.

Prestige
De enigen die hem in de SDB hadden gesteund waren enkele jonge Joodse diamantbewerkers rond Henri Polak. Met onder meer Polak en de jonge advocaat Pieter Jelles Troelstra richtte hij in 1894 een eigen partij op: de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Economisch geschoold en vlot schrijvend kreeg Van der Goes de status van partijideoloog, mede doordat hij in hetzelfde jaar had gezorgd voor de eerste Nederlandse vertaling van Karl Marx' Das Kapital. Zijn prestige nam verder toe toen hij in 1900 na een heftige pennenstrjjd werd toegelaten als privaatdocent Socialistische Economie aan de Gemeente Universiteit, een onbetaalde functie.
Door zijn reputatie als socialist was zijn assurantiefirma inmiddels doodgebloed en moest hij met zijn vrouw Marie Koens en drie dochters moeizaam rond zien te komen van journalistieke bijdragen aan bladen als De Kroniek en De Nieuwe Tijd en soms bijstand van de rijke vriend en partijgenoot Floor Wibaut. Sinds 1894 woonde het gezin overigens niet meer in Amsterdam, maar in Den Haag en Hilversum. Twintig jaar later keerden ze terug naar Amsterdam (Amsteldijk 32-III), omdat hij buitenlandredacteur werd van de SDAP-krant Het Volk.
Intellectuele partijgenoten volgden bewonderend Van der Goes' doorwrochte betogen, maar als agitator te midden van een arbeidersmenigte was hij geen groot succes. Hij miste hij ieder redenaarstalent. Zijn monotone stemgeluid en chique uiterlijk schiepen afstand. "Met den rug geleund tegen een stoel, of tafel, of ook wel met de knie op een stoel, terwijl hij de leuning vasthoudt, kan men hem zien staan oreren op eentonig vervelenden dreun, nimmer den toon verheffende, en slechts bij hooge uitzondering, als 't ware toevalligerwijs, een geestigheid door zijn rede werpende, terwijl de gesticulatie, die 't effect van 't gesproken woord zoo machtig kan verhoogen, geheel en al ontbreekt", stelde het onafhankelijk-socialistische blad De Controleur in 1895 vast.

Buizenpost
Schrijven kon hij heel goed, al was hij eigenlijk toch minder journalist dan wetenschappelijk analyticus. Bij Het Volk zat Van der Goes achter een ouderwets bureau, omgeven door een groot aantal ladekasten, waarin hij talloze knipsels bewaarde: aan het knippen en opbergen besteedde hij een groot deel van zijn werktijd. Hij stond bekend om zijn onverstoorbaarheid. Collega Piet Bakker (later schrijver van Ciske de Rat) herinnerde zich de paniek toen op een keer Van der Goes' buitenlands overzicht bleef steken in de buizenpost tussen redactie en zetterij. "Wij waren er echt van in de war. Goes niet. Die knipte bedaard uit de N.R.C. een stuk van de Londense correspondent, zette erboven: 'Men schrijft uit Londen' en gaf het door. ''t Is een voortreffelijk stuk', zei Goes. 'Beter had ik het nooit kunnen schrijven.' En toen twee maanden later die buizenpost werd opgeruimd, kwam het verloren geraakte overzicht weer voor de dag. Goes las het door, en zei: 'Het heeft nog niets aan actualiteit ingeboet.' 's Avonds stond het in de krant."
Bijna 40 jaar bleef Van der Goes zijn partij trouw, ook in 1909, toen een paar van zijn radicaal-marxistische vrienden (onder wie Herman Gorter) onder leiding van David Wijnkoop uittraden. Zijn eigen Marie behoorde ook tot de uittreders. Daar kon gelukkig om gelachen worden. "Groet onze vijand", schreef in maart 1909 huisvriend Wibaut onderaan een briefje aan zijn partijgenoot. Maar in 1932 werd de verrechtsing van de SDAP hem te gortig. Met duizenden anderen stichtte hij de Onafhankelijk Socialistische Partij (OSP). Verslaggever Piet Bakker woonde het scheuringscongres in Haarlem als verslaggever bij. Jaren later beschreef hij hoe de schijnbaar onberoerde Van der Goes rustig zijn sigaartje rookte en wat met hem babbelde op het podium.

Afscheid
"Hij vertelde, dat hij tot zijn eerste liefde was teruggekeerd en weer literair werk deed. Hij was de epische gedichten van Schiller aan het vertalen. 'Moeilijk, maar mooi werk, amice...' Voorzitter Vliegen zei met nauwelijks beheerste emotie in zijn stem: 'Het woord is aan Van der Goes!' 'Ik stuur je die vertaling volgende week', zei Goes terwijl hij al naar het spreekgestoelte liep. Toen hield hij onder doodse stilte zijn bewogen indrukwekkende afscheidsrede van meer dan een uur. 'Laat dus nooit iemand zich doen ontmoedigen door de gedachte, dat hij minderheid is. Laat men gelooven in de kracht van beginselen. (...) Ik maak mij van de uitwerking dezer woorden op dit oogenblik niet veel illusie. Ik had geen reden ze ongezegd te laten.'"
De OSP fuseerde al snel met de Revolutionair Socialistische Partij (RSP) van het Amsterdamse gemeenteraadslid Henk Sneevliet. Van der Goes hield het niet uit in de nieuwe, strak geleide organisatie en vormde met enige honderden leden de Bond van Revolutionaire Socialisten (BRS). 'Bond van Rustende Schutters', spotte Sneevliet. Daarmee onderschatte hij ze toch. Een groot deel van de BRS-leden zou na 1940 actief worden in verschillende linkse verzetsorganisaties. Zonder Van der Goes: in 1939 overleed hij in Laren, 80 jaar oud.

RON BLOM SCHREEF DE BIOGRAFIE FRANK VAN DER GOES, 1859-1939. JOURNALIST, LITERATOR EN PIONIER VAN HET SOCIALISME, 2012. HIJ WERKT BIJ HET STADSARCHIEF AMSTERDAM