Nummer 9: September 2016

8-Schiphol

'Nederlandsche luchtvaart aan de spits!'

Schiphol bestaat 100 jaar. Aanvankelijk was Amsterdam helemaal niet enthousiast over het plan voor een vliegveld. Het scheelde weinig of anderen hadden de nationale luchthaven gekaapt. Schiphol kwam er toch. En bleek geweldig goed te zijn voor de economie.


Het verlangen om te kunnen vliegen heeft een mythologische ouderdom. "Hier begint het modernste van alle sprookjes. Wie hier naar binnen gaat, komt daar even later naar buiten onder de palmen van Java of Rio de Janeiro. Of bij de Eskimo's in het hoge noorden. Schiphol, springplank van de hele wereld", horen we een stem zeggen bij de beelden van Schiphol in Nederlands in zeven lessen van Charles Huguenot van der Linden en Heinz Josephson uit 1948 over de bedrijvigheid van de luchthaven vlak na de oorlog.
Een DC-6 staat gereed voor vertrek naar Indië: "Over drie woestijnen, vijf zeeën en tien uur oerwoud naar de 40 schoteltjes van de rijsttafel in Batavia." Ook bijzonder: de film is het debuut van Audrey Hepburn. De latere Hollywoodster speelt een KLM-stewardess. "Hollands glorie", grapt de commentator. Vliegheld en gezagvoerder Adriaan Viruly schudt haar hartelijk de hand als hij uit de cockpit stapt.
De littekens van de oorlog zijn nog zichtbaar. "In de lucht zijn we voor u klaar, maar op de grond nog aan het bouwen. Want Schiphol was een puinhoop. Waar nu die nieuwe hangar staat, was één moeras van bomkuilen." Het schiet al op: "Over nog twee jaar, dan zal u eens wat zien; alles piekfijn in staal en glas en beton. Maar als u het mij vraagt, zullen we dan heimwee hebben naar al die nauwe barakjes waar we met de opbouw begonnen zijn."

Indringers
Schiphol begint 30 jaar eerder als een militair vliegveld binnen de Stelling van Amsterdam. De minister van Oorlog koopt in 1916 in een uithoek van de Haarlemmermeer naast Fort Schiphol twaalf hectare grond van landbouwer Gerrit Knibbe. Mocht keizer Wilhelm II ons land binnenvallen, dan ligt het vliegterrein strategisch gunstiger dan (aan de oostzijde van de Hollandse Waterlinie) Soesterberg. Tijdens de zogeheten herfstmanoeuvres op 19 september 1916 landen er al de eerste militaire vliegtuigen.
In Amsterdam broeden ze op eigen plannen. Zo is er in 1917 het voorstel om een "landings- en opstijgplaats voor vliegmachines" aan te leggen, bijvoorbeeld in de buurt van het Stadionplein. Dat zou mooi passen in het Plan Zuid van Berlage. De gemeenteraad ziet er niets in: er woedt een oorlog in Europa en vliegen is een sport voor waaghalzen.
Tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog is Schiphol al 76 hectare groot. Er zijn zes hangars, plus een kazernecomplex met garage. De bewoners van de Haarlemmermeer ontvangen de militairen niet met open armen. Commandant (vanaf 1 november 1918) eerste luitenant-vlieger A.K Steup: "Zij beschouwen ons als indringers in hun sterk begrensde gemeenschapsleven. Zij tonen dit ook daadwerkelijk door mesjes rechtstandig op de rijweg te plaatsen en onze auto met hardbevroren koolstronken te bombarderen."
In de Verenigde Staten is de burgerluchtvaart al op gang gekomen. Albert Plesman, luitenant-vlieger bij de militaire Luchtvaartafdeling in Soesterberg, organiseert in 1919 in Amsterdam-Noord de Eerste Luchtvaarttentoonstelling Amsterdam (ELTA). "Het luchtruim verbindt alle volken", is zijn motto. Op het affiche cirkelen vier vliegtuigjes rond een piloot in vliegeniersoverall. De belangstelling is enorm: de vliegtuigen, zeppelins en vliegdemonstraties trekken in zes weken meer dan een half miljoen bezoekers. Niet veel later begint Anthony Fokker in de expositiehallen zijn vliegtuigenfabriek.

Drassig weiland
De ELTA blijkt achteraf de vonk voor de oprichting van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën op 7 oktober 1919. De koningin verleent bij uitzondering direct het predicaat 'koninklijk'. Plesman krijgt de leiding in de functie van administrateur. Op 17 mei 1920 opent de KLM een geregelde dienst op Londen met een DH-16, een verbouwde lichte bommenwerper. De capaciteit van het tweedekkertje is vier passagiers. Veel piloten van het eerste uur zijn voormalige militaire vliegers uit het buitenland. Ook de toestellen worden gecharterd.
Het landingsterrein in de Haarlemmermeer is een 800 x 800 meter groot weiland vol hobbels en kuilen, vier meter beneden NAP en met een slechte drainage. Na een regenbui moeten vliegers en passagiers door de modder en toestellen komen vast te zitten. Stallantaarns zorgen voor de verlichting. De proefperiode eindigt in oktober 1920 – geen vluchten in de winter. Enkele getallen: 82.000 vliegkilometers, 440 passagiers, ruim 25.000 kg vracht en post.
Als op 14 april 1921 prins Hendrik het luchtverkeer heropent, vliegt de KLM met eigen bemanning (onder wie de Nederlandse piloten Gerrit Geysendorffer en Rinse Hofstra) en eigen vliegtuigen, zoals de F-3 van Fokker. Op 9 mei gaat het KLM-kantoor aan het Kleine-Gartmanplantsoen open, het eerste 'passagekantoor' ter wereld. Een paar maanden later volgt het KLM-hotel-café-restaurant op Schiphol, vlak bij de ringvaart, waar passagiers op hun vlucht kunnen wachten. Tot midden jaren twintig circa tien per dag.

Olympische Spelen
Zo'n passagier volgen we in de stomme film Nederland vooruit (1922). Op het Centraal Station mist deze keurig geklede heer zijn trein, de eerste etappe op weg naar New York. Snel met de taxi naar Schiphol, maar de Leidsestraat is vol fietsers en wandelaars. Aan het eind van de Overtoom is de brug open, verderop wacht een tolhek. Als de taxi het weiland van Schiphol opdraait, zwaait een groepje achterblijvers net het toestel uit. Een KLM-er zoekt contact met de piloot, die maakt rechtsomkeert. De boodschap: de KLM zorgt goed voor haar passagiers en vracht, maar Schiphol is slecht bereikbaar. Dat klopt. De snelste verbinding is dan nog per boot vanaf de Schinkelkade, een tocht van een half uur.
Amsterdam begint zich te roeren. Schiphol ligt op het grondgebied van de gemeente Haarlemmermeer. Volgens B&W van Amsterdam is het ongewenst dat de hoofdstad voor het gebruik van de 'Gemeente Luchthaven Amsterdam' afhankelijk is van een ander gemeentebestuur. Het terrein moet worden toegevoegd aan het grondgebied van Amsterdam, inclusief een verbindingsstrook. Op 1 april 1926 krijgt de stad het beheer over Schiphol, maar van een annexatie wil Haarlemmermeers burgemeester Adriaan Slob niets weten.
Als de KLM in de jaren twintig een aantal onderdelen naar Rotterdam Waalhaven verhuist, dreigt Schiphol haar positie als nationale luchthaven te verliezen. Maar de Olympische Spelen van 1928 zorgen voor vele bouwactiviteiten. Er komt een stationsgebouw in de stijl van de Amsterdamse School, een ontwerp van Ad Grimmon. De karakteristieke verkeerstoren, met halfronde top met ramen en vele antennes, domineert vele foto's. Een groot schoolbord in de hal geeft in wit krijt de aankomst- en vertrektijden.

Vliegwedstrijden
Schiphols toekomst is nu veiliggesteld. Het vliegtuig groeit in die jaren uit tot een van de symbolen van een nieuwe wereld. Een wereld waarin het gaat om snelheid, techniek en vormgeving. Schiphol én de KLM spreken er een woordje in mee. Er worden vliegwedstrijden georganiseerd. Hoogtepunt is de overwinning van de Uiver in de handicaprace (met ballast) Londen-Melbourne.
De terugkeer op Schiphol op 21 november 1934 is gefilmd. "De Nederlandsche luchtvaart aan de spits!" Minister-president Hendrik Colijn keuvelt met de in dikke bontjassen geklede vrouwen van de vliegers en technici. Pal naast de landingsbaan staan honderden auto's en bussen. Duizenden hebben een kaartje gekocht voor de ontvangst van de helden. Reusachtige letters op het weiland vormen de woorden AMSTERDAM. SCHIPHOL. De schaduw van de Uiver glijdt eroverheen. Na de landing steekt de gezagvoerder een Nederlands vlaggetje uit de cockpit van zijn DC-2. De glunderende bemanning ontvangt de zilveren medaille van de stad Amsterdam. Bezoekers kunnen blauwe zakdoeken kopen met opdruk van het vluchtplan en de namen van gezagvoerder Koene Dirk Parmentier, eerste officier Jan Moll, boordwerktuigkundige Bouwe Prins en telegrafist Cornelis van Brugge (op de zakdoek met een 'n' gespeld).
De vliegtuigen worden groter en zwaarder, zakken steeds vaker diep weg in het drassige terrein. Schiphol krijgt verharde banen. Plannen voor een nieuw vliegveld bij Leiderdorp – in het midden van het land – stuiten op verzet van de hoofdstad: "S.O.S Schiphol, 2 juli 1938, 4 n.m". Een muziekkorps houdt een spandoek omhoog: "Schiphol en Amsterdam zijn één". Zanger Bob Scholte kweelt: "Wij willen Schiphol hou'en."

Wederopbouw
Een bombardement door de Duitse Luftwaffe op 10 mei 1940 legt de thuisbasis van The Flying Dutchman (bijnaam van de legendarische DC-4 die Nederland met New York en de rest van de wereld verbond) gedeeltelijk in puin. In de bezettingsjaren is Schiphol als Duitse militaire vliegbasis doelwit voor de bommen van de geallieerden. Eind 1944 doen Sprengkommandos hun opblaaswerk. Op 5 mei 1945 rest van Schiphol zegge en schrijve één stuk muur. Een poosje hing er het bord: "Dit is de enige muur op Schiphol die de oorlog 1940-1945 overleefd heeft". De kale betonvlakte is in de eerste meidagen belangrijk als plek om voedselpakketten voor de hongerende hoofdstad te droppen.
Eind juli 1945 arriveert alweer het eerste vliegtuig. In de provisorische, kleine houten verkeerstoren werkt personeel van de Engelse luchtmacht en vanuit een oude verhuiswagen worden de radiotelegrafische verbindingen gelegd met vliegtuigen en andere luchthavens. De film Schiphol herleeft! (1946) toont de wederopbouw van de luchthaven. Arbeiders storten kruiwagens vol grond in de bomkraters, verderop verrijzen houten noodgebouwtjes.
Het commentaar ademt optimisme: "Op de plaats van het prachtige stationsgebouw staat alweer een rij hulpgebouwtjes ten dienste van vlieghavenleiding, passagiers en KLM." Er is een bord neergezet met in meerdere talen het woord Vrijheidsstraat. Havenmeester Jan Dellaert wandelt over het platform, waar een Zweedse Douglas taxiet. Luchtlijnen tussen Amsterdam en Maastricht, Groningen en Twente moeten de nog gebrekkige spoorverbindingen opvangen. De reiziger treft bij de staart van een vliegtuig een keurig bordje: "Maastricht via Eindhoven".

Aerotropolis
De regering wijst in oktober 1945 Schiphol aan als Wereldluchthaven van Nederland. KLM-directeur Plesman mokt. Hij pleit voor een nieuwe luchthaven bij Burgerveen, iets westelijker en zuidelijker in de Haarlemmermeer; dat is goedkoper dan herbouw van Schiphol. En Rotterdam droomt van een luchthaven in Schieveen. Amsterdams burgemeester Arnold d'Ailly volgt het allemaal met argusogen. Uiteindelijk zegt de regering in 1952 nee tegen een tweede grote luchthaven.
Als midden jaren vijftig het eerste straalvliegtuig op Schiphol landt (een Franse Caravelle), dringt het besef door dat uitbreiding noodzakelijk is. In 1967 wordt een geheel nieuwe luchthaven geopend, Schiphol-Centrum, tegenover het oude Schiphol-Oost. Het luchtverkeer populariseert, vooral dankzij het toerisme. Met de stijging van het aantal starts en landingen komen ook de protesten tegen geluidsoverlast. Actiegroep De lastige Zwanenburger wordt geboren. Scenarist Gerben Hellinga en regisseur Pieter Verhoeff maakten voor de VPRO Rudy Schokker huilt niet meer (1972), een fake-documentaire over een jongetje dat is verwekt onder de rook van Schiphol. Als hij huilt, produceert hij het geluid van een straalvliegtuig. Veel kijkers zijn geschokt.
De luchthaven bouwt en bouwt. Een D-pier voor intercontinentale vliegtuigen, een nieuw vrachtareaal op Schiphol-Zuid, nieuw pieren voor wéér meer passagiers, de Polderbaan voor wéér grotere vliegtuigen. Schiphol wordt 'mainport', 'hub' of welk ander etiket de luchtvaartbranche ook bedenkt. Op het platform (de 'betonzee') maken de DC-8, DC-9 en Boeing 727 plaats voor Airbus A 370, A 380, Boeing 777, 787 Dreamliner. Sinds 1975 is er een treinverbinding met Amsterdam-Zuid, sinds 1985 met het Centraal Station.
Schiphol ontwikkelt zich als een 'aerotropolis', een luchthavenstad. De invloed op Amsterdam is groot. De komst van de Zuidas langs de A10 is het directe gevolg van de nabijheid van Schiphol. In de Gouden Eeuw waren werkgelegenheid en welvaart verbonden met de haven, nu met de luchthaven.

Schoolreisje
Er is nog een reden dat Schiphol in de harten van vele generaties leeft. Wie de film Nederlands in zeven lessen heeft gezien (in het Amsterdam Museum), weet waarom. Een groepje kinderen krijgt uitleg bij een Lockheed Constellation. "De kleuterschool is op Schiphol. De hele zomer komen de autobussen uit heel Nederland met kleuters die het aap-noot-miesboekje van meester Plesman willen horen opzeggen." Honderdduizenden kinderen gingen met schoolreisje of verenigingsuitstapje naar Schiphol. Daar wenkt al 100 jaar het avontuur, de betovering van vliegen door de lucht.


HARRY HOSMAN IS JOURNALIST EN PROGRAMMAMAKER. HIJ WERKT AAN HET PROJECT 'AMSTERDAM IN FILM EN TV-SERIE'.