Nummer 7-8: Juli - Augustus 2014 - Schilderijen voor de massa

07-2014 Schilderijen-1-uittocht 
Religieuze voorstellingen aan de muur bij ‘gewone mensen’ in de Gouden Eeuw

Buitenlandse bezoekers in de 17de eeuw trokken allemaal dezelfde conclusie: Nederlanders zijn gek op schilderijen. Reisdagboeken vermelden grote vrijmarkten met honderden schilderijen per kraam en huiskamers vol monumentale schilderwerken. Groot was de verbazing dat zelfs simpele boeren en eenvoudige ambachtslieden schilderijen in huis hadden. Zoiets hadden ze niet eerder gezien. In de rest van Europa was het verzamelen van schilderijen voorbehouden aan de allerrijksten.

Buitenlandse bezoekers in de 17de eeuw trokken allemaal dezelfde conclusie: Nederlanders zijn gek op schilderijen. Reisdagboeken vermelden grote vrijmarkten met honderden schilderijen per kraam en huiskamers vol monumentale schilderwerken. Groot was de verbazing dat zelfs simpele boeren en eenvoudige ambachtslieden schilderijen in huis hadden. Zoiets hadden ze niet eerder gezien. In de rest van Europa was het verzamelen van schilderijen voorbehouden aan de allerrijksten.

Bakker Gerrit Kock op de Looiersgracht, smid Roelof Hermans op de Zeedijk en dozenmaker Jan Mauritsz. op de Rozengracht: alle drie hadden ze schilderijen aan de wand, zij het niet zoveel als rijke koopmannen en regenten. In statige herenhuizen binnen de grachtengordel hingen tientallen en soms zelfs honderden schilderijen. De schilderijen in eenvoudige huishoudens waren niet talrijk en evenmin geschilderd door de beroemdste en beste schilders van hun tijd. Een echte Rembrandt kon wel f 1000,- kosten. De meeste gewone burgers verdienden niet meer dan één gulden per dag. Slechts weinigen in de 17de eeuw konden zich een meesterwerk veroorloven. Wat voor schilderijen hadden de eenvoudige lieden dan wél aan de muur hangen? Een simpel landschapje of een stilleven, zou je denken. Ongecompliceerde voorstellingen die zij uit het alledaagse leven kenden en gemakkelijk te begrijpen waren. Niets is minder waar.

Bijbelse onderwerpen
Elf schilderijen had bakker Gerrit Kock bij zijn overlijden in zijn kleine woning aan de Looiersgracht in 1655. Het merendeel werd in de boedelinventaris slecht, oud of klein genoemd. Van geen enkel werk was de naam van de schilder bekend. Wat opvalt in de beschrijvingen is dat er enkele werken met religieuze onderwerpen tussen zitten. De bakker bezat een schilderij met De vier Evangelisten, een slecht werkje van Abraham en de drie Engelen, een schilderij van Jefta offert zijn dochter en nog zo een met Abrahams offer van zijn zoon Izaäk. Ook de dozenmaker van de Rozengracht, Jan Mauritsz, liet na zijn overlijden in 1670 schilderijen na met de scènes van beide Bijbelse verhalen waarin een vader op het punt staat zijn eigen kind te offeren. Een spannend en spectaculair onderwerp – geen wonder dat dergelijke thema’s populair waren.
Wel meer eenvoudige huishoudens hadden een zwak voor schilderijen met een Bijbels onderwerp, blijkt uit onderzoek in boedelinventarissen. Het is een nieuw uitgangspunt. In de kunstgeschiedenis is altijd volgehouden dat op teksten gebaseerde schilderijen voorbehouden waren aan de geletterde en kapitaalkrachtige elite. Maar wanneer schilderijenbezitters van eenvoudige komaf vergeleken worden met rijke verzamelaars, blijkt juist dat de eerste groep relatief meer op teksten gebaseerde schilderijen bezat dan de tweede groep. Rijke koopmannen en regenten verzamelden meer landschappen.
Opvallend is dat bijna alle 17de-eeuwse schilderijbezitters tenminste één zo’n schilderij hadden. Blijkbaar was het een van de eerste aankopen. De eenvoudige lieden hadden een sterke voorkeur voor spannende scènes uit het Oude en Nieuwe Testament waar veel op te zien was; de voorliefde van de koopmanselite ging uit naar intellectuele voorstellingen gebaseerd op de mythologie en de klassieke literatuur.

Winkel De Friese Os
Op de vraag naar betaalbare historiestukken werd in Amsterdam ingespeeld door Cornelis Doeck met zijn schilderijenwinkel De Friese Os op de Kloveniersburgwal aan de Nieuwmarkt. In zijn jeugd was hij met de ambitie succesvol schilder te worden van Danzig (Gdansk) naar Amsterdam verhuisd, een van de belangrijkste centra van de schilderkunst in de 17de eeuw. Trots liet hij in zijn ondertrouwakte uit 1637 naast zijn naam het beroep ‘schilder’ opnemen. Maar de concurrentie was moordend en succes bleef uit. Voeg daarbij een gestaag groeiend gezin en wij begrijpen waarom Doeck zich gedwongen zag om zijn hoofdinkomsten elders te zoeken.
Zijn winkel De Friese Os had vooral veel scènes uit het Oude Testament in het assortiment. Voor slechts een paar gulden per stuk gingen deze schilderijen van de hand. Kwantiteit was in het winkelaanbod belangrijker dan kwaliteit: de boedelinventaris vermeldt meer dan 550 schilderstukken in de winkel. Die konden onmogelijk allemaal aan de winkelwanden hangen; zij zullen in dikke rijen opgestapeld tegen de muren hebben gestaan.
Cornelis Doeck had schilders in dienst. Zij maakten voor een hongerloon, van zonsopgang tot zonsondergang, aan de lopende band doeken op de zolder van de kunsthandel. Schilders in loondienst hadden geen aanzien. Succesvolle collega’s noemden hen spottend ‘galey-schilders’, als waren het slaven. Door de hevige competitie op de dichtbevolkte Amsterdamse kunstmarkt was dit het soort werk waarmee veel jonge, onervaren schilders en talentloze werkimmigranten brood op de plank moesten krijgen.
Het was een slimme zet van Doeck om de productie binnenshuis te laten plaatsvinden. Zo verzekerde hij zich van een continue stroom schilderijen en een schilderijenaanbod dat goed aansloot bij de actuele wensen van zijn publiek. Hij kon nauw toezicht houden op de productiviteit van zijn schilders en de hoeveelheden verf die zij gebruikten. Hij hield daarmee de productiekosten in de hand en kon de prijs van zijn schilderijen laag houden.

Alles op voorraad
Één van de schilders in dienst bij De Friese Os was Leendert de Laeff. De kunsthandel had maar liefst 64 schilderijen van zijn hand op voorraad. We kunnen slechts gissen naar het aantal schilderijen dat hij per maand produceerde, maar alles wijst op een enorme hoeveelheid.
De Bijbelse schilderijen die voor een paar gulden over de toonbank gingen bij De Friese Os waren van een heel ander kaliber dan de doeken van grote meesters. Het snelle schilderwerk van matig getalenteerde schilders als Leendert de Laeff toont weinig artistieke kwaliteit. De schilderijen die Doeck verkocht, waren geen unieke kunstwerken. Zijn werknemers produceerden dezelfde voorstellingen meerdere keren achter elkaar. Zo had de winkel in 1664 zeven schilderijen van de populaire voorstelling Jefta offert zijn dochter op voorraad. De klant kon per scène uit verschillende gestandaardiseerde formaten kiezen. Bij alle maten werd precies hetzelfde voorbeeld gebruikt. Grotere formaten kregen simpelweg meer achtergrond. Na aankoop hoefde klanten ook niet meer langs een lijstenmaker, want schilderijen bij De Friese Os werden standaard inclusief lijst geleverd.
Eenvoudige lieden met een kleine portemonnee konden bij schilderijenwinkelier Cornelis Doeck een doek van hun gading vinden. Een goedkoop, gestandaardiseerd product, vervaardigd door een matig getalenteerde schilder in loondienst van een kunsthandelaar. Dat zij een voorkeur hadden voor Bijbelse voorstellingen zal hier mee hebben samengehangen. Een mooi landschap of stilleven werd bewonderd om de levensechtheid of de knappe schildertechniek. In de lagere prijscategorie bereikten de schilderijen die kwaliteiten niet. Alles wijst erop dat de klanten van De Friese Os hun schilderijen niet kochten voor hun schoonheid of vanwege de naam van de kunstenaar. Het was ze te doen om het spannende verhaal en de spectaculaire verbeelding hiervan.

Tekst: Angela Jager

ANGELA JAGER IS KUNSTHISTORICA EN DOET PROMOTIEONDERZOEK NAAR DE MARKT VAN GOEDKOPE SCHILDERIJEN IN DE 17DE EEUW