Nummer 1: Januari 2014 - Fietsen naar de maan

20-film

Vijftig jaar oude speelfilm geeft prachtig tijdsbeeld

Onverwacht is een lang verdwenen speelfilm opgedoken over Amsterdam in 1962. Fietsen naar de maan laat ons de stad zien vlak voor het grote tumult van de jaren zestig dat de naoorlogse wereld zal wegspoelen. De straatagent durft al niet meer in te grijpen, verder lijkt het leven nog onbeweeglijk.

Het troosteloze Rapenburgerplein met de broodfabriek van Carels, de miezerige Huidenstraat en z’n uitgesleten stoepjes, de Kleersloot met onderstukken, de gaten in de Jodenbreestraat. Fietsen naar de maan toont ons een stad vol leegheid. We kennen zulke stadstaferelen van de fotografen Ben van Meerendonk, Wim van der Linden en Cor Jaring. Nederlandse speelfilmmakers waagden zich zelden in zulke buurten. Ze bleven liever weg van het straatleven en het verval, van sombere, morsige huizenblokken en diepe slagschaduwen.
Maar nu is dan plots deze speelfilm opgedoken waarin het Amsterdam van begin jaren zestig de hoofdrol speelt. Een film met opnames van de Herengracht en de Vijzelstraat, met snapshots van het Muntplein, vol trams, auto’s en fietsen, de eeuwige bende van de binnenstad. Maar ook een speelfilm die als een röntgenfoto haarscherp blootlegt hoe de huizen kraakten en van vermoeidheid bijna in elkaar zakten, zoals in de Nieuwmarkt en Jodenbuurt.
Dat de bijzondere opnames zo lang onopgemerkt zijn gebleven, heeft een reden. Bij de première van Fietsen naar de maan in Rialto aan de Ceintuurbaan op donderdag 24 januari 1963 leek er nog geen vuiltje aan de lucht te zijn. Foto’s van lachende acteurs met bloemen en een van de hoofdrolspelers, Ton Lensink, die een fiets cadeau krijgt.
De koude douche kwam de volgende dag. De kritieken waren vernietigend. In een van de scènes zwerft Lensink als een held uit een nouvelle-vaguefilm door de nachtelijke stad. Maar, noteerde een recensent, de observaties van de regisseur verbleken naast die van zijn Franse collega’s die ook met hun camera’s door de straten trokken. Een week later is de film verdwenen uit de bioscopen.
Voor Fietsen naar de maan leek het hoogst haalbare een voetnoot in de filmgeschiedenis. In een van de scènes debuteerde namelijk een acteur die zou uitgroeien tot een wereldster. Voor f 50,- speelde Jeroen Krabbé de rol van leerling-schilder, met slechts twee zinnen tekst.

Dertien filmblikken
Tientallen jaren was de film niet te zien. In filmkringen zoemden geruchten over een conflict tussen producent P. Hans Frankfurther en regisseur Jef van der Heyden. Frankfurther overleed in 1996 op 64-jarige leeftijd, toen hij tijdens zijn vakantie in Indonesië probeerde zijn zoon te redden van de verdrinkingsdood in de Indische Oceaan. In 2011 stierf ook Van der Heyden, 85 jaar oud. Datzelfde jaar nog schonken Frankfurthers andere kinderen, Guido en Tamar, het papieren filmarchief van hun vader aan EYE. Inclusief het scenario, de setfoto’s en alle contracten van acteurs en technici van Fietsen naar de maan. Een kopie van de film kwam in bewaring van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. Guido Frankfurther (1963) bevestigt dat zijn vader testamentair had verboden de film te vertonen zolang regisseur Van der Heyden nog leefde.
Bij het bestuderen van de film ontdekt EYE-conservator Rommy Albers dat de kopie ongeveer 900 meter korter is dan in het keuringsrapport staat vermeld. Vergelijken met het oorspronkelijke scenario leert dat enkele belangrijke scènes ontbreken en andere drastisch zijn ingekort, omgekeerd zijn er ook scènes die niet in het script staan. Suzan Crommelin, onderzoekster bij EYE, herinnert zich in het Stadsarchief ooit eens een stapel blikken te hebben gezien met het etiket Fietsen naar de maan. De ontbrekende scènes?
Op dinsdag 15 oktober 2013 is het zover. In de montagekamer van EYE op het bedrijventerrein Overamstel liggen dertien filmblikken van het Stadsarchief. Volgens de bijbehorende papieren bevatten ze materiaal van Fietsen naar de maan. De eerste rollen negatieffilm gaan op de montagetafel. Al snel is het raak: we zien beelden die ontbreken in de film. Onder meer prachtige opnames van het drukke Waterlooplein, het KNSM-eiland met vrachtschepen en een winkel in de Kalverstraat. 

Stad vol littekens
Als alle blikken zijn geopend weten we het helemaal zeker: de jonge makers van Fietsen naar de maan schetsen een prachtig tijdsbeeld van Amsterdam. Je ruikt de geur van de stad in 1962. Gefilmd werd er langs de grachten (Reguliersgracht, Herengracht, Brouwersgracht), op het Leidseplein met zijn bars en kantoren (Extase, het KLM-gebouw), maar vooral in de voormalige Jodenbuurt: bij de Krom Boomssloot, het Rapenburg en op het Waterlooplein. Plekken vol littekens, met de laatste echo’s van de verwoestende oorlogsjaren, toen veel buurtbewoners werden weggevoerd en hun huizen door de achterblijvers op zoek naar stookhout werden onttakeld. Begin jaren zestig leek er nog meer onheil op til. De aanleg van IJ-tunnel kwam naderbij en ambtenaren broedden op een snelweg door de binnenstad en een metrolijn.
Aan de vooravond van die dreigende kaalslag vertellen Van der Heyden en Frankfurther in Fietsen naar de maan de geschiedenis van drie broers. In de woorden van de regisseur eenvoudige, alledaagse mensen: de mislukte kunstschilder Evert (Ton Lensink), de sjacheraar en zakenman Dick (Johan Walhain) en zijn broer Henk, een politieman zonder roeping (Bernhard Droog).
Er is een wirwar aan verhaallijnen – het is meer een film over een stad en de sfeer van een bepaalde tijd geworden dan een dramatische vertelling. Alle personages belanden op zeker moment bij de opslagplaats vol fietsen en andere metalen van Dick. In opdracht van de gemeente vist Dick fietsen uit de gracht. Om zijn omzet op te schroeven, gooit hij ’s nachts zelf tweewielers in het water. Cameraman Didier van Koekenberg heeft zijn schroothandel aan de Uilenburgergracht vastgelegd in bijna documentaire zwart/witbeelden. De Joden Houttuinen – met onder meer het pakhuis van ‘schaverij’ Joh. Kramer en de vroegere diamantslijperij van Boas – steken donker en dreigend af tegen grijze luchten.
Regelmatig verdrinkt Evert het verdriet van zijn mislukte carrière in het café. Het interieur werd gebouwd bij Cinetone aan de Duivendrechtsekade, het exterieur was het café van Jaap Tambach op Zwanenburgwal 14 (hoek Sint Antoniesbreestraat). Enkele jaren na de opnamen moest het café wijken voor een geplande snelweg door de Nieuwmarkt, die er nooit is gekomen. 

Metamorfose
In Fietsen naar de maan oogt Amsterdam verwond, als een stervende kolos. Maar de onbeweeglijkheid loopt op z’n einde, de eerste tekenen van verzet en ongehoorzaamheid, die luttele jaren later tot uitbarsting zullen komen, zijn zichtbaar. Zigeuner Lex Goudsmit strijkt met zijn piano neer op het Spui met het Lieverdje, één van de legendarische plekken van de nieuwe tijdgeest. Als een soort vooraankondiging op het provoceren van de autoriteiten, dat in de jaren daarna een hoge vlucht zal nemen, neemt Dick een loopje met de gemeenteregels. Straatagent Henk durft niet in te grijpen. Niemand neemt hem serieus, als hij een bon schrijft voor een fout geparkeerde auto lachen studenten hem uit. En kunstenaar Evert krijgt van een galeriehouder te horen dat zijn keurige havengezichten niet commercieel genoeg zijn. Abstract werk in de stijl van Karel Appel, dát is de toekomst. In de lichtvoetige slotscène verkassen Goudsmit en werkloze beroepsmusici ’s nachts de fietsen van Dick naar een andere opslagplaats, zodat ze niet in handen vallen van Henk en zijn collega-politiemannen. De beelden ogen als een reclamefilmpje voor het Witte Fietsenplan van provo.
Wie door de stad fietst en op zoek gaat naar de opslagplaats van Dick en andere locaties van Fietsen naar de maan, beseft hoezeer Amsterdam is opgekrabbeld. De binnenstad heeft de afgelopen 50 jaar een enorme metamorfose ondergaan. Wilma (de vriendin van Dick) bewoonde een haveloze etage boven een sigarettenmagazijn in de verlopen Huidenstraat – nu blinken in de etalage de sieraden van Beadies Amsterdam middenin de razend populaire Negen Straatjes. Op de plek van Jaap Tambachs café aan de Zwanenburgwal flikkert nu lichtreclame van coffeeshop Reefer in de geroemde nieuwbouw van architect Theo Bosch. Aan de muren van het voormalige atelier van Luhlf aan de Lindengracht, waar Evert zijn brood verdiende als schilder van bioscoopreclames, hangen tegenwoordig grote foto’s in de chique galerie Kahmann.

Onweerstaanbaar
Achter Valkenburgerstraat 214 lag de belangrijkste locatie van de film: de schroothandel van Dick. In het woonpand en aangrenzende pakhuis zijn appartementen gekomen, een advocatenkantoor en een bedrijf voor “economie, markt en beleid”, verklapt de winkelruit. De schutting van planken uit de film is vervangen door een fraai hek, met ernaast de toegang van een parkeergarage. Op de plek van de fietswrakken is een tuin met steiger aangelegd. Een stukje Houtkopersburgwal is gedempt, het Maupoleum dat in 1971 verrees op de plek van schaverij Kramer, is inmiddels alweer gesloopt en vervangen. Voor de deur raast al ruim 45 jaar het verkeer van en naar de IJ-tunnel.
De film werd in 1963 zó slecht ontvangen dat hij pas weer boven water kwam na het overlijden van makers. Over die bioscoopversie schreef de criticus van het Utrechts Nieuwsblad destijds een tikje sarcastisch: “Van scèneopbouw, continuïteit, beeldregie, dramatiek en spelleiding hoeft men geen jota te weten of te begrijpen. Men trekt maar naar Amsterdam, voor de sfeervolle en pittoreske plaatjes, waarvan er natuurlijk niet één een functie hoeft te hebben in het verhaal.”
Gelukkig maar, zou je bijna zeggen. Want één ding staat vast. Zelden gaf Amsterdam zich zo bloot in een Nederlandse speelfilm. De straten, de havens, de pleinen, de stegen en grachten, ze zijn adembenemend grijs, grauw, vies. Maar tegelijk onweerstaanbaar aantrekkelijk en mooi. Fietsen naar de maan ademt de triestheid van het vergaan van de tijd. 
Één filmlocatie was aanvankelijk een vraagteken. Geen enkele politiepost in Amsterdam lijkt op het bureau waar Bernhard Droog werkte. Erik Schmitz van het Stadsarchief kwam met het verlossende antwoord. Het politiebureau staat niet in Amsterdam, maar in Arnhem, aan de Overbeekstraat 13. Waarom de makers dat bureau kozen, is (nog) een van de raadsels van Fietsen naar de maan.

Harry Hosman m.m.v. Erik Schmitz
Januari 2014