Muurvlakte te huur: 'Foeilelijke reclame' Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Juni 17, 2011    
2627   0   0   0   0   0

Felix Meritis (“gelukkig door verdiensten”) heette het genootschap dat van 1788 tot ver in de 19de eeuw Keizersgracht 324 tot cultureel middelpunt van Amsterdam maakte.

Vandaag heet het gebouw, na een intermezzo als Shaffy-theater, weer zo. Veel is geschreven over de Maatschappij Felix Meritis,1 maar even boeiend is een latere periode waaraan sporen naast de ingang van het pand aan de Keizersgracht herinneren.

“Felix Meritis. Men herinnert zich het gebouw van dien naam te Amsterdam, waar de tonen der muziek en zang menig genotvollen avond bereidden aan de bevoorrechten der maatschappij. Nu klinken er andere tonen en wel de klaagzangen van den loonslaaf, die er werken moet, want dat gebouw is tegenwoordig een zetterij van de firma Holdert & Co.” Een citaat uit januari 1890 uit Recht voor Allen, dat weinig op had met de nieuwe eigenaars. Later wijdde ook D’Ailly’s Historische Gids van Amsterdam, editie 1971, een van zijn bitse commentaren aan de firma: “Holdert & Co. (…) bekladde de gevel met foeilelijke reclame en bedreef de meest schandalige daden van vandalisme: o.a. verdween de prachtige marmeren vloer van de concertzaal.” Een opschrift, verwijzend naar ‘N.V. Handelsdrukkerij Holdert & Co’, prijkt nog rechts naast de ingang.

Twee broers Holdert, die op het Rokin in 1881 een drukkerij hadden gesticht, brachten deze in 1889 over naar het gebouw van het geliquideerde Felix Meritis. “In de groote entréekamer links van den ingang gelegen, waar leden en genoodigden van Felix zich van ververschingen konden bedienen (de huidige foyer! – red.), daar werd de Echo-administratie gevestigd,” schreef het Algemeen Handelsblad later. De Echo was door de Holderts in 1881 gelanceerd als het eerste goedkope ‘volksdagblad’. In 1909 verkochten zij het aan het Handelsblad, ondanks een bod van neef H.M.C. (‘Hak’) Holdert, die een bekendere – zo men wil beruchtere – Holdert-tak vertegenwoordigde: die van de eigenaars van De Telegraaf.2

Dat de Holderts van Felix Meritis uit het ware werkgevershout waren gesneden, toont een vakbondsbrochure uit 1895: Wat de Holderts tegenover hun Werklieden alzoo op hun kerfstok hebben. “Gaven andere patroons toe (aan onze looneis), de Holderts waren het weer, die zich lieten kennen als echte tyrannen. (…) Een der Holderts zeide: ‘Liever zal het dak van Felix Meritis op mijn hoofd vallen dan dat ik toegaf.’”

Zijn wens werd verhoord op 19 februari 1932, toen de bovenverdiepingen, verhuurd aan een lampenkappengroothandel, afbrandden. Het Handelsblad: “Uit het dak bleef eveneens de rook voortdurend opstijgen… tot te 7 uur 20 met een plof de kap van het gebouw over haar volle lengte en breedte in vlam vloog.” Maar: “Het gebouw is niet vernield; de historische gevel zal blijven.”

Holdert verkocht Keizersgracht 324 plus het bijbehorende perceel Prinsengracht 473 in 1944. Ze verhuisden nog niet, en Holdert moest aanzien hoe de koper het gebouw na de bevrijding doorverkocht aan de Communistische Partij Nederland, “een organisatie, die ons als huisbaas weinig aantrok”. De advertentie-afdeling van De Waarheid, Volksdagblad voor Nederland, nam er als eerste haar intrek (de tekst is nog steeds leesbaar), andere afdelingen volgden. Holdert, nu ook actief als reclameadvies- en advertentiebureau (ook nog deels te lezen), verliet Felix pas in 1948.

Het drukken van de communistische krant bleef voorlopig geschieden bij het Algemeen Handelsblad. Obligatieleningen werden uitgeschreven, lezers werden bestookt met bedel-enveloppen. De Waarheid moest “verlost van knellende kapitalistische banden” (toelichting bij de kerst-envelop uit 1948). En later: “Door uw solidariteit, kochten wij reeds de gebouwen waarin ons krantenbedrijf gevestigd zal worden en reeds liggen door uw offervaardigheid de persen en de machines in de Amsterdamse havens klaar om gemonteerd te worden.” Uiteindelijk had de inzamelingsactie succes: “Sinds Januari 1950 draait De Waarheid in eigen gebouw op de eigen persen. Dank zij Uw offervaardigheid werd dit mogelijk. De vijanden van de vrede zit dit hoog.”

Bij Holdert gebeurde het drukken van bladen als De Tijd, De Amsterdammer en Het Leven nog in de ‘concertzaal’. De Waarheid plaatste haar persen aan de Prinsengrachtkant van Felix Meritis, wat de weg effende voor het latere herstel van de theaterfunctie van het gebouw. In 1982 verhuisde de krant, om niet lang daarna te verdwijnen. Maar dat is een ander verhaal.

Door: Martin Harlaar, Richard Hengeveld, Jan Pieter Koster & Anne Roos

Maart 2001

Noten

1| Bijvoorbeeld in Ons Amsterdam november 1965, blz. 322-327.

2| Deze andere Holdert-tak lijfde in 1912 De Echo alsnog in.

Powered by JReviews