De vaste route van Henk Hofland Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Juni 10, 2011    
2976   0   0   0   0   0

"De Nes was een duistere straat" 032002_RouteHenk Hofland (1927) trad in 1953 in dienst bij het Algemeen Handelsblad als leerlingjournalist. Voor deze krant werkte hij onder meer als verslaggever, (reis)correspondent en hoofdredacteur. In die laatste hoedanigheid maakte hij de fusie (1970) met de Nieuwe Rotterdamse Courant mee. Daar­naast publiceerde hij essaybundels en romans. Nog steeds schrijft hij wekelijks columns en commentaren voor NRC Handelsblad.

Er hangt regen in de lucht. Met de handen diep in de zakken gestoken staat Henk Hofland in de doorgang van de Oudemanhuispoort. Net als vroeger is het er “stampvol” met studenten. Tevreden beklopt hij de groen geschilderde deur die toegang geeft tot de binnenplaats van het universiteitsterrein. “Ja, die zit er ook nog.” Tussen 1950 en 1954 studeerde Hofland politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en van hieruit liep hij “ontelbare” malen naar zijn studentenkamer op de zolder van Raadhuisstraat 41. Hofland hield het graag droog. Als het regende ging hij ‘binnendoor’.

De boekenstalletjes in de Oudemanhuispoort roepen vooral herinneringen op aan toen hij er voor het eerst kwam; als zevenjarig ventje, samen met zijn vader. Hij kreeg een boek. Over een onderzeeboot en een avonturier die Triplex heette, geïllustreerd met “prachtige” staalgravures en met de toepasselijke titel ‘Vrijbuiter Triplex’. Het zou jarenlang zijn lievelingsboek blijven. Hoewel hij opgroeide in Rotterdam, bezocht Hofland de hoofdstad regelmatig. Hij is tenslotte een “halve Amsterdammer van vaders kant”. Zijn vader kwam uit de Hemonystraat, waar zijn opa de scepter zwaaide over Instituut Hofland. “Dat klinkt wel sjiek, hè. Het was een hbs voor rijke, domme jongens die hun eindexamen moesten halen.”

>We verlaten de Oudemanhuispoort en steken de Oudezijds Achterburgwal over, de Grimburgwal op. We houden even halt op de hoek van de Langebrugsteeg en de Nes - Hofland vertoefde er zelden. “Dat was een duistere straat en ik ben ook niet zo’n theaterbeest.” Hij kende de Nes vooral uit verhalen van zijn vader - en daaruit werd wel duidelijk dat het daar “niet pluis” was - en uit een gedicht van Johan dèr Mouw, die Hofland zéér bewondert. Staand voor de stoplichten op het Rokin, Wilhelmina te paard op de achtergrond, declameert hij met twinkelende ogen:

“Om één jaar jong te zijn, gaf ’k ziel en God,

ik, die geluksdorst met ekstazen les:

ja, ja, stompzinnig ergens in de Nes

met dronken prolen slaan de boel kapot,

dan met een meid naar bed, en van genot

schreeuwen en schreeuwen doen, een keer of zes.”

Ook de mensa aan de Nes 57 - nu Stads-bank van Lening - bezocht hij niet. Hij frequenteerde Het Vette Hapje bij de Magere Brug, op de hoek van de Kerkstraat en de Amstel en kreeg daarom wel eens te horen dat hij een ‘luxe-man’ was. Hof­land baadde niet in weelde, maar kon zich als student wel iets permitteren. “Dat etablissement werd met Oostenrijkse hoffelijkheid gedreven door de heer Kirchner. Hij serveerde een uitstekende schnitzel voor twee gulden vijftig.”

We steken over naar de even kant van het Rokin; aan de “onherbergzame” overkant liep Hofland nooit. Voor een kantoorblok staan we stil. Hier, op nummer 14-16, stond Hotel Polen, voordat het op 19 mei 1977 door brand in een “verschrikkelijke ruïne” veranderde. Hofland gebruikte het hotel om de regen te ontlopen. “Vlak na de entree stond een leestafel, waaraan Telegraaf-columnist Jacques Gans vaak zat te lezen. Links daarvan had je zitboxen, waar ik wel eens schuchter een kopje koffie heb gedronken. Het hotel had een hoog middelbare-leeftijd-gehalte.” Meestal liep Hofland direct door naar de uit­gang, Kalverstraat 15-17. “Dan was het even rennen naar de American Lunchroom en dan was je weer droog.”

Als het even kan, mijdt hij nu de Kalverstraat. “Vroeger hadden het Rokin en de Kalverstraat waardigheid; nu is het allemaal ‘funshoppen’ geworden. Ik zou nog niet ‘funshoppend’ dood willen worden aangetroffen!” Op de hoek van de Jonge Roelensteeg (Kalverstraat 16-18) stuiten we op Cool Cat. IJzeren kledingrekken hebben het art-deco interieur van de American Lunchroom - met ruimbemeten, roodkoperen koffieketel - verdrongen.

De zaak (die bestond van 1898 tot 1959) werd in de jaren vijftig gedreven door vader en zoon “konijn”, zoals Hofland ze gniffelend noemt. “Ze leken op konijnen en hadden een voorkeur voor gevulde, vroegmiddelbare diensters, die ze een kapje op het hoofd hadden gezet.” In Hoflands studententijd kon je in de lunchroom lang droog blijven: de zaak liep door tot Jonge Roelensteeg 21. Nu biedt daar een deur met koperbeslag en tientallen naamplaatjes toegang tot de Supper Club. Een “onheilsdeur”, ziet Hofland ogenblikkelijk, met een “hoerengatje”. Hij gluurt door het ronde vensterglaasje en herkent in de brede, crème-roze marmeren trap de achteruitgang van de voormalige lunchroom.

We steken de Nieuwezijds Voorburgwal over, naar het Handelsbladgebouw, waar Hofland zijn journalistieke carrière begon. Al kon hij dat in zijn studietijd nog niet bevroeden, want hij wilde “helemaal niks worden”. Eenmaal bij de krant, raakte hij betoverd; niet het minst door de drukpersen in de kelder. ’s Middags rond een uur of één begon het hele gebouw te dreunen, dan werd de eerste editie gedraaid. Na de fusie met de NRC vertrok de krant uit het pand. Hofland was er niet rouwig om: “De krant stierf in het gebouw.”

We slaan linksaf de Paleisstraat in en passeren Galerie K.I.S (109-113), voorheen een vishandel “waar Beatrix haar zeebanket bestelde”. Daarnaast verkocht banketbakkerij Lelieveld als een van de laatste in Amsterdam ‘harde Weners’, ook wel ‘herengebak’ geheten. “Dat waren geglazuurde repen zandgebak met mierzoete jam ertussen en bovenop een kers”. Van zoetigheid naar wapentuig is het slechts zo’n vijftig meter. Bij de Country shop, op de hoek van de Herengracht en de Hartenstraat, kocht Hofland zijn windbuks. Daarmee placht hij op zondag in de lange gang van de redactie in de Paleisstraat 1 op telefoonboeken te schieten. De Herengracht 545-549 - waar de Amsterdam-redactie van het NRC tegenwoordig zetelt - ontbeert een geschikte “schietbaan”.

Via de Herengracht naderen wij Raadhuisstraat 41. De eerste regendruppels vallen. Had het flink geregend, dan waren wij zeiknat geworden.

Tekst: Marcella van der Weg

Maart 2002

Na zijn vertrek bij het NRC Handelsblad publiceerde H.J.A. Hofland Tegels Lichten. Of ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten (1972). Daarna verschenen van hem verschillende bundels essays en columns en enkele romans, waaronder Betrekkelijke kleinigheden (1976), Nacht over Alicante (1982, onder het pseudoniem S. Montag), We passeerden het Vrijheidsbeeld (1989), De alibicentrale (1990) en De Jupiter (1991).

Powered by JReviews