Hier gebeurde het... Weteringschans 29, 22 december 1885 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     November 16, 2010    
2180   0   0   0   0   0

‘Vol van leergierige jongelingen’

Drie dagen voor Kerst 1885 vond aan de Weteringschans tegenover het Vondelpark de opening plaats van het nieuwe gebouw van het enige gymnasium dat Amsterdam toen rijk was. Dat was de school die we tegenwoordig kennen als het Barlaeus Gymnasium, de opvolger van de ‘Latijnse School’, die meer dan twee eeuwen gevestigd was aan het Singel, tussen Heiligeweg en Regulierstoren (de Munt).

Voorop liep de muziek en meteen daarachter kwamen de leden van de feestcommissie. Ze werden gevolgd door 35 “kloeke jongelui” van het “gymnasium-bataljon”, die rode mutsen droegen en marcheerden met de geweren op de schouder. Minder strijdvaardig, maar niet minder trots droegen daarachter leden van de gymnasiastenvereniging Diciplina Vitae Scipio hun vaandel mee. De andere leerlingen volgden klasgewijs. De meisjes ontbraken, maar dat waren er sowieso maar een paar en het was al heel bijzonder dat ze de lessen volgden. De stoet werd opgefleurd met Nederlandse, Oranje- en Amsterdamse vlaggen.
Zo arriveerden de gymnasiasten van Amsterdam op dinsdag 22 december 1885 in het begin van de middag bij hun nieuwe onderkomen aan de Weteringschans. De optocht telde ongeveer 300 deelnemers en was om half twaalf onder leiding van gymnastiekleraar H. Berkhout vertrokken van het Singel. Daar werd met een treurmars afscheid genomen van het oude gebouw. Terwijl de muziek speelde, keerden alle aanwezigen het vertrouwde adres de rug toe en begon de mars naar de nieuwe school. Berkhout hield de pas erin en koos voor een route langs Rokin, Binnen-Amstel, Stadhouderskade en Weteringschans. Onderweg liet hij af en toe halt houden bij huizen van stadgenoten die ter gelegenheid van de heuglijke dag de vlag hadden uitgestoken.
Voor de poort van het zéér klassiek ogende gebouw aan de Weteringschans hield de optocht stil. De muzikanten hieven het volkslied aan. Alle aanwezigen ontblootten het hoofd en schaarden zich in gelid. De roodgemutste mannen van het gymnasiumbataljon vormden een erehaag aan weerskanten van de poort. Tussen de geweren door betraden de leerlingen voor het eerst hun nieuwe school. Ze liepen meteen door naar de ruim opgezette aula. Ze hadden nog een paar toespraken voor de boeg, net als de aanwezige hoogwaardigheidsbekleders en andere genodigden.
Vooral rector A.H.G.P. van den Es nam er de tijd voor, maar zijn redevoering handelde dan ook over de lange traditie die de school in Amsterdam voortzette. Hij begon zijn verhaal in 1342, het jaar waarin het woord ‘scole’ voor het eerst genoemd wordt in een handvest dat Graaf Willem IV van Holland verleende aan Amsterdam. Hij vervolgde met een lange rij adressen van twee verschillende Latijnse scholen in Amsterdam en hun vereniging tot één instelling op het Singel in 1678. Hij stopte pas na een gedetailleerde opsomming van wat er sindsdien allemaal veranderde of bleef tot het tijdstip van de verhuizing naar de Weteringschans.

Les in stinkhokken
De directe voorgeschiedenis van die verhuizing was níet zo langdradig geweest. Nog maar twee jaar tevoren had de gemeenteraad in het najaar van 1883 besloten tot nieuwbouw. De oude school op het Singel kon de toevloed van gymnasiasten niet meer aan. Dat kwam door de snelle groei van het leerlingaantal na het in werking treden van de nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs van 28 april 1876. De wet maakte onder andere een einde aan de chaos die al lange tijd heerste in het klassieke onderwijs en dat verhoogde de aantrekkingskracht op de school, die sinds 1846 officieel ‘gymnasium’ werd genoemd.
De gevolgen werden begin jaren tachtig voelbaar. Bevolkten in de voorgaande decennia rond de 100 leerlingen het gebouw op het Singel, eind 1881 waren het er al 180. In 1885 werd de 300 overschreden. In de woorden van de rector: “Alles werd vol van leergierige jongelingen.”
In eerste instantie waren op het Singel creatieve oplossingen bedacht. Door tussenschotten werden de lokalen gesplitst, maar bevredigend was het niet. “Men kreeg hierdoor in plaats van acht grote dertien kleine, voor een groot deel voor het doel volkomen onbruikbare, lokalen”, zo vatte de rector het resultaat in zijn feestrede samen. Een anonieme deskundige die in 1881 een brochure publiceerde over Het Amsterdamse gymnasium uit een hygiënisch-paedagogisch oogpunt beschouwd, oordeelde harder. Hij schreef over de lokalen als “stinkhokken” en getuigde van het “gevoel van walging” dat hem overviel toen hij een ongeventileerde ruimte binnenstapte nadat daar een uur les was gegeven. Nog afgezien van dit soort wantoestanden leverde de splitsing van de lokalen niet genoeg ruimte op. In 1885 volgde inmiddels een kwart van de leerlingen de lessen in de gemeentelijke universiteit, omdat er op de school zelf geen ruimte meer was.

Ruime en lichte lokalen
Alle problemen waren verleden tijd na de opening van het nieuwe gymnasium op de Weteringschans. Het gebouw was berekend op 400 leerlingen en de klaslokalen waren ruim en licht. Er was gedacht aan een docentenkamer, een bibliotheek en een kamer voor de rector. Het pronkstuk was de aula van twee verdiepingen hoog. Bijzonder was het verwarmingssysteem: vanuit twee centrale ketels in de kelder zorgden spiralen onder de ramen voor een aangename temperatuur in de winter. In één moeite door was er gezorgd voor een ventilatiesysteem waarmee gebruikte lucht werd weggezogen en verse aangevoerd.
Ook op uiterlijke zaken was niet beknibbeld. Het interieur was een feest van zuilen, pilasters, festoenen en andere klassieke elementen. Voor de gevel was ruimhartig gebruikgemaakt van kostbaar natuursteen en vooral de vooruitspringende middenpartij met beeldhouwwerk van Bart van Hove oogstte veel lof. Het gebouw stond op naam van assistent-stadsarchitect Willem Springer, maar het gymnasium op de Weteringschans was nauwelijks te vergelijken met andere gebouwen die hij ontwierp. Stilistisch was het moeilijk te duiden en het gezaghebbende tijdschrift De Bouwwereld hield het in 1905 dan ook op “een op zichzelf staande schepping in nieuw klassieken geest.”
Het was wel jammer dat het niet is gelukt de gevelsteen uit de poort van de oude Latijnse School op het Singel over te brengen naar het nieuwe gebouw. De steen brak in stukken bij het loshakken en is toen waarschijnlijk verloren gegaan. Vooral voor rector Van den Es was dit een teleurstelling. De steen had behalve op het Singel ook geprijkt op een nòg oudere vestiging van de Latijnse School van de Nieuwe Kerk aan het Blaeu Erf en symboliseerde voor hem de lange traditie van het klassieke onderwijs in Amsterdam. Uiteindelijk werd de tekst van de steen in precies hetzelfde lettertype als op het Singel aangebracht boven de poort van het nieuwe gymnasium: “Disciplina Vitae Scipio” -“Kennis is de maatstaf van het leven”.

Tekst: Marius van Melle en Niels Wisman

Oktober 2010

Powered by JReviews