Hier gebeurde het… Kalverstraat, 17 maart 1881 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 15, 2010    
3325   0   0   0   0   0

Mirakelprocessie heruitgevonden

Twee vrome katholieken, Jos Lousbergh en Carel Elsenburg, gingen op 17 maart 1881 op pad om de route te lopen van de middeleeuwse Mirakelprocessie. Lousbergh meende te weten welke route men tot 1578 had genomen om het wonder van de niet door het vuur verteerde hostie te gedenken. Deze miraculeuze gebeurtenis, in een huis in de Kalverstraat op 15 maart 1345, had Amsterdam als bedevaartsoord in de late middeleeuwen op de kaart gezet.

Lousbergh wilde de door de Reformatie onderbroken traditie doen herleven en had Elsenburg aan zijn zijde gevonden. Maar beiden hadden geen idee hoe dit aan te pakken. Ze vertrokken om half twaalf ’s avonds vanaf de Nieuwezijds Kapel, de voormalige Heilige Stede, de uit de 14de eeuw stammende kerk die gebouwd was op de plek van het mirakel. Die stond tot de afbraak in 1908 tussen Rokin, Wijde Kapelsteeg, Enge Kapelsteeg en Kalverstraat. Na de Reformatie was deze kerk in handen van de hervormden gekomen.
Globaal was de route wel bekend: Dam, Nieuwendijk uit en dan naar rechts, Damrak over en via Warmoesstraat en Nes weer terug na het oversteken van het Rokin. Maar heel precies wisten Elsenburg en Lousbergh niet hoe die processiegangers ooit gelopen hadden. En bovendien dachten ze dat in het oorspronkelijke parcours ook een rondje om de Olofskapel en Oude Kerk was opgenomen.
De initiatiefnemers hadden een devote, ingetogen tocht voor ogen. Die leek het beste gewaarborgd te zijn in de nacht. Maar dat viel nogal tegen, want de route liep door de Warmoesstraat, die in de middeleeuwen een chique straat was waar burgemeesters woonden maar die nu het centrum van het nachtleven was. Een medestander die er drie jaar later bijkwam, blikte in 1915 terug: “Voor die straten kan men het opschrift van Dante’s hel gerust plaatsen. De bevindingen der beide heeren, na een paar malen herhaald afleggen van den weg was, dat het voor vrouwen zoo goed als ondoenlijk, en voor mannen hoogst onraadzaam was zich in die buurten te wagen.”

Begijnhofkerk
Nadat de vrienden drie jaar lang samen deze route hadden gelopen en geconcludeerd hadden dat een tijdstip vroeg in de morgen het beste was omdat de kroegjool dan wel verstomd was, verzonden ze aan een aantal bekenden een uitnodiging om 22 maart 1885 mee te lopen. Twaalf mensen verzamelden zich ’s morgens om half zes voor de tocht. Helaas was Lousbergh verhinderd, maar die haalde de schade een paar dagen later samen met zijn vrouw in. Na afloop gingen zij ter communie in de Begijnhofkerk en daar kreeg de kapelaan te horen wat ze net volbracht hadden. Die was onder de indruk, maar zei wel dat ze de verkeerde route hadden gevolgd.
Wat was het geval? In 1883 was de voormalige medehoofdredacteur van dagblad De Tijd, B.H. Klönne, benoemd tot pastoor van de Begijnhofkerk. Verlost van de hectiek van de journalistiek had die zich in alle rust kunnen verdiepen in het rijke archief van het Begijnhof. Met de in kerklatijn gestelde correspondentie met Rome had Klönne, die ooit leraar klassieke talen was geweest, geen moeite. In het archief vond hij een in 1651 opgesteld notarieel verslag, waarin de 91-jarige Agatha Hendricx Loen uit de doeken deed hoe de route was van de Mirakelprocessie die zij als meisje had meegemaakt. Daarin werd niet gerept van rondjes om de kerk, zodat die nu konden vervallen. Men besloot het nu groter aan te pakken en links en rechts uitnodigingen te versturen. Met als gevolg dat er in 1886 zo’n 70 mensen meeliepen, hoewel het goot van de regen.
Met de stilzwijgende steun van Klönne kon het lekeninitiatief uitgroeien. Het bleef een stille devote tocht, daarom algauw de Stille Omgang genaamd, die geen demonstratief karakter mocht hebben. Inmenging van de clerus in de organisatie werd niet geduld, zelfs van Klönne niet. Ook toen deze zich een jaar later monseigneur mocht noemen na benoemd te zijn tot ere-kamerheer van de paus, wisten ze hem buiten het organisatiecomité te houden. Hij organiseerde dan maar zijn eigen feestje op de avond na de omgang, met een feestmaal waaraan vaak meer dan tien geestelijken aanzaten. En hoe groter de toeloop, hoe meer er uitgepakt werd: in 1911 kregen zijn veertien gasten oesters, tarbot, kreeft en paling voorgeschoteld, weggespoeld met Franse wijnen en champagne.

Het zwart der soutanen
In 1915 overleed Lousbergh op 59-jarige leeftijd. Elsenburg werd nu de motor van het organisatiecomité, dat zich inmiddels Gezelschap van de Stille Omgang was gaan noemen. Vanuit zijn textielbedrijf aan de Nieuwezijds Voorburgwal werd de Omgang georganiseerd. Langzamerhand werd het ook steeds minder een Amsterdamse aangelegenheid: met de trein en met de Gooise en Waterlandse tram kwamen duizenden erop af. Het werd in de jaren van het rijke roomse leven een hele beweging, met onderafdelingen die bussen lieten rijden en extra treinen inzetten.
Desondanks bleef de oorspronkelijke opzet, met nadruk op individuele devotie, gehandhaafd. De klerikale pracht-en-praal bleef gereserveerd voor jubileumvieringen, zoals toen in 1946 – een jaar te laat vanwege de hongerwinter – het zesde eeuwfeest van het mirakel in het Olympisch Stadion werd gevierd. “Onder de vlekkelooze superpli’s donkert het zwart der soutanen, en gloeit het purper der Monsignori in de gulden middagzon,” luidde de beschrijving van de kop van die stoet in een gedenkboekje.
Vanaf de jaren zestig is het massale karakter van de Stille Omgang verdwenen, maar nog steeds vindt hij elk jaar plaats. En nog steeds is de voorzitter van het Gezelschap van de Stille Omgang een telg van de familie Elsenburg. Van de Nieuwezijds Kapel, waarvan de afbraak een schandelijke uiting van toenmalig antipapisme is, rest nog slechts een zuil op het trottoir van het Rokin, die in 1988 is samengesteld uit restanten van de kerk. Daar rust trouwens geen zegen op. Na al eens een meter verplaatst te zijn, is de zuil nu tijdelijk verwijderd voor de aanleg van de Noord-Zuidlijn.

Tekst: Marius van Melle en Niels Wisman
Maart 2007

Powered by JReviews