Fluisterende muren: Frascati Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 14, 2010    
3287   0   0   0   0   0

Dossiers

Wijn, tabak en theater

Vroeger werd er gedanst en gedronken, daarna werden er huizen en tabak geveild en nu wordt er toneelgespeeld – en alweer gedronken. Saai is het in Frascati nooit geweest.

“Kijk”, fluistert Hans Bosscher, medebestuurslid van de NBF (Nederlandse Beroepsvereniging van Film- en Televisiemakers), “deze bankjes hebben we dertig jaar geleden speciaal voor deze plek laten ontwerpen. De banken zijn er nog steeds, maar de leuningen hebben ze verwijderd.” We hebben een voorvergadering in café Mappa, tot 2002 theatercafe Frascati. Natuurlijk, Frascati! Wie heeft hier niet ooit een voorstelling bezocht de afgelopen 30 jaar? En wie Frascati zegt, zegt in een adem ‘Nes.’ Want de geschiedenis van Frascati is onlosmakelijk verbonden met het onooglijke binnenstadstraatje, waar de afgelopen twee eeuwen drank, vermaak, theater en tabaksrook de dienst hebben uitgemaakt.
Vanaf de 18de eeuw werd de Nes, het straatje waar Bredero geboren is en Vondel zijn Rederijkerskamer frequenteerde, allengs een uitgaansstraat. Er was amusement in vele soorten te vinden, variërend van café-chantants en tingeltangels (zangkroegen van wat minder allooi, vernoemd naar de tingeltangel, de kroegpiano) tot etablissementen van groter allure.
Het waren Italianen die rond 1810 het bescheiden koffiehuis Frascati, nu Nes 59, openden. Frascati is een wijndorp in het glooiende achterland van Rome en bakermat van de witte Frascatiwijn. De eigenaren hadden een flinke ondernemersgeest, want veertien jaar later, in 1824, bouwden zij achter het koffiehuis een enorme ontspanningszaal. In deze Salon Frascati konden tot wel 1500 bezoekers aangenaam verpozen. De sfeer was chic, met kroonluchters aan de hoge plafonds, ruisende fonteinpartijen en jonge bomen in de zaal, guirlandedecoraties langs de wanden. Er werd gemusiceerd, er werd wijn gedronken (misschien wel die zoete uit Frascati) en er werd gerookt. Want de Hollanders stonden al sinds de 16de eeuw bekend als tabaksminnaars en pijprokers.

Allemachtig plezierig
Justus van Maurik tekende veel later, in 1900, op hoe lyrisch zijn oude neef Hansen aan Frascati terugdacht: “Wat was ’t daar allemachtig plezierig, vooral in kermistijd, als ze die zaal in een Chineeschen, Turkschen of Italiaanschen lusthof metamorphoseerden. Je vond er het uitstekende orkest van Stumpff, mooie verlichting, een Eau-de-cologne-fontein, goeie consumptie en... alweer diezelfde gezelligheid. [...] Daar heb je bijvoorbeeld die Bal-masqués in Frascati. Kerel, wat heb ik me daar geamuseerd. ” En de weledele heer Stumpff zat vergenoegd bij de deur met een emmer tussen zijn benen waarin het entreegeld zich opstapelde.
Frascati verkeerde in het goede gezelschap van verschillende deftige uitgaansgelegenheden als de Salon de Variétés en Tivoli verderop in de Nes. Vijftig jaar lang wist Frascati zich als ontspanningszaal te profileren. Er kwamen betere faciliteiten voor toneeluitvoeringen, concerten en operettes. Maar theater en kunst liggen van oudsher dicht bij frivoliteit en ongepast gedrag, en ook de nachtkroegen, rendez-voushuizen en bordelen floreerden op de Nes.
Met zijn ranzige romantiek, werd het een pied-a-terre voor impressionistische schilders als Isaac Israels en Breitner. Deze laatsten waren regelmatig aan het werk rond Dam en Rokin, en zochten ongetwijfeld na het ruw opzetten van een avondgezicht, de warmte van de lokaliteiten in de Nes op. Ook literaire Tachtigers als Willem Kloos waren er veelvuldig te vinden. Want, zo zei Kloos zelf, ‘ik heb een glas wijn noodig om helder van hoofd te zijn.’ Maar de heren kunstenaars hebben tussen de vele verlokkingen cultuurtempel Frascati niet meer aangetroffen. De Nes was in het slop geraakt, de chique gelegenheden waren naar de randen van de stad getrokken.

Dikke wolken sigarenrook
De Nes veranderde van ‘pretstraat’ in een handelscentrum. Ook Frascati had de deuren niet kunnen open houden en in 1879 werd het gebouw gekocht door de Makelaarsvereniging Amsterdam en getransformeerd tot veilinghuis. Op maandagavonden werden er huizen geveild, op andere avonden tabak, want Amsterdam was internationaal centrum van de tabakshandel geworden. Gaandeweg veranderde de ontspanningszaal van aanzien: er werden loges gebouwd voor de tabaksveilers, zalen heringedeeld, noorderlichtkappen op het dak geplaatst om invallend zonlicht te weren. Dikke wolken sigarenrook vulden de ruimtes, er werd geproefd en gesnoven, betast en gerookt.
Tijdens de tabaksinschrijving en veiling kon het er heftig aan toe gaan. ‘De hel van Frascati’ noemde journalist Piet Bakker het in de jaren dertig. Honderden tabakskopers rollebolden over elkaar en schroomden niet om op balkonranden, op stoelen en over schotten heen te klimmen in hun pogingen de beste tabaksbladeren te bemachtigen. Menig hemdsmouw is in die tijd gesneuveld.
De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan de Nederlandse tabaksveiling en daarmee ook aan die bestemming van Frascati. De huizenveilingen Makelaarsvereniging Amsterdam gingen hier nog door tot ongeveer 1970. Toen begon de Nes ook weer te veranderen in een uitgaansstraatje, zoals het ook in de 19de eeuw was geweest. Toen dan ook Bosscher en de zijnen in 1974 op zoek waren naar repetitieruimte voor theatergezelschappen en de het oude gebouw te koop zagen staan, was de beslissing snel genomen. Met behulp van de gemeente als financier kreeg Frascati de gedaante terug die we tot op de dag van vandaag kennen: theater met horecacafé. Maar gerookt mag er nu echt niet meer, de sigaret is per 1 juli 2008 in de ban gedaan.

Tekst: Annegriet Wietsma
November-December 2008

Powered by JReviews