Architect Ben Merkelbach Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     April 09, 2013    
3721   0   0   0   0   0

Op favorietenlijstjes van architectuurliefhebbers zal de naam van Ben Merkelbach niet vaak prijken – al was het maar omdat hij een uitgesproken tegenstander was van de geliefde Amsterdamse School. Maar hij was wel de spil van het naoorlogse denken over de inrichting van Amsterdam, vooral toen hij in 1956 stadsbouwmeester werd.

Ben Merkelbach, op 13 oktober 1901 in Amsterdam geboren, volgde in de jaren 1916 tot 1921 de Haarlemse School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten. Praktijkervaring deed hij op bij een Haarlemse architect van socialistische snit en bij bureaus in België en in Duitsland, waar hij tekenaar werd bij de befaamde Nederlandse architect en ontwerper Mart Stam. Hij assisteerde bij de wijk Hellerhof in Frankfurt, tegenwoordig een monument van vroege sociale woningbouw. Terug in Nederland werd hij een van de oprichters van de Amsterdamse architectengroep De 8, en de motor ervan. Hij was de Nederlandse spreekbuis van het Nieuwe Bouwen, de beweging die pronk en praal afzwoer en wars was van versiering en symmetrie: vorm volgt functie. Merkelbach was aanvankelijk secretaris. In 1934 nam hij het voorzitterschap over van Jan Duiker (bekend van de Openluchtschool en Cineac Reguliersbreestraat). Hij was ook coördinator van de Nederlandse tak van het Congrès International d’Architecture Moderne. Deze door onder meer Le Corbusier opgerichte beweging propageerde het Nieuwe Bouwen, ook wel Nieuwe Zakelijkheid genoemd.

Zonnige arbeiderswoningen
Met zijn studievriend Charles Karsten vormde hij van 1929 tot 1949 een maatschap, gevestigd aan de Keizersgracht in een door Karsten geërfd pand. In hetzelfde jaar trouwde Merkelbach met Bep van Doesburg. Ze kregen het jaar erop een dochter. Het duo Karsten-Merkelbach brak in 1934 door met de AVRO-studio in Hilversum, een zo uitgesproken en geslaagd voorbeeld van het Nieuwe Bouwen dat het ook in Madurodam terechtkwam.
Merkelbach voelde zich zeer betrokken bij de maatschappelijke woelingen en heeft zich dan ook intensief beziggehouden met sociale woningbouw, bijvoorbeeld in Bos en Lommer. Hij bouwde wel enkele particuliere woonhuizen, maar zijn hartstocht ging in de eerste plaats uit naar verbetering van de woon- en werkomstandigheden van de arbeiders in de halve standenmaatschappij die Nederland toen nog was. Hij analyseerde gedetailleerd het doen en laten van arbeiders in hun woningen – hoe ze hun was droogden, waar ze hun afval lieten, hoe ze hun fiets stalden – en baseerde daarop zijn ontwerpen. Het belangrijkste was wel de wijze waarop arbeiderswoningen in de stad werden geplaatst: zodanig dat er voldoende zon voor iedereen was. Hij vond ook dat er meer pleinen en gemeenschappelijke tuinen in volkswijken moesten komen. Wat de Amsterdamse School-architecten (op hun manier ook begaan met het lot van de arbeiders) neerzetten was wel fraai, maar in de ogen van Merkelbach toch verwerpelijke ‘schortjesarchitectuur’ of ‘paradebouw’. Architectuur, vond hij, is “niet iets dat men kan toevoegen aan het leven. Het is het leven zelf dat de enige ware grondslag vormt voor de architectuur.” De architect moet niet uit zijn op “zelfverwezenlijking”. Moralistische trekjes waren de nogal aristocratische Merkelbach niet vreemd: hij vond bijvoorbeeld dat cafés uit arbeiderswijken moesten worden geweerd.

Jeruzalem
De wijken Landlust (Bos en Lommer) en Tuindorp Frankendaal (Watergraafsmeer) kregen mede dankzij Merkelbach vorm. De 208 etagewoningen aan de Juliana van Stolbergstraat in Landlust die Merkelbach en Karsten in 1937 ontwierpen zullen weinig enthousiasme wakker roepen bij de hedendaagse beschouwer, maar zijn wel het eerste voorbeeld van dit type woning in Nederland. Door de zogeheten halfopen strokenbouw was iedere woning verzekerd van voldoende daglicht, anders dan bij de tot dan gebruikelijke gesloten bouwblokken met hun rommelige binnenterreinen. Bovendien waren alle woningen in principe identiek, zodat kon worden bezuinigd op de ontwerpkosten. De platte daken en grote, stalen ramen waren niet eerder toegepast in de woningbouw. De Landlust-woningen waren uiterst klein en karig; de huur bedroeg slechts f 5,20 per week. Het voorbeeld werd in praktisch alle gemeenten van Nederland nagevolgd.
Na de oorlog, in Tuindorp Frankendaal en in het bijzonder de wijk Jeruzalem uit 1949, zwoeren Merkelbach en anderen deze toch wel erg futloos uitgevallen strokenbouw juist weer af voor een veel meer ‘organische’ hovenstructuur, met veel groen en lage witte woningen – waaraan de wijk zijn bijnaam ontleent. Deze wijk geldt als voorbeeld voor veel latere stedenbouwkundige plannen in Amsterdam en is in 2007 als eerste wijk in Nederland op de rijksmonumentenlijst gezet.

De Rode Tetter
Naast volkswoningbouw waren Merkelbach en zijn partner Karsten gespecialiseerd in bedrijfspanden. Een redelijk bewaard voorbeeld (althans wat het exterieur betreft) is drukinktfabriek Graficolor aan de Eerste Kostverlorenkade (1939), tegenwoordig een verfhandel. Merkelbach moest wegens een ongeluk verstek laten gaan bij de opening van dit gebouw en liet zijn toespraak op een grammofoonplaat opnemen; deze noviteit kreeg hij voor elkaar dankzij zijn goede betrekkingen met de AVRO. De rijzige Merkelbach sprak trouwens graag in het openbaar en was verbaal begaafd, een sociaal ingestelde vergadertijger en geestig, soms op een nogal vileine manier. Tekenen kon hij eigenlijk niet zo goed; zijn gebouwen ontstonden in gesprekken met klanten. Merkelbach en Karsten werkten ook voor vliegtuigfabrikant Fokker. Daarmee gingen ze door in de oorlogsjaren, hetgeen hen na de oorlog een beroepsverbod tot 1950 opleverde, mede omdat ze zich hadden aangesloten bij de Kultuurkamer. Dat werd overigens in 1946 alweer ingetrokken. Na beëindiging van zijn associatie met Charles Karsten, die de architectuur in 1949 vaarwel zei en als beeldend kunstenaar verder ging, ging Merkelbach in zee met Piet Elling (van het latere districtspostkantoor nabij het Centraal Station). Het bureau was inmiddels behoorlijk gegroeid en had enkele tientallen medewerkers. Ze bouwden onder andere een uitbreiding van zwavelzuurfabriek Ketjen (tegenwoordig Albemarle) in Amsterdam-Noord. Een nieuw gedeelte van Lettergieterij Tetterode aan de Da Costakade werd in 1949 ontworpen door Merkelbach, Elling en ook nog Karsten. Het pand als geheel – het oudste gedeelte aan de Bilderdijkstraat stamt uit 1903 – heeft een bewogen geschiedenis in het kraakwezen. Nu is De Rode Tetter, zoals de krakers het complex doopten, een rijksmonument en zijn er woningen, winkels en ateliers.

Weerbarstig GAK-gebouw

Merkelbach en Elling zijn verantwoordelijk voor een van de meest weerbarstige gebouwen in Amsterdam, het GAK-kantoor in Bos en Lommer, in gebruik genomen in 1960. Dit enorme gebouw pal naast de A10 bood onderdak aan ruim drieduizend administrateurs, die voorheen in meer dan twintig over de hele stad verspreide kantoren werkten aan de uitvoering van de sociale wetten. Iedere vorm van ‘pathos’ is uitgebannen in het ontwerp, waardoor de uitwendige vorm uitgesproken grimmig is. Het inwendige was iets aangenamer dankzij een indeling in ‘dorpen’. Als een van de eerste gebouwen in Nederland kreeg het airconditioning; alleen op de begane grond kunnen een paar ramen open. De glasvliesgevel, het stalen skelet en het gebruik van aluminiumpanelen in de gevel waren ook noviteiten.
Het elf verdiepingen tellende en meer dan 150 meter lange gebouw, destijds een van de grootste kantoorgebouwen van Nederland, staat sinds 2005 leeg. Zo af en toe komt het in het nieuws, als een organisatie er vestigingsmogelijkheden in ziet. Zo zagen onwaarschijnlijke kandidaten als de Rietveld Academie en het onfortuinlijke Nationaal Historisch Museum enige tijd wel wat mogelijkheden in het pand. Momenteel wordt ingezet op herbestemming van een deel van het gebouw tot huur- en koopwoningen voor studenten, in combinatie met bedrijfsruimte. Van binnen is de kolos al gestript, maar aan de buitenzijde wil men de oorspronkelijke aanblik bewaren. Het pand werd immers een paar jaar geleden rijksmonument, een beslissing die niet iedere Amsterdammer apprecieerde.
Het GAK-kantoor leidde tot een meningsverschil over de inrichting tussen Merkelbach en Elling, waarna de twee uit elkaar gingen. Elling distantieerde zich zelfs van het gebouw. Merkelbach trok Alexander Bodon (die later de RAI zou bouwen) aan als nieuwe partner. De ruzie zou zelfs zo hoog zijn opgelopen dat Elling een deel van Merkelbachs tekeningen zou hebben verbrand.

Stadsbouwmeester
Voor Merkelbach kwam het als geroepen dat hij benoemd werd tot stadsbouwmeester van Amsterdam. Dit al uit de Gouden Eeuw stammende instituut was in 1956 nieuw leven ingeblazen. Sinds 1936 was er geen stadsbouwmeester meer geweest, maar in de loop van de jaren vijftig groeiden de stedenbouwkundige problemen de stad zo boven het hoofd dat een centrale stedenbouwkundige autoriteit nodig werd geacht: het autoverkeer nam drastisch toe, Schiphol, de haven en de universiteiten groeiden als kool, en de stad kampte met hardnekkige woningnood. Merkelbach had al de nodige ervaring: hij was bijvoorbeeld vanaf 1947 supervisor geweest bij de aanleg van de Westelijke Tuinsteden en had in de Schoonheidscommissie en in de Kunstraad gezeten.
De gemeente stelde het oude landhuis Frankendael aan de Middenweg als woning ter beschikking aan Merkelbach en zijn tweede echtgenote Leen Lichtveld. De daar belegde zondagmiddagbijeenkomsten met architecten en kunstenaars genoten een zekere faam. Tegenwoordig is in het koetshuis van het landhuis het restaurant ‘Merkelbach’ gevestigd.
Aan zijn stadsbouwmeesterschap ontleent Merkelbach zijn grootste betekenis. Het zou misleidend zijn te zeggen dat de Amsterdamse bevolking hem onomwonden dankbaar is, want Merkelbach is de man die de stad aan de verfoeide Wibautstraat hielp en de persoon bij uitstek achter de omstreden ‘cityvorming’. Hij leidde de verhuizing van de RAI van de Ferdinand Bolstraat naar de huidige locatie in goede banen, en hielp de uitdijende universiteiten aan nieuwe complexen.
Merkelbach kreeg ook de slepende kwestie van het Amsterdamse raadhuis op zijn brood. De stad zat opgezadeld met een prijswinnend vooroorlogs ontwerp voor een stadhuis aan het Waterlooplein waar niemand echt aan wilde – Merkelbach waarschijnlijk diep in zijn hart ook niet. Maar hij kon in dit weerbarstige dossier weinig bereiken en de kwestie sleepte zich nog jarenlang voort. Merkelbachs overlijden op 19 oktober 1961 aan een hartaanval op nog maar 60-jarige leeftijd, daags na een cruciale gemeenteraadsvergadering over de raadhuiskwestie, kwam als een schok voor Amsterdam. Hij werd nog wel opgevolgd (door Christian Nielsen), maar de functie van stadsbouwmeester werd acht jaar later opgeheven. Tot 2003 reikte Amsterdam om de drie jaar een prijs voor beginnende architecten uit: de Merkelbachprijs.

Sjaak Priester
Oktober 2011

Powered by JReviews