INSCHRIJVEN
NIEUWSBRIEF

By DADLL payday loans


Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mailadres

Amsterdam heeft een Stadsverteller

Dossiers

Thema Beroepen

Verhalenman Baracs kreeg er unieke functie bij

Misschien zag en hoorde u hem al op de Dag van de Amsterdamse Geschiedenis (6 juni): Karel Baracs, sinds eind 2008 de allereerste Stadsverteller van Amsterdam. De eerste ook van Nederland. Wie heeft die unieke functie bedacht? Hoe kreeg Baracs die rol? Wie is hij, waar gaan zijn verhalen over, hoe vertelt hij ze en aan wie?

Vorig jaar bij de StadsSpelen – waarbij duizenden Amsterdammers zich in uiteenlopende disciplines met elkaar meten, ‘de Olympische Spelen van de stad Amsterdam’ – organiseerde de gemeente Amsterdam het onderdeel Verhalen Vertellen. Karel Baracs trad er op als juryvoorzitter. In dezelfde tijd bezocht burgemeester Job Cohen Baracs’ voorstelling Waarom lijn 8 niet meer rijdt, een verhaal over Amsterdam in 1943. Na afloop begon hij zich af te vragen of het niet mogelijk zou zijn om het vertellen van verhalen een belangrijkere functie in de stad te geven. Diverse gesprekken met Karel en zijn vrouw Mieke volgden. Een primeur volgde: op 13 november 2008 benoemde de gemeente Amsterdam, als eerste Nederlandse stad, een Stadsverteller, Karel Baracs.

Wie is Karel Baracs? Hij werd in 1950 geboren als jongste in een gezin van drie kinderen op de Keizersgracht, waar hij de eerste 24 jaar van zijn leven woonde. Zijn Hongaarse-joodse vader was eind jaren twintig naar Nederland gekomen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontmoette deze een kleindochter van een broer van romanschrijver Jacob van Lennep. De twee geliefden trouwen nog in de oorlog.

Het vertellen heeft Karel niet van een vreemde, legt zijn vrouw Mieke uit, met wie hij een aantal jaren geleden een bedrijfje is begonnen waarin het vertellen van verhalen centraal staat. “Vader was een echte verteller. Zijn kinderen speelden altijd een hoofdrol in die verhalen. `Het gezin was ook muzikaal en creatief op vele gebieden. Moeder zong en droeg gedichten voor van bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt. Er was een brede belangstelling voor kunst, natuur en geschiedenis.”

Als jochie van vijf gaf Karel al voorstellingen voor de familie. Later ging hij naar de Kweekschool, de Pedagogische Academie, en werd onderwijzer. Als onderwijzer voor de klas ontdekte hij echter al snel dat het geven van rekenen zijn passie niet was. Het liefst speelde hij op zijn gitaar en deed hij dramaprojecten met de leerlingen. Zo voerde hij met zijn klas in de Bijlmer in 1987 een opera van Mozart op.

Mieke: “In die tijd, zo rond 1990, was nog veel mogelijk in het onderwijs. Er bestond het zogeheten Onderwijsvoorrangsbeleid, waar je projecten kon indienen om kinderen op een creatieve manier de Nederlandse taal bij te brengen. De Verhalenman werd een van die projecten. Het begon met ‘De Bakfietstour’, waar Karel met een bakfiets vol kleuters de straat op ging op zoek naar verhalen. Voorbijgangers werden aangespoord om een verhaaltje te vertellen dat later door Karel naspeelde. Zo leerden de kinderen spelenderwijs allerlei begrippen. De Bakfietstoer bestaat nog steeds.”

Aanstelling voor twee jaar

Vanaf 1990 is Karel Baracs fulltime verhalenverteller. “Voorbeelden voor hem zijn Peter Faber, Helmert Woudenberg, Joop Admiraal, maar ook Charlie Chaplin, die hij uitgebreid bestudeerde. Dat is iets wat hij graag doet: mensen bestuderen, ook als het om dagelijkse dingen gaat. Bijvoorbeeld hoe staan mensen te wachten op een tramhalte. Daar kijkt hij graag naar”, zegt Mieke.

Tussen 1990 en 2002 werkte Baracs voornamelijk op basisscholen met ‘Meespeelvoorstellingen’: de leerlingen speelden mee in een rol in het verhaal. Enkele daarvan waren gebaseerd op bestaande kinderboeken, zoals Mehmet de mug (naar Michiel, de geschiedenis van een mug van Henriette van Eijk) en Maraboe en Morsegat van Godfried Bomans. Ook maakte hij verhalen op maat. “Als een school bijvoorbeeld een Suikerfeestverhaal wilde hebben dan schreven we dat. Het liep zo goed dat we in 2003 besloten een eigen bedrijf op te richten. Karel doet het creatieve werk en ik zorg voor de praktische en financiële zaken.

Voor de verhalen op maat ontbreekt nu de tijd door de opdrachten van de gemeente. Alleen het ‘Ouders ontmoeten ouders-project’ op de J.P. Coenschool maakt Baracs nog iedere maand een verhaal op maat. “Speciaal voor dat doel hebben we een fictieve straat (de Kroepoekstraat) in de Indische buurt gecreëerd, waar ouders wonen zoals de ouders van de schoolkinderen. Deze ouders dragen maandelijks onderwerpen aan die we in het verhaal verwerken.”

Wat moet een Stadsverteller eigenlijk doen? Opnieuw Mieke: “Zijn opdracht is de Canon van Amsterdam in verhaalvorm aan de bewoners van Amsterdam aan te bieden. De vijftig ‘vensters’ van de canon geven de grote lijnen van de geschiedenis van de stad weer, van de aanleg van de Dam tot aan het Amsterdamse internetknooppunt. Het tweede deel van de opdracht bestaat uit het maken en vertellen van ‘ontmoetingsverhalen’: verhalen van verschillende generaties en culturen met het oogmerk elkaar beter te leren kennen. De onderwerpen sluiten aan bij gebeurtenissen in de stad die als het ware om een verhaal vragen.”

Verhalen op cd

Inmiddels zijn er drie canonverhalen klaar: over het ontstaan van de Dam, het Tuchthuis en de grachtengordel. Twee 20ste-eeuwse vensters zijn bijna af: de Olympische Spelen van 1928 en Zeedijkcafé ’t Mandje van Bet van Beeren. “ Wij hebben wel zo onze eigen voorkeuren voor bepaalde canonverhalen”, zegt Karel. “Het grachtengordelverhaal bijvoorbeeld ligt dicht bij mij: ik ben immers zelf opgegroeid aan de Keizersgracht.”

Alle verhalen worden terdege voorbereid. “Het is niet zo dat ik zomaar spontaan een verhaal vertel. Er zit veel leeswerk in en gesprekken met mensen die veel van het onderwerp weten. Afgesproken is dat elk verhaal zo’n twintig minuten duurt. Verder ga ik verhalen vertellen op hoogtijdagen zoals Sail of de Gay Parade. In de zomermaanden, half juni en juli, zal ik op gaan treden op pleinen en in parken.”

Onlangs verscheen bij uitgeverij Rubinstein het luisterboek Het verhaal van Amsterdam, het eerste deel van een serie cd’s waarop Baracs verhalen vertelt (en muziek van Floor Minnaert te horen is). Hij is daarmee in het goede gezelschap van Job Cohen, een enthousiaste voorlezer, die al eerder meewerkte aan luisterboeken met teksten van onder anderen Theo Thijssen en Simon Carmiggelt. Het luisterboek bevat drie verhalen: de canonverhalen Anna van Amstelland (over het Amsterdam) en Stad van tucht en orde (over het Tuchthuis) en voorts Feest in De Toekomst (over een aantal vaste bezoekers van buurthuis De Toekomst die genaturaliseerd worden).

Nu Baracs’ publiek ineens zo breed is geworden, is nu en dan enigszins onduidelijk voor wie een bepaald verhaal is bedoeld. Voor kinderen, denk je al snel, gezien zijn achtergrond. Maar die stelt hij dan wel op de proef: zonder al teveel uitleg duiken we de Middeleeuwen in, wordt gesproken over de Zuiderzee en de hoge Heren van Amstel, vallen termen als koggescheepje, horige, hofstede, borstrok en turfsteken, en wordt iemand over de kling gejaagd, om maar een paar voorbeelden uit Anne van Amstelland te noemen. Een verklaren woordenlijstje bij de cd lijkt niet overbodig.

Maar afgezien daarvan: Karel Baracs is een begenadigd verteller. In ieder geval de komende twee jaar (tot eind 2010 loopt zijn aanstelling) mogen we van hem genieten. Het zou ons niet verbazen als hij zich dan onmisbaar heeft gemaakt.

Tekst: Ko van Geemert

Juli-Augustus 2009

Powered by JReviews



 
 
Banner
Banner
Banner
© FIZZ reclame + communicatie